Een andere passie…

Johannes 18-19

De Johannes of de Mattheüs, welke vind je mooier? Dat kan je zomaar gevraagd worden in deze tijd van het jaar. — Voor de outsiders: dit is idioom dat Bach-volgers gebruiken om naar twee muziekstukken te verwijzen van hun idool: de Johannespassion en de Matthäuspassion, de een iets meer de ander iets minder dan 300 jaar geleden gecomponeerd voor de vesperviering van de Goede Vrijdag in Leipzig — Ik blijf het antwoord meestal schuldig, juist òmdat ze nogal verschillen.

Niet alleen in omvang, maar ook in sfeer. En dat komt… door de tekst (ja wat had u gedacht?!). Dìe heeft Bach eerst gelezen, en dan getoonzet. Het evangelie van Johannes is heel anders dan dat van Mattheüs (en Markus en Lukas, want die drie lijken op elkaar). Zo is zijn vertelling relatief kort (ca. 2000 woorden, tegen ca. 3000 in Mattheüs). Sterker nog: hij veronderstelt eigenlijk dat je het verhaal al kent. Veel détails laat hij weg, en wat hij vertelt daaraan geeft hij een eigen draai. Hierdoor is de tekst die Johannes aanbiedt eigenlijk een reflectie op wat er gebeurd is onder de oppervlakte. Dat doet hij in de vorm van een hervertelling van een aantal episodes, waarbij hij heel nadrukkelijk de schijnwerper richt op de persoon van Jezus en zijn handelen. Ja, klinkt vreemd in een passie, maar ook dat is bewust. Jezus is in dit evangelie namelijk geen gewone mens, ook geen bijzondere, maar iemand ‘sui generis’. Hij wordt ook helemaal niet geboren midden in de winternacht (ocharme), neen: bij Johannes is hij vanaf de allereerste zin (“In den beginne was het Woord…“) al het eeuwige Woord van God:  ὁ λόγος (ho logos), een Grieks filosofisch-metafysisch kernbegrip: het beginsel van al wat is, het wezen van het Zijn. In hem is dàt mens geworden en heeft onder ons gewoond. Niet om wat rond te wandelen met z’n leerlingen, of op een berg te prediken, neen: Hij is hier – volgens Johannes – met een welbepaald doel: om zijn leven te geven. En dat zal de mensen rondom Hem ten goede komen. Zeker weten. Johannes de Doper verklapt het al, zo gauw hij hem ziet : Zie het lam Gods…

In het verhaal van zijn arrestatie, proces, en liquidatie (de passie) voltrekt zich volgens Johannes dan ook geen diep menselijke tragedie (zoals je bij Mattheüs nog zou kunnen denken, maar pas op…), neen: daar bereikt hij zijn doel. Daar wordt zijn leven voltooid. Hij wordt ‘verhoogd’ aan het kruis, en als hij sterft, dan is ‘alles volbracht’ (dat kruiswoord hoor je alleen maar bij Johannes). Ook in de aanloop daarnaartoe is Jezus in al z’n passiviteit degene die de touwtjes stevig in handen heeft. Dat merk je meteen al bij zijn zijn arrestatie (lees maar, luister en zie hoe de soldaten Jezus pas kunnen arresteren als hij dat toestaat). Dat is ook zo tijdens z’n proces (voor Pilatus: Wie is hier de koning? En om welk Rijk, welke Waarheid gaat het hier eigenlijk?). Ja, zelfs gekruisigd voert hij nog steeds de regie (lees maar: hij geeft instructies aan z’n moeder, aan Johannes). En de aanwezige mensen? Die zijn wel druk in de weer, en doen van alles, maar begrijpen niet wat er gebeurt. In alle gesprekken gaat het van misverstand tot spraakverwarring, vaak met dubbele bodem (voor de goede verstaander, achteraf). Typisch Johannes.

Welnu, dit is natuurlijk een constructie van de auteur: een literary device om iets over te brengen. Maar, wat dan? Ja, daarvoor moet u lezen, luisteren, het verhaal volgen, nadenken, meedenken. Mijn suggestie is —ik had het al verklapt— dat Johannes het lijden en sterven van Jezus op zo’n manier hervertelt dat hij kan laten zien who's in control. Zijn dat de machten van deze wereld (militaire, religieuze, politieke leiders)? Ja, natuurlijk: zij krijgen Jezus in handen en doen met hem wat ze willen. Maar pas op, dat is maar de oppervlakte van het gebeuren. Zo lijkt het, maar als deze machtigen oog in oog staan met Jezus en geconfronteerd worden met zijn innerlijk gezag, dan staan ze in hun hemd. Eén voor één worden ze ontmaskerd als gesublimeerde vormen van on-macht. De slotsom van dit evangelie is dan ook dat de machteloos gekruisigde gave mens meer te zeggen heeft dan alle machthebbers van de wereld bij elkaar. Alleen moet je dat natuurlijk wel willen zien, willen horen.

Klinkt dat nu ook door in de muziek van Bach? Jazeker. Luister maar eens naar ‘de Johannes’ met z’n majesteitelijke openingskoor (naar Psalm 8): helemaal raak: Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm in allen landen herrlich ist… 3x Heer. En op deze belijdenis volgt het ‘gebed van de viering voor Goede Vrijdag’ (het collect-gebed, waarin de betekenis van de viering is samengebald in één zin):

Toon ons, door uw lijden,
dat Gij, ware Zoon Gods,
te allen tijde,
ook in de diepste vernedering,
verheerlijkt bent geworden.


Dat laatste werkwoord (verheerlijken) mag u hier heel letterlijk lezen: Dat gij ook daarin laat zien dat Gij heer zijt…, waarop Psalm 8 opnieuw mag klinken, da capo, zoals het was in den beginne, nu en altijd —in goede en in kwade tijden—, tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Op zoek naar een goede opname van het openingskoor verdwaalde ik op het internet. Er was zoveel uiterlijk vertoon, en zo weinig innerlijk gezag. En wat zijn de zangers toch aan het worstelen, of het 'hakken' (he,hehe,ehehehe, hehe herrscher. Of ligt dat aan Bach?). En toen, struikelde ik plots over die ene keer dat de Passie vanuit de Thomaskerk in Leipzig bijna niet doorging, maar toch werd uitgezonden, uitgevoerd door 1 zanger, met cembalo en percussie. Het was coronatijd (2020). Meer mocht dat toen niet zijn. Meer moet dat soms ook niet zijn.


Benedikt Kristjansson, Tenor
Elina Albach, Cembalo
Philipp Lamprecht, Percussion

volledige opname: https://www.youtube.com/watch?v=uFx-mIWzuu0


Goede Vrijdag 2026, Dick Wursten