overweging over het begrip zonde

Daar heerst nogal wat spraakverwarring rond. Een denkoefening in drie delen, in de Vastentijd (rondom Petrus' verloochening).

ZONDE / JEZUS / PETRUS

1. Zonde
Net als liefde een veel gebruikt woord, inhoudsloos geworden, en erger, door het gebruik in de kerk een verkeerde connotatie gekregen. zondigen = ‘iets doen wat niet mag’. Wat? meervoud : zonden: ‘dingen die je fout doet, die je moet biechten, waarvoor je moet boeten, en die je dan kwijtgescholden worden.’ Nogal simplistisch. Zo werkt dat niet.
Vooral naast de kwestie
Bijbelse defintie: Zonde = datgene wat de goede schepping naar de knoppen helpt… Met dat statement begint de bijbel (Genesis 1). U kent het, dat schitterende lofdicht op de goede schepping dat uitloopt op, afsluit met:
‘En God zag alles wat hij gemaakt had: de hemel en de aarde, het land, de zee, de planten, de vissen, de vogels, de dieren… de mensen… en hij zag dat het ‘goed’ was, ja ‘ zeer goed’ … ‘Wat was God blij dat de wereld bestond’ (zongen we vroeger). Een paradijs was het, wereld vol harmonie , waar mens en dier en natuur samen leven en samen tot hun recht komen… Alles baadde in het heilzame zonlicht van de zevende dag.
Zo heeft God het gemaakt, zo is het bedoeld Maar ja... zo is het dus niet .
Daar hoef ik geen plaatje bij te schilderen. In het groot niet, in het klein niet… Dat is zonde , zonde van die schepping .
En daar zit de mens ook voor iets tussen, met wat hij doet, en nalaat. U kent het verhaal ‘De mens, zijn vrouw, de appel’ : Paradise lost… De mens moet leven overleven, zo goed, zo kwaad het gaat, buiten het Paradijs: East of Eden… Zo is de realiteit:
Chaos ipv Harmonie
Dood ipv van Leven
Onrecht ipv Recht
Duisternis ipv Licht.

‘Zonde’ duidt op die toestand (qualificatie). En als we met onze daden de boel nog slechter maken, dan zondigen we… dan zijn die handelingen zonden . Daartegen moet je je verzetten … Logisch, want anders gaat alles naar de verdoemenis. En dat zou pas echt zonde zijn.
Maar… Krijgen we dat ooit weer op de rails?
Kan dat eigenlijk wel?
Want het zit diep, die zonde (wat onhandig in de kerkelijke leer aangeduid met het ‘ erfzonde’ ). Het is echt wel goed mis. Het zit in de natuur (natuur is geen synoniem van Schepping, helemaal niet). Het zit in ons ( condition humaine ).
Ja, het lijkt wel alsof er een macht achter zit, onder zit, die altijd weer alles wat er opgebouwd wordt… afbreekt, waar een licht ontstoken wordt, de vlam probeert te doven.
Zo verschijnt de zonde als ‘macht’ op het toneel ‘ het kwaad’ , het boze, de boze…  Een ‘soort zwaartekracht’ zal ik maar zeggen, die alles wat wil ‘opstijgen’, hogerop wil, naar beneden trekt , alles wat zich verheffen wil uit het slijk, erin doet terugvallen … Ja, het woord/beeld zondeval’ is wel passend: Wat kunnen we als mensen eigenlijk nog doen, dan ons verzetten, zo goed, zo kwaad het gaat, en onderwijl bidden als in de kinderkruistocht Libera nos a malo…

2. Jezus
En dan is daar, zo’n 2000 jaar geleden, die Joodse man: Jesjoea van Nazareth. Het lijkt wel alsof die negatieve impuls die het leven ontwricht op hem geen vat heeft… Het lijkt wel alsof hij sterker is dan die kracht die alles altijd weer naar beneden trekt… Hij lijkt zo diep verworteld te zijn in het goede, in God, in woorden en daden…
dat rondom hem het Paradijs toch weer terug is, geen verre droom, fata morgana , maar realiteit, of in elk geval een reële mogelijkheid
Dingen en mensen komen weer terecht, tot hun recht…
Het duister trekt op, het licht breekt door…
De ‘zwaartekracht’ van het kwaad, die altijd alles naar beneden trekt:
hij countert die met zoveel energie dat mensen die gevallen zijn, weer opstaan… verrijzen.

Al snel is hij omringd door een hele schare mensen, die in hem gelooft. Eentje zegt het zelfs luidop: Zie Hij die de zonde der wereld weg-neemt (enkelvoud in de bijbel, meervoud in de liturgie). Hij staat voluit in de breuk die door de wereld en het leven loopt, maar blijft staande, weerstaat , en breekt zo de macht van het kwaad. Wat een hoop moet hij gewekt hebben, wat een energie moet er van hem zijn uitgegaan…
Maar dan, zo halfweg richting het Joodse Paasfeest, begint deze Jezus signalen te geven, dat het wel eens mis zou kunnen gaan. De destructieve krachten organiseren zich, maken zich sterk, richten hun peilen op hem: juist omdat hij aan hun invloedssfeer dreigt te ontsnappen, moet hij vernietigd worden. Zo gaat dat, altijd.
Goed, Hij zal niet plooien, maar het zou hem wel eens kunnen breken, zo zegt Hij. Zijn opgang naar Jeruzalem… zou ook wel eens zijn ondergang kunnen worden.

3. Petrus
En dan is daar Petrus: Dat verhoede God! roept hij, want hij is een vroom man. En hij wil niet bij de pakken neerzitten: Hij wil God best wel een handje helpen als het nodig is (en hij wijst al naar z’n zwaard). Hij neemt Jezus apart: Nicht diese Töne… maar andere, freudenvollere … Samen rooien we het wel, Wir schaffen das. Hand-in-hand kunnen we het kwaad wel de baas.

Jezus is niet bepaald onder de indruk van Petrus’ vermaning. Integendeel. Hij wordt boos: Weg jij, zulk oppervlakkig gepraat, peptalk… dat werkt averechts. Je weet niet wat je zegt, Petrus! Je hebt geen benul… hoe sterk de macht van het kwaad is… ook in jezelf…
Wie staat, zie toe dat hij niet valle!

Petrus snapt het allemaal niet meer. Hij bedoelde het toch goed… En als tijdens het Paasmaal Jezus ook nog eens voorspelt dat iedereen hem zal laten vallen, is hij diep gekwetst. Verontwaardigd roept hij uit, Heer, al zou iedereen u verloochenen, ik niet…
Jezus kijkt Petrus aan: Is dat zo Petrus, ben jij zo sterk? Zou het zo simpel zijn? Gewoon een ferm besluit nemen, koppen bij elkaar, actieplan… en hopla, het kwaad onder de knie, verslagen. Nee Petrus, voor de haan kraait, zul ook jij mij hebben verloochend.

Enfin de rest van het verhaal kennen we (hebben we gelezen)

Het kraaien van de haan heeft Petrus ‘gewekt’, de ogen geopend.
Hij is ontwaakt uit de droom dat hij alles wel in regie had, dat hij met z’n geloof, en wilskracht, alles wel tot een goed einde zou brengen… Hij herinnert zich de woorden van Jezus…Hij stort in… een complete implosie…

En Petrus ging naar buiten, en weende bitter

Geen weldadige tranen (die opluchten), maar bittere tranen, van berouw.
Daar kun je ook geen pottenkijkers (TV-camera's) bij gebruiken... Want es ist aus mit ihm... Je stelt je dat best ook fysiek voor: Het hart wordt samengeperst (‘verbrijzeld’) en dan resten er enkel nog tranen. Het is het hart dat weent... Het is het besef, dat je als mens volledig gefaald hebt... dat je vervallen bent aan de zonde… Dat het met je gedaan is. Je bent op het nulpunt aangekomen… Je kunt niet verder.

De ‘zonde maakt de schepping kapot’, weet u nog. Hier zie je het resultaat. Prachtkerel, die Petrus, en hij bedoelde het goed. En kijk nu eens, een ellendig hoopje mens. Niets meer van over. Zònde! Wat rest er dan nog? op dat nulpunt? Niets. 'De zonde gaat even ver als de schepping' (schreef ooit een kerkvader, en hij vervolgde: 'zonder die echter op te heffen'... De Schepper is er nog. En die zal niet toestaan dat zijn werk wordt vernietigd, leeg gezogen, neerstort in de hel... De ‘zonde’ zal niet het laatste woord hebben. Maar dat is niet dankzij ons, dat staat buiten onze macht. Dat is enkel dankzij God... en dus een geloofszaak.

En nu? Wat kunnen we nog doen?
Wel: Petrus is niet ‘bitter wenend’ buiten blijven zitten. Hij is teruggekeerd (naar 'huis', de kring van de leerlingen van Jezus). HIj heeft daarbij de volle verantwoordelijkheid op zich genomen voor wat hij heeft gedaan. Schuld beleden, èn z’n lesje geleerd. Nu, zó, na zijn ‘val’ is hij een ‘rots’ waarop je een kerk kunt bouwen.

Zal het lukken?

Nee, dat weten we nu wel. En toch blijven we het doen, met vallen en opstaan weerstand bieden tegen die ‘neertrekkende, neerdrukkende macht’ van de zonde... Man kann doch nicht nicht glauben.