Basisinformatie over de islam
De profeet Mohammed is binnen de islam de ‘laatste profeet’ en tegelijk ook de vervolmaking van alle profeten die voor hem zijn geweest. Dat betekent dat hij het criterium is voor de beoordeling van de andere profeten. Zij brachten – nog steeds volgens de moslims – dezelfde boodschap als Mohammed (= het geloof in en de vertrouwensvolle onderwerping aan de éne God/Allah).1 Eén van de geloofsartikelen van de islam is het geloof in alle profeten van God/Allah en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus/Isa gelooft, geen goede moslim kan zijn. Alleen – dat moet je er voor de eerlijkheid wel bij zeggen – de vier Evangeliën waaruit christenen hun voorstelling van Jezus en zijn verkondiging afleiden, zijn volgens de islam geen betrouwbare bron om Jezus’ boodschap te leren kennen. Hieronder behandel ik enkele verschillen in de overlevering over de profeet Isa/Jezus, die – volgens moslims – op Mohammed nu de grootste onder de profeten is.
TERZIJDE: De belangrijkste profeten in de islam zijn: Abraham/Ibrahim, Mozes/Moesa, David/Dawoed en Jezus/Isa. Van de 25 met naam genoemde profeten in de koran komen er 20 uit de bijbel (echter in de bijbelse overlevering zijn dat niet noodzakelijk ‘profeten’: bijv. Adam, Noach). Voor de nieuwsgierigen: De vijf niet-bijbelse profeten zijn: Hoed, Salih, Sjoe Ayb, Dzoel-kifl en Mohammed, hoewel sommige uitleggers ook voor de eerste vier een bijbelse naam voorstellen (geïnteresseerd in de profeten: zie deze tabel). Tussen Jezus en Mohammed is er geen profeet geweest en Mohammed is de laatste, definitief. Met hem en in hem worden de openbaringen van God/Allah aan de hele mensheid voltooid. Na hem kan er geen profeet meer komen, volgens de moslims.
Iets wat op het eerste gezicht op elkaar lijkt (Jezus ook binnen de islam in ere als profeet), kan bij nader toezien juist de aanleiding zijn om een groot verschil te ontdekken. Ik verklaar mij nader.
Jezus/ Isa en zijn moeder Maria/Maryam worden vervolgens vele malen eervol in de koran vermeld. Er is zelfs een heel hoofdstuk in de koran dat als de naam ‘Maryam’ draagt. Sommige moslims beschouwen Maria zelfs als een profeet. En als je als christen de passage uit soera 3 leest (over Maria en Jezus), dan herken je enerzijds bijbelse allusies, maar tegelijk is het beeld van Jezus wel heel vreemd. Wat voor christenen totaal onbelangrijk is en wat ook niet de evangeliën staat (nl. dat Jezus al als baby kon spreken (vanuit de wieg verdedigt Jezus Maria; en dat hij als kind een vogel van klei heeft gemaakt en die vervolgens heeft laten vliegen) staat wel in de koran. Zijn prediking, parabels, bevrijdende inzichten en de diepe impact van zijn lijden, sterven en opstanding: niet. Wat heb je – zo vraag ik me af – aan het feit dat Maria en Jezus met ‘eerbied’ worden genoemd, als de inhoud en betekenis van deze beide personen niet benoemd wordt, of zelfs ontkend. Wel de ‘mirakel-Jezus’, niet de ‘reddende inspirator’. Op deze pagina een onderzoek van de teksten rond Maria/Maryam en Mirjam (zus van Mozes en Aäron)
Voor de liefhebbers hier de bekendste en langste passage uit soera 3
“En toen de engelen zeiden: ‘O Maryam, God heeft jou uitverkoren en jou rein gemaakt en Hij heeft jou uitverkoren boven de vrouwen van de wereldbewoners. O Maria, wees jouw Heer onderdanig en buig je eerbiedig voor Hem neer (in gebed) en buig met de buigenden’ … ‘, zij zei ‘Mijn Heer, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft.’ Hij zei: ‘Zo is het. God schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, dan zegt Hij er slechts tegen: “Wees! en het is.”
soera 3:42-43 / 47-48
Een christen herkent hier het Evangelie van Lukas, waar verteld wordt over de ‘aankondiging’ van Jezus geboorte aan Maria (de annuntiatie). Vreemder wordt het als we de rest van deze passage bekijken. Eerst wordt Maria meegedeeld dat deze zoon de ‘Massieh’ zal zijn (de Messias) en dat hij
zal spreken tot de mensen in de wieg en als volwassene. En God zal hem [Isa] het boek, de wijsheid, de Taura en de Indjiel onderwijzen en als een gezant (rasoel) tot de Israëlieten zenden, om te zeggen: ‘Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer : dat ik voor jullie uit klei iets als de vorm van een vogel zal scheppen, er dan in zal blazen en dat het dan met Gods verlof een vogel zal zijn. En dat ik de blinde en de melaatse zal genezen en de doden zal levendmaken, met verlof van God.
soera 3:46, 49
Vergelijk dit met de parallelle passage uit soera 19, waar Maria zich verdedigt als ze ‘ongehuwd’ een kind krijgt. Ze wijst naar de baby in de wieg:
“Maar zij [Marjam] wees naar hem. Zij zeiden: ‘Hoe kunnen wij spreken met iemand die nog een kind in de wieg is?’ Hij [Isa] zei: ‘Ik ben Gods dienaar; Hij heeft mij het boek gegeven en mij tot profeet gemaakt.’”
soera 19, 29-30
Deze kinderlijke mirakelverhalen heeft de christelijke kerk zelf ook gekoesterd (vroeger), maar juist daarvan heeft zij afgenomen, als ontsproten aan de volksfantasie. De Christuslegenden. Ze zijn voor het eerste te vinden in de apocriefe evangeliën. Mohammed zal ze wel via z’n christelijke contacten vernomen hebben. Nu worden ze via de koran boven de canonieke evangeliën geplaatst, terwijl er van de Jezus van de canonieke evangeliën bijna niets overblijft.
Wat op het eerste gezicht een basis voor gesprek lijkt (de overeenkomsten) zijn als het erop aankomt juist de punten waar de vervreemding begint.