Genesis, het boek der wording
Extra bijsluiter leerhuis Antwerpen (29/01/87)Kernwoord in Genesis, zeker in Gen 1–11, is ’éllè toledoth’, dat wil zeggen: dit zijn de ‘verwekkingen’ (NBG: geslachten, geboorten, ontstaan, geschiedenis…).
Verwekking = wording (Grieks ‘Genesis’) = nieuw begin.
In Gen 1–11 staat tegenover wording de verwording = afbraak, val, verval, moord (zondeval, torenbouw enz.).
Dit alles levert een interessante structuur op (zie ‘Naderen om te horen, blz. 15). Over heel Genesis levert dit de volgende opbouw op:
Algemeen
| Gen 1–5 | de ‘wording’ der wereld (2:4a) en der mensen (5:1) |
| 6–10 | de ‘wording’ van Noach (6:9) en zijn zonen (10:1) |
| 11–25 | de ‘wording’ van Sem (11:10) en Terach (11:27) |
| 25–35 | de ‘wording’ van Ismaël (25:12) en Izaäk (25:19) |
| 36–50 | de ‘wording’ van Ezau (36:1.9) en Jakob (37:2) |
Het woord ‘toledoth’ komt 11 keer voor en duidt op 10 ‘wordingen’(Ezau 2x). De tekstplaatsen zijn in de rechterkolom onderlijnd
Hoofdlijn
De ‘verwekking’ van de eerstgeborene, die samenvat en de geschiedenis van zijn geslacht pars pro toto voortzet.
Naast de thematiek van de ‘eerstgeborene’, welke problematisch wordt vanaf Abraham (onvruchtbaarheid der aartsmoeders), komt nu heel sterk de thematiek van de ‘zoon en zijn broeders’ naar voren. Denk aan: Izaäk–Ismaël, Jakob–Ezau, Jozef–broers.