Hans Memling, Diptiek van Maarten van
Nieuwenhove, 1487. Olieverf op paneel, elk luik 33,5 × 44,7
cm (met lijst 41,5 × 52,5 cm). Musea Brugge, Sint-Janshospitaal
(Memlingmuseum). Het opschrift op de onderrand vermeldt de
opdrachtgever en zijn leeftijd: hoc opus
fieri fecit Martinus de Newenhoven anno Dm 1487 – ano
vero etatis sue 23. In het glasraam boven Maarten
staat zijn naamheilige Martinus; in de ramen boven de Madonna
Christoffel en Joris. Door het open venster is het Brugse Minnewater
te zien.
Het portret van Maarten van
Nieuwenhove is een devotiepaneel van klein formaat, een vergrote
devotieprent: het moest de bezitter ervan aanzetten tot meditatie en
godsvrucht. In een Brugs interieur, een
kamer met uitzicht op het Minnewater, zit Maarten van Nieuwenhove in
gebedshouding geknield naast de Madonna. Het
geheel is een tweeluik, een diptiek. Schilderde
Jan van Eyck zijn opdrachtgevers kanunnik Van der Paele of kanselier
Rolin ten voeten uit in één tafereel met de Madonna, Memling brengt
de geportretteerde en Maria op twee panelen naast elkaar, elk in close-up.
Door die voorstelling gaf de geportretteerde te kennen
dat hij net als de Madonna ook het ideaal van vroomheid wilde
bereiken. Dat wordt extra onderstreept
door het gezelschap van de patroonheilige, Sint-Maarten, die vanuit
een brandglasraam over de schouder toekijkt.
„Een van de betrachtingen was het streven naar het leven in het
hiernamaals in gezelschap van de heiligen en in aanschouwing van God.
Om dit te bereiken moest het voorbeeld van Christus en de
heiligen gevolgd worden. Deze te volgen
voorbeelden werden onder meer in de schilderkunst gevisualiseerd en
aangeleerd. De aanwezigheid van de
schenker met zijn patroonheilige is een bewijs van vroomheid en is
een introductie tot het hiernamaals" (Hilde Lobelle-Caluwé in het
Memlingnummer van Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen (1994/2).
De kunstenaar schildert deze religieuze motieven, omdat zijn
opdrachtgevers dat zo wensten. Die
opdrachtgevers waren vooral kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders en
kloosters, maar ook privé personen, buitenlanders én rijke
Bruggelingen. Zij wedijverden met elkaar
om een kapel of een kerk aan te kunnen kleden met zo'n tableau
waarop zijzelf een plaats bekleedden. De
mecenassen van die tijd waren doordrongen van de christelijke
tijdsgeest en wilden dat visueel tonen. Een
schilderij gold immers als een bijbel voor ongeletterden.
Volgens Dirk De Vos, auteur van de Memlingmonografie Hans
Memling, het volledige oeuvre (uitgave
Mercatorfonds), staat Memling als schilder bij uitstek van de
christelijke heilsgeschiedenis op eenzame hoogte. De
draagwijdte van zijn werk acht De Vos zelfs vergelijkbaar met de
mythologie van de klassieke oudheid.
WERKELIJKHEID EN FICTIE
Memling was in 1465 in Brugge beland, omdat aldaar zoveel
welgestelde lieden verbleven die zijn kunstambacht konden gebruiken
en ervoor betalen. Immers, Brugge was in
die dagen een wereldcentrum waar zeer vele Europese naties
vertegenwoordigd waren. Tevens was het
een residentiestad van de hertogen van Bourgondië.
Memlings onderwerpen zijn weliswaar religieus, maar hij
besteedde ook aandacht aan het aardse: het landschap en alledaagse
dingen, maar niet de ruwe werkelijkheid van de middeleeuwen.
„Bij Memling zien we een gedroomde wereld, zonder
oorlogen of pest, zonder sukkelaars die door de begijnen werden
verzorgd, zonder de wedijver tussen de ambachten en de steden,
zonder opstand tegen Maximiliaan. Het
rauwe beeld van de meedogenloos veranderende maatschappij mocht in
zijn fictieve universum niet binnendringen", aldus Dirk De Vos.
Hij verwijst hierbij naar de onthoofding van Johannes de
Doper op het linkerpaneel van het Mystieke Huwelijk
van de H. Catharina, die zoals andere gruwelijke
taferelen op een bijna poëtische wijze zijn geschilderd.
De heilige Ursula blijft onbewogen, bijna week, als
Attila haar zal laten vermoorden. Een
schilderij moest een lieflijke, religieuze stemming oproepen met
harmonische kleuren, warme stoffen, beminnelijke madonna's en
tengere heiligenfiguren. Bij Memling
stralen de figuren een enorme rust uit. Ze
zijn gesitueerd in rustige, serene taferelen. Dat
zien we ook in de portretten. Het is een
genre dat Memling uitstekend beheerst en waarmee hij meer
realistisch, maar brengt retouches aan en idealiseert.
Hij is een stille schilder die in zijn schilderkunst
kalmte lijkt te vinden. De bedoeling van
de afbeelding is rust en ingetogenheid op te roepen, te komen tot
openheid, geloof en liefdevolle aandacht.
Memling brings religieuze motieven in verband met de plaatsen
waar hij vertoeft; zo vloeien religie og werkelijkheid ineen.
Op het Ursulaschrijn staat een panoramisch zicht van
Keulen. Daar verbleef Memling, toen hij
van Seligenstadt naar Brugge reisde. Op
het schrijn zijn de Bremer-koggen te zien die tot Damme voeren, de
voorhaven van Brugge. Eveneens op het
schrijn is Brugge te herkennen en het Vlaamse leven van die dagen.
De hijskraan is er bijvoorbeeld te zien waarmee de
kranekinders de wijnvaten losten. Memling
toont wat voor muziekinstrumenten in Brugge vervaardigd werden.
Met een grote zin voor het detail schildert hij figuren
in kleren gemaakt van de rijkste stoffen die toen in Brugge werden
verhandeld.
SINT-JANSHOSPITAAL
Een aantal merkwaardige stukken die in de tentoonstelling te
zien zijn, zijn vijf eeuwen lang op de site gebleven waarvoor ze
bestemd waren: het Sint-Janshospitaal. Memling
heeft in die werken de zachtmoedigheid tot uitdrukking gebracht en
riep er tegelijk het ideaal op van vrede op aarde. Deze
vrede die voorbereidt op de vrede met God. „Bij
de ziekenverzorging door de medicijnmeester kon je natuurlijk wel
tien vraagtekens plaatsen, en dat wisten de zieken toen ook.
Dagelijks waren er sterfgevallen. Ze
konden niets anders dan hun einde afwachten", zegt Carlos Van
Hooreweder die over de zes Memling-werken in het Sint-Janshospitaal
een grandioos boek publiceerde (Hans Memling in het
Sint-Janshospitaal Brugge, eigen beheer).
Maar de zieken en passanten kregen in dit passantenhuis
ook geestelijke verzorging. Memling droeg
daartoe bij met zijn schilderijen. Hij
schilderde heiligen die ook de miserie hadden doorstaan.
Sint-Catharina met het gebroken rad en zwaard was
onthoofd. Naast de H. Barbara staat een
toren, omdat zij in een toren voor het geloof opgesloten was geweest.
Voor de zieken die in de 15de eeuw nog met angst voor het
hiernamaals leefden en die ziekten zagen als een straffe Gods, waren
de heiligen een houvast. Memling kon hen
vertroosting brengen met zijn kunst."
MARTIN VANHAVERBEKE
Tekst uit Kerk en
Leven (10 augustus 1994) - tentoonstelling
12 augustus tot 15 november 1994: Hans
Memling-tentoonstelling, waar vanuit de hele wereld
veertig Memling-originelen naar Brugge zijn gehaald, samen met
schilderijen, tekeningen en gravures van tijdgenoten en
navolgers.