Toon Tellegen

   

Home
Up
J.W. Schulte Nordholt
Toon Tellegen
Gerrit Achterberg
Paul Gerhardt
Petrarca
T.S. Eliot
Wallace Stevens
Herbert's Temple
Ida Gerhardt
Nijhoff - het licht
Victor Hugo
Charles Péguy
Franz Kafka
Revius
sprokkels

Toon Tellegen over ‘God’

Toon Tellegen (1941) studeerde geneeskunde. Van 1970 tot 1973 werkte hij in een ziekenhuis in Kenia. Terug in Nederland vestigde hij zich als huisarts in Amsterdam. Hij is vooral bekend om zijn kinderboeken. De dierenverhalen rond m.n. de mier en de eekhoorn zijn geliefd, ook bij volwassenen. Zijn gedichten zijn ouder. Verloskunde, het beroep van de moeder van Socrates, is zijn specialisatie.

Hier een reeks gedichten omtrent ‘God’, in zekere volgorde.

  

Voorkomen is beter

God schudt zijn ernstig betwijfelde hoofd -

als voorkomen beter was dan genezen, 
dan was hij nergens aan begonnen, 
dan was het nu nog nul uur nul 
op de nulde dag 
en bleef het dat -

hij bijt op zijn niet langer voorstelbare nagels 
en gluurt naar beneden -

straks gaat hij genezen, 
in zijn aandoenlijke wijsheid weet hij alleen 
waarvan.

Uit: Wie A zegt: gedichten / 2002

 

 

 

Een man wilde over liefde spreken.
"Nee..! Niet over liefde…!" riep iedereen
en iedereen ging weg of sloeg hem neer,
en de dood keek door een raam:
"Over liefde…? Belachelijk…!"

Die man trok vleugels aan,
gelijk die van een lijster,
maar groter en radelozer,
en weg vloog hij en zong over de liefde
en de liefde zong over hem, ruiste over hem

nooit zo verdrietig ging slapen een man
op de achteloze aarde.

Uit: Als we vlammen waren /
1996

 

 

Een geschenk

Ze trokken God aan zijn mouw; 
'Dat geschenk van je, 
de liefde, 
wat was daar de bedoeling van?'

Het regende 
en God verzonk in gepeins 
(maar eerst rukte hij zich nog los, 
hij hield niet van hun manieren) 
en al peinzend 
waadde hij door leven en door dood, 
door waanzin en nalatigheid, 
door waarheid en door angst, 
zag hoe zij frunnikten aan elkaars jas 
en daalde peinzend af 
langs de smalle trap van hun rede-

'Ik heb het geweten,' mompelde hij. 'Ik heb het geweten.'

Uit: Kruis en munt / 2000

 

 

Opgestaan

Pasen, 
regen, verlaten wegen -

pascha 
en eieren paars en donkerrood -

drie keer kussen op elkaars wangen, 
'Christus is opgestaan,' moest ik zeggen, 
'Hij is waarachtig opgestaan,' zei de ander -

ik drukte mijn neus tegen een raam, 
keek naar de glimmende straat 
en zei zachtjes tegen mezelf: 
'Christus is opgestaan, 
zijn plaatsje is vergaan, 
Christus is opgestaan...'

dominees gingen voorbij, met steeds kortere 
tussenpozen, 
zij wisten het precies, 
ik sliep op de achterbank op weg naar huis.

Uit: Wie A zegt / 2002

 

 

Op een dag

Op een dag, maar misschien ook nooit, 
met niemand om mij heen 
en in de verte misschien de zee of een zee van klaprozen 
schapen, 
zal ik een stem horen, 
een zachte stem, 
die 'Ja' zegt

en tien seconden later, 
knarsend, krakend: 
'Wat heb ik nú weer gezegd...'

Uit: Kruis en munt / 2000

 

 

Toen de mensen eenmaal groot waren en almachtig
na lang wachten,
vonden zij God,
ergens verkleumd in het donker op de grond.
Zo, zo God, zeiden zij, u hier...
Zij schudden hun hoofd.
Maar niet lang daarna strooiden zij brood,
zetten schaaltjes wijn voor hem neer
en zagen
hoe hij aarzelend 
dichterbij kwam,
en heel voorzichtig, met één vinger, raakten zij hem aan. 

Uit: Gedichten 1977-1999 / 2000

 

 

 

De ontdekking

Een man ontdekte de zin van het bestaan, 
holde naar buiten, 
klampte iedereen aan, zei: "luister! 
Het is heel anders dan u denkt!" 
en over zijn woorden struikelend 
legde hij het uit 
aan iedereen 
en iedereen was stomverbaasd- 
is dat dus de zin van het bestaan... 
ach, hoe is het mogelijk... 
schudde zijn hoofd, 
sloeg vlammen van zich af, 
sprong in sloten, rivieren, riep om hulp 
of liep peinzend weg. 

Uit: Een dansschool / 1992

 

 

Men moet

Men moet altijd enigszins verdrietig zijn, 
anders is men verloren,

maar men moet wel een beetje verloren zijn – 
van het reddeloze soort – 
anders zou men alleen maar gelukkig zijn,

toch moet men ook gelukkig zijn, 
zo maar gelukkig kunnen zijn, 
in alle staten van geluk,

anders zou men maar verdrietig zijn, 
enigszins verdrietig 
altijd.

Toon Tellegen 
Uit: Minuscule oorlogen, niet met het blote oog zichtbaar 
Querido, Amsterdam 2004

 

 

 

 

 

 

This site was last updated
 February, 2017