Het kerkgebouw

woensdag, 25 april 2012

Home
Vorig niveau
Wat is dat voor kerk ?
Het kerkgebouw
Een paar foto's
Jaartallenlijstje
Monografieën
de CHRISTUSKIRCHE

 

Lotgevallen van een kerkgebouw

  • Excerpt (met kleine aanvullingen) uit hoofdstuk 10 van ‘Bewaar het pand’

  • Klik hier voor het het volledige hoofdstuk met illustraties

  • en klik hier voor enkele foto's

 

1892 Op zoek naar een nieuwe eredienstplaats

De protestantse gemeente van de Belgische Christelijke Zendingskerk (BCZK) vergadert nog steeds in de kapel in de Kommekensstraat (Schipperskwartier). Verlangend wordt uitgezien naar een mogelijkheid van een waardiger onderkomen voor de gemeente. In een algemene oproep om financiële bijdragen voor een nieuw kerkgebouw van mei 1893, schrijven ds. Eggenstein en baron Ph. Prisse, lid van het comiteit van beheer van de BCZK, hierover ".... Sedert de laatste jaren echter is die buurt (het Schipperskwartier), door het vermenigvuldigen van kroegen, danshuizen, enz., hoogst belemmerend en nadelig geworden voor het doel van onze arbeid, en de kapel zelve is zo bouwvallig, dat zij niet dan met grote kosten in enigszins goede staat zou kunnen gebracht worden."

De tweede Duitse "Evangelische Gemeinde" te Antwerpen heeft voor het bouwen van een kerk, een pastorie en een kosterswoning aan de Bexstraat (een nieuwe verkaveling, net buiten de stad) een uitgestrekt terrein met een oppervlakte van 1.437 m2 kunnen kopen. Het bestuur van die gemeente biedt een deel van dit perceel grond, groot 265 m2 op de hoek Bexstraat-Florisstraat, op billijke voorwaarden ter overneming aan. Baron Ph. Prisse stelt voor op dit aanbod in te gaan. De aankoop kan betaald worden met de opbrengst van de verkoop van de oude kapel. De architect Jos. Hertogs, ook ontwerper van de Christuskirche krijgt opdracht met spoed een kerkgebouw te ontwerpen.  De totale bouwprijs, niet inbegrepen de kosten van het terrein en de inrichting, wordt geraamd op 28.000 fr. Hiervoor is onmiddellijk beschikbaar 10.000 fr. Maar de bouwkas (vnl. bestaande uit obligaties van de buurtspoorwegen (Waasland, Gent en Luik: Baron E. Prisse was een ‘railroad tycoon’) is dan ook "zo goed als ledig". Om de beschikking te krijgen over het voor de realisering van een "eenvoudige kapel" benodigde bedrag, wordt in mei 1893 op ruime schaal een algemene oproep om steun verzonden. De geadresseerden lezen daarin o.a.:

    Inzonderheid is onze hoop gevestigd op Nederland, dat meer dan drie eeuwen geleden voor een groot deel het licht en de predikers van het zuivere evangelie uit Vlaams België ontving, terwijl in onze tijd Hollandse schippers en zeelieden, bij hun tijdelijk verblijf in Antwerpen, bijna elke zondag in groter of kleiner getal de prediking van Gods Woord in onze kapel bijwonen, hun zieken door de voorganger van onze gemeente de troost van het evangelie wordt aangeboden en hun doden door hem worden ten grave geleid.

De oproep blijkt niet tevergeefs gedaan. Zeer veel giften uit Nederland, Duitsland en eigen land komen binnen. De opdracht tot het bouwen van het nieuwe onderkomen van de gemeente kan worden gegeven. De totale werken hebben uiteindelijk meer dan fr. 50.000 fr. gekost, waarvan in 1900 nog steeds 18.000 fr. moet worden afbetaald.

 

1893 ingebruikname van de nieuwe kapel

De bouw verloopt voorspoedig en in een middagdienst op zondag 29 oktober 1893 wordt het nieuwe kerkgebouw onder grote belangstelling officieel in gebruik genomen. Een uitvoerig verslag in het blad le Chrétien Belge schetst een goed beeld van de openingsplechtigheid. Er zijn ongeveer 400 belangstellenden die de banken en de gangen vullen. Verschillende personen kunnen zelfs geen plaats vinden. Onder de aanwezigen bevinden zich o.a. Ds. J. Wagener, vice-voorzitter van de synode van de bond van kerken; vertegenwoordigers van de beide Duitse kerken, de Noorse kerk, het zeemanshuis en van de Nederlandse Hervormde Kerk; er is zelfs een vertegenwoordiger van de Joodse synagoge. De aanwezige verslaggevers van de bladen l’Escaut en le Précurseur, maken (uiteraard in de franse taal) "welwillende verslagen". Ds. Eggenstein leidt deze plechtige bijeenkomst en na zijn openingswoord, legt ds. Kennedy Anet, secretaris-generaal van de BCZK, een bijbel op de kansel, met welk gebaar hij het gebouw voor in-gebruik-genomen verklaart. Over het gebouw zeggen de verslaggevers: "Het is een zeer goed opgetrokken gebouw, eenvoudig en van goede smaak getuigend".

1937 hoognodige reparaties en chronisch geldgebrek

Maar het kerkgebouw blijft niet nieuw. In de loop der jaren worden er haast ontelbare godsdienstoefeningen in gehouden en vinden er allerlei gemeentelijke activiteiten plaats. Er komen slijtageverschijnselen en er is altijd wel iets dat verbeterd en/of vernieuwd dient te worden. Om enkele zaken te noemen: aanbrengen van elektrische verlichting (1932); aanleggen van gasleidingen en gasverwarming "ter vervanging van de kolenkachels" (1952); herstel van vochtige muren en dakbedekking; aanpassen van sanitaire installaties; uitvoeren van schilderwerken, interne verbouwingen aan galerij en lokalen; enz. De werken worden meestal pas uitgevoerd als ze hoogst noodzakelijk zijn, omdat de nodige fondsen niet toereikend zijn, soms zelfs geheel ontbreken. In menige notulen staat in dit kader te lezen: "het is nodig! Maar waar komt het geld vandaan?" Uit een onderzoek van de heer C. Peeters (architect en lid van de gemeente) van midden 1937 blijkt dat het "kerkgebouw van de kelder tot de nok van het dak en van binnen en van buiten eens grondig onder handen genomen moet worden (...) Hier wil men een ruïne voorkomen." Alleen de "hoogstnodige reparaties" worden echter uitgevoerd "wegens de al te hoge kosten" Wel wordt het interieur ingrijpend gewijzigd doordat de banken die oospronkelijk in één blok de ruimte tussen de pilaren vulden, in tweeën worden gezaagd om een centraal gangpad te creëren. Deze werken worden door dhr. H. Overbeeke uitgevoerd, schrijnwerker en lid van de gemeente.

 

1956 Totale restauratie als de gemeente een eeuw bestaat

Het honderdjarig bestaan van de gemeente in 1956 wordt aangegrepen tot het ontwerpen en uitvoeren van een restauratieplan. De kosten daarvan worden geraamd op 225.000 franken. De kerkeraad vraagt daarbij hulp van o.m. Nederlandse kerken. Onder bijvoeging van een speciaal folder over de gemeente worden deze kerken aangeschreven. Maar de kerkeraad rekent "zeker op hulp uit eigen gemeente, die ook een krachtsinspanning dient te doen". De gevraagde steun krijgt de kerkeraad in ruime mate. Uiteindelijk wordt voor deze restauratie een bedrag ruim 330.000 franken uitgegeven. De restauratie, geleid door een kommissie van toezicht onder leiding van dhr. C. Peeters, verloopt voorspoedig en komt gereed tegen 11 november 1956, de dag van de jubileumviering.

 

1968 De toren gaat eraf als de kerk 75 jaar oud is

Een gebouw, zeker een kerkgebouw, vraagt om voortdurende zorg en -meestal kostbaar- onderhoud, zowel binnen als buiten. Enige jaren nà deze totale restauratie komt dit punt weer regelmatig aan de orde. Najaar 1964 moeten er alweer "verschillende herstellingswerken aan het kerkgebouw" uitgevoerd worden. De kerkeraad zegt 23 mei 1967 dat hij zich ten aanzien van een aantal voorzieningen "op korte termijn moet bezinnen over mogelijke verbouwing en restauratie van de ruimte naast en achter de kerk". De Synodale Raad laat op verzoek van de kerkeraad een onafhankelijk onderzoek instellen naar de staat van het kerkgebouw en de vereiste werken. Uit dit onderzoek blijkt o.m. Dat de toren "iets begint over te hellen. Dit levert verder nog geen gevaar. (...) Wel is oplettendheid nodig voor het loskomen van de ankers (doorgeroest), wat de onderlinge verbondenheid van de toren in het gedrang brengt."

Naar aanleiding van dit onderzoek adviseren de architekten Peeters en Van Leemputten de kerkeraad een aantal noodzakelijke werken (w.o. verbeteringen in het gebouw) te laten uitvoeren. Verder overtuigen zij de kerkeraad in zijn vergadering van 6 november 1967 van de noodzaak "tot afbraak van de toren". Vervolgens leest de gemeente in haar kerkblad de brug niet alleen welke herstellingen en verbeteringen in/aan het kerkgebouw de kerkeraad denkt te laten uitvoeren, maar tevens dat: "de huidige toren zal gaan verdwijnen, in elk geval de spits en ramen daaronder; het ligt in de bedoeling op wat overblijft een rond koepeldak te maken." De kerkeraad krijgt desgevraagd in november 1967 de voor de afbraak vereiste toestemming. Een jaar later gaat de spits van de toren.

 

Afbraak en nieuwbouwplannen: de roerige jaren ’70

Voorjaar 1969 wordt bekend dat men overweegt de aanpalende Christuskirche – wegens leegstand bouwvallig geworden – te verkopen. Daarvoor is reeds contact opgenomen heeft met een aannemer, die het voornemen heeft op die plaats een flatgebouw neer te zetten.

De kerkeraad van de Zendingskerk neemt contact op met de Franstalige gemeente (die nog als enige in de ‘Christuskirche’ haar erediensten hield), de officiële Protestantse Kerk (Lange Winkelstraat) en de Gereformeerde Kerk (Sanderusstraat) om de idee te bespreken om in onderlinge samenwerking een eigentijds kerkelijk centrum op die plaats te bouwen: multifunctioneel, met garages onderkelderd, verschillende grote en middelgrote ruimtes, appartementen om te bewonen en te verhuren etc.. In mei 1975 ligt het plan ter inzage. Hoewel men met enthousiasme eraan begonnen is, blijkt het plan met het verstrijken van de tijd, steeds minder aan te slaan. Tenslotte wordt van de bouw van het centrum afgezien en worden de gronden verkocht. De kerkeraad ziet zich geplaatst voor de vraag: wat moeten wij nu met ons eigen gebouw doen? De bouwpromotor is zeer geïnteresseerd en de grondprijs ligt hoog. De kerkeraad zelf is voorstander van het afbreken van het huidige kerkgebouw en wil gaan zoeken naar een ander onderkomen voor de gemeente elders in Antwerpen.

 

1977 Er op of er onder!

Veel leden zouden niet graag de Bexstraat verlaten en melden dit aan de kerkeraad. Over een uiterst ingrijpende interne verbouwing van het kerkgebouw wil men nog wel denken, dit omdat de kerkruimte inderdaad weinig mogelijkheden biedt voor nevenactivteiten. Ter hoogte van het balkon zou een vloer gelegd moeten worden, welke de kerkzaal in tweeën zou verdelen. Aldus zou de oppervlakte van de kerk ongeveer 200-250 m2 vergroot worden. Daarbij zou nog een aantal andere (vooral sanitaire) verbeteringen gerealiseerd dienen te worden. Voor deze oplossing blijkt bij veel gemeenteleden interesse te bestaan. Tenslotte vraagt de kerkeraad 14 februari 1977 aan drie leden van de financiële commissie, P. Barth, J. Bonte en C. de Wit, om advies. Zij stellen dat er vier mogelijkheden zijn, nl.:

  1. Algehele restauratie;

  2. Verkoop van de grond en huren elders;

  3. Afbraak en nieuwbouw ter plaatse; en

  4. Verkoop van de grond en nieuwbouw elders.

Het driemanschap concludeert: alles afwegend, is het het beste hier te blijven. Maar het wijst de kerkeraad wel op de consequenties van een overeenkomstig besluit; met name: reparatie van het dak; het aanbrengen van een aantal voorzieningen in het kerkgebouw, alsmede de inrichting van een crèche. De kerkeraad besluit conform het advies.

 

1978 De grote kerk verdwijnt, de kleine blijft

Over de inmiddels totaal vervallen Christuskirche en de daarbij behorende panden (Bbexstraat 7-11) valt definitief het doek, als zij begin oktober 1978 door een firma uit Herentals worden afgebroken. De torenspits (vanwaaruit radio ’t Kerkske’ van De Caluwé jarenlang haar radiosignalen de ether instuurde) werd om veiligheidsredenen reeds op 22 oktober 1973 naar beneden getrokken. De uiteindelijke beslissing ten aanzien van de situering van het eigen kerkgebouw valt in de ledenvergadering van 7 mei 1978. Daarin wordt o.m. "het kardinale punt van blijven of niet blijven in de Bexstraat" behandeld.Uit de stemming blijkt dat ieder in de Bexstraat wil blijven. Er zijn helemaal geen tegenstemmen of onthoudingen." Daarmee bekrachtigen de leden het reeds eerder door de kerkeraad genomen besluit te blijven in het kerkgebouw en voor herstellingen en verbeteringen blijken de leden steeds weer bereid personele en financiële bijdragen te geven. De overheidserkenning per 1979 zorgt financieel voor wat meer armslag.

 

1979 Bijna toch nog meegesleurd in de val

Als de aannemer in 1979 op het vrij gekomen terrein naast de kerk gaat graven om de funderingen van het appartementsgebouw te leggen en de parkeergarages eronder, begint de buitenmuur te wijken, de vloer te scheuren en te verzakken, de steunbalken en bogen los uit de muur te komen en nog meer. Bijkans wordt de kerk bouwvallig verklaard. In allerijl wordt de gehele zijkant van het kerkgebouw (balustrade en buitenmuur) gestut middels een imposante stellage, die daar geruime tijd blijft staan. Gelukkig kunnen de kosten voor het herstel van één en ander op de architect van de werken naast de kerk verhaald worden. De hele binnenkant van de kerk wordt opgeknapt, de scheuren in plafonds en muren gerepareerd, maar de verzakking zelf is niet meer ongedaan te maken

1986 Na voltooiing van de verschillende werken begint de gemeente te sparen voor de restauratie van de buitengevel van de kerk. Enige jaren is de opbrengst van de bazar geheel bestemd voor dit projekt. In augustus 1986 is het dan zover. Voor de som van bijna 900.000 bfr. wordt de kerk aan de buitenzijde geheel schoongemaakt en waar nodig hersteld en gevoegd. Tevens worden de dakgoten gerepareeerd. Van de gelegenheid wordt door vrijwillligers uit de gemeente gebruik gemaakt om voorzetramen te plaatsen voor de grote vensters aan de Florisstraat; het koepeltje dat op de afgebroken toren geplaatst was, wordt verwijderd en vervangen door een kleine, doch echte torenspits, geconstrueerd door enige leden van de gemeente: de gebroeders Droogendijk. 

In 1997 verschenen er zorgwekkende scheuren in de muur langs de Fflorisstraat. Na onderzoek bleek dat de beide dragende bogen boven de nissen het aan het begeven waren, met als risico dat de gehele gevel zou gaan instorten onder druk van de glasvensters erboven. Nadat de muur gestut was werden de bogen uitgekapt en hersteld. Een totale schilderbeurt van het interieur drong zich op en werd aansluitend uitgevoerd, waarmee de kerk (uitgenomen de glasramen en de torenspits) weer in zijn oorspronkelijke staat is hersteld.

bron:

A. DE RAAF, Bewaar het Pand, een eeuw Protestantse Kerk aan de Bexstraat te Antwerpen, uitg. in eigen beheer, Antwerpen 1993

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Home | Wat is dat voor kerk ? | Het kerkgebouw | Een paar foto's | Jaartallenlijstje | Monografieën | de CHRISTUSKIRCHE

This site was last updated woensdag, 25 april 2012