programmaboekje

   

Home
Up
bezinning
programmaboekje

Polyfone muziek rond

en

interkerkelijke bezinning op

Maria

 

[tekst via copy&paste uit het programmaboekje PDF. In de originele layout vindt u het hier]

 

Koor van het Antwerps Collegium Musicum o.l.v. Willem Ceuleers

sprekers: E.H. Paul Pas (voormalig pastoor Pius X-parochie in Wilrijk)

Ds. Dick Wursten (predikant Antwerpen-Oost)

 

 

Sopranen: Frieda Vermeulen, Cathy Closset, Daniëlle Van de Vloet, Hilde De Bleser

Alten: Helleke van Leemputten, Wina Boey, Els Caremans, Sigrid Wessels

Tenoren: Eddy Moonen, Walter Bosmans (met dulciaan...?), ?

Bassen: Jan van Gassen, Andoni Michelena, Willem Ceuleers

1. Welkomstwoord

2. Introductie op het programma (Dick Wursten)

3. Magnificat met antifoon van de dag [Gregoriaans]

 

Sabbato ad vesperas

Usque modo non petistis quidquam in nomine meo: petite, et accipietis, alleluia

zaterdagavond

Tot nu toe hebt gij nog niets gevraagd in mijn naam: vraagt en gij zult ontvangen

Joh 16:24a

Dominica ad vesperas

Petite et accepietis, ut gaudium vestrum sit plenum: ispe enim Pater amat vos, quia vos amastis et credidistis, alleluia

zondagavond

Vraagt en gij zult ontvangen, opdat uw vreugde volkomen zij: Want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij mij liefhebt en in mij hebt geloofd.

Joh 16:24b,27

Magnificat anima mea Dominum

et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo.

Quia respexit humilitatem ancillae suae:

ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes.

Quia fecit mihi magna qui potens est

et sanctum nomen eius.

Et misericordia eius in progenies et progenies timentibus eum.

Fecit potentiam in brachio suo:

dispersit superbos mente cordis sui.

Deposuit potentes de sede

et exaltavit humiles

Esurientes implevit bonis

et divites dimisit inanes.

Suscepit Israhel puerum suum memorari misericordiae sicut locutus est ad patres nostros Abraham et semini eius in saecula

 

- Mijn ziel maakt groot de Heer,

mijn geest verblijdt zich zeer, want God heeft mij geringe, die hem als dienstmaagd dien, goedgunstig aangezien; en deed mij grote dingen.

 

- Van nu aan om wat Hij - de Sterke - deed aan mij,

zullen mij zalig prijzen alle geslachten saam,

want heilig is zijn naam, Hij zal zijn trouw bewijzen.

- Zijn arm verstoot met kracht de groten uit hun macht,

de vorsten van hun tronen; maar Hij maakt kleinen groot

en zal met overvloed de hongerigen lonen.

- Hij heeft het lang voorzegd : aan Israel zijn knecht,

zal hij genade schenken. En Hij zal Abraham

en al wie na hem kwam in eeuwigheid gedenken

Muus Jacobse naar Lukas 1: 47-55

 

4. Alleluia. Ave Rex noster [Gregoriaans]

Liturgisch: Dit hallelujah met het vers "Ave Rex" wordt gezongen tijdens votiefmissen die het lijden van Christus gedenken op weekdagen buiten de vastentijd. Kenmerkend voor het Hallelujah is de lange melodische lijn (melisme) op ‘lé’. De melodie is dorisch (eerste modus, gekenmerkt door evenwicht en waardigheid) Omdat de afstand tussen de hoogste en laagste toon (ambitus) klein is (enkel op ‘crucifigendum’ (!) wordt de sixt overstegen) krijgt het gezang een zeer ingetogen karakter: passend bij het ‘Agnus Dei’ waarnaar het slot refereert.

 

Alleluia.

Ave Rex noster

Tu solus nostros es miseratur errores:

Patri obediens, ductus es ad crucifigendum,

ut agnus mansuetus ad occisionem.

Hallelujah.

Wees gegroet, onze Koning,

Gij alleen hebt medelijden met onze dwalingen:

gehoorzaam aan de Vader zijt gij naar het kruis geleid gedwee, zoals een lam ter slachting.

5. Het getuigenis van Lucas over Maria (Paul Pas)

6. Ave maris stella [Guillaume Dufay, ca 1400- 1474]

Guillaume Dufay (Henegouwen?) was in 1409 koorknaap aan de kathedraal van Kamerijk/Cambrai, daarna zanger in Pesaro, Laon (1424-1426) en Bologna en werd in 1428 lid van de pauselijke kapel in Rome (later Firenze). In 1436 keerde hij terug naar z’n roots, was als kanunnik verbonden aan de kathedraal van Kamerijk en van 1450-1458 ook nog in dienst van de hertog van Savoie in Chambéry. Hij overleed op 27 november 1474. Vooral als kerkmusicus was hij zeer beroemd. Zijn werken zijn doorgaans zeer complex en virtuoos. De hymnen echter zijn homofoon gezet met slechts enkele versieringen.

 

Ave Maris Stella is een zeer populaire liturgische hymne van onbekende origine. Aangezien de tekst van deze hymne voorkomt in de Codex Sangallensis, een 9de eeuws manuscript (Sankt Gallen) dateert men de compositie meestal ook rond die tijd. De hymne heeft vanouds een plaats in het officie van de Vespers van Mariaanse feestdagen.

De Maria-titel ‘sterre der zee’ is zeer oud, maar nog steeds niet bevredigend verklaard. In aanmerking komt nog het meest een overschrijffout: Hieronymus stelde in 390 in zijn ‘liber interpretationis Hebraicorum nominum’ dat de naam ‘Maria’ verklaard kan worden als ‘stilla maris sive amarum mare’ (= ‘druppel der zee’ of ‘bittere zee’), waarbij latere afschrijvers ‘stilla’ in ‘stella’ zouden hebben veranderd. Bij Isidorus van Sevilla, Beda etc. is ‘stella maris’ al een vaststaande titel in de betekenis van illuminatrix: ‘zij die licht geeft in duistere omstandigheden’.

De tegenstelling Eva – Maria, waarbinne Gabriels begroeting (Ave) de ommekeer inluidt in de geschiedenis van de mensenkinderen (die begint bij de oermoeder Eva) wordt al gevonden bij Irenaeus van Lyon (geb. ± 130) in een geschrift ‘tegen de ketterijen’ (i.c. een ketterij die het werkelijk mens-zijn van Christus betwijfelde, later onder de verzamelnaam gnostiek geordend. Maria als garant voor het waarachtig mens-zijn van Christus).

J.W. Schulte Nordholt (1920-1995) maakte een metrische vertaling in 2x zoveel verzen. Stalpart van der Wielen (1579-1630) hield gelijke tred met het Latijn maar moest daarvoor zijn toevlucht nemen tot staccato-achtige nominale zinnen:

Heldre Zeester! Moeder!

van den besten Hoeder!

Maagd altijd gebleven!

Poort van ’t eeuwig leven!

Beider poging zegt toch wel iets over de compacte zeggingskracht van het Latijn.

 

Van het Ave Maris Stella van Dufay bestaan er twee verschillende versies van de tweede stem: de ene is een faux-bourdon (de tweede stem wandelt in parallelle kwarten mee met de eerste stem), de andere versie heeft een vrije partij die de derde stem vaak kruist. In de uitvoering hoort u bij de 5de strofe de drie stemmen met faux-bourdon, in de 7de strofe hoort u de vrije partij. Bij de oneven verzen hoort u Dufay, bij de even verzen het Gregoriaans.

 

 

 

 

Ave maris stella,

Dei Mater alma,

atque semper Virgo,

felix coeli porta.

 

 

 

 

 

Sumens illud Ave

Gabrielis ore,

funda nos in pace

mutans Hevae nomen.

 

 

 

 

 

Solve vincla reis

profer lumen caecis,

mala nostra pelle,

bona cuncta posce.

Monstra te esse matrem:

Sumat per te preces,

qui pro nobis natus,

tulit esse tuus.

Virgo singularis,

inter omnes mitis,

nos culpis solutos

mites fac et castos.

Vitam praesta puram,

iter para tutum:

Ut videntes Jesum,

semper collaetemur.

Sit laus Deo Patri,

summo Christo decus,

Spiritui Sancto,

tribus honor unus.

Amen.

letterlijke vertaling

Wees gegroet, sterre der zee,

voedende Moeder Gods,

en altijd Maagd,

zalige poort des hemels.

 

 

 

 

 

Gij die dit AVE uit de mond

van Gabriel mocht vernemen,

grondvest ons in de vrede

door de naam van EVA om te keren

 

 

 

 

 

Slaak de boeien van de zondaars,

schenk het licht aan de blinden,

verdrijf onze kwalen

en verwerf ons alle goeds.

Toon dat Gij moeder zijt;

moge Hij, die voor ons geboren is

en zich verwaardigd heeft uw (Zoon) te zijn, door U onze gebeden aanvaarden.

Maagd zonder weerga,

boven allen zachtmoedig,

verlos ons van onze schuld

en maak ons zachtmoedig en kuis.

Geef ons een rein leven,

bereid ons een veilige weg,

opdat wij Jezus aanschouwend

ons eeuwig samen mogen verblijden.

Lof zij aan God de Vader,

roem aan Christus de Allerhoogste,

en aan de Heilige Geest;

aan alle drie gelijke eer.

Amen.

J.W. Schulte Nordholt

Wees gegroet, o Sterre,

boven zee en duister

stralende van verre

leid ons met uw luister.

Moeder Gods en tevens

Maagd te allen tijde,

poort des eeuwgen levens,

toevlucht en geleide.

Ave was het zoete

heilge woord waarmede

Gabriel u groette,

woord van grote vrede

O kom ons te stade,

neem ons in uw hoede,

keer in uw genade

Eva’s naam ten goede.

&cetera

 

7. Ave Christe, immolate [Josquin Desprez, ca 1440-1521]

Josquin Desprez (geboren in Vermandois = een graafschap in Picardië), achtereenvolgens zanger van de kathedraal te Milaan (1459-1472), in dienst van de paus te Rome (1486-1495 (mogelijk ook later...), waarschijnlijk van 1501-1503 in dienst van de koning van Frankrijk, Louis XII. Zeker in 1503 kapelmeester te Ferrara, in 1504 provoost in de Condé. Vandaaruit waarschijnlijk contacten met het hof van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen (waar Pierre de la Rue actief was). Over Josquins laatste jaren weten wij niets. Hij stierf in 1521.

Josquin verstond de kunst om met weinig stemmen het hele scala van intimiteit tot monumentaliteit te bespelen. Martin Luther behoorde tot zijn grootste fans en noemde hem "der Notenmeister", omdat hij "met de noten deed wat hij wilde, terwijl de anderen moesten doen wat de noten wilden" (d.w.z. zich moesten plooien naar de wetten van het contrapunt). De verbinding tekst-muziek is vaak optimaal.

 

Het motet Ave Christe, immolate bestaat uit 2 delen. Het eerste deel is een Passiegedicht, het tweede een daarmee los verbonden gebed (in proza). Opvallend is hoe Josquin beide teksten muzikaal aan elkaar verbindt door in beide delen tekstfragmenten te voorzien van vergelijkbare of zelfs dezelfde muziek. Let bijvoorbeeld op "redemisti" uit het eerste en "electorum" uit het tweede deel. Erg typisch voor Josquin is ook de tekstbehandeling in stemparen (sopraan en alt wisselen af met tenor en bas); de volle vierstemmigheid reserveerde hij voor het einde van een zin, om deze zo beter te markeren, of geheel homofoon bij een enkel woord. Hij behandelde de tekst in principe syllabisch (1 lettergreep = 1 toon), dit in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s. Door deze werkwijze is zijn muziek ook auditief erg overzichtelijk, wat de verstaanbaarheid van het woord erg bevordert. Zijn compositiestijl heeft verschillende van zijn jongere collega’s, bv. Pierre de la Rue en Clemens non Papa, beïnvloed.

 

 

Ave Christe,

immolate in crucis ara,

redemptionis hostia,

morte tua nos amara

fac redemptos luce clara

tecum frui gloria.

Ave verbum,

incarnatum de Maria virgine,

panis vivus angelorum,

salus et spes infirmorum,

medicina peccatorum.

Salve corpus Jesu Christi,

quod de coelo descendisti,

et populum redemisti.

Qui in cruce pependisti.

Jesu bone,

fons pietatis,

laus angelorum,

gloria Sanctorum,

miserere nobis.

SECUNDA PARS

Salve lux mundi,

verbum patris,

hostia vera,

viva caro,

Deitas integra,

verus homo.

Ave principium nostrae creationis,

ave pretium nostrae redemptionis

ave viaticum nostrae peregrinationis

ave solacium nostrae expectationis,

ave salus nostrae salvationis,

qui hic immolaris pro nobis et sanctificaris,

juva dies nostros in pace disponi

et nos electorum tuorum grege numerari.

Wees gegroet, Christus,

gestorven op het altaar van het het kruis,

als offer der verlossing.

Maak door uw bittere dood ons tot verlosten

om met u in een helder licht

te genieten van de heerlijkheid

Wees gegroet, Woord,

vlees geworden door de Maagd Maria,

levend brood der engelen,

heil en hoop der zieken,

medicijn der zondaars.

Gegroet lichaam van Jezus Christus,

dat uit de hemel neerdaalde

en het volk verloste.

Gij die aan het kruis hing,

goede Jezus,

bron van vroomheid,

lof der engelen,

roem der heiligen,

heb medelijden met ons.

TWEEDE DEEL

Gegroet licht der wereld,

woord des Vaders

waarachtig offer,

levend vlees,

ongeschonden godheid,

waarachtig mens.

Wees gegroet, oorsprong van onze schepping,

wees gegroet, losprijs van onze verlossing,

wees gegroet, teerkost voor onze pelgrimsweg,

wees gegroet, troost van onze verwachting,

wees gegroet, heil van onze redding,

Gij die hier voor ons geofferd en geheiligd wordt,

help ons, dat wij onze dagen in vrede mogen beleven en dat wij (eens) tot de schare der uitverkorenen gerekend mogen worden.

 

 

8. Momentopnamen uit de theologische carrière van Maria (Dick Wursten)

9. Ave Regina coelorum [Pierre de la Rue, ca 1460-1518)

Pierre de la Rue (Doornik?) was van 1482-1485 als tenorzanger verbonden aan de kathedraal van Siena, van 1489-1492 idem aan de kathedraal van ’s-Hertogenbosch. Daarna is hij in dienst van verschillende elkaar opvolgende hoven: 1492 Maximiliaan van Oostenrijk; 1493-1506 Philips de Schone (1501-1503, 1506 reizen naar Spanje), 1506 bij diens weduwe: Johanna de Waanzinnige; 1508-1514 Margaretha van Oostenrijk (Mechelen). Haar lievelingscomponist... zie haar beroemde chansonboek, waarin Tous les regretz..., 1514-1516: aartshertog Karel; 1516-1518 trekt zich terug in Kortrijk (waar hij zich in 1501 een prebende verworven had), kanunnik van de O.L.V. kerk.

Zijn echte naam is niet bekend (Peter van Straaten, Pieter van der Straeten ?). In zijn muziek blijkt hij op talloze manieren verbonden met Josquin Desprez. Hun werken werden ook vaak samen uitgegeven. Hoewel vooral bekend als chanson-componist zijn ook zijn religieuze werken niet te onderschatten. Zij kenmerken zich door een groot gevoel voor lineariteit, en zijn vaak pareltjes van ingehouden expressiviteit.

 

Ave Regina Caelorum is een populaire Maria-antifoon uit de 12de eeuw uit de monastieke traditie. Auteur onbekend. Als afsluitende antifoon voor de completen is het in gebruik sinds de 13de eeuw. De antifoon wordt traditioneel gereciteerd vanaf Maria-lichtmis (2/2) tot witte donderdag.

In de versie van De la Rue houdt de tenor een zeer vrije parafrase van het Gregoriaanse gezang (soms maar met enkele tonen of toongroepen). De overige stemmen imiteren af en toe de tenor maar gaan meestal hun eigen weg. Dit stuk moet zeer populair geweest zijn, ook in Lutherse middens, gezien de uitgave van de Wittenbergse muziekdrukker Georg Rhau in zijn verzamelbundel met motetten Symphoniae jucundae uit 1538 met een voor de protestanten ‘aangepaste’ tekst: Maria moest wijken voor Jezus (Ave apertor coelorum). Op deze manier heeft de Lutherse reformatie heel wat rooms erfgoed (bijv. veel oudkerkelijke hymnen) proberen mee te nemen in haar eigen traditie. (‘christlich bessern’ noemde Luther deze praktijk), inclusief enkele Maria-hymnen. In deze zelfde bundel van Rhau (met voorwoord van Luther) komt overigens het eerste deel van het Ave Maria voor (= zonder ‘ora pro nobis, want haar middelaarschap en voorbede was niet nodig: Christus alleen, Christus genoeg) en een onvervalste hymne op Maria’s maagdelijkheid: inviolata, integra et casta es Maria... Tegen deze opvatting (= Maria’s eeuwigdurende maagdelijkheid) had Luther geen bezwaar.

 

origineel

Ave Regina coelorum,

Ave Domina angelorum:

Salve radix sancta,

Ex qua mundo lux est orta:

Gaude gloriosa,

Super omnes speciosa:

Vale, valde decora

Et pro nobis Christum exora.

 

Wees gegroet, koningin des hemels

wees gegroet, Heerseres der Engelen:

gegroet, heilige wortel,

uit wie voor de wereld het licht is opgegaan;

verheug U verheerlijkte boven allen liefelijk;

Heil u, o wonderschone en bid tot Christus voor ons.

Protestantse versie

Ave apertor coelorum,

Ave Domine Angelorum:

Salve Jesu Christe,

Lux mundi, sol justitiae:

Gaude gloriose,

Super omnes speciose,

Vale, valde decore

Et pro nobis Patrem exora.

 

 

Wees gegroet, opener

des hemels,

wees gegroet, Heer

der Engelen:

gegroet Jezus Christus, licht der wereld, zonne der gerechtigheid;

verheug U verheerlijkte , boven allen liefelijk;

Heil u, o wonderschone en bid tot de Vader voor ons.

 

10. Mariale lofzangen en het ‘Weesgegroet’ (Paul Pas)

11. #9; Ave fuit prima salus [Jean Mouton, 1459-1522]

Jean Mouton werd rond 1460 te Hollouigue geboren, vanaf 1477 opgeleid in de Notre-Dame te Nesle, 1483 priester gewijd. In 1500 werd koraalkapelmeester in de kathedraal te Amiens; in 1501 idem in de Collegiale kerk St. André te Grenoble. Vanaf 1502 (waarschijnlijk) lid van de kapel van koningin Anne van Frankrijk (na haar dood, 1514, waarschijnlijk ingelijfd in de kapel van Frans I). Mouton stierf op 30 oktober 1522 als kanunnik in St.Quentin. Zijn werken zijn terug te vinden over gans Europa. Mouton wordt geacht leerling te zijn van Josquin Desprez en was zelf leraar van Adriaen Willaert, die later enkele van zijn missen aan zijn leermeester opdroeg door zelfde thema’s te gebruiken (‘parodie-missen’ als huldeblijk).

 

Ave fuit prima salus is een zogeheten getropeerd ‘Ave Maria’. Troperen (= muzieknoten met of zonder tekst invoegen in voorhanden liturgisch materiaal) was een geliefde techniek in de Middeleeuwen, bron van vele hymnen en mooie kerkmuziek. Het eerste woord van elke strofe vormt samengezet het complete Ave Maria (woord-acrostichon). Van de 17 strofen gebruikte Mouton enkel de eerste 6. Elke strofe eindigt met een cadens op de woorden ‘Ave Maria’. Bijzonder is het gebruik van faux-bourdon (een melodie zingen in parallelle kwarten), eerst tweestemmig op de woorden "coeli coelorum curia", daarna driestemmig op "dulcis Ave Maria". Ook opvallend is het gebruik van de modus sexquialtera (= 3 tellen per maat in plaats van 2) op de laatste herhaling van de tekst "Prae cunctis coeli civibus".

 

AVE fuit prima salus,

Qua vincitur hostis malus,

Remordet culpa noxia

Juva nos. Ave Maria.

MARIA, dum salutaris,

Ab angelo sic vocaris,

Nomen tuum daemonia

Repellit. Ave Maria.

GRATIA Sancti Spiritus

Fecundavit te penitus,

Gratiarum nunc praemia

Da nobis. Ave Maria.

PLENA tu es virtutibus

Prae cunctis coeli civibus,

Virtutes et auxilia

Praesta nunc. Ave Maria.

DOMINUS ab initio

Destinavit filio,

Tu es mater et filia

Praefelix. Ave Maria.

TECUM laetantur angeli

Et exultant archangli,

Coeli coelorum curia

o dulcis ave Maria.

WEES GEGROET was de eerste groet

waardoor de boze vijand werd overwonnen;

Een schadelijke schuld kwelt ons,

help ons. Wees gegroet, Maria.

MARIA, terwijl Gij als heilzame

door de engel zo wordt genoemd,

weert uw naam boze geesten af.

Wees gegroet, Maria.

de GENADE van de Heilige Geest,

heeft u volledig bevrucht.

De gunstbewijzen van die genade, geef die nu aan ons. Wees gegroet, Maria.

Gij zijt VOL VAN deugden,

boven alle hemelbewoners,

Verleen ons nu deugd en bijstand

Wees gegroet, Maria.

DE HEER heeft U vanaf het begin

bestemd voor de zoon,

Gij zijt moeder en overgelukkige dochter.

Wees gegroet, Maria.

MET U verheugen zich de engelen

en jubelen de aartsengelen,

het hof van de hoogste hemel.

o zoet ‘Ave Maria’.

 

 

12. Omtrekkende bewegingen rond Maria, een protestantse stem (Dick Wursten)

 

13. Ave sanctissima Maria [Heinrich Isaac, ca. 1450-1517]

 

Heinrich Isaac (1450 Vlaanderen: ‘Henricus Yzac de Flandria’), opleiding onbekend. In 1484 bij aartshertog Sigismund (Innsbruck) daarna in Firenze, waar hij zanger was in verschillende kerken (en bij de Medici?). Rond 1495 in Pisa, dan aangeworven door keizer Maximiliaan I: 1496-1512 hofcomponist te Wenen & Innsbruck. Van 1507-1508 in Konstanz ter gelegenheid van de ‘Rijksdag’ aldaar (begin verzamelbundel Choralis Constantinus), van 1512 tot 1517 diplomaat van de keizer in Firenze (= op rust gesteld). Isaac liet een rijk, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand oeuvre na. Het beroemdst is hij echter vanwege het lied: Innsbruck ich musz dich lassen.

 

Ave sanctissima Maria kenmerkt zich door de cantus firmus in de tenor. Het is dezelfde melodische lijn die Senfl gebruikte in zijn gelijknamig motet. Isaac behandelt deze melodie ritmisch echter veel vrijer dan Senfl (die de melodie liet verschijnen in lange noten), zodat deze op het gehoor nauwelijks valt te onderscheiden van de andere stemmen. De tekst is niet-liturgisch toewijsbaar en bevat zowel verwijzingen naar het Ave Maria als het Regina coeli

Ave sanctissima Maria,

Mater Dei, Regina coeli,

Porta paradisi, Domina mundi.

Tu es singularis Virgo pura.

Tu concepisti Jesum sine peccato.

Tu peperisti Creatorem et Salvator mundi

in quo ego non dubito.

Ora pro nobis Jesum tuum dilectum filium,

et libera nos ab omnibus malis.

Wees gegroet, allerheiligste Maria,

Moeder Gods, Hemelse Koningin,

Poort tot het paradijs, Heerseres der wereld.

Gij alleen zijt de reine Maagd,

Gij ontving Jezus zonder zonde.

Gij baarde de Schepper en de Redder der wereld,

aan wie ik niet twijfel

Bid voor ons tot Jezus, uw dierbare Zoon

en verlos ons van alle kwaad.

14. #9; Ave rosa sine spinis [Ludwig Senfl, 1486-1543]

Ludwig Senfl, geboren 1486 (Zürich, Basel?), opgeleid in de keizerlijke kapel van Maximiliaan I, waar hij als kapelmeester Isaac opvolgde tot de ontbinding van de kapel (1519) Augsburg (publicatie van zijn werk), 1523-1543 in dienst van hertog Wilhelm IV van Bayern (München). Het meest bekend werd Senfl met zijn polyfone Duitse liederen. Ook verzorgde hij uitgaven van zijn leermeester Isaac. Hij schreef echter ook motetten, missen en magnificats en onderhield contacten met vooraanstaande theologen, theoretici en humanisten. Beroemd is zijn correspondentie met Martin Luther, die hem (hoewel in dienst van een zeer roomse hertog) om een polyfone zetting van de antifoon uit de avondpsalm durfde vragen (ps. 4:9). In die brief maakt Luther terneergeslagen indruk. Senfl bezorgde Luther die zetting per kerende (smokkel?-)post èn deed er nog een zetting bij van Luthers eigen levensmotto: non moriar sed vivam, et ennarabo opera Domini (ps. 118,17). [WA, brief nr. 1727]

Ave rosa sine spinis is een 5-stemmig werk waarbij de tenor als cantus firmus de tekst zingt op de melodie van het chanson Comme femme. De tekst is een tropering van Gabriels begroeting van Maria: Ave Maria etc... Er is geen aanwijsbaar specifiek liturgische gebruik voor dit muziekstuk, waarmee het – net als het voorgaande – een motet wordt, dat op alle Maria-feesten kan worden gezongen. In onze uitvoering zal de cantus firmus instrumentaal versterkt worden.

AVE rosa sine spinis,

Te quam Pater in divinis

Majestate sublimavit,

Et ab omni vae servavit.

MARIA stella dicta maris,

Tu a Nato illustraris

Luce clara deitatis,

Qua praefulges cunctis datis.

GRATIA PLENA: te perfecit

Spiritus Sanctus dum te fecit

Vas divinae bonitatis

Et totius pietatis.

DOMINUS TECUM: miro pacto

Verbo in te carne facto

Opere trini conditoris:

o quam dulce vas amoris.

BENEDICTA IN MULIERIBUS:

Hoc testatur omnis tribus;

Coeli dicunt te beatam

Et super omnes exaltatam.

ET BENEDICTUS FRUCTUS VENTRIS TUI, Quo nos semper dona frui

Per praegustum hic aeternum

Et post mortem in aeternum: Amen.

WEES GEGROET, roos zonder doornen,

Gij, die de hemelse Vader

met majesteit verhoogde,

en voor alle pijn (wee) behoedde.

MARIA, sterre der zee genoemd,

Gij straalt door de Zoon

met een helder goddelijke licht

dat alle schepsel overstraalt.

VOL VAN GENADE heeft de Heilige Geest u gemaakt, terwijl hij u omvormde

tot een vat van goddelijke goedheid

en totale vroomheid.

DE HEER IS MET U: in een wonderlijk verbond

is in U het Woord vlees geworden

door het werk van de drie-enige Schepper;

o, hoe zoet is het vat van de liefde.

GEZEGEND ZIJT GIJ ONDER DE VROUWEN: dit getuigen alle volkeren.

De hemelen prijzen U zalig

en boven allen verheven.

EN GEZEGEND IS DE VRUCHT VAN UW SCHOOT door wie wij altijd gaven genieten

als voorsmaak hier in déze eeuw

en na de dood in eeuwigheid. Amen.

 

 

Deze avonden zijn een gezamenlijk initiatief van het Antwerps Collegium Musicum en de Antwerpse Raad van Kerken. De tweede avond is georganiseeerd in samenwerking met de St.Niklase orgelkring. Wij danken de kerkfabrieken van St. Jacob (Antwerpen) en St. Jozef (Tereken) voor de geboden gastvrijheid.

 

 

 

 

 

Het Antwerps Collegium Musicum (A.C.M.) is in 2000 opgericht en groepeert instrumentalisten en zangers die geïnteresseerd en gespecialiseerd zijn in de beoefening van oude(re) muziek. Niet een puristische opvatting omtrent een authentieke uitvoering is hun uitgangspunt, maar het verlangen om samen ‘goede’ muziek te maken en uit te voeren, liefst in een zo optimaal mogelijke context. Het A.C.M. is gespecialiseerd in concerten met een meerwaarde: concerten waar de muziek geplaatst en geduid wordt. Voor religieuze muziek betekent dit dat men streeft naar meditatieve concerten, waar iets van de oorspronkelijke bedoeling en/of liturgische setting van de muziek weer tot z’n recht kan komen.

recente en toekomstige activiteiten van het A.C.M.

Ø februari 2002 Bachcantate ‘Ich habe genug’ (BWV 82) voor/rond Maria-Lichtmis in Mechelen en Antwerpen (Evg.Lutherse Kerk)

Ø februari 2002 ‘Anthems’ van Purcell in de Anglicaanse kerken van Antwerpen (Gretrystraat) en Brugge (Keersstraat)

Ø 23 juni 2002: gevarieerd verjaardags- en jubileumconcert in St. Catharinakerk te Sinaai (15.30 uur)

Ø 26 & 27 oktober 2002: muziek voor koor a capella uit de Tudor-tijd: Robert Fayrfax e.a.

 

Het Antwerps Collegium Musicum werkt zonder subsidie of sponsoring. Daarom wordt u een bijdrage gevraagd ter bestrijding van de onkosten, die aan het organiseren van deze concerten verbonden zijn. Wenst u op de hoogte gehouden te worden van deze en toekomstige activiteiten van het A.C.M. geef uw adres dan door aan: Willem Ceuleers, Leebrugstraat 11, 9112 Sinaai.

//home.worldonline.be/~wursten/acm.htm

tel: 03/216.26.68 – fax : 03/772.44.81 – e-mail : dick%40wursten.be

 

 

 

 

 

De Antwerpse Raad van Kerken (A.R.K.) wil in concreet gestalte geven aan de eenheid van de Kerk. Naar de verschillende kerken toe tracht ze dit doel te bereiken door zich in te zetten voor een consequente gezamenlijke bezinning op vragen aangaande geloof en leven. Verschillen worden daarbij respectvol benaderd en eerder als een kans op verrijking gezien dan als een breekpunt.

De A.R.K. wil ook de verantwoordelijkheid van de Kerk voor de maatschappij serieus nemen door in de samenleving af en toe gemeenschappelijk naar buiten te treden, zowel door een platform te bieden als metterdaad. Zo participeerde de A.R.K. actief in het tot stand komen van de recente ‘vredesoproep aan de Stad Antwerpen en haar inwoners’ en plant zij binnenkort een forumavond over het thema: ‘De schepping, mij’n zorg!’ (30 mei, van19.30 - 22.00 uur in de Priorij Regina Pacis, St. Amelbergalei 35, te 2900 Schoten).

Secretariaat: dhr. W. Gommeren: Herentalsebaan 57, 2150 Borsbeek, 03/321.76.91

 

 

 

Illustratie voorzijde:

Maria tijdens de Annunciatio (Fra Angelico; ca. 1400-1455, San Marco museum, Florence)

 

This site was last updated
 December, 2018