Alles had Hij verteld
van God die Hem had gestuurd
van God die wil dat wij leven
alles had Hij medegedeeld
wat God Hem had gegeven
alles: ook het laatste:
zijn eigen leven.
Toen werd het stil
toen was het voorbij
toen was er alleen maar verdriet.
[begin van een gedicht van Inge Lievaart]
2021: Paaspreek (4 april, coronatijd)
in de Brabantse Olijfberg te Antwerpen
Live (geknipt uit de livestream in coronatijd):
Bijbeltekst: Lukas 24:1-11 (of 12:
tekstkritische
(bijbelwetenschappelijke) opmerking over Lukas 24, vers 12
(Petrus na de aporie): staat dit vers nu wel of niet in de
oudste handschriften?)
Inventio: De vrouwen gaan in de vroege ochtend naar de tuin gaan, en zien de steen afgewenteld, en vervolgens – als ze voorzichtig om de hoek naar binnen kijken – stellen vast dat het graf leeg is. Ze raken hierdoor helemaal van slag. Een gemoedstoestand met veel facetten gezien de vele vertalingen (zie onder). Dat maakt je nieuwsgierig naar wat dat toch wel voor woord er in het Grieks staat: zij waren in een ‘aporie’ (aporeisthai)
zij waren daarover twijfelmoedig (Statenvertaling)
NBG: daardoor in verlegenheid waren (NBG 1951)
NBV: zij warend daardoor van streek (NBV 2004)
... They were perplexed | consternatae (Hieronymus)
Preek
Toen werd het stil
toen was het voorbij
toen was er alleen maar verdriet.
Zo treffen we de vrouwen aan op de Paasmorgen. Alles voorbij, alléén maar verdriet. Ze hadden het allemaal zien gebeuren, in de bewogen ‘Goede Week’ tussen Palmpasen en Goede Vrijdag. Ze hadden machteloos moeten toekijken, het allemaal uit de hand liep. Ze hadden met hem de via dolorosa afgelegd, ze hadden bij het kruis gestaan. Ze hadden geweend, maar waren gebleven tot het einde… En ze waren meegegaan, naar de tuin. Ze hadden gezien hoe nog snel - voor het donker werd - en de sabbat begon, Jezus ‘in doeken werd gewikkeld’ en te ruste gelegd. En als de steen voor de graftombe wordt gerold, zie je ze hun hoofd buigen, troost zoeken bij elkaar, en wenen: Wir setzen uns mit Tränen nieder… und rufen dir im Grabe zu: ruhe sanfte… sanfte Ruh.
Toen werd het stil
toen was het voorbij
toen was er alleen maar verdriet.
En dan was die lange sabbat gekomen – die wij nu Stille Zaterdag noemen. Eindeloos zal die geduurd hebben, gevuld met maar één gedachte, één gevoel, Het is afgelopen, voorbij. Hij ìs er niet meer. Een ‘afwezige’ kan in al z’n afwezigheid dominant aanwezig zijn. En dan, als de sabbat voorbij is en de nacht z’n laatste uur slaat, pakken ze de welriekende kruiden bijeen, en de mirre, om nog één keer naar Jezus te gaan. Om hem de laatste, allerlaatste eer te bewijzen: zijn lichaam balsemen, de geur van de dood verdrijven. Ze weten, net zo goed als wij, dat het vergeefs is, maar toch, toch wil je dat doen. Het is het laatste wat je kunt doen. En dan weet je:
Dan wordt het stil
Dan is het voorbij
Dan rest er enkel nog verdriet…
Zo is het op aarde ....
maar zo is het in de hemel niet.
Een leven, zo, zoals deze mens, Jezus, dat heeft geleefd, dat kan niet, dat dat nu ook over en uit zou zijn, met de dood. No way! Daarvoor zit er teveel Levenskwaliteit in. Dat moet een vervolg hebben… dat moet doorgaan. To be continued.
Maar dat is in de hemel,
zo is het op aarde niet.
Beeldend vertelt Lukas hoe de vrouwen erachter komen en meegenomen worden in deze - voorlopig nog - stille revolutie: De steen die normaliter het graf afsluit, het einde bezegelt: loodzwaar, onwrikbaar. Die steen blijkt weggewenteld…. revolutum (Vulgata). En – als de vrouwen angstig om de hoek naar binnen kijken, stellen ze vast dat het graf leeg is. Grafschennis ! zullen ze gedacht hebben. Ook dat nog !
Ze raken helemaal van streek. Wat nu?
Ziet u ze daar staan, met hun specerijen, kruiden en mirre… Ze kijken elkaar aan. Nu weten ze het echt niet meer. Wat moeten ze nu doen? Met hun zorg voor de ‘dode’ zijn ze hier op aarde in een ‘aporie’ beland.
Dat woord staat er ook letterlijk in het Grieks, waar onze vertaling zegt ‘ dat ze niet wisten wat ervan te denken’ (perplex)
In een aporie beland: letterlijk: zonder uitweg zitten.
niet weten hoe het verder moet.
Geen volgende stap meer kunnen zetten.
Zo is het op de aarde. Zo is het nog steeds, als de dood weer eens verwoestend uithaalt. Ook toèn op die eerste Paasmorgen was het niet anders… Het evangelie is hierover heel eerlijk. Niemand geloofde dat Jezus was verrezen, op de paasmorgen. Niemand stond al halleluja-roepend in de tuin. Daarvoor hakt het sterven van een geliefde er te hard in, is de dood te onwrikbaar.
Zo is het op de aarde… maar zo is het in de hemel niet.
Wat zoekt gij de levende bij de doden? Zegt een stem. Zijn jullie op zoek naar jullie Heer? Dan moet je hier niet zijn. Als je hem echt wilt vinden, die Heer, die je zo dierbaar is, dan moet je niet naar zijn graf gaan kijken, hem daar bewenen, de laatste eer bewijzen, bewieroken en balsemen…, kransen leggen, monumenten bouwen, requiem-missen opdragen. Neen, hoe begrijpelijk ook, dat leidt tot niets.
Als je die Heer echt weer bij je wilt hebben, dan moet je omkeren, de blikrichting veranderen. Op zoek gaan naar Hem, onder de levenden…
De vrouwen kunnen niet volgen. Wel: komaan, haal je dan eens voor de geest, wat hij zelf gezegd heeft… toen hij nog onder jullie was… En wie weet ontdek je dan wel, dat Hij nabij is, midden onder u, dat Hìj nog altijd lééft. Dat de dood Hem niet klein kan krijgen...
Niet bij de doden, maar bij de levenden… is Hij (te vinden).
Nog is er géén Paasjubel bij de vrouwen. Maar één ding is er al veranderd: Ze denken nu niet meer aan Jezus 'als dode', maar aan wat hij gezegd en gedaan heeft toen hij leefde, hoe hij geleefd heeft, waar Hij voor stond, waar Hìj voor ging. Hoe hij was…. hoe hij ìs, en altijd zijn zal.
Ze herinneren zich - de vrouwen - hoe Jezus hen ooit bij de hand heeft genomen en opgericht, toen ze het niet meer zagen zitten, hoe hij het voor hen opgenomen heeft toen anderen hen veroordeelden… (denk Maria Magdalena, de overspelige vrouw... en anderen). Hoe rondom Jezus eigenlijk altijd het leven doorzette, hoezeer het ook aangevochten en bedreigd werd. Hoe hij voor mensen die in een aporie waren beland, een doorbraak naar het licht wist te vinden… Altijd weer.
En met die herinnering, met die gedachtenis, begint de steen die als een loden last op hun hart drukte, nu toch ook in beweging te komen…
De gedachte komt op dat er misschien toch nog een weg is… voor hen, mèt Jezus… niet met een dode Jezus (die vonden ze niet, die moesten ze ook niet zoeken), maar met de Heer die leeft in de herinnering, en zo present is… reëel. En ze laten het graf voor wat het is, en keren terug naar de stad… en vertellen de apostelen wat er was gebeurd…
Ze krijgen echter nul op rekest. kletspraat, gebeuzel, antwoorden de heren, apostelen. 'Larie' (lèros) staat er in het Grieks. Onzin. Zij geloofden de vrouwen niet. Hoort u hoe realistisch het evangelie is.
Het gevoel van vast te lopen op de dood, de aporie, is reëel: er is geen verdere weg… Dat blijft, ook na Pasen. En bij elke mens, ook bij gelovigen.
Toch blijven de woorden hangen … vanuit de hemel gesproken. De stille revolutie zet zich voort: Zoekt hem bij de doden niet … Hij is de levende… Herinner u…
En in het hoofd van één discipel, Petrus, haken die woorden vast. En hij stond op, en ging op weg... Opstaan, precies ! Daar begint het mee… (het woord staat er in het Grieks: Petros anastas). Letterlijk. opstaan, maar ook geestelijk: opstaan, hervatten… doorgaan, het élan hervinden, hoop vatten.
Dáár begint het Paasgeloof mee, met zelf niet bij de pakken te blijven neerzitten, maar erop vertrouwen dat er een verdere weg is, ookal lijkt die geblokkeerd. Individueel, persoonlijk, maar ook als gezin, als familie, als ‘gemeenschap’, parochie. Als je dan zo zelf opstaat en op weg gaat, toch maar… in vertrouwen dat de Heer lééft, dan mag u er ook van overtuigd zijn, dat Hij zich zal melden, de Levende.
Het volgende verhaal in Lukas 24 is niet voor niets het verhaal van de Emmaüsgangers. (Jezus die 'van terzijde' je aanspreekt, meegaat opweg, die herkend wordt bij 'het breken van het brood' de communie.)
Je zou het de kettingreactie van de opstanding kunnen noemen.
Als één verrezen is, waarom zouden wij dan ook
niet opstaan en opnieuw aan het leven beginnen…, of aan een
nieuw leven beginnen, of in elk geval… doorgaan, wetende dat al wat
wij doen niet tevergeefs is… in de Heer.
Amen.
---
Tekstwetenschappelijk opmerking:
Na Lukas 24: 1-11 stopt het verhaal in enkele van de oudste handschriften. Vers 12 ("Petrus stond op, liep naar het graf, bukte zich, zag de linnnen windsels liggen, keerde terug, verwonderd over wat gebeurd was") ontbreekt daar. Eigenlijk niet goed te verklaren waarom het in die handschriften zou zijn weggelaten of zijn weggevallen (als je ervan uitgaat dat dat vers eerst wel aanwezig zou zijn). Dus waarschijnlijker dat het later ingevoegd is. Daarom wordt het een extra interessant vers! (Waarom ingevoegd?). De standaardredenering is dat het ingevoegd is omdat anders ook Lukas (net als Markus!) met 'ongeloof' zou eindigen op de Paasdag. Dat wordt dan opgevangen door dit vers, dat ontleend zou zijn aan (en het verhaal ook harmoniseert met) het Paasverhaal uit Johannes 20:1-10, waar Petrus precies dit doet.
In NBG 1951 staat
dit vers tussen vierkante haken (wat deze stand van zaken aan de lezer
doorgeeft). In NBV 2004/2021 staat vers 12 weer
gewoon afgedrukt, en wordt ook in een voetnoot niet gemeld
dat hier een tekstkritische discussie is. Staat
Lukas 24:12 nu wel of niet in de bijbel vat de
stand van het bijbelwetenschappelijk onderzoek/tekstkritiek voor de
geïnteresseerde lezer voor u samen.
Terug naar de
meditatie