De islam

Basisinformatie over de islam

Jihad, (on)heilige oorlog ?

John L. Esposito

[vertaling van een Engelse tekst, work in progress]

Een goed begrip van het concept en praktijk van de jihad is nodig om de geschiedenis van de Islam te kunnen verstaan.

Vanaf het optreden van Mohammed (de opkomst van de islam) en het onstaan en de uitbreiding van de moslimgemeenschap (Umma), heeft de jihad een centrale rol gespeeld. Jihad (letterlijk = inspanning, strijd) wordt soms de Zesde Pijler van de Islam genoemd. De koran kent het bevel om te strijden (= de letterlijke betekenis van het woord jihad) op het pad van God en in het voorbeeld van de Profeet Mohammed en zijn vroege Metgezellen.

Het belang van de jihad is geworteld in het bevel van de Koran om “te strijden of zich uit te oefenen” (= de letterlijke betekenis van het woord jihad) op het pad van Allah. Deze koranische leer is van essentieel belang voor het zelfbegrip, de vroomheid, de mobilisatie, de expansie en de verdediging van de moslims. Jihad als strijd heeft betrekking op de moeilijkheid en complexiteit van het leiden van een goed leven:
1. vechten tegen het kwaad in zichzelf – om deugdzaam en moreel te zijn, een serieuze poging doen om goede werken te doen en de samenleving te helpen hervormen.
2. Afhankelijk van de omstandigheden waarin men leven, kan het ook betekenen dat je onrecht en onderdrukking bestrijdt, de islam verspreidt en verdedigt en een rechtvaardige samenleving creëert door middel van prediking. Islam en het creëren van een rechtvaardige samenleving door middel van prediking, onderricht en, indien nodig, gewapende strijd of heilige oorlog.

De wereld van de Koran (en ook die van het middeleeuwse Europa) was vaak een wereld van stammenroof en oorlogvoering, van verovering en buit, waarin vechten en oorlog voeren ook het belangrijkste middel was om de veiligheid en vrijheid te garanderen. om de veiligheid en vrijheid te garanderen. De wereld van Mohammed en de opkomende islamitische gemeenschap was in feite een ruige buurt. Arabië en de stad Mekka, waar Mohammed woonde en Gods openbaring ontving, werden geteisterd door invallen van stammen en cycli van wraak en vendetta.

In deze samenleving was oorlog (harb, gebruikt in de betekenis van zowel een activiteit als een toestand) in zekere zin de normale manier van leven; dat wil zeggen, een ‘staat van oorlog’ werd verondersteld te bestaan tussen de eigen stam en alle andere, tenzij er een bepaald verdrag of overeenkomst was gesloten met een andere stam die vriendschappelijke relaties mogelijk maakte.

Fred Donner