Enkele gedichten vertaald door Martinus Nijhoff (bron Verzamelde Gedichten, DBNL)
De Spoon River Anthology, gepubliceerd in 1915, is het bekendste werk van de Amerikaanse dichter Edgar Lee Masters. De bundel had een enorme invloed op de moderne literatuur. Ze bestaat uit 244 vrije verzen (gedichten zonder vast rijmschema). Elk gedicht is een grafschrift van een inwoner van het fictieve stadje Spoon River. Het bijzondere is dat de overledenen zelf aan het woord zijn. Onthullend, onthutsend, grappig, aangrijpend... En dat vaak tegelijk. Humoristisch in de diepe zin des woords. Sterke teksten. Nijhoff vertaalde een selectie voor een voordrachtprogramma van Georgette Hagendoorn (1910-1995) met wie Nijhoff in 1947 een relatie had gekregen en op 3 april 1952 was getrouwd. Nijhoff stierf 26 januari 1953. Het voordrachtsprogramma is ter gedachtenis van Nijhoff op 25 aprul 1953 uitgevoerd in Den Haag. De teksten zijn - met de Psalmberijmingen - zijn laatste werken. Ze verschenen postuum in Maatstaf, II, 1954/55, p. 164-171.
| Edith Conant | Edith Conant |
|
We stand about this place—we, the memories; And shade our eyes because we dread to read: “June 17th, 1884, aged 21 years and 3 days.” And all things are changed. And we—we, the memories, stand here for ourselves alone, For no eye marks us, or would know why we are here. Your husband is dead, your sister lives far away, Your father is bent with age; He has forgotten you, he scarcely leaves the house Any more. No one remembers your exquisite face, Your lyric voice! How you sang, even on the morning you were stricken, With piercing sweetness, with thrilling sorrow, Before the advent of the child which died with you. It is all forgotten, save by us, the memories, Who are forgotten by the world. All is changed, save the river and the hill— Even they are changed. Only the burning sun and the quiet stars are the same. And we—we, the memories, stand here in awe, Our eyes closed with the weariness of tears— In immeasurable weariness! |
Wij staan om deze zerk - wij, de herinneringen, en bedekken onze ogen omdat wij schromen te lezen: ‘17 Juni, 1884, oud 21 jaar en 3 dagen’. Alles is veranderd, en wij - wij, de herinneringen, staan hier nog alleen uit naam van onszelf, want niemand bemerkt ons of weet nog wat wij gedenken. Je man is dood, je zuster woont ver hier vandaan, je vader, kinds en stokoud, heeft je vergeten, hij gaat bovendien haast nooit meer het huis uit. Geen mens heeft meer heugenis aan je teder gelaat, je kwelende stem! Hoe zong je nog, zelfs op de morgen van je sterfdag, met vlijmende zoetheid, met ontroerende weemoed, bij de komst van het kind dat tegelijk met je stierf. 't Werd alles vergeten, behalve door ons, de herinneringen, die op onze beurt worden vergeten door de wereld... Alles is veranderd, behalve de rivier en de heuvel... Zelfs die zijn veranderd. Alleen de brandende zon en de stille sterren zijn dezelfde. En wij - wij, de herinneringen, staan hier vol schroom, onze ogen gesloten door de moeheid van tranen... vol onuitsprekelijke moeheid! |
| Rev. Abner Peet | Dominee Abner Peet |
|
I had no objection at all To selling my household effects at auction On the village square. It gave my beloved flock the chance To get something which had belonged to me For a memorial. But that trunk which was struck off To Burchard, the grog-keeper! Did you know it contained the manuscripts Of a lifetime of sermons? And he burned them as waste paper. |
Ik heb er geen traan om gelaten dat na mijn dood mijn huisraad in het openbaar werd verkocht. Het bood mijn beminde gemeente de gelegenheid om zich een voorwerp dat mij persoonlijk had toebehoord als een aandenken te verschaffen. Maar de kist uit mijn studeervertrek ging naar Burchard, de wijnhandelaar! Weet u wel dat zich daarin alle handschriften bevonden van al mijn preken? En hij heeft ze verbrand als scheurpapier. |
| De volgende twee grafschriften horen bij elkaar... | |
| Knowlt Hoheimer | Knowlt Hoheimer |
|
I was the first fruits of the battle of Missionary Ridge. When I felt the bullet enter my heart I wished I had stayed at home and gone to jail For stealing the hogs of Curl Trenary, Instead of running away and joining the army. Rather a thousand times the county jail Than to lie under this marble figure with wings, And this granite pedestal Bearing the words, “Pro Patria.” What do they mean, anyway? |
Ik was de eerste die viel in de slag op de Kloosterberg. Toen ik de kogel mijn hart voelde binnendringen, wenste ik dat ik thuis was gebleven en mijn straf was gaan uitzitten, voor de varkensdiefstal bij Curl Trenary, in plaats van weg te lopen en als vrijwilliger dienst te nemen. Duizendmaal liever lag ik in de gevangenis dan onder dit marmerbeeld met engelenvleugels en een granieten voetstuk waarop staat geschreven: ‘Pro Patria’. Wat betekenen ze toch, die woorden? |
| Lydia Puckett | Lydia Puckett |
| Knowlt Hoheimer ran away to the war The day before Curl Trenary Swore out a warrant through Justice Arnett For stealing hogs. But that’s not the reason he turned a soldier. He caught me running with Lucius Atherton. We quarreled and I told him never again To cross my path. Then he stole the hogs and went to the war— Back of every soldier is a woman. |
Knowlt Hoheimer vluchtte en ging als vrijwilliger in dienst op de dag dat Curl Trenary hem onder ede beschuldigde van varkensdiefstal en rechter Arnett zijn aanhouding gelastte. Maar dat is niet de reden waarom hij soldaat werd. Hij had mij betrapt met Lucius Atherton. Wij kregen woorden en ik zei hem mij nooit meer onder de ogen te komen. Toen stal hij de varkens en ging naar het front... Achter iedere soldaat schuilt een vrouw. |
| De volgende twee grafschriften moet je ook weer samen lezen... | |
| Elisa Wertman | Elisa Wertman |
| I was a peasant girl from
Germany, Blue-eyed, rosy, happy and strong. And the first place I worked was at Thomas Greene’s. On a summer’s day when she was away He stole into the kitchen and took me Right in his arms and kissed me on my throat, I turning my head. Then neither of us Seemed to know what happened. And I cried for what would become of me. And cried and cried as my secret began to show. One day Mrs. Greene said she understood, And would make no trouble for me, And, being childless, would adopt it. (He had given her a farm to be still.) So she hid in the house and sent out rumors, As if it were going to happen to her. And all went well and the child was born—They were so kind to me. Later I married Gus Wertman, and years passed. But—at political rallies when sitters-by thought I was crying At the eloquence of Hamilton Greene— That was not it. No! I wanted to say: That’s my son! That’s my son! |
Ik was een boerenmeisje uit Duitsland, had blauwe ogen, rode wangen en was gelukkig en sterk. Mijn eerste betrekking was bij meneer en mevrouw Greene. Op een zomerdag, toen mevrouw uit was, sloop meneer de keuken in, sloeg plotseling zijn armen om mij heen en kuste mij op mijn keel. Het maakte me duizelig, en geen van ons beiden scheen toen te begrijpen wat er eigenlijk gebeurde. Later wist ik geen raad meer en huilde, huilde toen ik mijn geheim niet langer kon verbergen. Op een dag zei mevrouw Greene dat ze alles begreep, maar dat ze het mij niet lastig zou maken, en, omdat ze zelf geen kind had, het mijne zou aannemen. Hij had een buitenhuis voor haar gekocht waarin zij zich zou terugtrekken. Daaruit kwam zij niet meer tevoorschijn en strooide geruchten rond alsof wat er gebeuren ging met haar gebeurde. Het lukte, het kind werd geboren en de Greene's waren erg vriendelijk voor me. Naderhand trouwde ik met Guus Wertman en tientallen jaren gingen voorbij. Maar als, bij politieke betogingen, de omstanders soms dachten dat ik huilde om de welsprekendheid van de jonge Hamilton Greene, dan vergisten zij zich. Nee! Ik huilde, omdat ik dan zo graag had willen roepen: Dat is mijn zoon! Dat is mijn zoon! |
| Hamilton Greene | Hamilton Greene |
| I was the only child of Frances
Harris of Virginia And Thomas Greene of Kentucky, Of valiant and honorable blood both. To them I owe all that I became, Judge, member of Congress, leader in the State. From my mother I inherited Vivacity, fancy, language; From my father will, judgment, logic. All honor to them For what service I was to the people! |
Ik was het enig kind van Francine Harris uit Virginia en Thomas Greene uit Kentucky, beiden uit sterke en aanzienlijke geslachten gesproten. Aan hen dank ik dat ik werd wat ik werd, rechter, kamerlid, eerste minister. Van mijn moeder erfde ik levendige verbeelding en welbespraaktheid, van mijn vader wilskracht en een gezond verstand. Aan hen komt alle eer toe voor de diensten die ik bewees aan het volk! |
Martinus Nijhoff, Gedichten uit ‘Spoon river anthology’ van Edgar Lee Masters, posthuum verschenen in Maatstaf 2 (1954/1955), p. 164-171.