Jaren geleden schreef de V.S. Naipaul een opmerkelijk boek, een reisverslag is het eigenlijk, getiteld, Among the believers. Hierin onderzoek de in Trinidad geboren schrijver van Hindoestaanse afkomst de gevolgen van de islamisering van landen als Pakistan, Indonesië en Iran, waar Ayatollah Khomeiney net aan de macht was gekomen. In die landen - zo stelt hij vast - bestonden voor de komst van de islam grote bloeiende en tamelijk diverse beschavingen, die nu of uitgewist zijn, of ontkend worden. Naipaul ziet frappante gelijkenissen met de West-Europse kerstening en kolonisatie van Zuid-Amerika, waarbij inwoners ook van hun identiteit werden afgesneden door hen hun geschiedenis en cultuur af te nemen.
Dhimmitude
Bat Ye'or heeft de term dhimmitude (de 'attitude' die het statuut van 'dhimmi' oproept) gesmeed om de sociaal, politieke en met name psychologische houding van niet-moslims te benoemen, die onder langdurige heerschappij van moslims leven. Dhimmi is de islamitisch-juridische term waarmee wettelijk getolereerde geloofsgemeenschappen van niet-moslims onder moslimheerschappij worden aangeduid. Bat Ye'or beschrijft de islam niet als een ooit zo bloeiende beschaving waarin verschillende minderheden vreedzaam (als dhimmi's) met moslims samenleefden totdat het Westen daar een eind aan maakte. Zij beschrijft het omgekeerde proces: hoe de islam een eind maakte aan het naast- en door elkaar bestaan van zeer diverse beschavingen. Net als de landen die V.S. Naipaul beschrijft, werd ooit de gehele wereld die we nu 'islamitisch' noemen, bevolkt door mensen die andere culturen (mv.) hadden. De islam heeft zich in de eerste eeuwen van haar bestaan verspreid door middel van veroveringen, die gelegitimeerd werd door de Jihad, de religieuze verplichting van moslims om zich in te zetten voor de verspreiding van de islam (onderwerpen, verering van de ene God en zijn profeet) onder de ongelovigen. Dhimmitude, de onderdanige houding van niet-moslims ten opzichte van hun islamitische overheersers, is daarvan het gevolg.
Dar al-islam
Volgens de islamitische wet de Shari'a is de wereld verdeeld in dar al-islam, het gebied van de islam, en dar al-harb, het gebied van de oorlog waar de ongelovigen de macht hebben. Oorlog is volgens de Shari'a per definitie tegen ongelovigen. De volkeren van dar al-harb hebben de keus tussen vrijwillige bekering of onderwerping met geweld. Joden en christenen worden door moslims als 'volkeren van het boek' nog getolereerd, als een soort afgeweken derivaten van de islam. Mozes, Jezus en vele andere oudtestamentische profeten zijn in de ogen van moslims, islamitische profeten. Alleen hebben hun volgelingen dat, volgens moslims, nog niet helemaal begrepen. Eenmaal onder islamitische heerschappij konden zij volgens de Shari'a alleen hun geloof behouden als dhimmi. Dat betekende dat zij de heerschappij van de islam moesten erkennen en hun voortbestaan als Jood en christen moesten afkopen met de voor dhimmi verplichte belasting. Ook dienden zij zich te onderwerpen aan tal van discriminerende bepalingen, zoals het verbod op het bouwen van nieuwe gebedshuizen en het dragen van speciale kleding.
Vogelvrij
Als zij niet aan deze eisen wilden of konden voldoen stonden hun plundering, slavernij, gedwongen bekering en willekeurige moordpartijen te wachten. De dhimma kon overigens elk moment opgeheven worden naar goeddunken van de moslimheerser, waardoor het in wezen niet meer is dan uitstel van executie. Via het dhimmasysteem wisten de vroegere moslimveroveraars hun macht over de niet-moslimbevolking te consolideren en hun verdere veroveringen te financieren. Zoroastriërs, Hindoes, boeddhisten en animisten waren volgens de shari'a, per definitie rechteloos en vogelvrij. Vandaar dat in landen als Iran, Afghanistan en Pakistan nauwelijks een spoor van deze religies is te bekennen. Voor de dhimmi leidde het voortbestaan als christen of Jood tot onderdanigheid, verarming, marginalisering, zelfontkenning en uiteindelijk tot het verdwijnen van het merendeel van haar gemeenschappen.
Discriminatie
Hoewel door westerse overheersing in de eerste helft van de vorige
eeuw in veel islamitische landen de dhimma is afgeschaft, bestaan er
vandaag de dag, tot in het seculiere Turkije toe, nog steeds
discriminerende wetten tegen niet-moslims die hun oorsprong hebben in
de Shari'a. Ook de psychische en sociale conditionering die het gevolg
zijn van deze religieus bepaalde discriminerende verhoudingen zijn
zowel bij moslims als niet-moslims nog springlevend. Nog steeds moeten
niet-moslims in de islamitische wereld op eieren lopen, de
machthebbers naar de mond praten en nederige dankbaarheid tonen, om
niet de toorn van hun islamitische landgenoten op te wekken. Een
typisch voorbeeld van dhimmitude.
In Europa
Dhimmitude is inmiddels ook in Europa niet langer een onbekend verschijnsel. Europese leiders wringen zich in allerlei bochten om vol te houden dat terreur niets met islam te maken heeft. In navolging van de islamitische wereld zoeken zij liever de schuld in de politiek van Amerika en Israël. Misstanden niet bij naam noemen om moslims niet te schofferen is een typisch voorbeeld van dhimmitude.
Dick Wursten