de nar bij het altaar

   

Home
Up
Charlotte de Bourbon
Books
Movies
de vierde Wijze
Franciscus' vogelpreek
Holy ignorance
Aanbidding der koningen
de mythe van Europa
Pelgrimage
de verboden lezing
A gothic incarnation
Dichters
de nar bij het altaar
Conques
Maria Magdalena
Charivarius

De nar, de acrobaat en het altaar

voor een (nadere of eerste) kennismaking met deze basiliek: LA BASILIQUE SAINTE-MADELEINE DE VEZELAY,UN CHEMIN DE LUMIERE  //vezelay.cef.fr/lumiere.htm

of mijn eigen opstel hierover

Op het timpaan van de Ste. Madeleine te Vézelay staat in een mandorla de verrezen Christus afgebeeld omringd door de twaalf apostelen. Hij zendt ze naar alle volkeren. Dat rest van het timpaan is opgevuld met de afbeelding van de vertegenwoordigers van die volkeren. Dat levert een bonte verzameling op van hoe men zich in de Middeleeuwen de verre aardbewoners voorstelde (de mooiste zijn de 'hondskopmensen' en de 'Flaporen', maar dit terzijde; Umberto Eco in Baudolino brengt ze tot leven,prachtig boek !!!).

In de buitenste boog beelden 29 médaillons afwisselend alle tekens van de dierenriem (of andere sterrenbeelden) af en de bij de verschillende maanden behorende werkzaamheden van de mens. Misschien hebben de beeldhouwers zich vergist, maar ze hielden 3 médaillons over en hebben die gevuld met - zo te zien toch - willekeurige figuren: een hond, een nar (of is 't een acrobaat, of is 't een koorddanser ? Ach, wat is het verschil ? ) en een zeemeermin. Het enige dat deze drie figuren gemeenschappelijke hebben, is dat ze buitelingen maken, salto's al dan niet mortale. Voor de volledigheid: Een beetje weggepropt tussen twee médaillons in is er ook nog een halve medaillon, waarin een vogel is gepropt (een pelikaan volgens mij, maar volgens anderen een reiger). Dit zijn echt rare figuren, omdat ze de gang van de sterren (dierenriem) en de seizoensarbeid van de mens onderbreken. de 3½ medaillon staan in het midden, tussen de hooimaand en de oogstmaand, tussen de Maagd en de Leeuw). Zij bevinden zich dus boven het de verheerlijkte Christus bevindt. Precies boven zijn hoofd staat de nar op z'n kop.

Lucifer, met wie C.W. Mönnich (door wie ik attent gemaakt werd op dit verschijnsel) in zijn boekje Pelgrimage voortdurend overhoop ligt, vindt het maar niks, een theologische uitglijer van formaat: een acrobaat op de hoogste plaats. Als hij een advies had mogen geven voor de schikking van de figuren rond Christus, dan zou hij daar een heilige geplaatst hebben. Zoiets past toch veel beter bij een heiligdom dan een op de kopstaande nar, stelt hij. Mönnich verzet zich tegen deze vrome suggestie. Hij is van mening, dat dat theologisch gezien van minder waarde zou zijn geweest dan wat er nu staat. Hij schrijft:

"Een heilige zou daar niet op zijn plaats zijn geweest. Voor heiligen is Christus niet gekomen; en als er heiligen zijn, dat is het omdat hij zijn apostelen heeft uitgezonden naar de wonderlijke wezens, die Gods aardbodem bevolken en die je in die vakken rondom de uitzendingsgeschiedenis en langs de bovendrempel van de deuren kunt zien. Ik ben eigenlijk heel blij met die acrobaat recht boven Christus' hoofd. Allicht, dat hij er mag staan; hij is een verkondiging van Gods erbarmen over de mens, die zich in alle bochten wringt om het leven maar te kunnen behouden. Hij behoort er wel degelijk bij. Zie het dan zo, dat hij als het ware de samenvatting is van alle arbeid, in de andere cirkels aan de zijkanten uitgebeeld. Of dat de bedoeling van de beeldhouwer is geweest weet ik niet; maar theologisch zou de zaak heel wel zo bekeken kunnen worden." (Pelgrimage, blz. 84)

Saillant détail: Op één van de 99 gebeeldhouwde kapitelen die de kerk rijk is keert dezelfde persoon terug, bijna helemaal vooraan in de kerk, vlakbij het koor. Terwijl hij met een radslag bezig is, en de hele wereld dus op z'n kop staat, kijkt hij naar het altaar.

 

This site was last updated
 February, 2017