Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ

Ach bleib bei uns (Stegmann) Im Thon: Mag ich Unglück nicht widerstahn, &c 

(vertaling: Ad den Besten, retouches Dick Wursten). Misschien niet voor de gemeentezang, maar als de cantorij eens iets wil zingen tijdens een vesper...
[voor 3 vierstemmige zettingen, zie onderaan deze pagina - de versie van Ludwig Senfl is niet moeilijk, en heel sfeervol]

 
Ach bleib bey uns Herr Jesu Christ Blijf bij ons, Heer, nu t avond is.
weils Abend ist
De duisternis
und der Tag hat sich geneiget.
komt aan, de zon gaat onder.
Lass ia bey uns Deinn Gnaden-Schein  Verhef, o God, uw aangezicht,
nicht abe seyn, 
schenk ons uw licht,
weil nun die Nacht erreget,
want dreigen doet het donker.
Dunckel und Schlaf,
Zie hoe met macht
dein Hülff uns schaff, 
de vorst der nacht
wenn grausam sehr, 
opdringt, - o Gij,
der Feinde Heer 
Heer, sta ons bij !
widr uns sich umbher leget
Nu hij zich rond ons legert.



Befihl dein starcken Helden dein, 
Zend ons uw eng'len tot gezel,
den Engelein, 
geef hun bevel
da sie für uns thun streiten.
om voor uw volk te strijden
Da wir unter deinem Panier, 
en schenk ons onder uw banier
haben Quartier, 
een sterk kwartier,
beschantzt auff allen Seiten,
beschut aan alle zijden.
so wird mit Schmach
Treed tegemoet
der Höllen Rach
het hels gebroed
bald abgekehrt
en breng ten val
und deine Heerd 
zijn vorst, - dan zal
ruhig und sicher bleiben.
uw kudde in vrede weiden.



Billich man Dir mit Hertz und Mund Daarom zingt men met hart en mond
zu aller Stund
U t' aller stond
thut Lob, Prei und Danck sagen 
lof toe en dank en ere,
Da Du den Feinden nicht gestatt
die immers niet gedogen zult
nach ihrem Rath, 
dat haat-vervuld
uns dürstiglich zu plagen, 
wie ook uw volk zou deren.
Du hilft au Noth
Uw trouw houdt stand,
HERR Zebaoth
uw rechterhand
dein Kinderlein 
vol sterkte zal
die Christen seyn
behoeden al
so  Hoffnung zu Dir tragen. 
wie op U hopen, Here.



Verzeih auch Herr all unser Schuld,  Vergeef ons in uw groot geduld
die männigfalt 
de donkre schuld, -
Dich heut erzrnet haben.
voor U is niets verborgen;
Und lass uns stets ein'n Anfang seyn  en houd toch op ons hart gericht
dein Gnadenschein
't genadelicht
mit deiner Güt und Gaben
zo vol van goede zorgen.
so ferne is 
Doorgrond ons hart,
die Morgen-Frist
ach Heer, hoe zwart,
der Abend-Stund, 
vol kwaad is 't er:
lass unser Snd 
Doe 't weg, zo ver
weit von uns weichen abe 
als de avond van de morgen.



Darauff thun wir die Augen zu
Zo sluiten wij van 't dagwerk moe
und gehn zur Ruh,
de ogen toe, -
Kein Unfall wird uns treffen 
geen rampspoed zal ons raken.
Weil der Hüter in Israel, 
Want Hij, de wachter Israls,
hält ohne Fehl 
Hij zal het hels
über uns sein Augen offen
gebroed te schande maken.
und sihet zu, 
Van hoog omhoog
in unser Ruh
houdt Hij het oog
auff unsern Leib 
op hen die klein
Kinder und Weib, 
en weerloos zijn.
Vieh, Haus und Hof zu Hauffen.
Gewis, de Heer zal waken!



HERR GOtt, dein Thaten herrlich sind  Hoe heerlijk is uw heerschappij,
nirgend man find 
hoe groot zijt Gij, -
auff Erden Deines Gleichen.
Heer, waar vindt Ge uw gelijke!
An Treue Güte, Krafft und Stärck.  Gij zijt voor uw beminden goed.
All deine Werck 
Al wat Gij doet,
sind eitel Liebes-Zeichen. 
't zijn louter liefdeblijken.
Dein Gnad, so weit, 
Uw vriendlijkheid
der Himmel breit 
is even wijd
über uns geht, 
en ondoorgrond
niemand versteht 
als 't hemelrond, -
kein Verstand kans erreichen.
wie zou er ooit aan reiken!





Glorie en lof en heerlijkheid


zij U gewijd, -


zo zingen we U ter ere.


Ach laat U welgevallig zijn,


al is het klein,


dit avondoffer, Here,


en geef dat wij


te morgen blij


op mogen staan


en tot U gaan


om uw lof te vermeren.

 

Voor dit lied van Josua Stegmann (1588-1632) is het goed om iets meer context te bieden.

Stegmann was een van de vele duitse 'evangelische theologen' die in de generaties na Luther zich zowel bezighielden met onderwijs als met het schrijven van opbouwende teksten. Degenen onder hen die ook konden dichten, werden bijna vanzelf Kirchenliederdichter. Stegmann was in 1617 Superintendent (kerkelijk regionaal ambt, soort 'inspecteur-begeleider') in het graafschap Schaumburg. In 1621 werd hij Professor Theologie aan het net gestichte (uit het gymnasium voortgekomen) Universiteit in Rinteln/Weser. Het Restitutionsedikt van 6 maart 1629 betekende voor deze stad dat zij weer direct onder keizer Ferdinand II zou vallen en dus met hulp van het keizerlijke bezettingsleger terug in de schoot van de rooms-katholieke kerk kwam. De recentelijk uit de abdij van Corvey verdreven Benediktijner monniken kregen het heft in handen (samen met gevluchte monniken uit Engeland, jaja, 't is met wat die godsdiensttwisten) en zorgden voor het einde van de carrire van Stegmann. (er is sprake van openbare vernederingen etc...). Hij overleed in 1632 en ligt begraven in de Nikolai-Kirche in Rinteln. Zijn meest bekende verzameling van gebeden (ritmisch proza, eenvoudig gerijmd, en in liedvorm), geordend naar de tijden van de dag en de lotgevallen des levens (Christliches Gebetbchlein 1627) krijgt bij een herdruk in 1630 (en navolgende vermeerderde edities) niet toevallig de titel Hertzens Seufzer (diepe zuchten, verzuchtingen vanuit het hart). Hier de hele titel [de 'w' moet u als een 'u' lezen, en de '/' is de Duitse komma ',']


Ernewerte Hertzen Seufftzer
 : Darinnen Zeit Gebetlein/ Auff die bevorstehende betrübte Kriegs-Thewrung- und Sterbenszeiten gerichtet/ Benebenst Morgen- und Abendsegen/ Beicht/ Communion und andern Gebetlein / Kurtz vor des Herrn Authoris Sel. Tod ubersehen/ und an vielen Orten gebessert/ Durch Josuam Stegman, der H. Schrifft D. und Profess. Schaumburgischen Superintendenten

Het eerste vers verraadt met z'n verwijzing naar 'de avond (Blijf bij ons, want het is avond geworden (Lukas 24), gevolgd door een uitweiding over de tegenstelling licht/donker), dat ook Stegmann het beroemde Latijnse vers van Melanchthon heeft gewaardeerd

Vespera iam venit nobiscum Christe maneto,
Extingui lucem nec patiare tuam
[Vertaald: De avond nadert al, blijf bij ons Christus en sta niet toe dat uw licht gedoofd wordt.]

Dit neo-Latijnse distychon is ook de basis van het gelijknamige - veel bekendere - koraal van Nikolaus Selnecker (zie hiervoor mijn toelichting bij de Bach-cantate BWV 6, Bleib bei uns).

Hier de melodie van ons lied... een fraaie 16de eeuws melodie, met afwisselend lange en korte regels.

Deze melodie was overigens ook in Nederland geliefd. Ze komt al voor in de Veelderhand geestelijke liederkens uit het midden van de 16de eeuw: nr. 162: O Godt aenhoort desen droeven sang. Na die wijse. Mach ick ongheluck niet wederstaen. Ook Utenhove gebruikt de melodie voor zijn berijming van psalm 75. Zie verder de gegevens in de liederenbank

Hier kunt u 'm horen. Fraai !

 

De afbeelding linkt naar een PDF met de partituur

Caspar Bohemus (fl. 1530)

bohemus_magich

 

Ludwig Senfl

senfl_magich

Melchior Franck

melchiorfranck_magich