MATTHEUS 11, vers 28 

preek [Antwerpen-Norbertus, 5 juli 2020 ]  [prekenlijst]

 

Komt tot mij, allen die vermoeid en belast zijt en ik zal u rust geven.

neemt mijn juk op u en leert van mij…

Gij zult rust vinden... voor uwe zielen…
Mijn juk is zacht en mijn last is licht.

 

Een juk is ‘een houten blok met om de nek sluitende uithollingen om trekdieren mee in te spannen’ of ook wel: een ‘schouderblok met twee uitstekende armen om er iets mee te dragen’: bijv. 2 emmertjes water, of Gouda kazen

Het eerste komt het meest in de buurt van wat Jezus voor ogen zal hebben gehad: ossen in het rechte spoor, waardoor er geploegd kan worden… Brabantse trekpaarden.

Het juk houdt ze ‘eronder’ , houdt ze ‘in het gareel’ zodat ze de goede kant op gaan.

 

Op zich iets geweldigs dus, een middel dat jehelpt om een doel te bereiken, om een last te dragen die je anders niet dragen kan.

Dus ookal voelt het in eerste instantie onaangenaam… het is positief: Een juk geeft je niet minder, maar meer draagkracht.

 

In Jezus tijd was het vrij gebruikelijk als beeld voor hoe het zit met de wet, de tora... de geboden, die je moet houden. De rabbi’s kwamen er rond voor uit, dat het een juk was…, dat je opgelegd werd, maar met een positief doel: om je leven in de juiste banen te leiden, om je op het goede pad te houden, of om de ‘last van het leven te dragen’.

 

Maar u voelt dat dat niet altijd zo ervaren wordt. Het woord ‘juk’ roept toch vooral een negatief gevoel op. Een juk dragen is gebukt gaan onder een verplichting: Opgelegde gehoorzaamheid.

Alles, wat een mens ‘van buiten’ opgelegd wordt, kan als een juk ervaren worden.

In de protestantse traditie werd de 80-jarige oorlog traditiegetrouw afgeschilderd als een poging om het ‘Spaanse juk’ af te schudden. Of in de tweede wereldoorlog: ‘het juk van de bezetting’.

Van vrijheid wordt dan ook gedroomd als van het afwerpen van een juk, ja het triomfantelijk stukbreken ervan, zoals in de bekende adventsprofetie uit Jesaja 9 geprofeteerd wordt van de komende Messias-koning, dat hij het juk dat op het volk drukte, de stang op zijn schouder, zal verbreken als op Midjansdag.

 

Afwerping, verbreking van een juk betekent bevrijding, zonder meer !

 

Maar ja, elke generatie moet vervolgens ontdekken dat het afwerpen van het juk één ding is…. Wat je dan met het leven gaat doen, een andere zaak.

Je bent bevrijd ‘van’ de tirannie, maar dan komt de vraag:

‘Waartoe’ ben ik eigenlijk bevrijd? Wat ga ik met die vrijheid doen?

Welnu, dat is duidelijk: die ga je gebruiken om ‘te leven’... En nu niet belemmerd door een juk , iets dat je van buitenaf wordt opgelegd, maar helemaal van binnenuit, vrijuit…. Doen wat jezelf wilt.

 

Maar ja, Wat is dat eigenlijk? Wat wil je? Wat ga je doen?

Want je kunt nu alle kanten op… en zo kan ook je leven ‘alle’ kanten op...

En: er wordt enorm aan je getrokken. En al snel slaat de twijfel toe, de onzekerheid. Hoe weet ik dat ik de juiste keuze maak.

En voor je het weet, lijd je aan ‘keuzestress’… Wat is hier nu de juiste weg?

En voor we er erg in hebben, begint de vrijheid zelf een last te worden. We verwachten zoveel, van onszelf, van anderen, van relaties... van het leven.

En juist door de hoge verwachtingen, liggen teleurstellingen en frustratie om de hoek…. En dan gaan we er vaak nog fanatieker aan werken.

En van al die eisen die we onszelf en anderen stellen, raken we vermoeid, overspannen. Burnt-out.

 

Terug naar de zaak… Tegen deze achtergrond klinkt Jezus’ woord opnieuw:

"Komt tot mij, allen, die vermoeid en belast zijt

 

Vermoeid en belast door het leven zelf (wat er gebeurt), maar ook door de vragen (zorgen) of je wel goed bezig bent, of je niet je doel mist, of het wel de juiste weg is, waar je op zit. Hoe het verder moet/gaat? Alleen… maar ook samen, met z’n allen… als samenleving.

Dat zijn vragen waar je niet onderuit kunt, waarbij je onderweg gegarandeerd butsen en builen oploopt.

Vragen ook die die nooit ophouden, waar je nooit helemaal uitkomt, waar je steeds weer opnieuw over moet nadenken.

 

Hoe moet het nu verder nu het leven weer een andere draai heeft genomen, nu een droom niet is uitgekomen, nu een plan mislukt, nu werkloosheid dreigt, nu een geliefde ons ontvallen is.

Heeft het nog wel zin allemaal? Zit ik wel op de goede weg?

 

Juist onder die ‘condition humaine’ kan een mens zwaar gebukt gaan; juist dat menselijke tekort aan kennis en inzicht over zijn eigen wezen, z’n bestemming kan een bron van oneindige ver­moeidheid zijn.

Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven...

Daar is de belofte... rùst... voor uwe zielen.

 

Ziet u hem daar staan: Hij strekt zijn armen uit, en nodigt een ieder uit tot Hem te komen en ‘rust te geven’. In welke zin een mens ook vermoeid en belast is

(lijfelijk, psychisch of geestelijk, een combinatie). Dit is de pretentie van het evangelie, dat bij Christus rust te vinden is voor de ziel, d.w.z. voor het léven naar zijn diepste wezen beschouwd.

 

Hoe doet Jezus dat dan ?

Niet door ons de last af te nemen,… als bij toverslag.

 

Neen, zo werkt het niet. Het evangelie is realistisch. De vragen blijven, maar temidden van die vragen biedt Jezus rust voor onze ziel… Ook de last is niet weg. Hij suggereert die last van het leven op een andere wijze te dragen…

 

Hij biedt een ander juk aan, zijn juk, een beter juk… passend (op mensenmaat)

eentje dat je draagkracht echt verhoogt, dat je in het rechte spoor houdt….

Met dat juk kun je de last van het leven dragen, niet bezwijken onder de vele moeiten en zorgen, doorgaan met het leven, het spoor houden…

 

Neemt mijn juk op u, en leert van Mij en ik zal u rust geven voor uw zielen…

 

Wat bedoelt Hij daar mee?

Daar zou veel over te zeggen zijn, ik beperk mij tot twee dingen:

 

Zijn juk opnemen betekent ten eerste:

De pretentie opgeven dat je het allemaal wel alleen kunt klaren, stoppen met denken ook dat dat moet…

Jezus leert ons – door zijn voorbeeld, zijn manier van leven – dat je moet durven het leven te ‘ontvangen’ zoals het is, zoals het tot je komt. Als een ‘gave’… En dat durf je, omdat je erop vertrouwt dat God wel weet wat goed is…

 

Het tweede:

Volwassenen – verstandige mensen – kunnen juist dat maar moeilijk accepteren:

Wij vinden dat het leven maakbaar moet zijn, … en indien niet: dan toch beheersbaar stuurbaar. Wij houden liever de regie in eigen hand.

Loslaten, ligt ons niet. Uit handen geven, lastig… Zuversicht hebben…, het is niet ons sterkste punt.

Door Jezus worden wij opgeroepen om het toch te doen.

Gewoon te vertrouwen op de Vader in de hemel (een dankzegging aan Hem opende onze perikoop!)

en om dan te geloven …. dat het uiteindelijke wel goed komt, kome wat komt.

Dat is echt het beste voor dit leven… ook als het nìet goed komt.

 

Wanderer, there is no road… The road is made by walking.

Je kunt het leven niet anders dan al levend leren.

 

Het blijft moeilijk te accepteren voor wijzen en verstandigen, voor volwassenen, want die hebben al zoveel meegemaakt, die weten dat er zoveel mis kan gaan. Die kennen mitsen en maren, hebben butsen en builen opgelopen… durven soms niet meer.

 

De kinderen verstaan dit, als vanzelf. Zij staan open voor het leven, ontvankelijk.

Zij zijn nieuwsgierig naar wat het nog meer in petto heeft... begerig soms verlangend om het leven ook zelf voluit te mogen leven, te beleven, te ontginnen te ontdekken... ze kunnen niet wachten. Laat maar komen !

Zij hebben het vooroordeel dat het leven de moeite waard is… ze hebben vertrouwen, ookal overzien ze het niet, en hebben ze het niet onder controle.

 

En dit vooroordeel wat een kind van nature heeft... moeten wij als verstandigen ons opnieuw verwerven. Een tweede ‘naïviteit’ en ‘ontvankelijkheid’…

En dat noemen we dan: gelovig zijn.

Amen.