La Madeleine

De populariteit van een gevallen vrouw

Over Maria Magdalena in de verbeelding van de kerk: de fusie van drie (of zelfs vier) personen

De bijbehorende afbeeldingen staan op een aparte beeldpagina. Gaandeweg het artikel verwijzen kleine prentjes in de marge naar de betreffende afbeelding daar.

Inhoud

  1. Bijbelse gegevens
    1. Maria van Magdala
    2. (Maria) de zondares
    3. Maria van Bethanië
  2. De boetvaardige zondares — zinnebeeld van zonde, schuld en boete
  3. L'Égyptienne, een mysterieuze kluizenares
  4. La Madeleine de Marseille
  5. Maria Magdalena in Bourgondië
  6. Maria Magdalena vandaag
  7. Toegift: en de Da Vinci Code?
  8. Bronvermelding en links

Bijbelse gegevens

Christus aan het kruis, met Maria Magdalena aan de voet van het kruis in beeld

Wij weten van de vrouw Maria Magdalena zo goed als niets, behalve dat zij (1) Jezus is gevolgd vanuit Galilea naar Jeruzalem (na een 'bevrijdingservaring': Lukas 8:2); (2) dat zij bij hem is gebleven tot het laatst en dus aanwezig was bij de kruisiging, bij de kruisafneming en de graflegging; (3) dat haar naam in alle evangeliën als eerste valt als het Pasen wordt. Als volgelinge van Jezus wordt zij de oergetuige van Pasen en de apostel der apostelen.

Over een eventueel verleden als prostituee wordt niet gesproken en van een zalving met olie (door háár!) wordt niet gerept. Haar afkomst en verdere levensloop blijven m.a.w. in het ongewisse. Heel oude tradities wijzen haar graf aan in Efeze. Waarom is 'La Madeleine' dan tot prototype van de boetvaardige zondares geworden? Waarom wordt zij zo vaak in een grot afgebeeld, naakt en met extreem lange haren? Hoe komt dat flesje zalfolie (of is het parfum?) bij haar? Het antwoord is simpel: het beeld van Maria Magdalena in de kerkelijke traditie is een complexe voorstelling, letterlijk een samengesteld portret. Zij is de fusie van drie bijbelse vrouwen, later nog aangevuld met een buitenbijbelse kluizenares.

De drie bijbelse vrouwen zijn:

1. Maria Magdalena

Van Magdala, El Mejdel, een welvarend stadje aan het meer van Galilea, legendarisch — de vraag is: vóór of ná de Marialegende? — vanwege de losse omgangsvormen die daar gebruikelijk zouden zijn geweest. Magdala is door de Romeinen verwoest in 75 n.Chr. Zij zou door Jezus bevrijd zijn van zeven duivelen (Lk. 8) en hem daarna gevolgd zijn. Zeer levensecht wordt deze vrouw neergezet door Johannes, wanneer hij haar op de Paasmorgen voor dag en dauw laat rondzwerven in de graftuin, hartstochtelijk op zoek naar 'haar heer', wenend. Als zij hem gevonden heeft, vliegt ze hem om de hals (of valt hem te voet, net zo u wilt), waarop Jezus de beroemde woorden uitspreekt: Noli me tangere! — maar dan in het Aramees natuurlijk, wat in beide gevallen zeggen wil: houd mij niet vast of raak mij niet aan. Daarover zijn de geleerden het nog niet eens. Deze scène is sinds de Middeleeuwen een vast onderdeel op afbeeldingen van de Opstanding (apart opstel over 'de hovenier'). Niet te verwaarlozen vanuit 'genderstudies': de opdracht ('ambt') die Maria krijgt is om het Paasevangelie aan de leerlingen te gaan verkondigen. Ze wordt apostola apostolorum, een motief dat in de kerkgeschiedenis opduikt als vrouwen het woord nemen en hun roeping moeten legitimeren (bijv. Katharina Schütz Zell, die de uitvaartpreek houdt bij de begrafenis van haar man in 1548.

2. Een 'zondares'

De zondares zalft Jezus' voeten tijdens het gastmaal bij Simon in beeld

Zij kwam ooit — tijdens een deftig diner — binnengestormd, kuste Jezus' voeten, droogde ze met haar haren af en zalfde ze daarna. Lukas vertelt dit verhaal in hoofdstuk 7; daar valt ook de term 'zondares'. In de discussie die daarop volgt — in het eerbiedwaardige mannengezelschap — neemt Jezus haar in bescherming tegen de kritiek van de gastheer. Dat zij een prostituee was, wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar de term 'zondares' en haar loshangende haren suggereren dat wel. Na een gelijkenis over schuldvergeving spreekt Jezus de van betekenis zwangere woorden: "Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde." (Even tussen haakjes: natuurlijk verwijst Jezus hier nìet naar haar praktijk als prostituee, want prostitutie heeft niets met liefde te maken.) Belangrijk nu is, dat enkele verzen later de naam van Maria van Magdala valt als één van de vrouwen die Jezus volgde en diende met al wat zij bezat.

De vereenzelviging van vrouw 1 en vrouw 2 is nabij. Zowel de Oosterse als de Westerse kerk hebben deze voltrokken.

3. Maria van Bethanië

Zij zat aan Jezus' voeten om de woorden van haar 'rabbi' te 'leren'. De zus van Lazarus en Martha zalft in het evangelie van Johannes (hoofdstuk 12) op bijna identieke wijze Jezus' voeten als de zondares in Lukas 7. Ook zij droogt ze met heur haren af. Een identificatie van vrouw 2 en vrouw 3 (en via vrouw 2 dus ook met vrouw 1) is volgens de uiteenlopende chronologie en geografie van de evangeliën onmogelijk, maar literair zeer verleidelijk. De oosterse kerk heeft het nooit gedaan: zij blijft Maria van Bethanië en Maria van Magdala onderscheiden. In de Westerse kerk daarentegen heeft Gregorius de Grote in de 6de eeuw in een beroemde preek (nr. 33) over Maria Magdalena deze identificatie zo mooi homiletisch uitgewerkt — Maria Magdalena = mulier peccatrix met zalfolie-voeten = vrouw die het hoofd zalft = Maria van Bethanië — dat pas in de 16de eeuw (humanisme en reformatie) deze beide weer uit elkaar gehaald konden worden. Met name door Jacques Lefèvre d'Étaples: De Maria Magdalena et triduo Christi disceptatio, geschreven in 1517 en the talk of the town tot ver in 1519.

"Met het parfum dat eens op schandelijke wijze haar eigen lichaam deed geuren, zalfde ze nu de voeten van de Heer; haar ogen die eens wereldse zaken aanschouwden, vulden zich nu met tranen van boete; met het haar dat voordien in dienst stond van haar aantrekkelijkheid, worden nu de voeten van de Heer gedroogd; van haar lippen kwamen voorheen overmoedige woorden van trots, nu kussen diezelfde lippen de voeten van de Heer."

Gregorius de Grote over Maria Magdalena, preek 33
Caravaggio: Martha vermaant haar zus Maria voor de spiegel in beeld

Het resultaat was dat de vrome Maria — die het beste deel heeft gekozen — een "verleden" heeft gekregen, en niet zo'n fraai. De 7 boze geesten werden al snel gelijkgesteld met de 7 hoofdzonden. De "oude" Maria was dus een rijke, begeerlijke, begerige, trotse en hoogmoedige vrouw. Sommige schilderijen, zoals dit van Caravaggio, beelden dan ook scènes af uit die periode, waarin Martha haar zus vermaant als ze weer teveel in de spiegel heeft gekeken. Tegenover de 7 demonen (hoofdzonden) kunnen dan in een preek de 7 gaven van de geest ingezet worden. Het scharnierpunt: haar bekering, liefde voor en van Christus.

Straks komt er nog een vierde bij: Maria de Egyptische.

De bekende Franse historicus Georges Duby aarzelt niet om de fusie van deze drie vrouwengestalten een geniale vondst van de Latijnse kerkvaders te noemen. Het (imaginaire) vrouwenportret dat zo ontstaat is immers zo ongelooflijk rijk, dat zij één van de invloedrijkste vrouwspersonen van de Europese geschiedenis is geworden. Als complement van de altijd kuise moeder-maagd Maria beeldt deze complexe persoon een heel stuk van de visie van de kerk op de 'vrouw' en het 'vrouwelijke' uit.

Georges Duby, Dames du XIIe siècle 1. Héloïse, Aliénor, Iseut et quelques autres (reprint Gallimard 2013). De tweede 12de-eeuwse vrouw die hij behandelt, is Maria Magdalena. Terecht. Nederlandse vertaling van de drie delen in één band: Georges Duby, Edelvrouwen in de twaalfde eeuw (Bert Bakker, 1995).

Boetvaardige zondares

Titiaan: de boetvaardige Maria Magdalena in beeld

Maria Magdalena — als op deze wijze 'samengestelde vrouw' — heeft een ongelooflijk sterk punt: dat zij als het ware aanschouwelijk onderwijs gaf op het terrein van seksualiteit en zonde. Bij Gregorius was dat overigens helemaal niet zijn hoofdboodschap, maar dat werd het wel. Zij riep 'het verbodene' op en bezweerde het tegelijk. Daar zijn haar tranen, daar zijn heur haren, daar is de geur van de kostbare nardusmirre. Zij is volkomen fysiek, zij is 100% een vrouw. Haar 'verleden' als prostituee (officieel veroordelenswaardig), gecombineerd met haar grote liefde voor Jezus, was reuze spannend. Zo is zij zelfs tot een genrestuk geworden met de titel: de boetvaardige Magdalena. Vanaf Titiaan is de smachtend-boetvaardig opwaarts gerichte blik, de bijna (of helemaal) ontblote borst standaard. Zij zit vaak in een grot, meestal met een vanitas-symbool erbij: minimaal een doodshoofd.

Voeg daarbij de lovende en beschermende woorden van Jezus tot de anonieme zondares, dat zij 'veel heeft liefgehad', en de woorden tot Maria van Bethanië dat overal waar het evangelie van Christus zou worden verteld, zij ook genoemd zou worden — omdat zij van tevoren verstaan heeft wat het einddoel van zijn missie zou zijn, misschien wel omdat zij eerst, zittend aan Jezus' voeten, goed heeft geluisterd naar Jezus' woorden (Lukas 10:38-42) — ja dat zij rond Passie en Pasen niet van Jezus' zijde is geweken en zo tot eerstelinge onder de Paasgetuigen is uitverkoren, apostel der apostelen... en je begrijpt waarom Duby van een geniale vondst sprak.

Deze dubbelheid maakt Maria tot een bijzondere vrouw en is ook de invalspoort voor veel dubbelzinnigheid. Met haar dacht bijvoorbeeld de mannenkerk de verleidelijke vrouw te kunnen classeren, de 'zinnelijkheid' te benoemen èn te kanaliseren. Dat lukte natuurlijk niet. Je kunt dat perfect zien in de beeldende kunsten die zich op Maria Magdalena stortten. Natuurlijk schilderen zij haar als voorbeeld van een gevallen vrouw, maar zoals zovele schilderingen van het kwaad werken die averechts. Veel boetvaardige Magdalena's zijn zo verleidelijk geschilderd of gebeeldhouwd, dat zij de beschouwer eerder op gedachten brengen dan ze ervan afhelpen. Een lot dat ook de verering voor de altijd kuise maagd Maria niet is gespaard gebleven — maar dit allemaal geheel terzijde.

Maria de Egyptische

Maria van Egypte als kluizenares in de woestijn
Maria van Egypte
Maria van Egypte en abt Zosimus, verluchte initiaal in beeld

Op dit punt komt nog een vierde vrouw het beeld van Maria Magdalena completeren: de ascete Maria van Egypte (legende bekend sinds de 7de eeuw). Deze dame zou 30 jaar lang in de woestijn in een grot hebben doorgebracht als heremiet, kluizenares. Zij was een prostituee geweest, die ooit scheep was gegaan naar Jeruzalem om tijdens de Goede Week de kruisverheffing mee te maken — ze betaalde de overtocht met haar lichaam. Toen ze echter de kerk (de Grafkerk, met het heilig kruis) wilde binnengaan, hield iets haar tegen, letterlijk. Wat ze ook probeerde, ze geraakte niet binnen.

"Zodra mijn voet de drempel aanraakte, waarover de anderen de kerk ingingen zonder enige hindernis tegen te komen, leek het alsof de kerk mij als enige niet wilde ontvangen. Het was alsof er een troep soldaten stond opgesteld om mij de toegang te verhinderen. Weer werd ik door dezelfde wonderbare kracht buitengesloten en weer vond ik mezelf terug op de binnenplaats. Ik probeerde het nog drie of vier keer, maar toen was ik uitgeput en had ik geen kracht meer om te duwen en teruggeduwd te worden. Ik trok me terug en ging in een hoek van de binnenplaats staan, nauwelijks in staat te begrijpen waarom ik verhinderd werd het levenschenkende Kruis te zien, toen plotseling een reddende gedachte mijn ogen en hart zachtjes aanraakte en mij onthulde dat het mijn onreine leven was wat de toegang voor mij afsloot. Ik begon te huilen en te weeklagen en op mijn borst te slaan, en te zuchten vanuit het diepst van mijn hart. Terwijl ik zo stond te huilen, zag ik boven me een icoon van de heilige moeder Gods, en me tot haar wendend met mijn lichamelijke en geestelijke ogen..."

Voor het hele verhaal, zie de links onderaan.

Ze begreep dat ze zich bekeren moest en boete doen, en dankzij de voorspraak van Maria de moeder Gods heeft ze de kerk mogen ingaan. Daarna kreeg ze de opdracht om de Jordaan over te steken en in de woestijn haar levensweg verder te zoeken. Drie broden kocht ze, en ze vertrok. In de woestijn overleefde ze 30 jaar van planten en bestreed en overwon de begeerten van haar mooie, maar zondige lichaam, tot er geen schoonheid meer over was. Ze was gans zwart door zonnebrand. Niemand wist van haar bestaan. Toen kreeg vader Zosimus de opdracht naar het Jordaanklooster te gaan. Tijdens de grote vasten in de woestijn ontmoette hij de vrouw. Om haar naaktheid te bedekken gaf hij haar zijn mantel. En terwijl zij baden, zag hij vol aanbidding hoe zij leviteerde. Op Witte Donderdag keerde hij terug en zij "communiceerden". Een jaar later keerde hij weer: hij vond haar, overleden, maar niet vergaan. Hij moest haar begraven, maar had geen schop of spade bij zich. Een leeuw verscheen en groef met z'n klauwen haar graf.

Maria Magdalena, deze fusie van vier vrouwen, is nu helemaal klaar om haar carrière te beginnen. Vreemd is nog slechts het vertrekpunt: niet Palestina, niet Efeze, maar het zuiden van Frankrijk, in de Provence, vlakbij Marseille. Daar wijst men u namelijk een grot aan in de bergwand, waar Maria zou hebben vertoefd en zou zijn gestorven: het Massif de la Sainte-Baume ("baume" = provençaals voor "grot"). Hoe komt zij — volgens eerdere legenden gestorven nabij Efeze en later overgebracht naar Constantinopel — nu in vredesnaam in de Provence terecht? En nog vreemder: in Vézelay?

Maria de Marseillaise

Het massief van de heilige grot, Sainte-Baume
Het massief van de heilige grot (Sainte-Baume)
Maria landt met Martha en Lazarus bij Marseille in beeld

Grenzenloos is het middeleeuwse legendarisch vermogen. Zij was — zo vertelt de Legenda Aurea — samen met haar broer (Lazarus) en haar zus (Martha), en vergezeld van een Romeinse jongeling Maximinus, door een groep onbekeerlijke heidenen in een bootje gezet en uitgezet op zee. Volgens sommigen was ook Maria Jacobae erbij. Dit scheepje is vervolgens op wonderbaarlijke wijze (zonder zeil en roer!) de hele Middellandse Zee overgestoken en gestrand in Zuid-Frankrijk. In Les-Saintes-Maries-de-la-Mer — inderdaad, het religieus festival van de Roma — zette het illustere gezelschap voet aan wal. De verborgen bedoeling van de reis was blijkbaar evangelisatie. Maria richtte haar apostolaat ('een vrouw in het predikambt') vooral op de inwoners van de naburige stad, Marseille. Na de tegenstand van het vorstenpaar te hebben overwonnen — onder andere door een draak te doden — bekeerde zich heel Marseille en koos Lazarus tot eerste bisschop (St. Lazare). Maximinus werd bisschop van Aix-en-Provence (St. Maximin) en Martha bekeerde Tarascon.

Na zich nog in het bijzonder te hebben ingezet voor de vrijlating van gevangenen (was zij zelf ook niet bevrijd van 7 boze geesten, die haar boeiden?!) trok zij zich vrijwillig terug in een grot om haar zonden nog verder uit te boeten. Ze wil de wereld verzaken en de hemel winnen, al verstervend een eeuwig leven beërven.

Riemenschneider: Maria Magdalena omringd door engelen in beeld

Deze legende mengt zich met die van Maria van Egypte. Elke dag — zo wil de legende — kwamen engelen uit de hemel om haar te voeden met hemelse spijs en drank. Op veel schilderijen zien wij Maria Magdalena gehuld in heur haar, gezeten in een grot. Een kruikje olie heeft ze bij zich en vaak staart ze naar een 'doodshoofd', een schedel: aloud symbool van de vergankelijkheid van al het aardse ('vanitas'-motief), bezit èn schoonheid. Ook de eventueel verstrooide sieraden en andere attributen waarmee een vrouw zich mooi maakt, of tegen de vergankelijkheid verweert, onderlijnen ditzelfde motief. Afin: de zalfolie die de echte Maria gebruikte was tenslotte parfum. Iconografisch het meest opvallend is de invloed van de legende van Maria de Egyptische, wanneer Maria Magdalena wordt geacht ten hemel te zijn opgenomen om daar te eten en te drinken.

Eén variant van de legende weet zelfs te melden dat na een wuft werelds leven de Egyptische Maria zichzelf heeft laten straffen door geheel en al onaantrekkelijk te worden. Dit was niet zo simpel bij zo'n mooie vrouw. De oplossing die gevonden wordt, is dat ze niet alleen weelderige haargroei op haar hoofd krijgt, maar dat zij over haar hele lichaam met haar bedekt wordt, iets wat de attractiviteit inderdaad vermindert. Zelfs dit motief is in de Magdalena-iconografie terug te vinden, op één van de afbeeldingen van de tenhemelopneming en de communie-ontvangst.

lees verder onder de afbeelding

altaar Maria Magdalena

Maria-Magdalena-Retabel in de Pfarrkirche in Tiefenbronn (gesloten). De scenes uit het artikel (Voetwassing, Marseille, Egyptische zijn alle verbeeld)

 

Maria in Bourgondië

Rond deze Maria ontstaat rond het midden van de 11de eeuw in Frankrijk een echte hype, als de abt van het klooster van Vézelay (in 860 gesticht ter ere van Maria Magdalena) claimt dat de beenderen van Maria in werkelijkheid dáár begraven zouden liggen, onder de kerk (de Ste. Madeleine). Een monnik zou ze uit de Provence hebben gestolen — of gesmokkeld, hierover verschilt men van mening — om ze uit handen van de Saracenen te redden. In 1058 wordt door paus Stefanus IX een pelgrimsprivilege aan dit klooster geschonken en het kleine dorpje Vézelay wordt vervolgens overrompeld door talrijke pelgrims, waaronder opvallend veel vrijgelaten gevangenen. Van hun boeien wordt zelfs een ketting gesmeed die het hele koorhek omspant. Een nieuwe kerk wordt gebouwd.

Als enkele eeuwen later de twijfels over de waarheid van deze beendersmokkel groot worden, worden ze als bij toeval in 1265 'ontdekt' onder het hoogaltaar. Het is echter tevergeefs. In 1295 worden in St. Maximin in de Provence óók de beenderen van Maria ontdekt. Paus Bonifatius erkent díe beenderen. Logisch, 't is ook vlakbij de grot Sainte-Baume, waar Maria zich zou hebben verborgen tot haar dood. Vervolgens is het snel gedaan met Vézelay.

...maar niet met Maria Magdalena. Zij immers heeft inmiddels haar eigen plaats op de kerkelijke kalender verworven: 22 juli, en maakt inmiddels deel uit van het collectieve geheugen van West-Europa. U hoeft er de taal (Magdalenism is oud-Engels voor prostitutie, een 'magdalenarium' is een tehuis voor gevallen vrouwen en meisjes, etc.) en de vele 'Jezus-films' maar op na te zien en u weet wel wat ik bedoel. Maria Magdalena, zowel in haar bijbelse als in haar legendarische gestalte, is en blijft een belangrijke identificatiefiguur voor feministisch georiënteerde theologes en romanciers, getuige bijvoorbeeld het boek van Luise Rinser (Maria Magdalena) uit 1983.

Maria Magdalena vandaag

Tenslotte: deze complexe vrouwspersoon, of ze nu 1 is of 3 (of 4) — dat doet er niet zoveel toe — is inderdaad verbonden met een aantal zeer wezenlijke zaken van het christelijk geloof.

Zij zet in Lukas 7 het thema liefde op de agenda, en wel op een zo emotionele en lichamelijke wijze, zo concreet, dat Simon de Farizeeër namens de hele beschaafde wereld roept: dat is ongepast, ongehoord!

In Johannes 12 stelt zij vanuit diezelfde liefde de hele rekenende en berekenende menselijke samenleving onder kritiek, door een compleet vermogen te verspillen om Jezus te zalven. En passant komt naar aanleiding van haar verspilling ook de sociale (on)rechtvaardigheid in een vreemd licht te staan. Het is ongepast, ongehoord!, roept Judas namens alle volgelingen van Jezus.

En in Johannes 20 gooit ze opnieuw vanuit diezelfde liefde — maar nu van de overkant — de enige zekerheid die er in dit leven is overhoop, met de boodschap dat het graf leeg zou zijn, ja dat Jezus verrezen zou zijn: zotteklap, vrouwenpraat, dat is ongepast, ongehoord, roepen de apostelen in koor, want dood is 'dood', dat weet toch iedereen.

Die Maria toch... Afin: hoeren en tollenaren zullen u voorgaan in het koninkrijk der hemelen, zei Jezus al. Liefdevolle ogen zijn niet blind, maar zien verder dan de ogen van het verstand; het hart heeft zijn redenen, die de rede niet kent. Als men het onmogelijke niet hoopt, zal men het nooit leren kennen, zei Heraclitus al. Maria Magdalena belichaamt als geen ander deze wijze van 'kennen', dat wil zeggen van geloven, hopen en liefhebben.

Toegift

Door de thriller van Dan Brown, de Da Vinci Code, is Maria Magdalena populairder dan ooit. Mooi zo!

Als cultuurhistorisch geïnteresseerde leek houd ik mij op deze pagina echter niet bezig met de vraag of Maria van Magdala met Jezus getrouwd zou zijn geweest, laat staan of ze kinderen gehad zouden hebben. Dat zijn namelijk hypotheses die buiten het domein van de wetenschap vallen. Historisch is het enkel verantwoord om te zeggen dat:

  1. Jezus een door en door Joodse rabbi was;
  2. Joodse rabbi's gewoonlijk gehuwd waren;
  3. Maria van Magdala verknocht was aan deze rabbi en met hem optrok; en
  4. dat ze in de kring van volgelingen een voorname plaats innam.

Dit is het maximum dat je op grond van de oudste bronnen die we hebben kunt zeggen — de bijbelse evangelieverhalen, die altijd nog een halve eeuw ouder zijn dan de buitenbijbelse evangelie-overleveringen.

The rest is phantasy en... die Gedanken sind frei.

De kerk heeft er het zijne mee gedaan (dat kunt u hierboven lezen) en buiten de kerk heeft men er ook het zijne mee gedaan (lees Dan Brown).

Maria zelf zit in de hemel en lacht...

Bronvermelding