J.W. Schulte Nordholt

   

Home
Up
J.W. Schulte Nordholt
Toon Tellegen
Gerrit Achterberg
Paul Gerhardt
Petrarca
T.S. Eliot
Wallace Stevens
Herbert's Temple
Ida Gerhardt
Nijhoff - het licht
Victor Hugo
Charles Péguy
Franz Kafka
Revius
sprokkels

J. W. Schulte Nordholt (1920-1995)

[essayist, (hoog)leraar, dichter, vertaler]

 

zie ook een opstel van Herman De Coninck, die in 1994 deze Nederlandse dichter ontdekte en een hoofdstuk aan hem wijdde in zijn boek 'Intimiteit onder de melkweg' onder de positief bedoelde titel 'pleidooi voor tweederangsdichters'

 

Anthropomorf

 

God gaat naar bed. Hij heeft zijn grote

schoenen van goud al uitgedaan.

Nog even voor het slapengaan

leest Hij in 't boek met zeven sloten

onder de leeslamp van de maan.

 

En daarbij slaapt Hij rustig in

ademend als een zee in 't donker.

De engelen, zijn wit gezin,

doen tegen 't flakkerend stergeflonker

 

de witte wolkgordijnen dicht,

en vouwen dan hun lange vleugels

over hun lichte aangezicht.

 

uit: Het eenvoudig gezaaide (1959)

 


Palimpsest

Wat zijt gij gaan zien om te aanschouwen,
een palimpsest aan een paal,
een jood in de wind gehangen
als een verkreukeld papier.
Ach, in de vlam van de wereld,
de gloed van de harten, haat
en tedere wellust, schrompelt
hij weg en verteert tot as.

En wordt door de ruimten geblazen,
verstuift in het avondrood
als zaad dat gestrooid in de akker
in het donker verloren gaat
en in het licht wordt herboren
zestig en honderdvoud.

Want wij komen nooit van hem af.
 

 

 

Opstanding

 

Zeggen ze dat Hij is opgestaan
waarom is de wereld dan dezelfde,
lijdt Hij zelf dan nog in al de zijnen,
sterft Hij dagelijks nog duizend doden,
altijd door zoals het immers is?

Weegt het lijden deze korte tijd
ook niet op tegen de heerlijkheid
die eens komen zal, is duizend jaar
als de dag van gisteren, als een droom,

altijd duurt die boze droom nog voort,
roept het bloed van Abel van de aarde,
wordt de stem in Rama weer gehoord,
altijd weer hetzelfde, Rachel weent
om haar kinderen die niet meer zijn.

En daar blijft mijn ongeloof bij staan,
dat ik net als Thomas twijfel,
enkel in zijn wonden Hem herken.



Totdat Hij komt

Totdat Hij komt zal het hier zo gebeuren:
's morgens de melkboer tweemaal bellen,
dan gordijnen open en met grauwe kleuren
breekt 't eerste licht de nachtelijke ban.

Het heldere ontbijt iedere morgen,
dan naar de stad, de tram zingt langs de rand
heen van je dromen en je kleine zorgen,
en 's avonds staan de grote in de krant.

Zo zal het eindeloos zich herhalen,
liefelijkheid der huiselijke haard,
kinderen zorgen en de angst rondom.

En eind'lijk met het vege lijf betalen
de koorts des levens en diep in de aard
wachten en luisteren, totdat Hij komt.

 

Uit:

 

Vertalen


Vertalen is verraden, zeggen wij.
Waarom, waarom, wordt licht tot duisternis,
wordt God in onze maatschappij
overgeleverd tot geschiedenis?

Wordt dag vertaald in nacht en zon in maan,
zien wij slechts schaduwen tegen de wand,
verwaait wat in de stilte is ontstaan
tot stameltaal, schuimvlokken op het strand?

Het is net andersom, bij ons begint
de zaligheid van zien, het stil geheim
van glans en klank, de heerlijkheid van horen.
Wij worden woord, de Geest waait als de wind
waarheen hij wil, totdat wij in het rijm
van mensentaal vertaald zijn en herboren.

Uit Aan mijn tongval te horen, Baarn 1994

 

 

Ogentroost

[laatste strofen]
 

[...]


Als er zoiets was als een samenhang
in alles wat ik schrijvend heb gedaan,
als er een kern in mijn verdeeld bestaan
te vinden was, in twijfel en gezang,

dan was het, denk ik, dat ik kijken kon
met zoveel dankbaarheid om wat ik zag,
dat ik van kind af aan een lange dag
heb toebehoord en aan een grote zon.

Met kijken overbrugde ik de kloof
van licht en schaduw, beeld en spiegeling,
mijn wetenschap en mijn verwondering,
en enkel door het oog was mijn geloof,

mijn zon mijn god. Of andersom misschien?
Ik heb toch ooit Prudentius vertaald:
      Alles krijgt kleur en glans en licht
      in ’t glanzen van zijn aangezicht.
Daar hoort de Prediker bij aangehaald:
Zal ooit het oog verzadigd zijn van zien?

Uit: Een wankel evenwicht, Baarn 1986

 

 

 

This site was last updated
 May, 2018