gezang 186

up | home

Pange lingua gloriosi (Venantius Fortunatus)

Er zijn twee hymnes met deze beginregel. De bekendste is de sacramentshymne van Thomas van Aquino. Veel ouder is echter het lied van Venantius Fortunatus. Dit lied is de compaan van Vexilla Regis prodeunt (daar ook meer achtergrond). Het heeft dezelfde aanleiding, de plechtige processie ter ere van de reliek van het kruis, in november 569 in Poitiers. Dit lied stond nog in het oude Liedboek van 1973, nr. 186.

Hieronder de Latijnse tekst van die vertaling. Net als bij de 'koningsvanen' heb ik één kleine correctie doorgevoerd - opnieuw ook op instigatie van C.W. Mönnich. Het betreft in dit geval de focus op het het kruishout als een glorieuze trofee in couplet 1 (de wijziging is regel 2). De vertaling van Schulte Nordholt (met rijm) is qua inhoud en sfeer meer dan geslaagd te noemen.

Heel mooi is de legendarische link tussen het hout van de 'boom des levens' in de hof van Eden en op Golgotha (2de couplet, uitgewerkt in de coupletten vanaf Crux Fidelis (8, 9, 10), dat in de onderstaande uitvoering ook het keervers vormt. Dit vers is ook vaak afzonderlijk getoonzet. Het staat in het Graduale Romanum bij de kruisverering (Goede Vrijdag).

 

Venantius Fortunatus
J.W. Schulte Nordholt
wijziging van de tweede regel (DW)


Pange, lingua, gloriosi proelium certaminis
Et super crucis tropaeo dic triumphum nobilem,
Qualiter redemptor orbis immolatus vicerit.

De parentis protoplasti fraude factor condolens,
Quando pomi noxialis morte morsu corruit,
Ipse lignum tunc notavit, damna ligni ut solveret.

Hoc opus nostrae salutis ordo depoposcerat,
Multiformis perditoris arte ut artem falleret
Et medelam ferret inde, hostis unde laeserat.

Quando venit ergo sacri plenitudo temporis,
Missus est ab arce patris natus orbis conditor
Atque ventre virginali carne factus prodiit.

Vagit infans inter arta conditus praesaepia,
Membra pannis involuta virgo mater adligat,
Et pedes manusque, crura stricta pingit fascia.

Lustra sex qui iam peracta tempus implens corporis,
Se volente, natus ad hoc, passioni deditus,
Agnus in crucis levatur immolandus stipite.

Hic acetum, fel, arundo, sputa, clavi, lancea;
Mite corpus perforatur; sanguis, unda profluit,
Terra, pontus, astra, mundus quo lavantur flumine.

CRUX fidelis, inter omnes arbor una nobilis,
Nulla talem silva profert flore, fronde, germine,
Dulce lignum dulce clavo dulce pondus sustinens.

Flecte ramos, arbor alta, tensa laxa viscera,
Et rigor lentescat ille, quem dedit nativitas,
Ut superni membra regis mite tendas stipite.

Sola digna tu fuisti ferre pretium saeculi
Atque portum praeparare nauta mundo naufrago,
Quem sacer cruor perunxit fusus agni corpore.

[Aequa Patri Filioque, inclito Paraclito,
sempiterna sit beatae Trinitati gloria,
cuius alma nos redemit atque servat gratia.]

Het laatste couplet is later toegevoegd]

cursieve klinkers moet u 'elideren', d.w.z laten vallen door ze samen te nemen met de volgende.
Zing, mijn tong, bezing het teken van de zege in de strijd,
En wil van het kruishout spreken, triomferend in de tijd.

Hij die 't daglicht aan doet breken heeft ten offer zich gewijd.  

Ziende hoe het menslijk leven, dat Hij schoon geschapen had,
aan de dood was prijsgegeven om de vrucht die Adam at,
heeft God weer een boom verheven, gaf zijn allerliefste schat.  

Om het heil ons te bereiden heeft Hij 't heilig recht voldaan,
heeft hem die ons kwam misleiden met zijn list beschaamd doen staan, bood ons om ons te bevrijden deze vrucht der liefde aan.  

Toen de volheid van de tijden was gekomen, koos de Zoon,
Heer des hemels, onze zijde, daalde neder uit de troon,
God en Zoon des mensen beide, voor een maagd het moederloon.

't Schreiend kind door God gezonden in de kribbe, was de Heer.
In de windselen gewonden lag Hij hulpeloos terneer,
handjes, voetjes, saam gebonden, zoetjes drinkend, klein en teer.

Toen de ure was gekomen en zijn levenstijd vervuld,
heeft de Heer op zich genomen als verlosser alle schuld,
liet het lam zich zonder schromen binden, leed het met geduld.

Eenzaam hangt Hij en terzijde. Dorens, spijkers, felle speer,
doen zijn teder lichaam lijden, bloed en water stroomt terneer.
Wat voor stroom komt U bevrijden, aarde, zee en sterrenheer!

Edelste van alle bomen, zalig kruis van ons geloof,
uit welk woud zijt gij genomen, zo met takken, bloemen, loof?
Lieflijk hout, welk een volkomen lieve last hangt in uw loof.

Buig o boom uw takken neder, harde nerf, wees in dit uur
vloeiende en mild en teder, niet zo streng als van natuur.
't Koningslichaam rust gereder op een zachte stam terneer.

Immers draagt gij als een gave Hem die zich ten offer wijdt.
Gij, de loods, gij wijst de haven, als de wereld schipbreuk lijdt.
Hout dat 't bloed des lams zal laven, balsem, stromend wijd en zijd.

[Aan de Vader hoog verheven, aan de Zoon die voor ons lijdt,
aan de Trooster van ons leven, zalige drievuldigheid,
zij de eer en kracht gegeven nu en in der eeuwigheid.]