



|
|
De populariteit van een gevallen vrouw
over
Maria Magdalena in de verbeelding van de kerk:
fusie van 3 (of zelfs 4) personen)
de bijbehorende plaatjes staan op een
aparte pagina, die u gaandeweg het artikel via hyperlinks kunt
bezoeken in de vorm van madeleinekes:

Wij weten van de vrouw Maria Magdalena zo goed als
niets, behalve dat zij (1) Jezus is gevolgd vanuit Galilea naar
Jeruzalem (na een 'bevrijdingservaring': Lukas 8:2); (2) dat zij
bij hem is gebleven tot het laatst en dus aanwezig was bij de
kruisiging, bij de kruisafneming en de graflegging; (3) dat haar
naam in alle evangelieën als eerste valt als het Pasen wordt.
Als volgelinge van Jezus wordt zij de oergetuige van Pasen en de
apostel der apostelen.
Over een eventueel verleden als prostituée wordt niet gesproken
en van een zalving met olie (door háár!) wordt niet gerept.
Haar afkomst en verdere levensloop blijven m.a.w. in het
ongewisse. Heel oude tradities wijzen haar graf aan in Efeze.
Waarom is 'La Madeleine' dan tot prototype van de boetvaardige
zondares geworden; Waarom wordt zij zo vaak in een grot
afgebeeld, naakt en met extreem lange haren; Hoe komt dat flesje
zalfolie (of is het parfum? ) bij haar ? Het antwoord is simpel:
Het beeld van Maria Magdalena in de kerkelijke traditie is een
complexe voorstelling, letterlijk: een samengesteld portret. Zij
is de fusie van drie bijbelse vrouwen, later nog
aangevuld met een buitenbijbelse kluizenares.
De drie bijbelse vrouwen zijn:
1. Maria Magdalena (=
van Magdala, El Mejdel, een welvarend stadje aan het
meer van Galilea, legendarisch [de vraag is: vóór of ná de
Marialegende?] vanwege de losse omgangsvormen die daar
gebruikelijk zouden zijn geweest. Magdala is door de Romeinen
verwoest in 75 nChr. Zeer levensecht wordt deze vrouw neergezet
door Johannes, wanneer hij haar op de Paasmorgen voor dag en dauw
laat rondzwerven in de graftuin, hartstochtelijk op zoek naar 'haar
heer', wenend. Als zij hem gevonden heeft, vliegt ze hem om de
nek (of valt hem te voet, net zo u wilt), waarop Jezus de
beroemde woorden uitspreekt: Noli me tangere ! (maar dan
in het Aramees natuurlijk, wat in beide gevallen zeggen wil: Houd
mij niet vast of Raak mij niet aan. Daarover zijn
de geleerden het nog niet eens). Deze scène is sinds de
Middeleeuwen een vast onderdeel op afbeeldingen van de Opstanding.
2. Een 'zondares' die ooit - tijdens een deftig diner' kwam binnengestormd,
Jezus' voeten kuste, met haar haren afdroogde en daarna zalfde.
Lukas vertelt dit verhaal in hoofdstuk 7; daar valt ook de term 'zondares'
. In de discussie die daarop - in het eerbiedwaardige
mannengezelschap - volgt, neemt Jezus haar in bescherming tegen
de kritiek van de gastheer. Dat zij een prostituée was, wordt
niet met zoveel woorden gezegd, maar de term 'zondares' en
haar loshangende haren suggereren dat wel. Na een
gelijkenis over schuldvergeving spreekt Jezus de van betekenis
zwangere woorden: "Haar zonden zijn haar vergeven, al
waren zij vele, want zij betoonde veel liefde." (Even
tussen haakjes: natuurlijk verwijst Jezus hier nìet naar haar
praktijk als prostituée, want prostitutie heeft niets met liefde
te maken). Belangrijk nu is, dat vier zinnen later de
naam van Maria van Magdala valt als één van de vrouwen die
Jezus volgde en diende met al wat zij bezat. De vereenzelviging
van vrouw 1 en vrouw 2 is nabij. Zowel de Oosterse als Westerse
kerk hebben deze voltrokken.
3. Maria van Bethanië (die aan Jezus' voeten zat om de woorden van haar 'rabbi'
te 'leren'), de zus van Lazarus en Martha zalft in het evangelie
van Johannes (hoofdstuk 12) op bijna indentieke wijze Jezus'
voeten als de zondares in Lukas 7. Ook zij droogt ze met heur
haren af. Een identificatie van vrouw 2 en vrouw 3 (en via vrouw
2 dus ook met vrouw 1) is volgens de uiteenlopende chronologie en
geografie van de evangeliën onmogelijk, maar literair zeer
verleidelijk. . De oosterse kerk heeft het nooit gedaan. Zij blijft Maria van Bethanië en Maria van Magdala onderscheiden; in de Westerse kerk daarentegen heeft Gregorius de Grote in de 6de eeuw in een beroemde preek over Maria Magdalena deze identificatie zo grondig voltrokken, dat eerst in de 16de eeuw (humanisme en reformatie) deze beide weer uit elkaar gehaald konden worden (m.n. Jacques Lefèvre d'Etaples: De Maria Magdalena et triduo Christi disceptatio, 1517 geschreven en the talk of the town tot ver in 1519).
"Met het parfum dat eens op schandelijke wijze haar eigen lichaam deed geuren, zalfde ze nu de voeten van de Heer; haar ogen die eens wereldse zaken aanschouwden, vulden zich nu met tranen van boete; met het haar dat voordien in dienst stond van haar aantrekkelijkheid, worden nu de voeten van de Heer gedroogd; van haar lippen kwamen voorheen overmoedige woorden van trots, nu kussen diezelfde lippen de voeten van de Heer." (Gregorius de Grote over Maria Magdalena)
Het resultaat was dat de vrome Maria (die het beste deel heeft gekozen, zat aan Jezus voeten), dus een "verleden" heeft gekregen, en niet zo'n best. De 7 boze geesten werden al snel gelijk gesteld met de 7 hoofdzonden. de "oude" Maria was dus een rijke, begeerlijke, begerige, trotse en hoogmoedige vrouw... Sommige schilderijen (zoals deze van Caravaggio) beelden dan ook scènes af uit die periode, waarin Martha haar zus vermaant als ze weer teveel in de spiegel heeft gekeken.
De bekende
franse historicus Georges Duby aarzelt niet om de fusie van
deze drie vrouwengestalten een geniale vondst van de Latijnse
kerkvaders te noemen. Het (imaginaire) vrouwenportret dat zo
ontstaat is immers zo ongelooflijk rijk, dat zij één van de
invloedrijkste vrouwspersonen van de Europese geschiedenis is
geworden. Als complement van de altijd kuise moeder-maagd
Maria beeldt deze complexe persoon een heel stuk van de visie
van de kerk op de 'vrouw' en het 'vrouwelijke' uit. 
Boetvaardige zondares
Maria Magdalena's (als zodanig 'samengestelde
vrouw') heeft immers dit ongelooflijk sterke punt dat zij a.h.w.
aanschouwelijk onderwijs gaf op het terrein van sexualiteit
en zonde. Zij riep het 'het verbodene' op en bezweerde
het tegelijk. Daar zijn haar tranen, daar zijn heur haren, daar
is de geur van de kostbare nardusmirre. Zij is volkomen fysiek,
zij is 100% een vrouw. Haar 'verleden' als prostituée (officieel
veroordelenswaardig), gecombineerd met haar grote liefde voor
Jezus was reuze spannend. Zo is zij zelfs tot een genrestuk
geworden met de titel: de boetvaardige Magdalena.
Vanaf Titiaan is de smachtend-boetvaardig opwaarts gerichte blik,
de bijna (of helemaal) ontblote borst standaard. Zij zit vaak in
een grot, meestal met een vanitas-symbool erbij: minimaal een doodshoofd.

Voeg daarbij de lovende en beschermende woorden van Jezus tot
de anonieme zondares, dat zij 'veel
heeft liefgehad' en de woorden tot Maria van Bethanië dat overal
waar het evangelie van Christus zou worden verteld, zij ook
genoemd zou worden (omdat zij van te voren verstaan heeft
wat het einddoel van zijn missie zou zijn (misschien wel omdat
zij eerst zittend aan Jezus' voeten, goed heeft geluisterd naar
Jezus'woorden > Lukas 10:38-42), ja dat zij rond Passie en
Pasen niet van Jezus' zijde is geweken en zo tot eerstelinge
onder de Paasgetuigen is uitverkoren, apostel der apostelen... en
je begrijpt waarom Duby van een geniale vondst sprak.
Deze dubbelheid maakt Maria tot een bijzondere vrouw en
is ook de invalspoort voor veel dubbelzinnigheid. Met haar dacht
bijv. de mannenkerk de verleidelijke vrouw te kunnen
classeren, de 'zinnelijkheid' te benoemen èn te kanaliseren. Dat
lukte natuurlijk niet altijd even goed. Je kunt dat ook perfect
zien in de beeldende kunsten, die zich op Maria Magdalena
stortten. Natuurlijk schilderen zij haar als voorbeeld van een gevallen
vrouw, maar zoals zovele schilderingen van het kwaad werken
die averechts. Veel boetvaardige Magdalenas zijn zo
verleidelijk geschilderd of gebeeldhouwd, dat zij de beschouwers
eerder op gedachten brengt dan ze ervan afhelpt. Een lot dat ook
de verering voor de altijd kuise maagd Maria niet is gespaard
gebleven, maar dit geheel terzijde.

Maria de Egyptische
Op dit punt komt nog een vierde vrouw het beeld van Maria
Magdalena completeren: de ascete Maria van Egypte (legende bekend sinds 7de eeuw). Deze dame zou 30 jaar lang in de woestijn in een grot hebben doorgebracht als heremiet, kluizenares. Zij was een prostituée geweest, die ooit scheep was gegaan naar Jeruzalem om tijdens de Goede Week de kruisverheffing mee te maken. Toen ze echter de kerk (de Grafkerk, met het heilig kruis) wilde binnengaan hield iets haar tegen, letterlijk. Wat ze ook probeerde ze geraakte niet binnen.
"Zodra mijn voet de drempel aanraakte, waarover de anderen de kerk ingingen zonder enige hindernis tegen te komen, leek het alsof de kerk mij als enige niet wilde ontvangen. Het was alsof er een troep soldaten stond opgesteld om mij de toegang te verhinderen. Weer werd ik door dezelfde wonderbare kracht buitengesloten en weer vond ik mezelf terug op de binnenplaats. Ik probeerde het nog drie of vier keer, maar toen was ik uitgeput en had ik geen kracht meer om te duwen en teruggeduwd te worden. Ik trok me terug en ging in een hoek van de binnenplaats staan, nauwelijks in staat te begrijpen waarom ik verhinderd werd het levenschenkende Kruis te zien, toen plotseling een reddende gedachte mijn ogen en hart zachtjes aanraakte en mij onthulde dat het mijn onreine leven was wat de toegang voor mij afsloot. Ik begon te huilen en te weeklagen en op mijn borst te slaan, en te zuchten vanuit het diepst van mijn hart. Terwijl ik zo stond te huilen, zag ik boven me een icoon van de heilige moeder Gods, en me tot haar wendend met mijn lichamelijke en geestelijke ogen..." (voor het hele verhaal zie de link)
Ze begreep dat ze zich bekeren moest en boete doen en dankzij de voorspraak van Maria de moeder Gods heeft ze de kerk mogen ingaan. Daarna kreeg ze de opdracht om de Jordaan over te steken en in de woestijn haar levensweg verder te zoeken. Drie broden kocht ze en ze vertrok. In de woestijn leefde ze van 17/47 jaar van de drie broden en bestreed en overwon de begeerten van haar mooie, maar zondige lichaam, tot er geen schoonheid
meer over was. Niemand wist van haar bestaan. Toen kreeg vader Zosimus de opdracht naar het Jordaanklooster te gaan. Tijdens de grote vasten in de woestijn ontmoette hij de vrouw. Om haar naaktheid te bedekken gaf hij haar zijn mantel. En terwijl zij baden, zag hij vol aanbidding, hoe zij leviteerde. Op witte donderdag keerde hij terug en zij "communiceerden". Een jaar later keerde hij weer: hij vond haar, overleden, maar niet vergaan. Hij moest haar begraven, maar had geen schop of spade bij zich. Een leeuw verscheen en groef met z'n klauwen haar graf.
Maria Magdalena,
deze fusie van 4 vrouwen, is nu helemaal klaar om haar carrière
te beginnen. Vreemd is nog slechts het vertrekpunt: niet
Palestina, niet Efeze, maar het zuiden van Frankrijk, in de
Provence, vlakbij Marseille. Daar wijst men u namelijk een
grot aan in de bergwand, waar Maria zou hebben
vertoefd en zou zijn gestorven: het Massif de la Sainte-Baume ("baume" =
provençaals voor "grot"). Hoe komt zij (volgens eerdere legenden
gestorven nabij Efeze en later overgebracht naar
Constantinopel) nu in vredesnaam in de Provence terecht ?
Maria de Marseillaise
Grenzenloos is
het Middeleeuwse legendarisch vermogen. Zij was - zo vertelt de Legenda
Aurea samen met haar broer (Lazarus) en haar zus (Martha) en
vergezeld van een Romeinse jongeling Maximinus door de apostel
Petrus op een bootje gezet. Volgens sommigen was ook nog Maria Jacobae
erbij. Dit scheepje is vervolgens
op
wonderbaarlijke wijze (zonder zeil en roer!) de hele
Middellandse Zee overgestoken en gestrand in Zuid Frankrijk.
In Les-Saintes-Maries-de-la-Mer (inderdaad het religieus festival van de
Roma, de zigeuners) zette het illustere
gezelschap voet aan wal.
De bedoeling van de reis was
evangelisatie. Maria richtte haar apostolaat vooral op de
inwoners naburige stad, Marseille. Na de tegenstand van het
vorstenpaar te hebben overwonnen (onder andere door een draak te doden) bekeerde zich heel Marseille en
koos Lazarus tot eerste bisschop (St. Lazaire). Maximinus werd
bisschop van van Aix-en-Provence (St. Maximin) en Martha bekeerde
Tarascon. Na zich nog in het bijzonder te hebben ingezet voor de
vrijlating van gevangenen (Was zij zelf ook niet bevrijd van 7
boze geesten, die haar boeiden?!) trok zij zich vrijwillig terug in een grot om haar zonden nog verder uit te boeten. Ze wil de wereld
verzaken en de hemel winnen, al verstervend een eeuwig leven beërven. Deze legende mengt zich met die van Maria van Egypte. Elke dag - zo wil de legende - kwamen engelen uit de hemel om haar te voeden met hemelse spijs en drank. Op veel
schilderijen zien wij Maria Magdalena gehuld in heur haar,
gezeten in een grot. Een kruikje olie heeft ze bij zich en vaak
staart ze naar een 'doodshoofd', een schedel: aloud symbool van
de vergankelijkheid van al het aardse ('vanitas-motief), bezit èn
schoonheid. Ook de eventueel verstrooide sieraden en andere
attributen waarmee een vrouw zich mooi maakt, of tegen de
vergankelijkheid verweert, onderlijnen ditzelfde motief. Afin: de
zalfolie die de echte Maria gebruikte was tenslotte parfum. Iconografisch het meest opvallend is de invloed van de legende
van Maria de Egyptische, wanneer Maria Magdalena wordt geacht ten
hemel te zijn opgenomen om daar te communiceren.
 Eén variant van
de legende weet zelfs te melden, dat na een wuft werelds leven de
Egyptische Maria zichzelf heeft laten straffen door geheel en al
onaantrekkelijk te worden. Dit was niet zo simpel bij zo'n mooie
vrouw. De oplossing die gevonden wordt, is dat ze niet alleen
weelderige haargroei op haar hoofd krijgt, maar dat zij over
haar hele lichaam met haar bedekt wordt, iets wat de
attractiviteit inderdaad vermindert. Zelfs dit motief is in de
Magdalena-iconografie terug te vinden op één van de
afbeeldingen van de tenhemelopneming en de communie-ontvangst.

Rond deze Maria ontstaat rond het midden van de 11de eeuw in
Frankrijk een echte hype, als de abt van het klooster van Vézelay
(in 860 gesticht ter ere van Maria Magdalena) claimt dat de
beenderen van Maria in werkelijkheid dáár begraven zouden
liggen onder de kerk (de Ste. Madeleine). Een monnik zou ze uit
de Provence hebben gestolen (of gesmokkeld, hierover verschilt
men van mening) om ze uit handen van de Saracenen te redden. In
1058 wordt door paus Stefanus IX een pelgrimsprivilege aan dit
klooster geschonken en het kleine dorpje Vézelay wordt
vervolgens overrompeld door talrijke pelgrims, waaronder
opvallend veel vrijgelaten gevangenen (van hun boeien wordt zelfs
een ketting gesmeed die het hele koorhek omspant). Een nieuwe
kerk wordt gebouwd.
Als enkele eeuwen later de twijfels over de waarheid van deze
beendersmokkel groot wordt, worden ze als bij toeval in 1265 'ontdekt'
onder het hoogaltaar. Het is echter tevergeefs. In 1295 worden in St Maximin de Provence ook de beenderen van Maria
ontdekt. Paus Bonifatius echt die beenderen. Logisch, 't is ook
vlakbij de grot Sainte Baume, waar Maria zich zou hebben
verborgen tot haar dood. Vervolgens is het snel gedaan met Vézelay..
...maar niet
met Maria Magdalena. Zij immers heeft inmiddels haar eigen
plaats op de kerkelijke kalender verworven: 22 juli en maakt
inmiddels deel uit van het collectieve geheugen van West-Europa.
U hoeft er de taal (Magdalenism is oud-Engels voor
prostitutie, een 'magdalenarium' is een tehuis voor gevallen
vrouwen en meisjes, etc...) en de vele 'Jezus-films' maar op
na te zien en u weet wel wat ik bedoel. Maria Magdalena,
zowel in haar bijbelse als in haar legendarische gestalte is
en blijft een belangrijke identificatie-figuur voor
feministisch geöriënteerde theologes en romanciers, getuige
bijv. het boek van Luise Rinser (Maria Magdalena) uit 1983.

Tenslotte: Deze complexe vrouwspersoon, of ze nu 1 is of 3 (of
4), dat doet er niet zoveel toe, is inderdaad verbonden met een
aantal zeer wezenlijke zaken van het christelijk geloof.
Zij zet in Lukas 7 het thema liefde op de
agenda en wel op een zo emotionele en lichamelijke wijze dat,
zo concreet, dat Simon de Farizeeër namens de hele
beschaafde wereld roept: Dat is ongepast, ongehoord!
In Johannes 12 stelt zij vanuit diezelfde
liefde de hele rekende en berekenende menselijke samenleving
onder kritiek, door een compleet vermogen te verspillen om Jezus
te zalven. En passant komt naar aanleiding van haar verspilling
ook de sociale (on)rechtvaardigheid in een vreemd licht te staan. Het is ongepast, ongehoord !, roept Judas namens alle
volgelingen van Jezus.
En in Johannes 20 gooit ze opnieuw vanuit
diezelfde liefde (maar nu van de overkant) de enige zekerheid die
er in dit leven is overhoop met de boodschap dat het graf leeg
zou zijn, ja dat Jezus verrezen zou zijn: zotteklap, vrouwenpraat, dat is ongepast, ongehoord, roepen de apostelen in koor,
want dood is 'dood', dat weet toch iedereen.
Die Maria toch...afin: hoeren en tollenaren zullen u
voorgaan in het koninkrijk der hemelen, zei Jezus al.
Liefdevolle ogen zijn niet blind, maar zien verder dan de ogen
van het verstand; het hart heeft zijn redenen, die de rede niet
kent. Als men het onmogelijke niet hoopt, zal men het nooit leren
kennen, zei Heraclitus al. Maria Magdalena belichaamt als geen
ander deze wijze van 'kennen', d.w.z. van geloven, hopen en
liefhebben.
ds. Dick Wursten
--------
toegift
Door de thriller
van Dan Brown, de Da Vinci code is Maria Magdalena populairder
dan ooit. Mooi zo!
Als
cultuur-historisch geïnteresseerde leek houd ik mij op deze pagina
echter niet bezig met de vraag of Maria van Magdala met Jezus
getrouwd zou zijn geweest, laat staan of ze kinderen gehad zouden
hebben. Dat zijn namelijk hypotheses, die buiten het domein van de
wetenschap vallen.
Historisch is het enkel verantwoord om te zeggen dat:
- Jezus een
door en dood Joodse rabbi was en dat
- Maria van
Magdala verknocht was aan deze rabbi en met hem optrok en
- dat ze in
de kring van volgelingen een voorname plaats innam.
Dit is het
maximum dat je op grond van de oudste bronnen die we hebben
(= de bijbelse evangelieverhalen die altijd nog een halve eeuw ouder
zijn dan de buitenbijbelse evangelie-overleveringen) kunt zeggen.
The rest is phantasy
en... die Gedanken sind frei.
De kerk heeft er
het zijne mee gedaan (dat kunt u hierboven lezen) en buiten de kerk
heeft men er ook het zijne mee gedaan (lees Dan Brown).
Maria zelf
zit in de hemel en lacht...

bronvermelding:
- Susan Haskins, Mary Magdalen. Myth and Metaphor, Harper
Collins, London
- Eve Duperray, éd. Marie Madeleine dans la mystique,
les arts et les lettres, actes du colloque international,
Avignon 20-21-22 juillet 1988, Beauchesne, Paris,
1988 (citaat van George Duby uit het voorwoord)
- Jan van Laarhoven, De beeldtaal van de christelijke
kunst, Sun, Nijmegen 1992
- Louis Goosen, Van Andreas tot Zacheüs, Sun,
Nijmegen 1992
links:
|