Abraham

   

Home
Up
François Couperin
Musicalisches Opfer
Sweelinck
Weckman(n)
Lagrime
Pasqua Italiana
Sero te amavi
Ave Maria...
Abraham
30 jaar A.R.K.
Componisten
de kathedrale mis
Geestelijk Concert IV
Te Deum

 

Tijdens het 40ste verjaardagsfeest van Willem Ceuleers (met muziek uit 5 eeuwen en nog meer genres), is mij gevraagd de verschillende onderdelen te markeren door een verhaal te vertellen. Hieronder staat het. Degenen die zo'n hervertelling van de bijbelse verhalen boeit, kan ik verwijzen naar de boeken van meesterverteller Nico ter Linden: Het verhaal gaat (5 delen totnutoe), waarin hij een poging doet om op zijn manier de hele bijbel te hervertellen. Zijn invloed op mijn 3 verhalen is onmiskenbaar, waarvoor bij dezen dank... Verder zingt ieder vogeltje zoals hij gebekt is. 

tot leringhe ende vermaeck..



VERHAAL 1: ABRAHAM krijgt bezoek: (over drie mannen en een lachende derde)

GENESIS 18: 1-15

Hartje zomer is het. Het is rond de middag. De zon is naar z’n hoogste punt geklommen. De hitte drukt ondraaglijk op de aarde. Mens en dier hebben de schaduw opgezocht en bewegen zich zo weinig mogelijk. Het enige geluid dat te horen is zijn de krekels die sjirpen in het gras. Bij de terebinten van Mamre zit de oude man onder de luifel van zijn grote bedoeïenentent.

Hij houdt zijn siësta. Hij slaapt... en dagdroomt weg...

Flarden van het pasbeleefde mengen zich met onuitgesproken verlangens en vergeefse dromen. Hij hoort de stem weer, die hem aansprak laatst en die hem, de oude man, de kinderloze, vader van vele volken... Ab-rah-am.. noemde. Hij had er om moeten lachen, zachtjes, maar toch... Wat een idee ! Nu in zijn droom lacht hij luidop... en het is niet meer te stuiten... Hij lacht de Stem uit... Hij wil er wel mee ophouden, maar hij kan niet... steeds luider, steeds schriller klinkt zijn lacht. En terwijl hij lacht spreekt de Stem onverstoorbaar verder: Ik richt een verbond op tussen mij en u, een eeuwig verbond... en met uw nageslacht na u.. Abraham.. vader van vele volken.. uw nageslacht na u.. nageslacht... na u. Ik ben de Heer, uw God.

Abraham schrikt wakker... de droom is vervlogen. Hij knippert nog wat met z’n ogen; hij heeft een geluid gehoord en als hij aan het helle licht gewend is, ziet hij opeens drie mannen voor hem staan. Hij schiet uit zijn stoel, loopt ze tegemoet, buigt zich diep ter aarde en begroet de drie onbekenden met grote hoffelijkheid:

Dat ze toch een pauze inlassen op hun tocht’

‘dat ze zich neer­vlijen onder die prachtige grote boom daar: één van de terebinten van Mamre’

‘ja dat ze zich bij hem wat opfrissen onder het genot van een bete broods’

De drie mannen gaan dankbaar op het aanbod in en terwijl zij zich op hun gemak neerzetten in de schaduw van de boom, is het met de rust van Abraham gedaan. Hij knipt met z’n vingers naar z’n slaven: water voor de heren... en – hup hup – brood erbij...

Hij haast zich naar de vrouwentent en roept zijn vrouw, Sara, erbij:

Haast u! Drie zakken fijn meel! Kneed het en bereid koeken!’

Zelf snelt hij naar de kudde en zoekt het beste kalf uit, dat hij vinden kan, slacht het en geeft het aan een knecht. Deze haast zich (op zijn beurt!) om ook dit stuk van de maaltijd op deskundige manier toe te bereiden. Samen met een soort romige botermelk, naar verluid nog steeds een lekkernij in het Midden-oosten, presenteert hij het zijn gasten. De berg versgebakken pannekoeken torent vorstelijk boven de hoofden uit. Een tafereel als geen ander!

Met krachtige penseelstreken heeft de bijbelschrijver het ons geschilderd. Het eindigt ermee, dat Abraham als als een echte bedoeïenensjeik tegen de boom geleund tevreden staat toe te zien, hoe zijn gasten zich te goed doen aan het lekkers dat hij hen heeft voorgezet....

7 aar geleden toen Willem 33 werd heb ik u onderhouden over hoe in die 3 mannen de ene ‘HEER’ aan Abraham verscheen bij de terebinten van Mamre.... en hoe dat bij de kerkvaders tot schitterende speculaties heeft geleid over de drie-eenheid... exegetisch niet waar natuurlijk, maar toch goed gevonden... Ik ga nu gewoon verder...want het verhaal was nog niet af... of beter: het verhaal gaat door... altijd tot in onze tijd.

��Wat ik vragen wilde, Abraham,’ opent één van de mannen het gesprek: ‘waar is Sarah, je vrouw?’

‘Sarah is in haar tent, mijn heer.’

‘Abraham, ik ben gekomen om je te zeggen dat zij over een jaar een zoon zal baren.’

Abraham geeft geen krimp... Hij heeft het immers al eerder gehoord, maar Sarah hoort het voor het eerst. Verscholen achter het tentdoek van het vrouwenverblijf heeft ze het gesprek gevolgd. Hoort zij het goed? Zij zwanger, zij nog wellust op haar oude dag? Laat me niet lachen, denkt ze bij zichzelf, en ze lacht. Wat een dwaasheid. Die vreemdeling heeft te veel zoete wijn gedronken! Een zoon? In haar schoot? Godsonmogelijk! Belachelijk !

‘Waarom lach je, Sarah?’ vraagt de vreemdeling opeens..

Sarah schrikt ? Hebben ze het gehoord, dat kan toch niet... Maar ze kan zich nu nog moeilijk drukken. Ze moet wel te voorschijn komen. Bang (want gasten uitlachen, dat betaamt niet) en wat verlegen komt ze uit haar tent en staat ze voor de vreemdelingen. 4 paar mannenogen kijken haar aan... Ze weet niets beter te verzinnen dan te vluchten in de ontkenning:

‘Ik heb niet gelachen, mijn Heer, echt niet, ik...’

‘Sarah, je hebt wel gelachen’, antwoordt de ene... maar het zij je vergeven... Ik begrijp je wel... Denk er nog maar eens aan terug over een jaar als je moeder geworden bent. Moeder van een zoon... Noem hem maar Jitschaak... , dat is: Hij-die-lacht. Ik denk dat je nog veel plezier aan hem zult beleven... Izaak.

Opgelucht haalt Sarah adem en ze ziet zichzelf opeens met een lachend kind op schoot: een glimlach krult haar lippen... en voor ze er erg in heeft zegt ze:

‘U bent een engel.’

Nu konden de gasten een glimlach niet onderdrukken..

En terwijl de mannen op hun gemak verder aten van de koeken en zich de malse stukjes vlees goed lieten smaken, hoorde Abraham Sarah in de tent van de vrouwen zingen..

Dat had ze lang niet meer gedaan. Hij luisterde... Het was een lied dat hij niet kende. Maar het klonk goed, een echt vrouwenlied. Rebecca en Rachel zouden het later ook zingen. En Hanna zou met de aartsmoeders instemmen, en nog weer later zou ook Maria zich in het koor mengen. Abraham ging zachtjes dichterbij. En hoorde dat ze zong:

Mijn ziel maakt groot de Heer,

en mijn geest jubelt over God, mijn Heiland,

omdat hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd.

Zie, van nu aan zullen mij zaligprijzen alle geslachten,

omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige...

Terwijl ze aan het zingen was, schoof Abraham voorzichtig het tentdoek opzij en keek naar zijn vrouw... Het was alsof hij haar voor het eerst zag. Sarah moest hij haar noemen, had diezelfde stem gezegd die hem ‘vader van vele volken’ had genoemd... Sarah = vorstin wil dat zeggen: Die stem had gelijk. Zijn vrouw was een koninlijke vrouw, Salve Regina... Zij !

Waarom zou hìj dan geen vader van vele volken worden ??

Er is eb en er is vloed. Maar de zee blijft altijd de zee.


 

VERHAAL 2: ABRAHAM en Izaak bij de Zoutzee (over die ene die bleef staan voor Abraham)

GENESIS 18: 16-22

[exegetische opmerking vooraf: Genesis 18:22 bevat een beroemde tiqqune soferim (tekst wijziging door de schriftgeleerden aangebracht: in de oorspronkelijke tekst staat:  en de HEER bleef voor Abraham staan. Omdat deze uitdrukking ook  een dienstbaarheidsverhouding kan uitdrukken, hebben de schriftgeleerde editors de zin omgedraaid: en Abraham bleef voor de HERE staan. Zij hebben van hun verandering in de tekstuitgave nota gemaakt. Mijn verhaal gaat uit van de oorspronkelijke tekst)

Een luguber landschap is het, bij de Dode Zee, waar het Zoutgebergte ligt. Lang voor de mensen op aarde verschenen, is deze kale woestenij ontstaan op het diepste punt van een enorme scheur in de aardkorst... Niets kan er leven in deze streek, woest en ledig is het daar, zoals de aarde voor de schepping... Geen dier loopt er rond, geen vogel zingt er zijn lied, geen boom, geen bloem, geen grasspriet wil er groeien... : het absoluut dieptepunt van de aarde.

Een fascinerend en huiveringwekkend oord...

een plek die vráágt om een verhaal...

‘Vader, wat is dit voor een plaats? Waarom wil hier niets groeien? Waarom woont hier niemand?’

 Nu kan de vader 2 dingen doen. Hij kan het natuurwetenschappelijk verhaal vertellen: over het krijttijdperk en het Pleistoceen, Mioceen... aardschollen, breuklijnen, miljoenen jaren en zo de nieuwsierigheid van zijn kind bevredigen. Of hij kan zeggen:

‘Dat zal ik je vertellen, mijn kind. Het is een gruwelijk verhaal. Ik heb het van mijn vader gehoord, en hij weer van de zijne en het staat ook in een oud boek... Heel lang geleden lagen hier twee steden, Sodom en Gomorra... Nee, daar vind je geen spoor van terug. Die zijn ten onder gegaan. God heeft ze uitgezwaveld! Hij kon het niet meer aanzien wat daar gebeurde. Ze zeggen dat gebeurd is ten tijde van vader Abraham.

Dat is een sage, zegt de literatuur-wetenschapper..., niet historisch verifieerbaar, noch geologisch correct. Inderdaad. Toch is het óók een goed verhaal over die plek. En ik vind het wijs van een vader, als hij probeert ook zulk soort verhalen te vertellen als antwoord op zùlke vragen van zijn kinderen...

Trouwens: Die weten­schappelijke verklaring van dit bizarre natuurverschijnsel zal zijn kind op school wel worden onderwezen, bij aardrijkskunde of...  die ziet hij bij National Geogrpahic nog wel eens op de TV.

Een vader / moeder – heeft naar mijn bescheiden mening – een andere lesopdracht dan de schoolleraar.

Hij moet met verhalen afkomen, die iets ‘te zeggen hebben’ (sagen dus). Die ingaan op dat ‘unheimische’ gevoel dat dat godverlaten landschap bij zijn kind óók heeft opgeroepen, een verhaal dat dus niet zozeer intellectuele nieuwsgierigheid bevredigt, maar de ‘conditon humaine’ thematiseert en daarin een weg wijst... (torah).

Wij doen dat haast niet meer. Zulke verhalen vertellen. Wij schamen ons daar een beetje voor. Wij zijn toch moderne mensen. Wij vinden dat primitief. Sprookjes en sagen zijn voor kinderen, hoogstens interessant als folklore... Dat is jammer èn nog fout ook, want zowel sprookjes als sagen zijn door en voor volwassenen verteld, bronnen van levenswijsheid.

De exclusieve natuurwetenschappelijke benadering van de werkelijkheid heeft de werkelijkheid plat geslagen en tot veel zijns- en zinverlies geleid. Zozeer, dat we tegenover wat er in de wereld gebeurt, met onze mond vol tanden staan omdat we niets meer te ‘zeggen’ hebben...

Neen, dan liever een goed verhaal erbij, vol zeggingskracht, een verhaal dat het leven verdiept, dat tot nadenken stemt, dat het gevoel van vrijheid en verantwoordlijkheid aanscherpt, een verhaal waar de mens mee vooruitgeholpen wordt in zijn leven, kortom: een verhaal, zoals dat over Sodom en Gomorra en over Abraham en Lot.

Ik vind het een goed verhaal.... maar u hoeft mij niet te geloven. Ik zal u het verhaal gewoon vertellen. Kunt u het zelf beoordelen !

 Ik stel mij zo voor dat vader Abraham het verteld heeft aan Izaak, toen de jonge Izaak voor het eerst de zoutvlakte met de dode zee aanschouwde en vroeg:

‘Vader, wat is dit voor een plaats? Waarom wil hier niets groeien? Waarom woont hier niemand?’

Welnu, dat zal ik je vertellen, mijn zoon. Weet je nog. Die dag dat wij die 3 mannen op bezoek hadden... toen jouw naam voor het eerst is gevallen. De dag dat je moeder lachte... Ik heb het je al vaker verteld... Nou die dag heeft nog een heel vreemd staartje gekregen. Ik denk dat je nu wel oud genoeg bent om ook dat verhaal te horen...

Toen ik die vreemde gasten uitgeleide deed, toen leek het wel of één van de drie nog iets op z’n lever had....

‘Gaan jullie maar vast,’  zei hij tegen de twee anderen... jeweetwel... waar we voor gekomen zijn..

En de twee mannen vertrokken, naar Sodom begreep ik achteraf... Die ene, die ook meestal het woord gevoerd had, die bleef achter en leek wat besluiteloos. Hij keek nu eens richting Sodom. Ja, in dat spooklandschap daar lag toen de meest welvarende stad van de hele wereld: Sodom.... een prachtige stad was dat. Rijke architectuur, enorme handel, bloeiend cultuurleven... en dan de omgeving: Het leek wel het paradijs, zo groen en vruchtbaar was het er toen....

Mijn neef, Lot, die samen met mij uit Haran was gekomen... had zich er gevestigd... Hij was het zwervende leven, altijd op weg naar morgen, zat geworden en bezweken voor de verleiding om zich te vestigen vlakbij wat wel het paradijs leek. Hij  woonde er samen met z’n hele familie. Enkele van z’n dochters waren er getrouwd....

Afin. Die ene, die achtergebleven was, aarzelde nog steeds. Ik zat er een beetje mee, want ik wou eigenlijk nu eindelijk ook wel weer eens aan de slag gaan. In de tent hoorde ik je moeder zingen, een nieuw couplet zingen van dat vrouwenlied.... over de Heer die machtigen van de troon stoot en eenvoudigen verhoogt, en die zijn barmhartigheid gedenkt...

Ik stond al op het punt om nog een keer vriendelijk te buigen en me dan bij je moeder te voegen, toen die man plotseling voor mij ging staan en mij aansprak...

Abraham,

Ja, Mijn Heer, zei ik.

Jij weet inmiddels wel, wie ik ben hè....

Ja, Heer... U bent ‘de Stem’ die altijd met mij meegaat..

Welnu, Abraham, ik bedacht zojuist: Als ik met jou een verbond gesloten heb, dan ben jij in zekere zin mijn partner: Ik vind dus dat jij weten moet, wat ik van plan ben. Ik daal zo dadelijk ook af naar Sodom, want wat daar in die stad allemaal gebeurt, is ten hemelschreiend. onderdrukking en onrecht vieren er hoogtij. Ik ben op weg om het met eigen ogen te zien en... als het is zoals ik vermoed, dan vrees ik dat mij niets anders rest dan de hele stad om te keren, te vernietigen.’

Ik stond, Izak, dat begrijp je wel, aan de grond genageld. Perplex. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Zoëven was ik nog de gelukkigste mens op aarde, een man in ver­wachting, een zoon in het verschiet.. lachen moest ik van vreugde !

En nu plotseling deze onheilspellende woorden over Sodom, over Lot en al die anderen die nog slechts onheil konden verwachten...

De tranen sprongen me in de ogen.

Wat moest ik doen, wàt kon ik hierop zeggen ?


VERHAAL 3: ABRAHAM pleit voor Sodom en Gomorra (met beroep op God tegen God)

GENESIS 18: 23-33

 Wat kon Abraham zeggen, wat kon hij doen ?

Nou, ik denk dat hij eerst het bericht over de vernietiging van Sodom voor kennisgeving wou aannemen en met een boog om God heen lopen om zich weer te voegen bij zijn vrouw om zich te verheugen in zijn toekomstig huiselijk geluk... Zo van: Sorry, God, maar wat u met Sodom en Gomorra doet, dat zijn uw zaken, de mijne niet...

Maar God dacht daar blijkbaar anders over,  want Hij bleef daar maar voor hem staan. Hij wilde blijkbaar iets van hem... Maar wat dan ? Wat verwachtte God van hem ?

 Toen zag Abraham zijn neef Lot voor zich en de zijnen voor zich en al die andere mensen in de stad, mannen, vrouwen, kinderen... en dan het gericht Gods over de stad... en plots wist hij wat hem te doen stond...

Niet weglopen, niet met een boog eromheen, maar er op af...

Abraham slikte een keer, rechtte z’n schouders en “deed een stap naar voren en zei:”

‘Heer, gij wilt toch niet de rechtvaardigen met de goddelozen ombrengen? Stel dat er ginds nog 50 rechtvaardigen zijn. Zou de Rechter der ganse aarde dan geen recht doen? Dit zij verre van u!’

Ongehoord, zoals de bijbelverteller hier de relatie tussen God en mens schetst.

De mens Abraham doet niet eerbiedig instemmend een stapje opzij, als hij hoort dat God zijn oordeel gaat brengen: zo van: ga uw gang, U zult het wel het beste weten...

Neen, de mens Abraham stapt op God af en gaat a.h.w. tussen God en Sodom staan en weet van geen wijken: pleitbezorger, middelaar zelfs.

One small step for a man but a giant leap for mankind... zei Armstrong toen hij op de maan geland was… Ik betwijfel het. Hier echter weet ik het zeker: Die stap voorwaarts, naar God toe, in plaats van opzij, om te pleiten voor de mens... dat is ‘een kleine stap voor een mens,  maar een schrede voorwaarts voor de mensheid, beter: voor de menselijkheid, de mede-menselijkheid, de humaniteit !

Abraham is hier een echte vader van vele volken.... niet alleen van zijn eigen, ook van de anderen... Hij toont zich een echte partner van God als hij God herinnert aan zijn eigen wezen:

‘Niet doen, Heer! Het zij verre van u ! U bent toch een rechtvaardige God? U hebt mij toch uitgekozen om temidden van alle volken uw weg te bewaren door altijd pal te staan voor recht en gerechtigheid ! Welnu, de weg die u mij gewezen hebt, die wijs ik nu aan u!’

Vol lef herinnert hij God aan zijn bevrijdende naam, komt hij op voor al wie – om welke reden dan ook - in de hoek zit waar de slagen gaan vallen, zelfs tegenover God zelf.

‘Heer, zult gij dan de rechtvaardigen met de goddelozen verdelgen?

Abraham gaat verder:

Stel dat er vijftig goeden zijn, schenk dan de goddelozen vergiffenis om hunnentwil en spaar de hele stad.....

Hoort u het, het is zelfs meer dan alleen maar voor de goeien dat hij bidt, hij bidt ook om redding voor de slechterikken... omwille van de goeien !... Bidt voor wie u vervolgen, hebt ook uw vijanden lief... zegt later nog iemand uit Abrahams nageslacht.

‘Abraham, indien ik in die stad 50 rechtvaardigen vind, zal ik haar sparen om hunnentwil’

‘Maar, met uw welnemen Heer, als er nu eens 5 aan die 50 ontbreken, één handjevol, maakt dat veel verschil voor u?’... Dat kan toch niet om vijf meer of minder ?’

‘Ook indien ik er 45 vind, zal ik Sodom niet verwoesten, Abraham.’

‘Vergeef mij Heer, ik ben maar een gewoon mens en ik verbeeld me niets, maar 40, zou dat ook genoeg zijn? 

God knikt, en Abraham slikt:

Ik hoop niet dat u toornig wordt, Heer, maar als er nu eens niet meer dan 30 zijn, dan...’

‘Dan spaar ik die stad ter wille van die 30.’

En 20?’

God knikt nogmaals. Abraham slikt ook nog eens,  denkt na haalt diep adem en zegt dan:

U moet echt niet boos worden Heer, wanneer ik mij verstout nog één keer tot u te spreken, maar als er nu niet meer dan 10 gevonden worden, zou dat ook nog gaan... 10 ?’

Ook omwille van 10 zal ik de stad niet vernietigen !

Abraham staat af te dingen bij God...!

De grote verlichtingsfilosoof Voltaire heeft zich dan danig vrolijk gemaakt over dit verhaal. Een joodse sjacheraar noemt hij Abraham, die zelfs met God het handjeklap nog niet kan laten. Van blindheid en vooringenomenheid bij verlichte geesten gesproken ! Want met alle respect:  Mijnheer Voltaire zich op dezé geschiedenis verkeken. Hij heeft niet gezien, dat wij hier een van de grootste en stoutmoedigste verhalen uit de wereldliteratuur voor ons hebben. Adembenemend wordt hier beschreven wat geloof zou kunnen zijn.

 Véél geloof is verkapt fatalisme: ‘Alles komt zoals  het komen moet, en wat zou ik dan nog?’ Abraham waagt dat te betwijfelen. Het geloof van de vader der gelovigen ziet er anders uit. Hij treedt nader en bidt om Gods erbarmen voor de stad: kyrie eleison... miserere ! Voor de rechtvaardigen èn de onrechtvaardigen bidt Abraham. Hij spreekt God aan op zijn woord... en zo vertelt de impliciete verteller: ‘God is gelukkig met zulke gelovigen’. Dat warmbloedige pleidooi, dáár stond hij op te wachten.

Zo mag ik het horen, Abraham, jij bent een man naar mijn hart !

Jij houdt de menselijkheid hoog.

Zo had ik het bedachte toen ik Adam, de mens,  schiep.

Dit zag ik voor me, toen ik je uit Ur der Chaldeeën en Haran riep.

Strijdend voor de redding van de mens, desnoods zich beroepend op God tegen God, zoals later ook Job nog eens zal doen.  Aarts-vader Abraham, de vader van allen die ‘geloven’ noemt Paulus hem later...

50, 45, 40, 30, 20, 10..

Na zes keer afdingen, houdt Abraham op. Hij durft niet nog verder te gaan. 6 dagen heeft ook God gearbeid op de 7de dag rustte hij. De sjabbat is de dag waarop je van ophouden moet weten en moet durven vertrouwen dat het ‘goed is’.  Zo blijft het bij 10.

In de Joodse traditie is 10 het minimumgetal geworden om een synagoge te mogen stichten, Het is ook het minimumgetal om ‘kaddisj’ kunnen zeggen voor de doden.. minjan heet het dan. Ja, de chasidiem weten nog meer: Tot op heden zijn er altijd wereldwijd 10 rechtvaardigen geweest en enkel daarom heeft God zich van onze wereld nog niet afgewend.

Abraham. Hij figureert prominent in het slot van de lofzang van Maria.. Ik snap nu waarom: Het is: omwille van mensen zoals Abraham dat God zijn verbond met deze wereld nog blijft gedenken en de aarde niet overal zo desolaat is rond de dode zee..

Daar houd ik het op...


En hier houd ik ook op. Als u nieuwsgierig bent hoe het afloopt kunt u Genesis 19 erbijnemen en het daar op uw gemak lezen. Anders kom ik het u vertellen.. als Willem Abraham gezien heeft.

Dick Wursten

 

 

This site was last updated
 June, 2022

 

Clicky