lijst met preken

Home

 

 

Preek over Mattheus 16: 26a 

Genk, 23092007

 

lezing: Mattheus 16, v. 24-26

(in het Grieks steeds "psuchè" hebraiserend: "nèfèsh" > levensbeginsel)

 

Wat baat het een mens, als hij de hele wereld gewint, en schade lijdt aan zijn ziel ?

 

 

Opmerking

De begrippen in onze tekst komen allemaal uit de ‘handel’.

De wereld winnen = verwerven, in bezit krijgen…

schade lijden = kwijt raken, verliezen…

Ook de volgende zin (26b): “wat kan een mens geven in ruil voor zijn leven (ziel) past hierbij.

 

"De hele wereld gewinnen": wat is dat eigenlijk ?

Het woord ‘wereld’ ("kosmos") heeft verschillende betekenissen:

 1. neutraal beschrijvend: de hele bewoonde wereld, 2. soms met een negatieve klank (bij Johannes (evangelie en brieven) bijna altijd (de boze wereld, tegenhanger van het Godsrijk). 3. Heel dikwijls betekent het ook: alles wat tot het leven behoort; wat de ogen te zien, de oren te horen geven; de gehele schepping Gods, van natuurlijke zowel als geestelijke aard, waartussen de mens als levend wezen is geplaatst.

 

Het lijkt mij dat déze laatste betekenis in onze tekst toch het meest doorweegt: De "wereld gewinnen" = willen leven, voluit.

 

Dat begint al vroeg. Zodra de eerste levensjaren verstreken zijn begint ‘de mens’ er aan, zal ik maar zeggen… om zich werelden te verwerven, waarin hij leven kan, zich ontplooien kan..

En daar is niets mis mee. Daarvoor zijn we er..., òm er te zijn, niet om ons weg te steken, maar om onze plaats hier op aarde in te nemen… en dat doe je in stappen: de wereld ‘gewinnen’.

 

Opvoeding en onderwijs – als het goed is – brengen je de nodige kennis en vaardigheden bij en de omgang met anderen scherpt je karakter en kweekt als het goed is toch: zelfstandigheid. En zo komt het moment, waarop je een eigen plaats, hetzij een bescheiden of een meer in het oog vallende, het maakt niet uit, een eigen plaats inneemt in de wereld, in die grote en complexe menselijke samenleving, waarin ieder zich een plaats moet verwerven, veroveren soms…

De meest basale betekenis van iets van deze wereld te ‘gewinnen’ = jezelf in deze wereld ‘een eigen stek’ verwerven , vaste grond onder de voeten.

 

Zo kun je gaandeweg je op allerlei terreinen, plaasten 'een stek verwerven'... maak je je allerlei deelwerelden eigen / raakt er ook wel eens kwijt... Want zo simpel is dat niet, zo gladjes verloopt dat ook niet altijd in al die werelden waarin wij leven,

het familieleven, de wereld van vrienden en vriendinnen, het werk, het cultuurleven, het politieke leven.. het zijn ‘werelden’ op zich. Ja zelfs is er tegenwoordig een virtuele wereld: niet bestaand en toch reeel: second life.

 

En ook van al deze dingen geen kwaad woord. Je daarin ontplooien, je kunt er voor kiezen en ze zijn er voor… En zo zit de mens in elkaar… Dit behoort tot het wezen van de mens.

In de eerste brief aan de Thessalonicenzen spoort Paulus de gelovigen aan te werken met hun eigen handen (1 Thess. 4: 11) en in de brief aan de Filippenzen beveelt de apostel aan om "al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wèlluidend is, wat deugd is en lof  verdient" om daar aandachtig mee om te gaan.

Zo wordt ‘de wereld’ op allerlei wijze, in hogere en lagere zin, gewonnen, en zo wil God het ook… Zoals de dichter het zegt: ‘Door een geheimenis omsloten’ gaat hij op alle dingen in…

 

Maar nu, het wordt tijd om naar het woord van Jezus te gaan…

Bij Jezus klinkt het toch negatief, lijkt het: de wereld ‘gewinnen’.... het wordt in één adem gezegd met "schade lijden aan je ziel"... Wij leggen dit woord dan ook vaak uit in die zin dat het zou gaan om slechte wereldbeheersing, uit hebzucht of begeerte…

Als wij echter deze tekst alleen maar zo lezen, dan halen we de angel eruit  (die ook ons zou kunnen treffen). Ik denk dat we dit woord dan ook geen recht doen, dat we het van zijn spanning beroven, dan is het zwart-wit en dat is het leven nooit.

 

Het Woord gaat veel dieper, is een woord voor ieder mens, die leeft…

 

Laten we ons eens eerlijk afvragen: Wanneer wij alles bezitten, ook in de ruimste mate.. in materiële zin… zijn we dan voldaan? Hebben we dan alles wat we wensen? Of blijft daar niet over een gevoel van onvoldaanheid, dat we zelf misschien geen naam weten te geven, maar dat zich telkens en met vernieuwde kracht aan ons opdringt? De mens zal niet leven bij brood alleen, zegt Jezus in de verzoekingsgeschiedenis, maar bij alle woord dat uit de mond van God uitgaat (Mt. 4 : 4). Dat is een signaal. Wij voelen dat we andere behoeften hebben dan die van het lichaam alleen, van het materiële.

 

Maar daar houdt het niet mee op. Ook in die andere werelden van meer immateriële dingen gaat het zo. Altijd blijft er een ‘rest’.. in het sociale leven, politieke streven, op het werk, ook daar blijft – bij alle succes – een onbestemd gevoel over, een ‘honger’ … naar iets anders: daarachter, daarboven, daaronder.

 

En dat geldt zelfs voor de verhouding van mens tot mens (relationele wereld) . Zelfs als die zo aangenaam is als we we maar zouden kunnen wensen, in ons huis, onze familie en – vooruit – in onze vriendenkring in de kerk en ons sociale leven….: geen vuiltje aan de lucht… dan nog voelt de mens zich niet geheel voldaan. Hij merkt dat daar nog iets diepers in zijn hart is dat bevrediging zoekt, en dat onmogelijk door het aardse kan voldaan worden.

 

Ja misschien wordt die gemis, dit tekort, wel het diepst beleefd in die meer immateriële werelden (m.n. die van de menselijke relaties en de schoonheid). Als je daar je stek vindt kun je intens gelukkig zijn, maar tegelijk ook melancholiek worden, juist omdat je dan voelt dat hier een verwijzing plaats vindt naar nog hogere dingen. Een verlangen is gewekt, dat even diep gaat en verstrekkend is als de ervaren vervulling...

Afin, voor we gaan filosoferen..., terug naar de Schriften.

 

De tweede gedachte, die in onze tekstwoorden is uitgedrukt die heeft het over: de menselijke ziel…, die schade kan lijden.

De wereld gewinnen… de mens kan er ver in komen, allerlei werelden zich eigen maken, en toch daardoor niet bevredigd worden… en dat komt omdat al die werelden samen genomen niet opwegen in waarde tegen dat ene: zijn ziel.

 

De ziel… wat is dat ? waar is zij?  en hoe is zij?

Vroeger sprak men zo gemakkelijk over de ziel van een mens alsof dat een grootheid was, die je kan aanwijzen…. onbetwijfelbaar present… Tegenwoordig staat de ‘ziel’ ter discussie.

Is het geen constructie, zo vraagt men zich af: de ziel, de geest… waar bevindt die zich ?

 

In het lichaam… want het zal toch ergens daarbinnen moeten zijn… Is het in het hoofd…. is het een bewustzijnsvorm…. Of doordringt het het gehele lichaam?

 

Welke hoedanigheid heeft het dan ? Is het niet zichtbaar, wat is het dan? Het is geest, zeggen we. Maar wat is geest?

Is het meer dan een woord, een gedachte, een beeld, waarmee ik iets probeer te zeggen wat eigenlijk niet te zeggen is?

 

Moeilijke vragen zijn dat.. voer voor filsosofen, maar vergis u niet: ook wetenschappers zijn er naar op zoek en niet de geringsten… want ‘de mens’ heeft iets mysterieus, het leven een geheim, een wonder... Vorige week nog stonden we rond de doopvont, vanwege dat bijzondere, ongrijpbare, onzegbare. Daar ervaar je dat.

En zoals je dat ervaart bij het begin, zo ervaar je dat ook rond het einde: de ziel verlaat het lichaam, niet meteen, maar toch. (Joodse traditie: na 3 dagen helemaal weg).

Afin, genoeg hierover.

 

Jezus houdt zich met deze vragen niet bezig. Hij neemt slechts de balans in de hand, de weegschaal… En legt op beide schalen iets….

 

Eerst de ene schaal. Daar gaat veel op. Daar wordt opgestapeld "de werelden die we hebben verworven", materieel en geestelijk: bezit, eer, genot, vriendschap, bezieling voor alles wat schoon is en rechtvaardig. het één na het ander, het houdt niet op.

En nogmaals: niet slechts het lagere, maar ook het hogere het edele. En daar op die ene schaal wordt doorgestapeld tot er tenslotte op ligt ‘de hele wereld’, voor zover ze voor de mens te veroveren is. En diep, heel diep slaat de balans door naar die kant, waar zo veel werd opgelegd....

 

Maar dan legt hij op de andere schaal iets, wat je niet eens kunt zien of tasten. Iets, waarvan je niet eens kunt bewijzen of en hoe het bestaat. Iets, waarvan je kan zeggen dat het helemaal geen gewicht heeft. En toch… zie je plots de zwaarbeladen schaal omhoog schieten en de andere dalen.

 

Wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en schade lijdt aan zijn ziel?

 

En vreemd: Ookal snappen we het niet. Toch beamen we deze uitspraak van Jezus. De weegschaal klopt blijkbaar met ons menselijk aanvoelen van wat er nou wel en wat er eigenlijk niet toe doet…

Wie zou durven ontkennen dat het woord van Jezus waar is?

Wie zou niet toestemmen dat het hart bewaard moet worden boven al wat te bewaren is?

En hoe raadselachtig dan ook het bestaan der ziel moge zijn, daarmee heeft ze haar oneindig gewicht voor het menselijke bestaan bewezen.

Tegenover de ganse wereld gewogen, heeft ze de doorslag gegeven!

 

Wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en schade lijdt aan zijn ziel?

 

En nu naar Jezus. Waarom zegt hij dat eigenlijk…

Welnu: Hij ziet de zielen der mensen verloren gaan, schade lijden, dat is – k zal het wat moderner zeggen – Hij ziet dat de mensen gedesintegreerd leven, geen kern meer kunnen vinden in hun individuele en collectieve bestaan... Het leven valt uit elkaar.

En Jezus is ervan ontdaan. Het klinkt als een noodkreet bijna, als Hij die tegenstelling poneert tussen het gewinnen der wereld en het schade lijden aan de ziel.

Pas op, zegt Hij: weet wat je verliest… maak de optelsom goed ! Zie het oneindige verschil. Omruilen kan niet !

 

En daarmee waarschuwt hij ons: Laat u niet verblinden door alles wat er in deze wereld toe doet (en het doet ertoe, echt), het geeft je gevoel van leven.

En zeker, het heeft waarde in zich (dat verwerven van je eigen stek in deze wereld),

maar die waarde is relatief, het heeft geen eeuwigheidswaarde.

Daarom: keer in tot uzelf en bezie de grootste schat, die ge hebt, die ge op mysterieuze wijze in u omdraagt en die uw hele bestaan, ook uw lichamelijk bestaan bezielt en uw levensproject zin verleent…: uw ziel.

Vergewis u van het oneindige belang daarvan, zijn werkelijke waarde, voordat je erin toestemt die te verruilen tegen wat zoveel minder waarde heeft.

Wat baat het de mens, zo hij de gehele wereld gewint, en schade lijdt aan zijn ziel?

En wat zou een mens geven in ruil voor zijn ziel..

 

Dit woord wil onze ziel alarmeren en wakker roepen om z’n bestemming niet te vergeten. Hij wil de ziel weer tot haar bestemming brengen, dat is haar oorsprong: God... hij wil ons hart "verenigen" samenvoegen tot de 'kennis van de naam' (ps. 86, vorige week), die er toe doet.

 

Gemeente, Jezus verschijnt hier voor ons als mystagoog, die het mysterie van de mens kent, en het op zich neemt om de mens tot de bestemming te leiden, die werkelijk beantwoord aan zijn leven, die hem recht doet....

Jezus wil de mensen eraan herinneren dat het bestaan hier op aarde, ons leven tussen geboorte en dood een "kern" heeft, één die niet vergaat.... en dat wij die kern, die ziel niet moeten verkwanselen voor wat geen vrede biedt.

want je hebt er maar één... ziel, één leven.

 

Amen.

 

 
 

 

 

            liturgiePRIVATE

 

-           welkom / afkondigingen

-           aanvangslied: gezang 380: 1, 2 en 3

-           stil gebed

-           votum & groet

-           lied: gezang 380: 4 en 5

 

-           gebed om ontferming

-           lied: gezang 380: 6

-           woord ten leven: Romeinen 13: 8-14

-           lied: gezang 380: 7

 

-           gebed bij de opening van het Woord

-           Schriftlezing: Mattheüs 16: 24-26

-           lied: psalm 119:12

-           kinderen naar de nevendienst

-           preek (tekstlezing: Mattheus 16:26a)

-           lied: psalm 119: 13 en 14

 

-           geloofsbelijdenis

-           Klein Gloria

-           gebeden

-           collecten

 

-           slotlied: gezang 441: 1, 2 en 5

-           heenzending en zegen

-           "amen.." (gezang 456:3)

 

 

 

 

 

 

 

 

lijst met preken