De moeder de vrouw

 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Martinus Nijhoff (1894-1953): Nieuwe gedichten, 1934

 

Nijhoff werd in zijn tijd zeer in hoog aangeslagen als dichter, en daarbij was hij ook nog belijdend christen. Hij werkte op het eind van z'n leven nog mee aan het allereerste begin van de de nieuwe psalmberijming. Dat kon tellen: Dat hij, de grote Nijhoff, zijn medewerking verleende aan iets zo 'ambachtelijks' als het berijmen van bijbelse teksten in de voorgegeven versvorm van het Geneefse Psalter, gaf dit project een 'boost'. Het resultaat koesteren we tot vandaag. Het verhaal gaat dat het voorlezen van zijn herdichting van Psalm 23 de sceptische synode stil maakte, zodat het 'fiat' gegeven werd.

Dit gedicht is zonder meer zijn bekendste en meest geciteerde. Het gaat over de nieuwe brug over de Waal bij Zaltbommel (1933), die in 1996 is vervangen door een... nieuwe brug (die zijn naam draagt). Doet er weinig toe: Nijhoff gelooft dat alles wat is meer zegt dan het eerste gezicht ziet (of het eerste gehoor hoort, maar synesthesieën zijn hier wel op z'n plaats). De overzijden die een brug verbindt, met daaronder de kracht van stromend water, de moeder, de vrouw: je hebt geen C.G. Jung nodig om te voelen dat doorheen de eerste blik een vergezicht wordt onthuld. Alles transcendeert zonder dat de aardse werkelijkheid ook maar één moment verlaten wordt. En dit alles in een perfect sonnet.

En kijk, hoe Ida Gerhardt op deze woordbeelden voortborduurt in haar in memoriam: Zij bewondert en herkent zichzelf in Nijhoff, het 'kind' dat woorden ontvangt die meer zeggen dan hij zelf ooit zou kunnen verzinnen. Lees maar er staat niet wat er staat... [En for completeness wat intertext betreft: het gedicht van Nijhoff: Het kind en ik - onderaan deze pagina]

 

Begrafenis M.Nijhoff

Gedenk nu de aarde opengaat
het kind, dat leefde in zijn gelaat
en dat de lei heeft volgeschreven.
God alleen wist dat het nadien
de grote nieuwe brug wou zien
De engelen gaven vrijgeleide.

Hij is reeds aan de overzijde.

 

terug naar 'dichters'

 

Het kind en ik

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.
 
Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.
 
Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.
 
Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.
 
En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

Uit: Nieuwe Gedichten, 1934.