ijdelheid, lucht en leegte in Prediker

wat betekent ‘habel’

NOTABENE: Alle Nederlandse vertalingen (die ik ken) vanaf 1637 tot 1951 hebben: ijdelheid

Verschueren (Vlaams) en vanDale zijn het min of meer eens:

ijdelheid 1. vergankelijkheid; 2. zelfingenomenheid; 3. nietigheid

ijdel 1. ledig (Z.N.); 2. zinloos, waardeloos, onbeduidend, vergeefs;3. louter, enkel; 4. ongegrond, lichtvaardig; 5. zelfingenomen.
Als bijw: ijdellijk > enkel in de bijbelse zin: ijdellijk gebruiken (nutteloos, vruchteloos)

HEBREEUWS: 'habel'

# Ec 1:2,14    2:1,11,15,17,19,21,23,26    3:19     4:4,7,8,16    5:7,10   6:2,4,9,11,12    7:6,15    8:10,14   9:9    11:8,10   12:8

* = 30 verzen (in totaal komt het hier 38x voor)

TOTAAL in OT: hebel: 64x (d.w.z. in 64 verzen, totaal aantal hoger)

werkwoord habal: 5x
eigennaam: (h)ABEL: 8x
betekenis op zich is vrij duidelijk: (etymologisch) oorspronkelijk: zuchtje, nevel, damp, adem(tocht), lucht (Jes 57:13)(vergelijkbaar met Aramese woordstam en Syrische woordstam). Echter bijna overal in figuurlijke zin gebruikt:

WAT NU bij PREDIKER ?

pregnant gebruik: Habel habalim, ’amar qohelet, Habel habalim, hakkol habel
- concordant vertalen. Altijd hetzelfde woord: (door hele schrift ?, in Prediker ?) ...

vragen:

1. moet de oer-betekenis hoorbaar zijn ?

LUCHT; lucht is in NL ook behoorlijk metaforisch. (Hij is lucht voor mij, wind-handel, Hij verkoopt gebakken lucht) In andere taal anders: FR ? DUI? ENG?

2. Is de precieze betekenis dan te vatten in een ‘begrip’ ?

In het Hebreeuws blijkbaar wel (='habel') met veel aspecten in Prediker:vluchtig, lucht, damp, vergeefs, ijdel, triviaal, onbegrijpelijk, ongerijmdheid, leeg, futiel, ilusoir

HOE? De definitie van het begrip afleiden uit het gebruik: Welke verschijnselen noemt Prediker ‘habel’.?

ordening:

1. het menselijk gedrag

- a. arbeid, werk, gezwoeg, getob:  homo faber (2:11)
- b. vreugde, genot:     homo ludens (2:1; 6:9)
- c. wijsheid, kennis    homo sapiens (2:15)
- d. taal, woord, spreken:    homo loquens (6:11)

2. het leven en bepaalde perioden in het leven (3:19; 6:12, 11:10) 5x > vluchtig ?

3. (leven na ??)de dood (11:8)

4. het goddelijk gedrag - gebeurtenissen in deze wereld

- a. goddelijke gerechtigheid (8:10; 14) 3x (2:15?) e.a..??.
- b. “alles” (1;2, 12:8)

Pièce de résistance: 8:10-14 ?

ordening boven:
1a (wat de mens doet) en 4b (alles) samen nemen meer dan de helft van de spreuken voor hun rekening.

BELANGRIJK: 

Het begrip/woord kadert in een research project. Prediker onderzoekt alles (ook een sleutelwoord), m.n. of ‘het systeem’, waarbinnen gebeurtenissen gebeuren, daden gesteld worden, woorden gesproken, geleefd en genoten wordt, klopt, redelijk, rechtvaardig is ...

PROBLEEM: Iets gebeurt, geschiedt, wordt gedaan met GOEDE intenties, maar de uitkomst maakt de hele zaak problematisch. ONGELIJKHEID, VERSCHIL .. Wat er gebeurt of wat er uitkomt is niet het verwachte, noch het verhoopte, maar.. EN DAT NOEMT HIJ: HABEL

- niet redelijk, niet rechtvaardig, ongerijmd....

Toch zou God met z’n gerechtigheid hiervoor moeten zorgen. (iustitia distributiva) (3:17, 8:12b,13a) 7:13 ?? Zie wat God gedaan heeft; wie maakt recht wat hij krom heeft gemaakt ?

Dit is een demoraliserende vaststelling: 9:3 (8:11)...
En eigenlijk komt Prediker hier niet bovenuit, hoezeer hij ook probeert. Het boek heeft dan ook iets wanhopigs, vertwijfeld...

HABEL mag dus i.e.g. niet ‘luchtig’, ‘vluchtig’ associëren... De materie te zwaar.

VRAAG/IDEE: als abstract begrip (on-hebreeuws) is het wellicht het best vergelijkbaar met A. Camus: het ‘absurde’. (Mythe van Sisyphus).

Dick Wursten