Franciscus' zonnelied (origineel - opgefrist)

up | home

Populaire teksten zijn aan slijtage onderhevig. Ook Francesco heeft daar onder te lijden, vooral sinds hij een heilige is (Sint Franciscus). Dat betekent dat je best teruggaat naar het origineel (als dat nog te vinden is). Ik heb dat gedaan voor zowel zijn uitvinding van kerststal als voor de beroemde vogelpreek'. Ik was zelf verrast hoe 'fris' de prediking van deze jongeman van Assisi is. Dat geld ook voor het zonnelied: het loflied op/van de schepping. (jumpto text). Bijv.

  1. Het is niet een loflied op de schepping (zoals men vaak zegt), maar een loflied van de schepping op God (het Italiaanse 'per'  suggereert dit zelfs).
  2. Het is het lied van/voor een stervende mens: gedicht/gezongen terwijl hij ziek was en bij Damiaan verbleef (ondertitel). Over deze setting (= het jaar 1124/5) zijn alle bronnen eensluidend ook al verschillen de legendes daarrond.
  3. niet 'aus einem Guss'  (in één keer) gedicht/gezongen. Vooral aan het eind van het lied moet je rekenen met toevoegsels (of aangroeisels).

In de biografische reconstructie van Hélène Nolthenius zouden de versregels over de dood pas in tweede instantie door Franciscus zijn toegevoegd, en wel vlak voor zijn overlijden. Eén legende zegt dat hij het letterlijk op zijn sterfbed, vlak voordat men het voor eerst samen zong, zou hebben bijgecomponeerd. Hieronder zijn de regels waarvan men dit beweert in een andere kleur gezet. Hoe dit ook zij, het gegeven dàt Franciscus het lied schreef in een context van ziekte (bij het einde van zijn leven), betekent wel iets voor hoe je dit lied leest en toepast. Ook als die expliciete regels misschien niet origineel zijn. Maakt het ook lastig zingbaar in vieringen. Dat de paus het lied gebruikt voor z'n encycliek tegen de klimaatopwarming is natuurlijk logisch, maar is ook een instrumentalisering. De omgang van de mens met de eindigheid van zijn creatuurlijk leven, met de dood, wordt er door die toevoegingen (die verzen) een essentieel onderdeel van.
het is geen 'goedkoop lied',  maar het getuigt van een 'zich toevertrouwen' aan de Schepper van het leven in de overtuiging dat ook het sterven wel
in pacem geschieden.
NB: Vanwege de vreemdheid van het denken over 'doodzonde' en al helemaal 'de tweede dood' zou ik die strofen vandaag gewoon weglaten. De 'preektoon' in deze verzen verstoort in elk geval het stijlregister van de lofzegging. Ik heb die verzen hieronder laten inspringen.

De geciteerde vertaling is van Otger Steggink (Het Zonnelied van broeder Frans van Assisi, Nijmegen, 1982). In deze vertaling wordt het zonnelied afgestoft en opgefrist. For completeness druk ik daarna ook het 'origineel' af (in het Italiaans-Umbrisch). Dat is nuttig voor de literaire appreciatie. De titel is die van de overgeleverde versie waar ook nog een ondertitel bij staat: 'Incipiunt laudes creaturarum quas fecit beatus Franciscus ad laudem et honorem Dei cum esset infirmus apud sanctum Damianum' (= Hier beginnen de lofzangen van de schepselen, die de welgelukzalige Franciscus maakte tot lof en eer van God, toen hij ziek was en verbleef bij de heilige Damiaan.) 

Loflied van broeder Zon of loflied van de schepselen

Hoogste, alvermogende, goede Heer,
van Jou zijn de lof, de roem en de eer en alle zegening. 
Jou alléén, Hoogste, komen ze toe,
en geen mensenkind is waardig ze Jou af te nemen
 
Wees geloofd, mijn Heer, met al jouw schepselen,
vooral mijn grote broer Zon,
die de dag is en ons verlicht door zichzelf.
En hij is mooi en stralend met grote glans;
van Jou, Hoogste, draagt hij het teken.
 
Wees geloofd, mijn Heer, door zuster Maan en de Sterren,
aan de hemel heb Jij ze gemaakt: klaar en kostbaar en mooi.
 
Wees geloofd, mijn Heer, door broeder Wind,
en door de lucht, en bewolkt en helder, en alle weer,
door wie Jij aan jouw schepselen onderhoud geeft.
 
Wees geloofd, mijn Heer, door zuster Water,
die zeer bruikbaar en nederig is, en kostbaar en kuis.
 
Wees geloofd, mijn Heer, door broeder Vuur,
door wie Jij de nacht verlicht,
en hij is mooi en speels en robuust en sterk.
 
Wees geloofd, mijn Heer, door zuster Aarde, onze Moeder,
die ons voedt en verzorgt.
en velerlei vruchten voortbrengt, met kleurige bloemen en groen.
Wees geloofd, mijn Heer, door hen die vergeven uit liefde tot Jou,
en ziekte en tegenspoed verduren.
Gelukkig zij die het in vrede verdragen,
want door Jou, Hoogste, zullen wij worden gekroond.
Wees geloofd, mijn Heer, door onze zuster lichamelijke Dood,
aan wie geen levend mens kan ontkomen.
Wee hen die sterven in de zonden-ten-dode:
gelukkig zij die gevonden zullen worden in jouw heiligste wil,
want de tweede dood zal hen geen kwaad doen.
Looft en zegent Hem, mijn Heer,
en dankt en dient Hem in grote deemoed.

--- 
Suggestie dat dit latere toevoegingen zijn.
---

 
Codex 338, f. 33r (Assisi)

Canticum fratris Solis vel Laudes Creaturarum

Incipiunt laudes creaturarum quas fecit beatus Franciscus
ad laudem et honorem Dei cum esset infirmus apud sanctum Damianum

Altissimu onnipotente bon signore,
tue so le laude la gloria e l'honore et onne benedictione.

Ad te solo, altissimo, se konfano
et nullu homo ene dignu te mentovare.

Laudato sie, mi signore, cun tucte le tue creature,
spetialmente messor lo frate sole,
lo qual' è iorno, et allumini noi per loi.
Et ellu è bellu e radiante cun grande splendore,
de te, altissimo, porta significatione.

Laudato si, mi signore, per sora luna e le stelle,
in celu l'ài formate clarite et pretiose et belle.

Laudato si, mi signore, per frate vento,
et per aere et nubilo et sereno et onne tempo,
per lo quale a le tue creature dai sustentamento.

Laudato si, mi signore, per sor aqua,
la quale è multo utile et humile et pretiosa et casta.

Laudato si, mi signore, per frate focu,
per lo quale enn'allumini la nocte,
ed ello è bello et iocundo et robustoso et forte.

Laudato si, mi signore, per sora nostra matre terra,
la quale ne sustenta et governa,
et produce diversi fructi con coloriti flori et herba.

* Laudato si, mi signore, per quelli ke perdonano per lo tuo amore,
et sostengo infirmitate et tribulatione.
* Beati quelli ke 'l sosterrano in pace.
ka da te, altissimo, sirano incoronati.
* Laudato si, mi signore, per sora nostra morte corporale,
da la quale nullu homo vivente pò skappare.
* Guai a quelli, ke morrano ne le peccata mortali:
beati quelli ke trovarà ne le tue sanctissime voluntati,
ka la morte secunda nol farrà male.

Laudate et benedicete mi signore,
et rengratiate et serviateli cun grande humilitate.