Josua Stegmann (1588-1632)
twee liederen

Ach bleib mit deiner Gnade..
Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ (weils Abend ist)

Stegmann is vooral bekend van wege het lied 'Ach blijf met uw genade'... Een beetje averechtse roem, omdat naar Stegmann's eigen aanvoelen dit geen lied was maar een 'rijmgebed'... een vrome tekst op rijm, eenvoudig aan te leren (bijv aan kinderen). De oorspronkelijke titel was: 'Um Benedeiung (zegening) und Erhaltung des lieben Predigtamtes';  in de rubriek: Gebet um Erhaltung der Lehre und Kirche Gottes. Deze rubriek en de algemene titel van Stegmanns gebedsboek krijgt scherpte als we ons realiseren dat hij leefde en werkte als dominee, leraar en professor in het graafschap Schaumburg (aan de pas opgerichte universiteit van Rinteln/Weser). Deze stad heeft het zwaar te verduren gehad in de 30-jarige oorlog (sinds 1618). Zijn eigen stadje (met universiteit) werd in 1530 teruggegeven aan keizer Ferdinand II en de universiteit werd door uit Engeland verdreven Benedictijnen overgenomen... Dit lied is in het Nederlandse taalgebied gepopulariseerd door een bewerking (vertaling is hier niet de juiste term) van de hand van Nicolaas Beets. Deze had weinig gevoel voor de diepte die de ware eenvoud kenmerkt. Hierdoor is het lied z'n charme verloren (nu klinkt het simplistisch en achterhaald). Het lied is niet meer opgenomen in het nieuwste liedboek van de Protestantse Kerk in Nederland. Misschien had het - juist vanwege de verhaspeling door Beets - toch een tweede kans verdiend, maar ja, wie zou het dan moeten berijmen. In Duitsland kunt u het nog wel zingen (let op de opeenvolgende kernwoorden).

Ach, bleib mit deiner Gnade bei uns, Herr Jesu Christ,
Daß uns hinfort nicht schade des bösen Feindes List.

Ach, bleib mit deinem Worte bei uns, Erlöser wert!
Daß uns beid hier und dort sei Güt und Heil beschert.

Ach, bleib mit deinem Glanze bei uns, du wertes Licht!
Dein Wahrheit uns umschanze, damit wir irren nicht.

Ach, bleib mit deinem Segen bei uns, du reicher Herr!
Dein Gnad und alls Vermögen in uns reichlich vermehr.

Ach, bleib mit deinem Schutze bei uns, du starker Held!
Daß uns der Feind nicht trutze und fäll die böse Welt.

Ach, bleib mit deiner Treue bei uns, mein Herr und Gott!
Beständigkeit verleihe, still uns aus aller Not.

Evangeliums-Lieder 1 und 2 (Gospel Hymns) page 203

 

Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ

Voor dit lied van dezelfde Josua Stegmann (1588-1632) is het goed om iets meer context te bieden. Stegmann was een van de vele duitse 'evangelische theologen' die in de generaties na Luther zich zowel bezighielden met onderwijs als met het schrijven van opbouwende teksten. Degenen onder hen die ook konden dichten, werden bijna vanzelf Kirchenliederdichter. Stegmann was in 1617 Superintendent (kerkelijk regionaal ambt, soort 'inspecteur-begeleider') in het graafschap Schaumburg. In 1621 werd hij Professor Theologie aan het net gestichte (uit het gymnasium voortgekomen) Universiteit in Rinteln/Weser. Het Restitutionsedikt van 6 maart 1629 betekende voor deze stad dat zij weer direct onder keizer Ferdinand II zou vallen en dus met hulp van het keizerlijke bezettingsleger terug in de schoot van de rooms-katholieke kerk kwam. De recentelijk uit de abdij van Corvey verdreven Benediktijner monniken kregen het heft in handen (samen met gevluchte monniken uit Engeland, jaja, 't is met wat die godsdiensttwisten) en zorgden voor het einde van de carrière van Stegmann. (er is sprake van openbare vernederingen etc...). Hij overleed in 1632 en ligt begraven in de Nikolai-Kirche in Rinteln. Zijn meest bekende verzameling van gebeden (ritmisch proza, eenvoudig gerijmd, en in liedvorm), geordend naar de tijden van de dag en de lotgevallen des levens (Christliches Gebetbüchlein 1627) krijgt bij een herdruk in 1630 (en navolgende vermeerderde edities) niet toevallig de titel Hertzens Seufzer (diepe zuchten, verzuchtingen vanuit het hart). Hier de hele titel [de 'w' moet u als een 'u' lezen, en de '/' is de Duitse komma ',']


Ernewerte Hertzen Seufftzer
 : Darinnen Zeit Gebetlein/ Auff die bevorstehende betrübte Kriegs-Thewrung- und Sterbenszeiten gerichtet/ Benebenst Morgen- und Abendsegen/ Beicht/ Communion und andern Gebetlein / Kurtz vor des Herrn Authoris Sel. Tod ubersehen/ und an vielen Orten gebessert/ Durch Josuam Stegman, der H. Schrifft D. und Profess. Schaumburgischen Superintendenten

Het eerste vers verraadt met z'n verwijzing naar 'de avond (Blijf bij ons, want het is avond geworden (Lukas 24), gevolgd door een uitweiding over de tegenstelling licht/donker), dat ook Stegmann het beroemde Latijnse vers van Melanchthon heeft gewaardeerd

Vespera iam venit nobiscum Christe maneto,
Extingui lucem nec patiare tuam
[Vertaald: De avond nadert al, blijf bij ons Christus en sta niet toe dat uw licht gedoofd wordt.]

Dit neo-Latijnse distychon is ook de basis van het gelijknamige - veel bekendere - koraal van Nikolaus Selnecker (zie hiervoor mijn toelichting bij de Bach-cantate BWV 6, Bleib bei uns).

Hier de melodie van ons lied... een fraaie 16de eeuws melodie, met afwisselend lange en korte regels.

Deze melodie was overigens ook in Nederland geliefd. Ze komt al voor in de Veelderhand geestelijke liederkens uit het midden van de 16de eeuw: nr. 162: O Godt aenhoort desen droeven sang. Na die wijse. Mach ick ongheluck niet wederstaen. Ook Utenhove gebruikt de melodie voor zijn berijming van psalm 75. Zie verder de gegevens in de liederenbank

Hier kunt u 'm horen. Fraai !

Ach bleib bei uns (Stegmann) Im Thon: Mag ich Unglück nicht widerstahn, &c
(vertaling: Ad den Besten, retouches Dick Wursten)

 
Ach bleib bey uns Herr Jesu Christ Blijf bij ons, Heer, nu ’t avond is.
weils Abend ist De duisternis
und der Tag hat sich geneiget. komt aan, de zon gaat onder.
Laß ia bey uns Dein’n Gnaden-Schein  Laat nu de gloed van uw gezicht
nicht abe seyn,  o goddelijke licht,
weil nun die Nacht erreget, ons hart verwarmen.
Dunckel und Schlaf, Zie hoe met macht
dein Hülff uns schaff,  de vorst der nacht
wenn grausam sehr,  opdringt, - o Gij,
der Feinde Heer  Heer, sta ons bij !
widr uns sich umbher leget Nu hij rond ons zich legert.
Befihl den starcken Helden dein,  Zend ons uw eng'len tot gezel,
den Engelein,  geef hun bevel
daß sie für uns thun streiten. om voor uw volk te strijden
Daß wir unter deinem Panier,  en schenk ons onder uw banier
haben Quartier,  een sterk kwartier,
beschantzt auff allen Seiten, beschut aan alle zijden.
so wird mit Schmach Treed tegemoet
der Höllen Rach het hels gebroed
bald abgekehrt en breng ten val
und deine Heerd  zijn vorst, - dan zal
ruhig und sicher bleiben. uw kudde in vrede weiden.
Billich man Dir mit Hertz und Mund Daarom zingt men met hart en mond
zu aller Stund U t' aller stond
thut Lob, Preiß und Danck sagen  lof toe en dank en ere,
Daß Du den Feinden nicht gestatt die immers niet gedogen zult
nach ihrem Rath,  dat haat-vervuld
uns dürstiglich zu plagen,  wie ook uw volk zou deren.
Du hilft auß Noth Uw trouw houdt stand,
HERR Zebaoth uw rechterhand
dein Kinderlein  vol sterkte zal
die Christen seyn behoeden al
so  Hoffnung zu Dir tragen.  wie op U hopen, Here.
Verzeih auch Herr all unser Schuld,  Vergeef ons in uw groot geduld
die männigfalt  de donkre schuld, -
Dich heut erzürnet haben. voor U is niets verborgen;
Und laß uns stets ein'n Anfang seyn  en houd toch op ons hart gericht
dein Gnadenschein 't genadelicht
mit deiner Güt und Gaben zo vol van goede zorgen.
so ferne is  Doorgrond ons hart,
die Morgen-Frist ach Heer, hoe zwart,
der Abend-Stund,  vol kwaad is 't er:
laß unser Sünd  Doe 't weg, zo ver
weit von uns weichen abe  als de avond van de morgen.
Darauff thun wir die Augen zu Zo sluiten wij van 't dagwerk moe
und gehn zur Ruh, de ogen toe, -
Kein Unfall wird uns treffen  geen rampspoed zal ons raken.
Weil der Hüter in Israel,  Want Hij, de wachter Israëls,
hält ohne Fehl  Hij zal het hels
Über uns sein Augen offen gebroed te schande maken.
und sihet zu,  Van hoog omhoog
in unser Ruh houdt Hij het oog
auff unsern Leib  op hen die klein
Kinder und Weib,  en weerloos zijn.
Vieh, Haus und Hof zu Hauffen. Gewis, de Heer zal waken!
HERR GOtt, dein Thaten herrlich sind  Hoe heerlijk is uw heerschappij,
nirgend man find  hoe groot zijt Gij, -
auff Erden Deines Gleichen. Heer, waar vindt Ge uw gelijke!
An Treue Güte, Krafft und Stårck.  Gij zijt voor uw beminden goed.
All deine Werck  Al wat Gij doet,
sind eitel Liebes-Zeichen.  't zijn louter liefdeblijken.
Dein Gnad, so weit,  Uw vriendlijkheid
der Himmel breit  is even wijd
über uns geht,  en ondoorgrond
niemand versteht  als 't hemelrond, -
kein Verstand kans erreichen. wie zou er ooit aan reiken!
Glorie en lof en heerlijkheid
zij U gewijd, -
zo zingen we U ter ere.
Ach laat U welgevallig zijn,
al is het klein,
dit avondoffer, Here,
en geef dat wij
te morgen blij
op mogen staan
en tot U gaan
om uw lof te vermeren.