Prisse, Edouard

   

Home
Up
Prisse, Edouard
Vincent van Gogh
Jaak Rosseels

uitgebreider:  Baron Edouard Prisse

Edouard Prisse (1814-1907)

baron, railroad tycoon en overtuigd protestant

In de tweede helft van de 19de eeuw is voor het Belgisch Evangelisch Genootschap de persoon van baron Edouard Florent Louis Prisse (Maastricht 26 augustus 1814 - Luik 21 november 1907) van groot belang geweest. Hij is oudste zoon van baron Albert Florent Joseph Prisse (Maubeuge 1788 – Rome 1856), een militair die in 1830 één van de eerste officieren van de generale staf van Leopold I was, verder minister van Oorlog, ambassadeur aan het Nederlandse hof in Den Haag en Minister van Staat (sinds 1854). Aan hem echter hebben de kinderen hun protestantse opvoeding niet te danken. Generaal Prisse was roomskatholiek en is dat ook altijd gebleven. Hij was echter gehuwd met een overtuigd protestantse vrouw: Henriette Louise Rigano (Utrecht 8 juni 1792 – Etterbeek 18 maart 1848). De familie-overlevering vertelt dat het besluit om de kinderen protestants op te voeden alsvolgt tot stand is gekomen:

    "Het protestantisme is een tamelijk recent kenmerk van de Belgische takken: de generaal Albert F.J. was katholiek; zijn echtgenote Henriette L. Rigano was protestant. Nu bestond er in die tijd een gewoonte dat de zonen in het geloof van de vader werden opgevoed en de dochters in dat van de moeder.In dit geval zou dat betekenen, dat het eerste wat de zonen zouden vernemen tijdens hun opvoeding (r-k): dat hun moeder gedoemd was als ketter. De vader weigerde dit te aanvaarden en besloot dus op zijn huwelijk dat al zijn kinderen een protestantse opvoeding zouden krijgen."

Alvorens in te gaan op het belang van Edouard Prisse voor de Belgische Zendingskerk. overloop ik eerst kort zijn toch wel spectaculaire wereldijke carrière.

Van mécanicien tot railroad tycoon in 10 jaar

Edouard behaalde in 1833 aan de Ecole centrale des arts et manufactures te Parijs het diploma van ingenieur mécanicien et métallurgique behaalde, werd in 1841 aangesteld bij de Belgische Staatsspoorwegenen in 1845 bevorderd tot ingenieur mécanicien 1ste klas, in februari 1846 werd hij naar Brugge gedetacheerd als verantwoordelijke voor de aanleg van de spoorweg Brugge – Kortrijk, die door een privé firma werd aangeleged en uitgebaat. Deze lijn werd in anderhalf jaar afgewerkt en de carrière van de jonge ingenieur was gemaakt. Eind december 1848 verhuisde het gezin Prisse naar Sint-Niklaas (Casinostraat nr. 5), waar hij directeur werd van de Spoorwegen van het Land van Waas (= spoorweg Gent-Antwerpen). Hij zou deze functie blijven uitoefenen tot op hoge leeftijd, terwijl hij tevens voorzitter, beheerder of directeur zou worden van een aantal maatschappijen in de sectoren gas en elektriciteit, spoorwegmateriaal en koolmijnen. De boot die tot 1930 de spoorwegreizigers moest overzetten van de Linkeroever naar de Rechteroever heette: de ‘Baron Edouard Prisse’.

Sociaal werk

Adeldom verplicht: In en vanuit St. Niklaas heeft Prisse ook op het sociaal-charitatieve terrein van zich doen spreken. Zo participeerde hij in 1869 actief in het bestuur van de maatschappij voor het bouwen van werkmanswoningen (middels het verschaffen van leningen). Ook was hij zeer actief en in de vereniging voor openbare zedelijkheid (‘Association pour la moralité publique de Belgique’), die paal en perk trachtte te stellen aan de prostitutie in het algemeen en aan de handel in Britse meisjes die op het continent geprostitueerd werden (blanke slavinnen) in het bijzonder. Zijn schoonbroer professor Emile de Laveleye uit Luik stond aan de wieg van deze vereniging. Prisse maakte zich tot ook tot op internationaal niveau sterk in voor het handhaven van de zondagsrust. Een mooie anecdote hieromtrent is opgetekend uit de mond van een mijnwerker uit Charleroi, die samen met Prisse een congres van deze vereniging in Parijs bezocht. Toen het congres afgelopen was, zo vertelt het verhaal, nam Prisse de mijnwerker onder zijn hoede en liet hem gedurende een hele dag kennismaken met alle wonderen van deze grote stad. Bij zijn terugkeer in Charleroi liet de mijnwerker zich ontvallen tegenover zijn dominee: Ah ! M. le pasteur, s’il y avait beaucoup de barons comme celui-là, il n’y aurait pas beaucoup de socialistes en Belgique.

Edouard Prisse als protestant

Prisse sloot zich na zijn terugkeer uit Parijs aan bij de protestantse gemeente in Brussel, waar de nog jonge protestantse kerk langzaam vorm begon te krijgen. Pogingen om in St. Niklaas zelf een kerk te stichten liepen op niets uit, zodat Prisse zich met zijn hele gezin aansloot bij de Zendingskerk die op 3 maart 1849 in Gent is gesticht. Prisse heeft kosten noch moeiten gespaard om deze gemeente, die in een passend onderkomen te bezorgen: de kerk (de ‘geuzentempel’) en de pastorie van Gent-Rabot aan de Begijnhoflaan zijn daarvan de stille getuigen.

Ook ondersteunde hij vanaf 1856 moreel en financieel de pogingen om in Antwerpen een gemeente te stichten. Verschillende malen pleitte hij ook bij/in het hoofdbestuur van het Genootschap voor het goed recht van de Vlaamse gemeenten van de (overwegende Waalse) Zendingskerk. Met name het voortbestaan van de Antwerpse kerkgemeenschap stond voortdurend onder druk vanwege de geringe financiële draagkracht van de leden en de trage groei.

In 1853 wordt hij in het beheerscomité van de Zendingskerk gevraagd en sindsien jaarlijks herkozen. Vanwege deze functie was hij ook lid van de Synode van de Zendingskerk. Hij was vaak aanwezig en nam voluit deel aan de discussies, zowel op administratief als inhoudelijk gebied. Hij duldde ook niet dat het protestantisme openlijk werd aangevallen.

Toen Mgr. Malou, bisschop van Brugge in 1857 een herdelijke brief deed uitgaan waarin hij waarschuwde voor protestants proselytisme, een brief die ook in brochurevorm werd gepubliceerd (La fausseté du protestantisme démontrée), nam Prisse de handschoen zelf op. Malou beschuldigde de protestanten ervan dat zij arme katolieke werklieden geld aanboden om om te kopen en ze zo af te brengen van hun geloof en te doen toetreden tot de verderfelijke leer der protestanten en liet zich ook verder zeer denigrerend uit over de Zendingskerk. Baron Prisse stelde aan de Synode voor om bisschop Malou voor deze aantijging rechterlijk te vervolgen (!). In elk geval moest een protest gepubliceerd worden tegen deze smadelijke beschuldigingen Prisse schreef zelf de tekst en publiceerde die in verscheidene dagbladen. De rechtsvervolging ging niet door omdat het betoog van Mgr. Malou in te algemene termen was opgesteld.

Vanaf 1862 is hij ook geregeld moderator van de jaarlijkse synodevergaderingen. Zijn punctualiteit en objectiviteit waren legendarisch. Van 1882 – 1892 had hij het voorrecht als ouderdomsdeken de synodezittingen te openen met schriftlezing en gebed en ook verder de liederen te kiezen die gezongen werden. Deze taak was hem zeer dierbaar en werd door hem in een combinatie van eerbied en vurigheid vervuld. De laatste 15 jaar van zijn leven bracht hij door in Luik, bij zijn zuster Marie, weduwe De Laveleye. Een innige geloofsband bond hen beiden tesamen. In die jaren werd hun huis bij tijden omgevormd tot een plaats van gebed. Deze protestantse patriarch overleed op 93-jarige leeftijd in de nacht van 20 op 21 november 1907. Het familiegraf bevindt zich in St. Niklaas.

Philippe Prisse, lid van de kerkcommissie te Antwerpen

Zijn oudste zoon baron Philippe Prisse (Fréderic Benjamin Alexander Philippe, 19 juni 1846 – 19 juli 1913, Hoofdingenieur van Waterstaat) heeft die taak/rol ten opzichte van Antwerpen van hem overgenomen en bij de bouw van de protestantse kerk aan de Bexstraat een soortgelijke rol gespeeld als zijn vader in Gent. Philippe had zich gevestigd in Antwerpen (met attestatie ingekomen van Gent, 29 november 1875, woonplaats: Leopoldsboulevard 143, later 159) en was van 1892-1902 lid van de kerkcommissie (beheerraad) en nadien tot 1907 van de kerkeraad. Zijn beide kinderen zijn door ds. Eggenstein gedoopt en zijn later belijdend lid van deze kerk geworden. Ook de eerste 5 kinderen van zijn jongere broer Edouard Pierre zijn door ds. Eggenstein gedoopt, zij het niet in de kerk, maar in St. Niklaas.

bronnen

E. J. PRISSE, Beknopte historiek van de familie Price of Prisse, in: Annalen van de Oudheidkundige Kring van het land van Waas, 1970, blz. 229-235 [Wilrijk]

M. DEWULF, Baron Edouard Prisse te Sint-Niklaas, in: Annalen van de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas, 1970, blz. 237-253;

A. VANDENABEELE: Edouard Prisse (1814-1907) Bouwer van West-Vlaamse spoorwegen in: Handelingen van het genootschap voor geschiedenis te Brugge, 1993, blz. 261-268.

K. ANET, Le baron Prisse (1814-1907), Notice nécrologique, Brussel 1908

Dick Wursten, april 2002; uitgebreider:  Baron Edouard Prisse

 

This site was last updated
 February, 2017

 

Home | Prisse, Edouard | Vincent van Gogh | Jaak Rosseels