Saul slaapt in de grot...

[up] [home]

Saul is zo diep in het wantrouwen en de angst weggezonken, dat hij zijn woede koelt op een ieder die maar iets met David uitstaans heeft. Jonathan wordt beschuldigd van hoogverraad, omdat hij bevriend is met David. Davids familie moet uitwijken naar het buitenland, omdat ze in Israel niet veilig meer zijn. De priesters van Nob worden op Sauls bevel omgebracht enkel omdat ze David brood hebben gegeven terwijl hij honger had. David moet zich tenslotte terugtrekken in de woestijn van Judea, overleven in spelonken en grotten. Om hem heen verzamelt zich als vanzelf een groepje "desperado's". Ze leven van wat de strooptochten door het omringende land opleveren. Als ons verhaal begint, bevindt David zich in de woestijn bij Engedi. Ideale schuilplaats voor outcasts en outlaws. Engedi ligt in de buurt van de dode zee: veel grotten(!), een oase vlakbij, èn netzo onherbergzaam en onbenaderbaar als het iets zuidelijker gelegen Massada, bekend van de Joodse opstand tegen de Romeinen. Daar heeft hij zich verborgen met een paar van z'n getrouwen, wachtend tot de kust weer veilig is...

1 Samuël 24: 1-20

Koning Saul , de man die David geen enkele ruimte gunde om te leven, die liever zijn legermacht samenbracht om hèm te achtervolgen dan de Filistijnen te bestrijden, die koning Saul, aartsvijand…. die koning Saul komt vandaag zomaar de grot binnengestapt waar David en zijn mannen zich verborgen hadden.  Hij legt zijn mantel af, schort zijn onderkleed op en hurkt neer om zijn behoefte te doen. En dat allemaal in het zicht van Davids mannen. Rembrandt die er een schilderij van maakte, laat buiten voor de grot een schildwacht staan, Sauls wapendrager, die heel discreet de andere kant opkijkt..

Daar achter in de grot gebaart al één van Davids mannen (hand naar de keel, oversnijden).
Een ander wijst naar zijn dolk en kijkt David vragend aan? Zal ik het doen?

Ik kan me dat best voorstellen. David, opgejaagd tot en met, heeft geen leven meer, hij niet, zijn familie niet, zijn makkers niet, niemand niet! Allemaal vanwege die man daar! En met één handeling kan hij daar een eind aan maken. Zijn makkers zullen het toejuichen, het volk zal het niet veroordelen. En de kans wordt hem op een presenteerblaadje aangeboden. Sterker nog: Zijn makkers zijn ervan overtuigd, dat Gòd hem deze kans aanbiedt... Dit is de dag zingen zij met psalm 118, dit is de dag die de HERE gemaakt heeft. Dit is de dag, dat God u uw vijand in uw hand geeft! Doe met hem wat u goed-dunkt. [NB: dit staat echt in de grondtekst].
Daar is geen speld tussen te krijgen. Eén en al schriftcitaat, is het wat deze theologische adviseur aan David voorhoudt.

Net als later ook eens gebeurt… ook in de woestijn: Jezus betreft het dan. De satan probeert met schriftcitaten Jezus in verzoeking te brengen. En net als Jezus, trapt David er niet in. Hij doet niet wat zijn makkers hem adviseren.

Dit is de dag niet ! En dat is niet wat hem 'goed-dunkt'...

Gemeente, hier ligt voor ons de eerste les al. Tekenen van God willen zien, hemelse aanwijzingen, goddelijke gelegenheden.... We moeten oppassen, kritisch durven zijn, zeker wanneer die tekenen òns goed uitkomen, té goed uitkomen.. zèlfkritisch dus. Grijp toch de kansen van God u gegeven . Zeker: maar wel alleen als je zeker weet dat ze je ècht van God gegeven zijn.  Buitenkansjes moeten we dat betreft wantrouwen. God is namelijk niet de 'grote gelegenheidgever'. God is niet gelijk aan het toeval-als-het-ons-eens-gunstig-gezind-is.

God is niet de voorzienigheid die ons op het juiste moment van kruiwagens, meevallers of wapens voorziet.

God heeft een veel kritischer aanwezigheid in ons leven. God stáát voor iets, nl. voor zìjn zeer eigen wijze van machtsuitoefening… Hij staat voor een heerschappij op grond van een welbepaald soort gerechtigheid…. Alles wat daarmee strookt, dat mogen we doen, sterker nog: dat moèten we doen...  Alles wat daarmee niet strookt, ookal komt het ons nog zo goed uit, doen wij beter niet, sterker nog: dat wordt ons verboden... Dat is niet altijd simpel, de verleiding is zo groot, ook voor David. Vers 6 bewaart de herinnering aan de diepte van de verzoeking waar David op dat moment doorheen is gegaan.

 

Daarna bonsde Davids hart, staat er, òmdat hij de slip van Sauls mantel had afgesneden....

 

Er waren mannen om hem heen, die maar één ding wilden,

er waren gedachten in zijn hoofd, die datzelfde wilden.

Er was zijn hart dat ertoe drong om dat ook te doen..., maar hij dééd het niet.

Hij sneed in plaats van Sauls keel over, een stukje van de mantel van Saul af...

 

Waarom doet hij dat ?

1. om een bewijsstuk te hebben, straks als hij Saul ter verantwoording roept.. Zeker, maar er is meer aan de hand:

2. Toen Samuël Saul moest mededelen, dat God hem verworpen had en het koningschap van zijn schouder zou nemen, toen greep Saul Samuël vast, wanhopig smekend, a.h.w., maar Samuël draaide zich om en liep weg en daarbij scheurde óók een stuk van Sauls mantel af.

 

Samuël maakt daar dan een profetie van: Zó zal ook het koningschap van Saul afgescheurd worden. Davids kleine daad herinnert – verhaaltechnisch – Saul aan dit beslissende moment. 3. Daar komt nog bij, dat het Sauls koningsmantel was. Zijn koninklijke waardigheid is hiermee aangetast. We moeten dus niet alleen van Davids terughoudendheid spreken, we kunnen hier evenzeer een daad zien, die Saul op z'n nummer zet, die Saul – letterlijk – in z'n hemd zèt! Hij vermoordt Saul niet, maar hij vernedert hem wel.

 

Hij beheerst zich, maar tegelijk manifesteert hij zich duidelijk.

Hij biedt weerstand aan de quasi-vrome praatjes van zijn vrienden. Hij wil geen 'gelegenheidssnapper' zijn, geen 'versierder', die in welk opzicht dan ook gebruik maakt van de gelegenheid, van buitenkansjes.

 

David handelt 'rechtvaardige' zegt Saul na afloop, rechtvaardiger dan hij zelf…. (v 18). En daarmee slaat Saul de spijker op z’n kop. Rechtvaardigheid: daar gaat het om. En dat heeft niets te maken met een 'heilig boontje' zijn of een flauwe idealist of een sentimentele dromer', neen: een rechtvaardige is de absoluut betrouwbare, die zich be-heerst, omdat hij weet dat hij een 'heer' heeft.

 

 

Hij doet de dingen die hij in een bepaalde situatie moet doen en hij laat de dingen, die daar niet in passen. Hij doet wat goed is in Gods ogen, en weet dat dat niet perse hetzelfde is als wat goed is in eigen ogen...

Een rechtvaardige kènt zijn plaats. En die is niet op Gods troon (zoals zijn mannen suggereren), maar die is ònder God. Hij eigent zich het koningschap niet toe. Hij wacht tegen de valse theologie van zijn vrienden in, tot Gods dag ècht aanbreekt en het hem geschonken zal worden. Niet met een gewelddaad, niet met een moord, hoezeer ook te billijken, wil hij dat ogenblik verhaasten.

 

Even terzijde: Hiermee heeft David zijn lijdenstijd wel met enkele jaren verlengd !

 

En toch zijn het preceis deze momenten, waarop David bewijst uit een ander hout gesneden te zijn dan Saul, waarop hij toont waarom God nou juist hèm verkoren heeft. Zijn antwoord ter rechtvaardiging van wat hij nìet gedaan heeft, luidde heel eenvoudig (vs7):

 

De HERE beware mij ervoor, dat ik aan mijn heer,

aan de gezalfde des Heren, dit zou doen,

dat ik mijn hand aan hem zou slaan

want hij is de gezalfde des HEREN....

 

David respecteert Gods initiatieven. Net als Jezus weigert hij een knieval voor het kwaad te doen en buigt liever onder Gods wil. Beiden wijzen ze de korte doorsteek naar de macht af. David en Davids Zoon, Jezus de Messias, ze lijken opnieuw op elkaar.

 

En – schiet me te binnen – als de mensen Jezus met geweld koning willen maken, dan tekent de evangelist Johannes aan:  Daar Jezus bemerkte, dat zij zouden komen en Hem met geweld meevoeren om Hem koning te maken, trok Hij Zich weder terug in het gebergte, geheel alleen.

 

 

De weg van de rechtvaardige kan niet verkort worden door een, zij het ook ogenschijnlijk kleine, ongerechtigheid. De weg naar een godewelgevallig koningschap loopt niet via geweld of toeval. Zij loopt – David getuigt het, Jezus bevestigt het – door het lijden heen. In Filippenzen 2:5 lezen we dan ook:

 

Laat die gezindheid bij u zijn, die ook in de Messias Jezus was, die... het godegelijk zijn niet als een 'privévoordeel’ (roof, buitenkansje) geacht heeft, maar die zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen...

 

Zo wordt wat David gedaan heeft nog duidelijker:

 

Mènsen, Adamskinderen, zij buiten buitenkansjes meestal uit. De toevalligheden van geboorte, afkomst, ras, rijkdom en intelligentie buiten zij uit. Dat kenmerkt mensen.

Christus heeft daarvan afgezien èn het was véél dat hij voor had: hij was gode-gelijk...

 

Ook David kàn weerstand bieden aan zijn behoefte om kort door te steken naar succes, om zijn verlangens onmiddellijk te bevredigen. Hij gaat een weg door de diepte heen...

Dat zulk een weg uiteindelijk veel verder omhoog leidt, dan de korte doorsteek, dat weet een gelovige. En deze verheffende kracht die in de weg door de diepte heen steekt, geldt niet alleen voor hemzelf, neen: het geheim van deze weg te kiezen is, dat daarin ook anderen meegenomen worden...

 

Wij zien het hier aan Saul. Immers het effect van zijn daad op Saul is ook opmerkelijk.

 

Davids verrassende gedrag schudt hem a.h.w. even wakker uit zijn vervolgingswaan. Even is hij bereikbaar, als mens... aanspreekbaar. De donkere wolken trekken op èn even wandelt hij weer in het licht.

Door zijn sparende daad verloste David hem – even – en slaagde erin tot hem door te dringen.

 

We bezien het nog even van wat dichrerbij:

Als Saul uit de grot is gegaan loopt David hem na, knielt voor hem neer, spreek hem aan met alle hem toekomende titels en bewijst hem koninklijke hulde.... noemt hem zelfs 'mijn vader'... Ongelooflijk

Saul is erdoor van zijn stuk gebracht, uit balans. En als hij dan ook nog verneemt, dat David hem had kunnen doden en het niet gedaan heeft..., dan breekt de ban waarin hij gevangen zat.

De hete kolen die David op zijn hoofd stapelt, doen het ijs smelten, dat zijn hart verkilde.. Hij wordt weer mens, deze geplaagde. Hij breekt in tranen uit, hij weent.

Dat bereikt David met zijn 'alternatief gedrag'.

 

Heel mooi is dit alles samengevat in de woorden die de schrijver Saul laat spreken in de verzen 18 - 20. Ik lees ze u voor in een eigen vertaling. En let u eens op het woord 'goed', of 'het goede'. Het komt 4 keer voor!

 

18 Saul zei tot David:

Gij zijt rechtvaardiger dan ik;

want gìj hebt mij goed gedaan

terwijl ìk u kwaad gedaan heb.

19 En gij hebt heden getoond

dàt gij mij goed doet,

want de HERE had mij in uw hand besloten,

en gij hebt mij niet omgebracht.

20 Als iemand zijn vijand gevonden heeft,

zal hij hem op een goede weg zenden?

De HERE nu schenke u volkomen het goede,

vanwege deze dag, die gij voor mij gemaakt hebt.

 

Het goede: David bewijst het Saul, hij toont het Saul, metterdaad. en dat alles, zo belijdt Saul doet hem echt goed... Om zulke zaken is David, die beslist geen heilige was, een man naar Gods hart, want zo wil God met ons handelen... ons 'goed doen', onze weg ten goede keren!

 

Tenslotte:

Davids mannen suggereerden in het begin: Dit is de dag die de HEER u geeft om uw vijand te doden..Doe met hem wat u goed-dunkt...

Welnu: David is op die suggestie ingegaan, alleen op een heel andere manier. Hij heeft gedaan wat hem goed-dacht...

Dat is: Saul sparen

Dat is: kwaad met goed vergelden

Dat is: Zijn vijand (zoals Saul het zelf zei) lief-hebben door hem op een goede weg attent te maken… Hij brengt Saul op het goede pad...

Dat dunkte David goed.

Daartoe heeft de HEER deze dag aan David gegeven..

 

Hij gàf Saul in zijn hand. Inderdaad. Saul bevestigt met zoveel woorden deze interpretatie van Davids vrienden.. maar – wonder van Goddelijke genade – niet om hem te doden, maar om het terug levend te maken... niet om hem kwaad te doen, maar om hem op het 'goede pad' te helpen, niet om hem te doen inslapen, maar om hem 'wakker te schudden', te redden...

 

Deze dag is inderdaad: een dag die de HEER gemaakt heeft, zeker... maar voor Saul wel heel in het bijzonder: vers 20: Dìt is de dag die gij (David) voor mij (Saul) gemaakt hebt!

Saul, die in het duister van zijn angst vastliep, die verdwaalde in de nacht van het kwaad... dankzij David is het weer even dàg voor hem geworden...

geloven in Davids Zoon is = zelf wandelen als bij dag, en zo ook andermans dag verlichten, immers: Het licht dat ons allen verlicht: Wie is dat anders dan Davids Zoon en Davids Heer: de Zonne der gerechtigheid!

 

amen.