home | up

Na de moordpartijen in Parijs van 13/11/2015 merkte premier Michel op dat dit geweld niets met religie te maken heeft. Hoe weet hij dat, vroeg ik mij af. Mijns inziens is het intellectueel oneerlijk en maatschappelijk niet zonder gevaar de band tussen beide te negeren. Wel belangrijk is om de wijze waarop ze zich verbinden niet uit het oog te verliezen.

Religie kan het beste in de mens bovenhalen (gelovigen worden niet moe dit te benadrukken, vaak onder dankbare verwijzing naar Jürgen Habermass). Religie kan echter ook geweld legitimeren, verheerlijken en dus direct en indirect ertoe aanzetten. Het lijkt mij intellectueel niet eerlijk om in dit laatste geval meteen te roepen dat het over een ‘verkeerd verstaan’ van religie gaat. Dat is te gemakkelijk. Iedereen die zich iets meer dan oppervlakkig in de bronteksten en de geschiedenis van de godsdiensten verdiept, weet dat daar geweldsdaden worden gepleegd in naam van de desbetreffende godheid. En ze worden niet alleen beschreven, ze worden ook door de godheid bevolen, goedgekeurd en door gelovigen verheerlijkt. Okay, één voorbeeld dan, geldig voor alle drie monotheïstische godsdiensten: de profeet Elia vermoordt in opdracht van zijn god eigenhandig 450 Baälspriesters. k Weet wel, 't zijn maar verhalen, maar toch... En als u zegt dat het 'waar gebeurd is', des te erger. De dosering en formulering van zulke teksten verschilt wel van het ene heilige boek tot het andere, maar ze zijn present. Hiermee is dus vastgesteld dat de godsopvatting (het godsbeeld) niet vrij is van geweld.
Dit vastgesteld zijnde wordt de vraag urgent: hoe gaat een religie met zulke teksten en met haar eigen geweldshistorie om ?  Dat wil zeggen: hoe kadert ze die, hoe interpreteert ze die teksten (anders gezegd: de hermeneutiek is cruciaal). Verklaart ze die voor gepasseerd (tijdgebonden, tijdbepaald), negeert ze die of juist niet? Daarover kan een Belgische premier niets met gezag zeggen. Dat kunnen enkel religieuze referentiepersonen (exegeten, theologen) doen die binnen die geloofsgemeenschappen gezag hebben. Jammer, maar waar, want zo werkt een godsdienst nu eenmaal. ERGO: Dat de gezaghebbenden van de religies (maar ja, wie zijn dat? Wie spreekt namens allen?) hun verantwoordelijkheid nemen en ondubbelzinnig verklaren dat er voor zulk geweld geen plaats is in hun respectieve godsdiensten, en niet alleen met woorden. Ex-communicatie dringt zich op.

Het verband tussen geweld en religie moet niet alleen worden erkend uit intellectuele eerlijkheid, maar ook uit maatschappelijke bezorgdheid. Geweld en religie is namelijk een uitzonderlijk gevaarlijke cocktail. Geweldplegers met een religieuze achtergrond kunnen zichzelf namelijk wijsmaken dat wat ze doen helemaal niet fout is, maar juist goed. Ze doen dit immers voor hun ‘god’ (hoe je diens naam ook spelt) of ter bescherming van ‘zijn mensen’, de andere (echte) gelovigen. Het zijn zeloten. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk schreef hierover een dun, maar te denken gevend boekje ('Gottes Eifer', in het Nederlands vertaald als 'Heilig vuur'). En dan is er vaak nog een beloning ook ! Ze krijgen aureolen. Plus Extremisten kunnen gemakkelijk de religieuze gevoeligheid van anderen manipuleren ('kapen', noemt Olivier Roy dat) om het gewone menselijk samenleven te ontwrichten.

Cruciaal is dat alle godsdiensten een visie hebben op hoe er in de wereld geleefd zou moeten (behoren) te worden, de een al meer expliciet dan de ander. Idealen, idealisme en ideologie zijn aan elkaar verwant. En eigenlijk zou de wereld moeten zijn zoals dat ideaal beschrijft. Wie kan als gelovige nu niet willen dat God het voor het zeggen zou hebben. Als de spanning tussen beide groot wordt dan geldt 'Men moet gode meer gehoorzamen dan de mensen'. Veel gelovigen en zeker gelovige geweldplegers denken dus theocratisch: 'God' heeft het voor het zeggen (of zou het moeten hebben) en als men dat weerspreekt, dan mag, neen dan moet ik voor mijn 'god' opkomen, zijn recht opeisen. Meestal gebeurt dit door wat lawaai te maken, verbaal. Veel gelovigen zijn stiekum blij dat het bij woorden blijft, maar voelen toch het geweten knagen (ze zijn chantabel), maar sommigen zijn consequent. Daarom dat een dominee in 1994 een abortusarts kon vermoorden en een Joodse rechtenstudent in 1995 Israëls eerste minister, Itzchaq Rabin. Islamitische pendanten hebben we de laatste jaren helaas te over. Vooral verontrustend hierbij is dat het nu geen enkelingen betreft (die 'geflipt' zijn), maar dat de ideologie hierachter breed wordt gedragen en vaste grond heeft gevonden in het kalifaat (Elke natie is een imaginary society, maar deze toch wel in het bijzonder). Als zo'n theocratische visie gepaard gaat met een sterk duaal wereldbeeld, waarin een duidelijk onderscheid is tussen wie wel en wie niet bij die godheid (en dus bij de groep) horen, dan ontstaat er gemakkelijk een psychologische constellatie, waarbinnen de ene groep zich verre verheven voelt boven de andere, tot en met 'dehumaniseren' van de anderen toe. De wereld wordt verdeeld in goeden en slechten, gelovigen vs. ongelovigen;  de onzen tegen de hunnen. Extremisten kunnen met dit gedachtengoed gemakkelijk aan de haal gaan en er hun gewelddadig discours op enten. Het wordt er exponentieel explosiever door. 'Highjacking' van de religieuze marker noemt Olivier Roy dit.

Als dan ook nog de heilige tekst letterlijke imperatieven bevat tot het bestrijden van de 'andere groep' bevat, inclusief concrete oproepen om die anderen effectief 'te doden', wordt het gevaarlijk. Als er dan geen actieve en breedgeaccepteerde hermeneutiek is (leessleutel, bril) die die imperatieven historisch kadert en dus enkel gezag laat hebben binnen een vertelling over andere tijden en andere mensen, dan is een heilige oorlog dichtbij. Dan vormt de religie een vruchtbare voedingsbodem waarop makkelijk een heilige plicht opschiet om 'de anderen' eens 'mores te leren'. De bazen van DAESH geloven het misschien zelf niet maar ze maken zeker misbruik van het feit dat anderen dat wel 'geloven'. Juist daarom is het misleidend om te zeggen dat het geweld waarvan wij getuige zijn niets met religie te maken heeft. Naast sociaal-economische, psychologische, identitaire factoren (om er maar een paar ten oemen) zijn er dus op z'n minst ook religieuze factoren in het spel. Daar de ogen voor sluiten maakt de analyse incompleet en veroorzaakt gegarandeerd blinde vlekken in de aanpak (voorkoming en bestrijding) van dit geweld.

 

Dick Wursten, 16/11/2015

P.S. Praktisch Syllogisme. Hebt u geen zin in thorastudie, evangelie-onderzoek of koranles, dan is hier een shortcut voor een realistische inschatting van het geweldspotentieel van de diverse godsdiensten: Kijk naar het gedrag van degenen die in onze tijd te kennen geven dat zij tot een bepaalde godsdienst horen. Daar wordt dan eenvoudig zichtbaar of men erin geslaagd is de geweldsteksten onschadelijk te maken: Aan de vruchten kent men de boom !