De Johannes of de Mattheüs, welke vind je mooier? Dat kan je
zomaar gevraagd worden in deze tijd van het jaar.
— Voor de outsiders: dit is idioom dat
Bach-volgers gebruiken om naar twee muziekstukken te verwijzen van hun
idool: de Johannespassion en de Matthäuspassion, de een iets meer de ander
iets minder dan 300 jaar geleden gecomponeerd voor de vesperviering van de
Goede Vrijdag in Leipzig — Ik blijf het antwoord meestal schuldig, juist òmdat
ze nogal verschillen.
Niet alleen in omvang, maar ook in sfeer. En dat komt… door de tekst (ja
wat had u gedacht?!). Dìe heeft Bach eerst gelezen, en dan getoonzet.
Het evangelie van Johannes is heel anders dan dat van Mattheüs (en
Markus en Lukas, want die drie lijken op elkaar). Zo is zijn vertelling
relatief kort (ca. 2000 woorden, tegen ca. 3000 in Mattheüs). Sterker
nog: hij veronderstelt eigenlijk dat je het verhaal al kent. Veel
détails laat hij weg, en wat hij vertelt daaraan geeft hij een eigen
draai. Hierdoor is de tekst die Johannes aanbiedt eigenlijk een
reflectie op wat er gebeurd is onder de oppervlakte. Dat doet
hij in de vorm van een hervertelling van een aantal episodes, waarbij
hij heel nadrukkelijk de schijnwerper richt op de persoon van Jezus en
zijn handelen. Ja, klinkt vreemd in een passie, maar
ook dat is bewust. Jezus is in dit evangelie namelijk geen gewone mens,
ook geen bijzondere, maar iemand ‘sui generis’. Hij wordt ook helemaal
niet geboren midden in de winternacht (ocharme), neen: bij Johannes is
hij vanaf de allereerste zin (“In den beginne was het Woord…“)
al het eeuwige Woord van God: ὁ λόγος (ho logos), een Grieks
filosofisch-metafysisch kernbegrip: het beginsel van al wat is, het
wezen van het Zijn. In hem is dàt mens geworden en heeft onder ons
gewoond. Niet om wat rond te wandelen met z’n leerlingen, of op een berg
te prediken, neen: Hij is hier – volgens Johannes – met een welbepaald
doel: om zijn leven te geven. En dat zal de mensen rondom Hem ten goede
komen. Zeker weten. Johannes de Doper verklapt het al, zo gauw hij hem
ziet : Zie het lam Gods…
In het verhaal van zijn arrestatie, proces, en liquidatie (de
passie) voltrekt zich volgens Johannes dan ook geen diep menselijke
tragedie (zoals je bij Mattheüs nog zou kunnen denken, maar pas op…),
neen: daar bereikt hij zijn doel. Daar wordt zijn leven voltooid. Hij
wordt ‘verhoogd’ aan het kruis, en als hij sterft, dan is ‘alles
volbracht’ (dat kruiswoord hoor je alleen maar bij Johannes). Ook in de
aanloop daarnaartoe is Jezus in al z’n passiviteit degene die de
touwtjes stevig in handen heeft. Dat merk je meteen al bij zijn zijn
arrestatie (lees maar, luister en zie hoe de soldaten Jezus pas kunnen
arresteren als hij dat toestaat). Dat is ook zo tijdens z’n proces (voor
Pilatus: Wie is hier de koning? En om welk Rijk, welke Waarheid gaat het
hier eigenlijk?). Ja, zelfs gekruisigd voert hij nog steeds de regie
(lees maar: hij geeft instructies aan z’n moeder, aan Johannes). En de
aanwezige mensen? Die zijn wel druk in de weer, en doen van alles, maar
begrijpen niet wat er gebeurt. In alle gesprekken gaat het van
misverstand tot spraakverwarring, vaak met dubbele bodem (voor de goede
verstaander, achteraf). Typisch Johannes.
Welnu, dit is natuurlijk een constructie van de auteur: een literary
device om iets over te brengen. Maar, wat dan? Ja, daarvoor moet u
lezen, luisteren, het verhaal volgen, nadenken, meedenken. Mijn
suggestie is —ik had het al verklapt— dat Johannes het lijden en sterven
van Jezus op zo’n manier hervertelt dat hij kan laten zien who's in
control. Zijn dat de machten van deze wereld (militaire,
religieuze, politieke leiders)? Ja, natuurlijk: zij krijgen Jezus in
handen en doen met hem wat ze willen. Maar pas op, dat is maar de
oppervlakte van het gebeuren. Zo lijkt het, maar als deze
machtigen oog in oog staan met Jezus en geconfronteerd worden met zijn
innerlijk gezag, dan staan ze in hun hemd. Eén voor één worden ze
ontmaskerd als gesublimeerde vormen van on-macht. De slotsom van dit
evangelie is dan ook dat de machteloos gekruisigde gave mens meer te
zeggen heeft dan alle machthebbers van de wereld bij elkaar. Alleen moet
je dat natuurlijk wel willen zien, willen horen.
Klinkt dat nu ook door in de muziek van Bach? Jazeker. Luister maar eens
naar ‘de Johannes’ met z’n majesteitelijke openingskoor (naar Psalm 8):
helemaal raak: Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm in allen landen
herrlich ist… 3x Heer. En op deze belijdenis volgt het ‘gebed van
de viering voor Goede Vrijdag’ (het collect-gebed, waarin de
betekenis van de viering is samengebald in één zin):
Toon ons, door uw lijden,
dat Gij, ware Zoon Gods,
te allen tijde,
ook in de diepste vernedering,
verheerlijkt bent geworden.
Dat laatste werkwoord (verheerlijken) mag u hier heel letterlijk lezen:
Dat gij ook daarin laat zien dat Gij heer zijt…, waarop Psalm
8 opnieuw mag klinken, da capo, zoals het was in den beginne,
nu en altijd —in goede en in kwade tijden—, tot in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Op zoek naar een goede opname van het openingskoor verdwaalde ik op het
internet. Er was zoveel uiterlijk vertoon, en zo weinig innerlijk gezag.
En wat zijn de zangers toch aan het worstelen, of het 'hakken'
(he,hehe,ehehehe, hehe herrscher. Of ligt dat aan Bach?). En toen,
struikelde ik plots over die ene keer dat de Passie vanuit de Thomaskerk
in Leipzig bijna niet doorging, maar toch werd uitgezonden, uitgevoerd
door 1 zanger, met cembalo en percussie. Het was coronatijd (2020). Meer
mocht dat toen niet zijn. Meer moet dat soms ook niet zijn.
Benedikt
Kristjansson, Tenor
Elina Albach, Cembalo
Philipp Lamprecht, Percussion
volledige opname: https://www.youtube.com/watch?v=uFx-mIWzuu0
Goede Vrijdag 2026, Dick Wursten