Scharlaken, karmozijn, purper en vermiljoen

Van Rachab's scharlaken koord, via vermiljoenkleurige inkt en liturgische rubrieken, tot Bourgondisch fluweel.

Scharlaken, karmozijn, purper en vermiljoen zijn historisch gezien geen vier nauwkeurig afgebakende kleurvakken, zoals moderne kleurcodes suggereren. Het zijn termen waarvan de betekenis in de loop der eeuwen veranderde en die bovendien vaak verwezen naar een bepaalde kleurstof, een soort textiel, een productiewijze of een sociale status. De grenzen tussen de kleuren konden daardoor aanzienlijk overlappen.

1. Scharlaken — scarlet

Historisch is scharlaken in de eerste plaats een term voor textiel- en kleur-stof, niet de naam van een bepaalde tint rood. Etymologisch en historisch is de scharlaken (scarlet) verbonden met kermes (Kermes vermilio), een schildluis die op eiken in het Middellandse Zeegebied leeft. De gedroogde vrouwelijke insecten leverden een zeer kostbare rode kleurstof. In de Lage Landen werd scharlaken in de middeleeuwen gebruikt voor luxueus textiel dat geheel of gedeeltelijk met kermes was geverfd. Pas later werd het woord sterker opgevat als een naam voor een bepaalde rode kleur. Scharlaken betekende dus aanvankelijk niet noodzakelijk: "helderrood". Als moderne benadering kan men scharlaken voorstellen als een helder, krachtig rood dat naar oranje neigt:

#FF2400 — moderne benadering van hoe een stof met de kleur scharlaken - scarlet eruit zou kunnen hebben gezien.

2. Karmozijn — crimson

Karmozijn (crimson, Frans cramoisi) is etymologisch rechtstreeks met dezelfde schildluis verbonden als scharlaken: kermes (Kermes vermilio). De benaming schijnt terug te gaan op op Arabische vormen als qirmizī, "kermes-/karmozijnrood". Karmozijn duidde doorgaans op een diep, rijk rood, vaak met een enigszins blauwachtige ondertoon. Maar ook hier bestond geen gestandaardiseerde kleur. De uiteindelijke tint hing af van de kleurstof, de hoeveelheid, de vezel, de gebruikte beits en de verftechniek.

Kermes kon verschillende rode tot purperachtige tinten opleveren. Karmozijn en scharlaken konden in de praktijk dus dicht bij elkaar liggen.

#DC143C — de gangbare moderne webkleur crimson; bruikbaar als visuele benadering, maar geen historische standaard.

3. Purper — purple

Purper is historisch een ander geval. In de Oudheid verwees purpura in een belangrijke context naar de kostbare kleurstof die werd gewonnen uit zeeslakken van de familie Muricidae, de beroemde Tyrische purper. Chemisch gaat het vooral om 6,6'-dibromoindigo. De kleur kon variëren van blauwachtig tot roodachtig purper, afhankelijk van de omstandigheden van het verfproces. "Purper" was dus ook toen geen enkelvoudige kleur in moderne zin. De kleurstof was extreem kostbaar en werd daardoor verbonden met keizerlijke en vorstelijke status.

#6A0DAD — een moderne voorstelling van diep purper, maar niet een reconstructie van Tyrisch purper, dat zou er waarnlijkschijnlijk eerder zo uit hebben gezien:

#6A0DAD —Donker, roodachtig purper als hedendaagse benadering van het kleurgebied van het antieke slakkenpurper.


4. Vermiljoen — vermilion

Vermiljoen onderscheidt zich duidelijk van de drie andere termen doordat het van oudsher een minerale pigmentkleur is, geen kleurstof uit een insect of zeeslak. Vermiljoen is de rode vorm van kwiksulfide (HgS), het synthetische pigment dat chemisch overeenkomt met het mineraal cinnaber. Cinnaber was al in de Oudheid bekend; synthetisch vermiljoen werd later op grote schaal vervaardigd. De kleur is een zeer helder, verzadigd rood, doorgaans met een duidelijk warmere/oranjerode indruk dan karmozijn.

#E34234 — een moderne benadering van vermiljoen.

Historisch moet men wel onderscheid maken tussen cinnaber (het natuurlijke mineraal) en vermiljoen (het pigment dat ook kunstmatig kon worden vervaardigd). In schilderkunst en handschriften kunnen beide onderling moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn zonder materiaalonderzoek.

De kleuren visueel naast elkaar

De volgende kleurvlakken zijn moderne benaderingen, uitsluitend bedoeld om de onderlinge kleurindruk zichtbaar te maken.

Kleur Visuele benadering Hex Historische opmerking
Purper
#6A0DAD moderne voorstelling van diep purper; geen historische standaard.
Scharlaken
#FF2400 Helder, warm rood; moderne benadering van scarlet.
Karmozijn
#DC143C Diep, rijk rood; moderne benadering van crimson.
Vermiljoen
#E34234 Helder oranjerood pigment op basis van cinnaber/kwiksulfide.

Een belangrijke historische verschuiving

De geschiedenis van deze kleuren is vooral interessant omdat kleur, materiaal en prestige voortdurend in elkaar grijpen. In de Oudheid stond Tyrisch purper voor uitzonderlijke luxe en keizerlijke status. In middeleeuws West-Europa werd kermesrood een van de belangrijkste kostbare kleuren. Daarmee zijn scharlaken en karmozijn verbonden.

Na 1492 veranderde de situatie opnieuw. Amerikaanse cochenille (Dactylopius coccus) leverde een uitzonderlijk intens rood en verdrong vanaf de zestiende eeuw geleidelijk de Europese kermes. Cochenille bevat carmininezuur en kon, afhankelijk van de behandeling, rode tot karmozijnachtige kleuren opleveren.

Historische kleurterminologie bevindt zich op het snijpunt van kleurstof, verftechniek, textiel, handelswaarde, gebruik en symbolische betekenis. Chemische analyse van historische textielen en schilderingen kan daarom veel meer vertellen dan de naam van de kleur alleen.

De hex-codes hierboven zijn dus het best te beschouwen als visuele geheugensteuntjes: ze geven een moderne lezer een idee van de kleurregio waarin de historische termen meestal worden geplaatst, maar pretenderen geen exacte historische reconstructie.