[fragment van een concerttoespraak met muziek van de Gabrieli's]
Laat ons prijzen zij die psalmodieën ontdekken volgens de
regels der kunst
en zij die spreuken voordragen op
lyrische wijze.
Psalmodieën ontdekken ...
Ricercare, rechercher: Zoeken.
Een ricercare is een compositie waarbij de zanger of speler op zoek gaat naar muziek. Hij begint te zingen, of pakt zijn instrument, en probeert wat uit, Tiento… of hij tokkelt wat op de toetsen: Toccata… en als het mee zit, dan geeft zijn instrument hem al musicerend iets terug, een melodie bijv. een harmonisch patroon, een beweging (trovare, trouvaille, trouvère, troubadour). Als de vondst aanslaat, een inventie blijkt, dan ga je door, eerst wat rapsodisch improviserend, maar na verloop van tijd vraagt de muzikale vondst zelf om een vorm, waarin hij z’n volle rijkdom kan laten horen. De muzikant houdt de melodie dan nog eens tegen het licht, voegt imitaties toe, laat een andere stem antwoord geven, versnelt, vertraagt, en dan heb je een ricercare…. Doe je het heel streng contrapuntisch, dan wordt het een fuga, maar in de tijd waarin wij ons bevinden, bestaat die nog niet. En zo preludeer je naar het volgende grote werk toe…Wat ik maar zeggen wil: zo gaat dat: muziek ontstaat al zoekend, ricercante. En zonder inventie wordt het nooit wat. Muziek ‘gebeurt. Net als God. Hij is er, soms, even.
Sta mij toe om op dit moment in de liturgie een stukje heilige Schrift
met u te lezen. Uit het boek der Wijsheid van Jezus Sirach, aka
Ecclesiasticus, het 44ste kapitel. Het is een loflied op de ‘de
grote mannen’ van weleer (aan vrouwen dacht men toen nog niet). En in
het 5de vers worden de musici genoemd, en zelfs het oord
ricercare valt, in het Latijn dan: requiro.
Laudemus viros gloriosos, et parentes nostros in generatione sua…
[1] Laat ons de beroemde mannen
prijzen, onze voorvaderen, vanaf het begin….
[3] Heersers over koninkrijken,
mannen vermaard om hun kracht,
raadgevers vol inzicht, profetische geesten &cetera
[En laat ons prijzen:]
[5] zij die psalmodieën ontdekken
volgens de regels der kunst
en zij die spreuken voordragen op lyrische wijze*.
in
peritia sua requirentes modos musicos, et narrantes carmina
Scripturarum (Vulgata,
vertaling Hieronymus)
εκζητουντες
μελη
μουσικων
και
διηγουμενοι
επη
εν
γραφη (Griekse
vertaling opgenomen in de Septuaginta)
TERZIJDE: Ecclesiasticus was lange tijd enkel bekend in de Griekse
vertaling van de kleinzoon van de auteur
שמעון
בן
ישוע
בן
אלעזר
בן
סירא
Niet eenvoudig te vertalen. Ik doe een poging.
[zeer letterlijk, woordstambetekenis:]
zij die
![]()
> zijn
bepaling, meetsnoer <
deze variant wordt vermeld in de marge van het Ms.
en zij die
[vrijer:]
zij die psalmen (liederen) componeren volgens de regels der kunst
en zij die spreuken verzamelen in geschrift.
Tekstkritiek, m.n. op grond van de vondsten in Massada en Qumran, heeft
de mening versterkt dat de uitdrukking 'l hq bij het psalmodiëren
(NB, niet denken aan componisten, want dat beroep bestond nog niet) wel
eens naar de versvoet of het metrum zou kunnen verwijzen. Het laatste
woord 'bktb' (in geschrifte) is problematisch want
doorbreekt het 'eindrijm' van vers 1-8: altijd: '-tam'.
* Lella/Skehan
(Anchor Bible) stellen voor hier 'bemiktam' te lezen, een typisch
woord uit de titel van psalmen (= genre aanduiding) waarvan overigens
ook niemand de betekenis kent. Dus heel veel schiet je er niet mee op.
Bij het eerste zinsdeel zou je dan aan David kunnen denken en bij het
tweede aan Salomo (Hooglied bijv.).
Significant voor de inculturatie van de Joodse cultuur in de Griekse
cultuur is dat de kleinzoon het woord 'psalm' (mizmor) met 'ode'
heeft vertaald en 'wijsheidsspreuk' (mashal) met 'epos'. Gezien
zijn keuze voor het Griekse 'diègeomai' (=vertellen) heeft hij in elk
geval niet gedacht aan het 'verzamelen' van spreuken, maar aan
'verhalenvertellers'. Hij woonde overigens niet in Jeruzalem, maar in de
metropool Alexandrië... En het is 60 jaar later.
[7] Ze werden allen door hun
tijdgenoten geroemd,
ze waren de trots van hun tijd.
[8] Sommigen van hen lieten een naam na,
zodat hun lof nog steeds verkondigd wordt.
[9] Aan anderen wordt niet meer gedacht,
ze zijn verdwenen alsof ze nooit hadden bestaan,
[10] Maar de eerste werden niet vergeten.
[11] Hun naam leeft voort van geslacht op geslacht…
[15] Over hun wijsheid zullen de volken vertellen,
de gemeenschap zal hun lof verkondigen.