In het begin was het ‘Woord’ (logos) Johannes 1,1

preek op 9 januari 2022, Brabantse Olijfberg - Antwerpen

up | home

 

[geluidsopname van 16 januari 2022 (Vilvoorde - invalbeurt]

 

Herr Doktor Faust, u kent ’m wel: een man met een missie, met maar één levensdoel: hij wil alles begrijpen, en – liefst ook – beheersen. Kennis is macht. In de middeleeuwse legende sluit hij daarvoor zelfs een pact met (verkoopt z’n ziel aan) de duivel. Bij Goethe is het eerst nog neutraler. Faust is de niet te temmen nieuwsgierige mens, die wil, die moet weten.  Filo-sofie: wijs-begeerte. Hij beproeft alle dingen, onderzoekt alles wat in de hemel is, wat op de aarde is, en wat onder de aarde is… trachtende te doorgronden was die Welt im innersten zusammenhält…  
The
theory of everything, macrokosmos, microcosmos. Ook alchemie, magie hoort er dan bij. Hij vindt het niet. Wanhopig wordt hij ervan, depressief. Hij vindt zichzelf een mislukking, z’n leven mislukt. Zelfmoord overweegt hij.

Hij mengt reeds de gifbeker… Als hij op het punt staat om de drank in te nemen,  beginnen de kerkklokkken te luiden: Paasmorgen (zoete herinnering aan z’n kinderjaren…).  

Faust gaat naar buiten, lente. Hij wandelt door de stad, samen met z’n knecht Wagner. Overal aangesproken, geprezen, bedankt: “Herr Doktor, danke...” Minzaam neemt hij alles in ontvangst, maar het doet hem niets. De leegte blijft.

Onderwijl voegt zich een hond bij hen, een zwarte poedel… Die blijft meelopen, wil niet weggaan als hij thuiskomt. En als Faust zich wil terugtrekken in de studeerkamer. glipt ook de poedel nog mee. Ach ja, laat dan maar denkt Faust. Hij begint zelfs al tot de poedel te praten… Dan bedenkt Faust dat hij misschien nog kennis of inzicht kan verwerven door de bijbel te lezen, te vertalen om precies te zijn… Hij pakt het evangelie van Johannes en begint (vanaf v. 1217 voorlezen):

 

>> Vertaling Adema van Scheltema 1911  <<

 

 

[origineel]

Wir sehnen uns nach Offenbarung,

Die nirgends würd’ger und schöner brennt,

Als in dem neuen Testament.

Mich drängt’s den Grundtext aufzuschlagen,

Mit redlichem Gefühl einmal

Das heilige Original

In mein geliebtes Deutsch zu übertragen.

  (Er schlägt ein Volum auf und schickt sich an.)

Geschrieben steht: „im Anfang war das Wort!“

Hier stock’ ich schon! Wer hilft mir weiter fort?

Ich kann das Wort so hoch unmöglich schätzen,

Ich muß es anders übersetzen,

Wenn ich vom Geiste recht erleuchtet bin.

Geschrieben steht: im Anfang war der Sinn.

Bedenke wohl die erste Zeile,

Daß deine Feder sich nicht übereile!

Ist es der Sinn, der alles wirkt und schafft

Es sollte stehn: im Anfang war die Kraft!

Doch, auch indem ich dieses niederschreibe,

Schon warnt mich was, daß ich dabey nicht bleibe.

Mir hilft der Geist! auf einmal seh’ ich Rath

Und schreibe getrost: im Anfang war die That!

 

Tijdens het lezen begint de poedel te grommen, kruipt achter de kachel, kronkelt, groeit, met groot gedruis en rook… en uit de nevelen treedt tevoorschijn Mephisto (als student verkleed, maar dit terzijde).

Ach das war also des Pudels Kern…  Dan begint de actie. Het pact wordt gesloten, de ruil beklonken : Als ik op een / tot het / ogenblik zeg: verweile doch, du bist so schön… dan mag Mephisto z’n ziel komen halen. Een drama wordt het, een tragedie. Strevend naar het hoogste, vol dadendrang, stort hij anderen (Gretchen) en zichzelf in het verderf.

 

De vraag naar ‘de aanvang’ is blijkbaar fascinerend: Het principe dat overal achterligt. Het begin als beginsel. Wat was er in den beginne, wat zette alles in gang ?

Dit staat er:

Èn archè hèn ho logos…. In den beginne was het Woord: Inderdaad niet simpel te vertalen.

 

Logos: woord, verbum, maar ook ratio. Of actiever: niet ‘het woord’, maar ‘het spreken zelf ’ niet verbum, maar sermo. Naardense bijbel: het spreken. Denk ook aan het Frans met z’n twee woorden: Le Mot / La Parole. ‘Sprake’ stelt E.L. Smelik voor in zijn commentaar. Niets werkt, onvertaalbaar. Hieronder de pagina in de Geneefse bijbeleditie van 1556 (publ. Estienne), waar geopteerd wordt voor 'sermo', met dank aan Erasmus (highlighted).

Estienne 1556 - biblia - Johannes 1

 

Ook en vooral omdat dit Griekse woord een voorgeschiedenis heeft voordat Johannes het gebruikt. Zonder kennis daarvan begrijp je niets van wat Johannes zegt. (noodzakelijk context voor deze tekst)

 

In het jodendom ging men in de loop van de eeuwen voorafgaand aan het begin van onze jaartelling (inter-testamentaire tijd) bepaalde eigenschappen van God verpersoonlijken. Ook in de bijbel zelf gebeurt dit al: De ‘Wijsheid’ van God in het boek Spreuken, is een persoon (een vrouw, chokma). Ze ‘roept’ op straat, wil gehoord worden, waarschuwt. In hoofdstuk 8 wordt ze zelfs ‘pre-existent’ gedacht. [lees hier de tekst] Zij is Gods eerste schepsel, z’n lieveling, z’n oogappel. Zij verheugt zich voor Gods aangezicht...  ludens coram Deo, zei men in het oude kerklatijn: spelend voor Gods aangezicht. Sophia (Grieks) heet ze dan inmiddels. En is het ‘door haar’ met haar  - dus in alle wijsheid - dat God alles heeft geschapen, dat er is. U voelt waar Johannes de mosterd vandaan haalt.  

In de bijbel is dit nog uitzonderlijk - deze hypostasering van eigenschappen van God - maar in de eeuwen voor het begin van onze jaartelling wordt hierop lustig voortgeborduurd. Zo lezen we in het apocriefe boek Henoch ‘dat de Wijsheid een verblijfplaats zocht’ te midden van de mensenkinderen. Maar hoe zij ook zoekt, waarheen zij zich ook keert of wendt, nergens is ze welkom .Ze vindt geen plek – die wordt haar niet gegund. Verdrietig gaat de Wijsheid terug naar de hemel om te verblijven temidden van de engelen. (vgl. Job 28)

 

Ook het ‘Woord van God’ (Grieks: logos tou theou) werd zo verpersoonlijkt (gehypostaseerd). Philo, een Grieks-hellenistisch Jood, Alexandrië… noemt deze Logos zelfs ergens de ‘eerstgeboren zoon’ van God (De Agricultura 51). NB: voor Philo is in de Logos ook Gods ‘zedenwet’, de Tora begrepen (de leefregels door God geopenbaard, en ontvangen op aarde door slechts één volk: Israel). De idee dat ook de Tora zelf pre-existent is wordt ook courant. (Vgl. de koran). Terzijde: Of het dan gaat om reële of ideële pre-existentie is mij niet duidelijk (maar gezien de platoonse context niet onbelangrijk). De LOGOS is dan - ik probeer maar eens - zoiets als Gods plan voor deze wereld, de eeuwige Idee, natuurlijk vol van WIJSHEID. Zij beide (logos & sophia) zijn bij Philo a.h.w. ‘lieu-tenants’ (plaats-bekleders, stad-houders) van God, die de realisatie moeten bewerken in de geschapen wereld, de mensenwereld van Gods eeuwige 'idee'. Daar moeten ze vorm krijgen, zich realiseren.  

 

En daarmee is God dus al van den beginne bezig – zegt Johannes. Hij spreekt dus helemaal in koor met Spreuken en staat naast Philo. Een goede Griekse Jood. En in dat Woord, die idee, die Logos, - net als in de Tora en in de Wijsheid – is leven, en dat leven is het licht voor de mensen, helder stralend in de duisternis (denk aan de Morgenster van ons beginlied) … Alleen de mensen hebben het niet gewild, niet aangenomen. Net als de Wwijsheid in Henoch, is ook de Logos bij de mensen ongewenst. Ze stoort.

 

Wat dan? Wat nog? Is God nu aan het eind van zijn latijn (grieks)?

Neen, zegt Johannes, en hier wordt hij pas origineel

Vers 14 : de Logos… is mens geworden ‘vlees’ (sarx, in-carnatio), d.w.z : hij heeft ons lichamelijk, sterfelijk leven aangenomen, gedeeld.

De Logos is geen hoge idee (meer), bestaat niet enkel uit wijze woorden en diep inzicht, of uit goede wetten, een degelijk politiek ontwerp...

Neen, Gods Logos krijgt vorm in een mens, zoals wij… kwetsbaar: een kind in een kribbe, that’s it. that’s all. Niks theory of erything… geen sweeping statements, ideologische hoogvliegers, neen:

‘het’ zal gebeuren tussen mensen … of het gebeurt helemaal niet. het moet reëel zijn, fysiek, inter-menselijk, humaan... of het is niets waard.

 

De voortekenen zijn niet gunstig – weet de proloog, maar het verhaal trekt zich toch op gang…. elk jaar opnieuw: het verhaal van die mens, Jezus van Nazareth, die geleefd heeft zoals wij (geboren, geleefd, gegeten, gedronken, geweend, gelachen, getobt, genoten, geleden, gestorven..., en begraven… zoals wij. Eindig was zijn existentie, maar de vorm die hij aan het menselijk leven (zijn eigen, gedeeld met de anderen) heeft gegeven: daarin, zo eindigt de proloog van Johannes, daarin existeert hij eeuwig. Daarin kunnen wij ontwaren de heerlijkheid (doxa, kabood, gloria) van God : vol van ‘genade en waarheid’! Dat is: vol levenschenkende kracht, door en door betrouwbaar.

 

Opletten dus ! is de boodschap, in dit nieuwe kerkelijk jaar… Niet in hoge woorden, niet in diepe gedachten, maar in de echte ontmoeting van mensen zal het gebeuren, dat God spreekt… En waarop we dan moeten focussen, alert zijn, ogen open houden, accenten: dàt vertelt ons het verhaal van die ene MENS… Gods Woord, Gods Zoon, voor eeuwig. Amen .

 

Dick Wursten