Getuigenis: een gewenste euthanasie


up  |  home 

  "Iets over half twee ging de huisbel. De dood klopte aan"

Het laatste moment van het menselijk leven is het sterven. Met elkaar meeleven impliceert ook elkaar bijstaan in het sterven. Waar de grenzen van die hulp liggen, m.n. wat het medisch handelen betreft, is ook na de euthanasiewetgeving nog een dagelijkse afweging voor allen die bij een concreet sterven betrokken zijn. Geen enkele wetgeving kan het geweten binden. [Overigens: de wet wil dat ook niet: Geen enkele arts kan gedwongen worden euthanasie toe te passen en niemand kan gedwongen worden eraan mee te werken... aldus minister Verwilghen in zijn samenvatting van de wet]. Verwacht van mij geen veroordeling noch gejuich. De tijd van gratuite standpuntbepaling is nu voorbij, hoop ik. Hoogste tijd om elkaar ècht bij te staan op de grens van leven en dood èn onze bezinning dienomtrent weer op niveau te brengen. In dit artikel geef ik u drie dingen ter overweging mee. 

  1. Eerst enige gedachten van verzorgingshuispastor Marinus van den Berg over hoe je met grensvragen moet omgaan.
  2. In de tweede plaats het relaas van iemand die de gewenste euthanasie op/van zijn echtgenote van dichtbij meemaakte: Pas achteraf besefte hij de blijvende impact ervan op zijn leven: bizar noemt hij achteraf de situatie; bovenmenselijk de beslissing. 
  3. Tenslotte zet ik tegen dit alles een Schriftwoord aan: Psalm 139. 

Daarna is het weer aan u.


1. Marinus van den Berg schrijft in zijn boekje "Het einde is het einde niet" op blz. 57-58 over de machteloze ontluistering waarin een mens, omdat hij sterfelijk is, terecht kan komen. De grensvragen omtrent leven en dood dringen zich dan onherroepelijk op. Essentieel is voor hem, dat deze grensvragen niet losgemaakt worden van de concrete ervaring waaruit zij voortkomen. Haal je ze daar wel uit, dan veranderen die vragen wezenlijk van karakter [Van een existentieel gevecht om klaar te komen met je eigen lijden en sterven wordt het dan een abstract ‘discussie-onderwerp’ als een ander, zelfs bruikbaar om politieke munt uit te slaan, Vond u het debat soms ook niet beschamend?? dw]. Mensen helpen, die in machteloze ontluistering hun levenseinde tegemoet gaan, blijft volgens Van den Berg - onafhankelijk van alle wetgeving – altijd in de allereerste plaats een kwestie van zorgvuldig luisteren om van binnen uit te vernemen waar de lijdende medemens zich bevindt. "In een overspannen cultuur als de onze", schrijft hij, "dreigen antwoorden te snel tevoorschijn getoverd te worden. Het is immers niet gemakkelijk om het met de machteloze ontluistering uit te houden. Waar ligt de grens van het menswaardige? Wat is ondraaglijk lijden? Wie geeft dat precies aan en kan dat precies worden aangegeven? Soms is het duidelijk. Vaker is het onduidelijk." De mens gehecht aan het leven als hij is, verlegt trouwens zelf geregeld zijn eigen grenzen, kent bij voorbaat de eigen grenzen niet. Met name de expliciete vraag om euthanasie moet zorgvuldig beluisterd worden. Wat vraagt men precies, als men dit vraagt. "Als hier de volgehouden luisterbereidheid ontbreekt, wordt het handelen onzorgvuldig en zullen de naweeën van een besluit om het levenseinde te bespoedigen zich doen voelen in de toekomst. Men verzet niet zonder gevolgen de bakens van een eeuwenoude moraal omtrent leven en sterven. Hier is een nieuwe pijn in de ziel geboren die nog maar nauwelijks gezien wordt in een samenleving die schreeuwt: ‘Dat moet kunnen in deze moderne tijd, de mens is autonoom, niemand boven de mens!’ Er is wel iemand in en naast de mens! De mens is meer. De mens is een openbaring."

2. In het [levensbeschouwelijk plurale] blad Midi (juli 2001) las ik het aangrijpende relaas van een zekere ‘Hans’ over het sterven van zijn vrouw ‘Barbara’. Dit verhaal over een concreet geval van gewenste euthanasie zegt méér dan duizend redeneringen. [even terzijde: De hieronder geschetste gang van zaken valt in Nederland inderdaad onder het begrip 'euthanasie', in België niet. Bij ons is het 'niet meer bij bewustzijn zijn' van de patiënt en de onomkeerbaarheid van die situatie een noodzakelijke voorwaarde. De Belgische wetgeving is op dit punt duidelijk restrictiever dan de Nederlandse] Hieronder volgt een uitgebreid uittrekstel uit dit interview. In het eerste deel heeft Hans verteld over de ziekte van zijn vrouw (voor de tweede maal was een kwaadaardige tumor vastgesteld met uitzaaiingen). Al in een vroeg stadium werd duidelijk dat het een ziekte tot de dood zou zijn. Nadat ze over de eerste klap heen waren bracht zijn vrouw euthanasie ter sprake. Zij had voor zichzelf besloten dat, als de pijn te hevig zou worden en ze zo'n dosis morfine nodig had dat ze niet meer aanspreekbaar zou zijn, dat ze dan dood wilde. Tijdens een bezoek aan de huisarts liet ze zich door hem voorlichten. De huisarts vertelde welke papieren er aangevraagd moesten worden, wat er in officiële zin bij kwam kijken, wie er aanwezig zou moeten zijn etc. Onder begeleiding van de huisarts en met hulp van de vereniging voor euthanasie werd alles geregeld en vastgelegd. Eens dat gebeurd, zo vertelt Hans, hebben ze geprobeerd de gedachte aan de dood wat opzij te zetten om nog zoveel mogelijk samen van het leven te genieten. Vanaf hier geef ik Hans het woord:

"Uiteindelijk werd ze ziek en kwam op bed te liggen. De laatste drie maanden is ze nauwelijks haar bed uit geweest. We hadden in de kamer een bedbank gemaakt, waar ze overdag verbleef. 's Avonds hielp ik haar om naar boven te gaan. Zelfs van die laatste, zware, zieke maanden hebben we genoten. Maar de pijn werd heviger en de doses medicijnen hoger. En uiteindelijk kwam het moment dat ze de pijn ondraaglijk vond. Dat ze alleen nog maar bezig was de pijn te bestrijden en door die heftige pijn geen kans had om ergens anders aan te denken. De huisarts bracht ons elke week een bezoek. Toen hij zag dat Barbara naar de beslissing voor euthanasie toegroeide, was hij er vaker. Hoe graag ik Barbara ook bij mij wilde houden, ik hoopte dat ze haar lijdensweg niet te lang zou laten worden. Het moment kwam dat ze helemaal op was en de huisarts vroeg alles in gereedheid te brengen. De huisarts zou haar een injectie geven. Een drankje innemen was onmogelijk, doordat ze nauwelijks kon slikken."

"Het weekend voor de week waarin het zou gebeuren, heeft ze afscheid genomen van haar dierbaarsten. De huisarts dacht dat hij op donderdag Barbara uit haar lijden kon verlossen, maar er kwam een kink in de kabel. De tweede arts kon die dag niet en dus zou het vrijdag worden. Om twee uur 's middags. Idioot hè, dan neem je zo'n stap en dan komt het niet uit. Heeft een arts geen tijd. O, even kijken wanneer het dan kan... Ik belde onze vrienden en zussen om te zeggen dat Barbara een dagje later dood zou gaan. Absurd! Ik kon de tijd noemen wanneer ze ons definitief zou verlaten. Ik kon de begrafenisondernemer bij wijze van spreken bellen om een afspraak te maken en terwijl ze nog leefde, kon ik aangeven wanneer ze begraven zou worden."

"De bewuste vrijdag was ze bijna ongeduldig. Ze was klaar om te sterven, had alles afgerond en wilde weg, zoals ze het zelf uitdrukte. Het werd één uur. Haar laatste uur had geslagen. Iets over half twee ging de huisbel. De dood klopte aan. Om kwart over twee was het achter de rug. Ze was blij dat ze ermee mocht stoppen en stierf vredig. De dagen erna waren natuurlijk extreem druk. Het werd weer vrijdag en toen begon ik pas te denken. Hoe gek het is om de beëindiging van je leven in eigen hand te hebben. Onmenselijke of bovenmenselijke beslissingen zijn het. Buren vertelden me, dat ze de huisarts hadden zien rijden: op weg om Barbara's leven te stoppen. Die klank van de bel gonst nog in mijn hoofd. Ik dacht: nu is er geen weg meer terug. Ze gaat. Het was goed zoals het gelopen is. We hebben alles samen diverse keren grondig doorgesproken. Barbara had mij gevraagd of ik haar beslissing zou kunnen respecteren en zou kunnen dragen. Dat kon ik, dacht ik. Achteraf besef ik hoe benauwend het is om euthanasie van een geliefde, van iemand in je dagelijkse omgeving, mee te maken. Nog steeds sta ik achter het besluit, want haar leven rekken had geen zin meer. Maar ik heb niet kunnen bedenken dat de absurditeit van de situatie me nog zo lang parten zou spelen. Het geluid van de deurbel komt in al m'n nachtmerries voor. Het feit dat ze 's ochtends nog haar thee dronk en iets opmerkte over een kop in de krant. Dat ze de voorpagina zag, de datum las en wist dat dit haar sterfdag zou zijn. Ik weet dat ik moet stoppen zo te denken maar het lukt me niet. Ik ben voor euthanasie, maar ik zou dit niet nog eens kunnen meemaken en meebeleven dat iemand zelf z’n leven beëindigt, heeft een enorme impact."

3. psalm 139, vers 24

Ik weet niet beter te doen dan naast deze verandering in onze omgang met het sterven een oeroude psalm te leggen, uit de tijd, dat men naar lichaam en ziel zich nog geborgen wist in een allesomvattende werkelijkheid, allesomvattend, d.w.z.  inclusief het sterven en de dood.

Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart

toets mij en ken mijn gedachten;

zie, of bij mij een heilloze weg is,

en leid mij op de eeuwige weg.

 

ds. Dick Wursten


- meer lezen over dit onderwerp: klik hier of terug naar mijn homepage

 

 

 

 
 

 

This site was last updated Thursday, 15 November 2018