Home

lijst met preken

preek over Johannes 2:1-11

Antwerpen, 19  januari 2014

 

Gemeente van Christus,

Ik heb al vaak over dit bijbelverhaal gepreekt, en u zult het verhaal ook al wel kennen.

Ik heb dus even getwijfeld of ik het wel weer zou doen.. Maar toch: het is zo’n mooi verhaal, en dat niet alleen. Het heeft zoveel lagen, dat je er niet op uitgekeken raakt.

 

Ik bedoel: dat onder de oppervlakte van dit verhaal over een bijna mislukkend huwelijksfeest ook nog een ander verhaal verteld wordt, andere verhalen verteld worden, verhalen met een universele betekenis... Het hangt er maar vanaf hoe je leest.

 

Ik weet niet of u de boeken van Umberto Eco kent, bijv: De Naam van de Roos, of Baudolino… Je kunt die lezen als een avonturenboek, een thriller, of een geschiedenisboek, of een boek over taal zelf, of zelfs over de taalkunde…

Alle betekenissen zijn mogelijk en door de schrijver bedoeld: The Lord of the Rings, Alice in Wonderland... of Harry Potter

Fantasierijke boeken, spannend, maar ook zoveel meer: coming of age, dromen, verlangen.

 

Het Johannesevangelie heeft ook zoiets.. Johannes noemt wat er gebeurt ook niet voor niets een teken = zaak / feit / gebeurtenis die iets be-teken-t, die van zichzelf afwijst.

We moeten dus niet meteen afstormen op het ‘mirakel’ van de verandering van water in wijn (ook Johannes vertelt het a.h.w. slechts en passant), maar rustig het hele verhaal op ons laten inwerken om het ‘teken’ te zien en haar diepere be-teken-is te spellen.

Frappant zijn meteen al enkele ‘woordverbanden’ uit de eerste en de laatste zin van het verhaal.

 

1. En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea...

Op de derde dag... de 3de dag waarna, vraag je je af. En als je dan gaat terugbladeren, dan zie je dat het de 3de dag is nadat Johannes de doper hem als het ‘lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt’ heeft aangeduid... Op de 3de dag nadat het ‘lam’ is aangeduid is er feest.

‘Die geleden heeft (is gekruisigd, ... en ten derde dage wederom is opgestaan van de doden’...

 

Nog voor het eerste wonder van Jezus wordt vermeld, vallen er dus al minstens ‘woorden’ in het Johannes evangelie die verwijzen naar de opstanding van de Gekruisigde... naar het ultieme feest van Gods grondeloze goedheid, later in de Apocalyps genoemd de ‘bruiloft van het Lam’. De bruiloft te Kana op de 3de dag:

het wordt dus a.h.w. met een knipoog gepresenteerd als een klein-Pasen;

als opmaat voor het hele evangelieverhaal...

Water wordt wijn...

 

En het slot is ook veelzeggend:

            11  Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem.

Of zoals de Statenvertalers nog letterlijk vertaalden:

            11  Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea...

 

Het is het begin en beginsel tegelijk, dit wonderlijk optreden van Jezus. Het gaat niet om het trucje: water in wijn veranderen. Daar wordt geen woord aan besteed ! Neen: het gaat om alles daaromheen en daarin, maar juist nìet om het mirakuleuze.

 

Deze daad, de redding van een eenvoudige dorpsbruiloft van de mislukking... is de beginselverklaring voor zijn missie,het voor-teken waaronder het hele evangelie staat.

Het is trouwens ook echt het eerste verhaal dat Johannes vertelt nà de roeping van de eerste discipelen.

Jezus gaat mèt zijn kersverse discipelen (ze zijn nog maar één dag bij hem) naar een bruiloft. Maria, zijn moeder, was daar al, en ook Jezus was genodigd en zijn discipelen met hem..

Johannes vermeldt het nauwkeurig. Ze hadden de roepstem van Christus vernomen en waren hem gevolgd... En waarheen leidt dan de navolging van Christus ?

Wel die navolging brengt hen naar een bruiloft. Gaan in het voetspoor van Jezus is met Jezus meegaan op weg naar een feest. En op dat feest wordt het water wijn. Op de 3de dag zal het geschieden. Een christen is principieel een feestganger. Hij is -in beginsel- op weg naar een feest.

En ookal ontbreekt de wijn wel eens, op Gods tijd zal erin voorzien worden. ... op de 3de dag.. Het verbondsfeest zal doorgaan.

 

Misschien toch goed om bij deze eenvoudige vaststelling even te blijven stilstaan.

Over geloven, Christus navolgen: Je kunt er veel over zeggen, je kunt het van veel kanten bekijken, je kunt breeduit de geloofsinhouden uitmeten, of de verloochening en het lijden dat de navolging kenmerkt en zeker: Zo is het ook vaak... Het is allemaal waar: En dat zijn onmiskenbaar aspecten van de navolging... Maar laten we nooit vergeten: Dit alles staat onder één voorteken: het voorteken van Kana in Galilea: We zijn op weg naar een feest, of om met Johannes de ziener te spreken: op weg naar de bruiloft van het Lam.

 

Wat de discipelen later ook nog allemaal zullen beleven gaande in Jezus’ voetsporen: Dit eerste teken zullen ze nooit meer vergeten zijn: Zó is het ooit begonnen. Met Jezus zijn ze op weg gegaan uit het gewone leven naar een feest.

 

Een bruiloftsfeest: Dat is ook mooi: Een bruiloft, een huwelijk: dat is het feest van het verbond. Twee mensen die met elkaar een trouwverbond sluiten en daarom hun mede-mensen laten delen in hun vreugde daarover. Het is een rite de passage ook: een overgang van het oude naar het nieuwe, het is een nieuw begin. Het is een zich wenden – hoopvol, vol verwachting - tot de toekomst…

 

En hoe gaat dat in het Oosten: dat moet gevierd worden, daar moet op gedronken worden, zeven dagen lang. Spijs en drank in overvloed. Men is blij met de blijden, het kan niet op.

Maar ineens - dramatische wending - zijn er moeilijkheden.

De feestvreugde kan niet op, de wijn wel. En Maria, de moeder van Jezus, trekt zich dit aan. Zij voelt zich verantwoordelijk voor de gang van zaken. Vaak zegt men: uit over-bezorgdheid, uweetwel van die types die zich zelfs verantwoordelijk voelen voor andermans feestje…

 

Maar dat hoef je niet zo te lezen. Het verhaal meldt duidelijk, dat Maria op het feest genodigd was. Misschien was ze familie. De oude kerk was men van mening dat het ging om de bruiloft van een nichtje van Maria… Ze is er van op de hoogte dat de wijn op is (wat inside information is) en nog meer: Ze heeft gezag op dit feest.., ze is er een autoriteit op het feest: Immers: als ze straks de dienaren beveelt ‘Doe alles wat hij (Jezus) zegt’, dan vindt niemand dat vreemd en dan doen ze het nog ook...

 

Maar zover is het nog niet: Maria vangt bot. Vrouw, wat heb ik met u van node, mijn ure is nog niet gekomen... Dat klinkt hard in onze oren: bits en geprikkeld.  Zijn eigen moeder: “vrouw!” noemt hij haar.. “Wat heb ik met u van node”; “Wat is er tussen u en mij?” staat er letterlijk.

“Alles toch”, zou je zeggen: zij is toch zijn eigen moeder, die hij eert en liefheeft en die hij -als oudste zoon- moet bijstaan en helpen... Neen: botweg ontkent Jezus dat.  Vrouw wat heb ik met u te maken. Sommige vertalingen vertalen zelfs parafraserend: ‘Vrouw, waar bemoei je je mee? of nog sterker: ‘Welke bevoegdheid bezit jij om mij te bevelen?’

 

Nou inderdaad: geen !

Na de dood van Jozef was Jezus de oudste man in huis en is hij dus de baas, de ‘heer des huizes’ en zou zijn moeder hem moeten gehoorzamen.

 

Maar, zo vraag ik, is dat ècht zo hard als wij het horen...Vrouw, wat is er tussen u en mij ?

Vrouw, het klinkt hard, zeker dat woord: Vrouw!.. tegen z’n moeder ! maar dat hoeft het anderzijds ook weer niet zo te zijn.

Lezen en de woorden niet verkeerd verstaan is niet zo simpel.

Bijv: volgens dezelfde evangelist (en hij kan het weten) spreekt Jezus zijn moeder nog een keer met ‘Vrouw’ aan; nl. vlak voor hij sterft. Aan de voet van het kruis staan dan de enige van zijn volgelingen die hem tot op het einde gevolgd zijn, nl...: zijn moeder en haar zus (Maria van Klopas) en natuurlijk: Maria Magdalena... 3 vrouwen, en nog één discipel van het begin: Johannes zelf. En dan staat er (Joh 19:26):

          Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel die Hij liefhad bij haar staande, zei hij tot zijn moeder: ‘Vrouw, zie uw zoon !’...

Hoort u het: ‘Vrouw !’ zegt Jezus weer. Zo bot en afstotend als het in Johannes 2 klinkt, zo ontroerend en beschermend, respectvol in elk geval, klinkt hetzelfde woord in Johannes 19.

En u kent het vervolg: Tot Johannes zegt Jezus: Zie, uw moeder.. en dan eindigt deze scène met de eenvoudige zin: En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis.

 

Dus in plaats van hard en afstotend kan de aanhef van de zin: vrouw, wat is er tussen mij en u ? ook bijv. pijnlijk verbaasd klinken... zo van: Maar moeder toch, hoe heb ik het nou met u ! weet u niet dat ik de dingen niet op bevel doe, maar alleen wanneer de tijd daarvoor rijp is.

En dan is het verrassendste aan dit verhaal, dat Jezus – weliswaar op zijn tijd – haar onuitgesproken wens wèl vervult...

 

 

Ik zie met de kerk van eeuwen Maria pars pro toto voor het volk van God.

 

Haar meningsverschil met Jezus is een conflict van alle tijden: Wanneer zal God redden… De wijn raakt op, de levenselixir raakt uitgeput. Hoe moet het nou verder… God, doe er toch eens iets aan…. En we melden het, net als Maria: ‘Heer, de wijn des levens raakt op…’..

En dan begint het te spannen.. Wat is er tussen ons en God, dat Hij ons helpen zou, en wanneer is Zijn URE er ? En net als bij Maria kan het dan gaan vonken, tot op de breuk af, maar wij doen er goed aan net als Maria om toch te blijven verwachten dat Hij redden zal, ook als wij afwijzing ervaren, ons op onze plaats gezet voelen.. Van hem zal het toch moeten komen, die redding van ons leven.. onszelf redden kunnen we niet..

 

En dan gebeurt het: Op het bruiloftsfeest, feest van het verbond, zinnebeeld ook van Gods trouwverbond met zijn volk.. op dat feest waren 6 stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik van de Joden. Volgens de goddelijke wet moesten de Joden zich geregeld reinigen, bij het binnen en buiten gaan, bij het eten, bij een feest, ja bij elke plechtigheid... Daarvoor stonden die vaten daar, 6 stuks, elk goed voor zo’n 100 liter water.

 

En dan gebeurt het teken, dat het beginsel is van alle tekenen. Als Jezus de tijd vervuld acht, de ure gekomen, dan geeft hij opdracht om de vaten te vullen tot de rand... Op zijn tijd !

Boordevol zijn ze, boordevol water om de geboden Gods te houden, om de gerechtigheid der wet te vervullen, om het trouwverbond te bevestigen...  En precies daar doet Jezus zijn eerste wonder, het beginsel der tekenen:

 

Het wonder zelf wordt totaal niet beschreven, alle zucht naar sensatie is hier afwezig... Jezus beveelt gewoon de vaten te vullen met water en vervolgens geeft hij opdracht aan de dienaren, de kelners, om water uit de vaten te scheppen en naar de ceremoniemeester van het feest te brengen, meer niet.

 

Niets is nog duidelijk, niets is er nog geopenbaard.

Pas als de leider van het bruiloftsfeest het water heeft geproefd, openbaart zich de heerlijkheid des Heren. Het blijkt wijn te zijn. Verwonderd roept hij de bruidegom erbij en zegt (vers 10): Iedereen zet eerst de goede wijn op en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard.

Het is weer zo’n typische Johannes-understatement, gelaagd tot en met. Natuurlijk bedoelt de ceremoniemeester, als je het verhaal als een feitelijke vertelling leest, niets anders dan zijn verbazing uit te spreken: Normaliter wordt immers (en hij kan het weten) de wijn slechter naarmate het feest vordert. Het onderscheidingsvermogen van de feestvierders neemt toch af. Een beschonkene kun je tenslotte alles voorzetten en hij zal het opdrinken...

 

Geschokt is hij nu, dat hier, terwijl de wijn allang royaal vloeide en de meeste feestgangers al in zekere staat van beschonkenheid verkeerden, nu opeens een grand-cru wordt geserveerd.

Hij kan er niet bij. Wie schenkt nu de beste wijn het laatst? wat voor een raar en eigenaardig bruiloftsfeest is dit, dat eerst lijkt te mislukken, maar nu op het laatst zo wonderbaarlijk wordt gered?

 

Gemeente, laten we nog even van wal steken, de oceaan van betekenissen op:

 

Is dit niet het feest van het verbond tussen God en zijn volk... Ach: het trouwfeest tussen die beide, het leek te mislukken. Het leek een aflopende zaak. Er was geen wijn. De elixir des levens was op. Nog even en het is gedaan: de feestvreugde is in groot gevaar...

Maar nu: zo verkondigt dit exemplarische teken: Dat feest kan toch doorgang vinden, ja het wordt zelfs beter dan het ooit is geweest. Jezus schenkt ons vreugdewijn. Mild en overvloedig. De vaten der wet worden tot de rand toe gevuld en omgezet in sprankelende wijn...

Zo wordt het leven van God en mens tezamen toch nog een feest.

Er is genoeg, 6 vaten van 100 liter elk: genoeg voor vele feesten, genoeg voor vele gasten, genoeg voor alle eeuwen.

 

En op dat feest wordt de wijn geschonken.. , de beste wijn het laatst… wijn: ook zo’n betekenisrijke drank. 

De wijn, die het feest redt wijst a.h.w. al vooruit naar dat andere woord van Jezus, waarin hij van zichzelf zegt: “Ik ben de ware wijnstok” en wij mogen op hem geënt, onze levenssappen putten uit hem. Het wijst ons op de wijn, die deel geeft aan het nieuwe verbond in zijn bloed, bij het Laatste avondmaal, de maaltijd van de hernieuwing van Gods trouw aan ons.

Een taalveld dat door Johannes bewust wordt geschapen enkele hoofdstukken verderop..

 

En gemeente, dit teken is het beginsel van alle tekenen, van heel het evangelie..Het geeft de strekking aan van al zijn verdere daden: Hij, de Heer, redt het feest van het verbond!... 

Zo verkondigt Johannes ons het diepste geheim van Gods Koninkrijk in dit eenvoudige verhaal van de dorpsbruiloft te Kana in Galilea, waar de wijn opraakte, het feest in gedrang kwam.. en waar – Godzijdank – ook Jezus aanwezig wilde zijn...

amen.


 

liturgie           

 

 

-           afkondigingen:

-           lied: psalm 100: 1, 2, 4

-           stil gebed/votum & groet

Het is de zondag van de bruiloft te Kana... In de Band werd het al aangekondigd.

Water werd wijn. Vreugdewijn...

In de plastisch concrete taal van het OT is het met God ‘goed eten en drinken’.

Bij Jesaja wordt de gezamenlijk genoten feestmaaltijd hèt beeld van Gods vrederijk...

Willem Barnard omdichtte deze profetie tot een lied: gezang 27

 

            “De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan..

 

-           lied: gezang 27: 1, 2, 3, 4

 

-           gebed om ontferming

 

-           lied: gezang 75: 10

-           woord ten leven: HOSEA 6: 1-3

-           lied: gezang 75: 11 en 12

 

-           gebed bij de opening van het Woord

-           Schriftlezing: Johannes 2: 1-11

-           lied: gezang 74: 1, 2, 3

-           preek

-           orgelspel (facultatief)

 

-           lied: gezang 166: 3 en 4

-           dankgebed en voorbeden

-           collecten:

-           slotlied: gezang 479:1, 3 en 4

-           heenzending en zegen

-           ‘amen’