Desportes en Marot
Philippe Desportes: ‘LX Pseaumes de David’
De tekst van deze uitgave van Desportes' Psalmvertalingen werd bezorgd door Jacques Lavaud, die er tevens een geestig maar een wel wat al te zeer voor zijn auteur pleitend woord ten geleide aan toevoegde. Wat Lavaud niet zegt, en wat toch een niet geringe lof voor Desportes betekent, is dat de H. François de Sales deze psalmvertalingen meermalen in zijn ‘Traité’ aanhaalt. Wat Lavaud wel zegt, maar wat ik niet goedschiks aanneem, is dat deze vertalingen boven die van Marot, welke over de gehele wereld beroemd werden, en ook ten onzent weder door Datheen werden overgebracht, te stellen zijn. Wil men de vergelijking tussen Desportes' en Marots psalmen ook maar enigszins aanroeren, dan moet men daar langer bij stilstaan dan Lavaud in zijn geestig nawoord doet. De kwestie zit zo.
Desportes bleef (en het legde hem geen windeieren, gezien de toelage van 30.000 pond waarmee hij zich naar zijn landgoederen terugtrok, een toelage ook voor die tijd zo ruim, dat men meesmuilde dat hij 's konings gunsten zozeer had uitgebuit, dat het voorgoed voor andere dichters verkeken was, ook wat te krijgen) - Desportes bleef, hoe dan ook, een vroom zoon van de Moederkerk en zijn Psalmvertalingen maakte hij naar het Vulgaat-Latijn. Deze Latijnse tekst is niet, als die der overige proto-canonische Boeken, een directe vertaling uit het oorspronkelijk Hebreeuws door de H. Hieronymus, maar een vertaling naar een Griekse vertaling ongeveer twee eeuwen voor Christus opgesteld. De directe Latijnse vertaling, door de H. Hieronymus naar de grondtekst vervaardigd, heeft de kerk, wat betreft de Psalmen van David, niet overgenomen, omdat de indirecte, naar het Grieks, toen reeds algemeen doorgedrongen en populair was. - Overziet men deze schakels, dan besluit men: Desportes vertaalde uit het Latijn, dat vertaald was uit het Grieks, dat vertaald was uit het Hebreeuws. Wat hem niet verhinderde er prachtige lenige alexandrijnen van te maken, telkens gevarieerde vormen te kiezen die hij met zuiver taalgevoel profijtelijk en hier en daar zelfs magistraal in werking bracht. Zelden hebben twee psalmen dezelfde strofenbouw; nimmer is er die dreun in, die hier te lande de kerkboekjes zo onleesbaar maakt voor profane ogen. Desportes' arbeid is poëzie in de esthetische zin van het woord; dit, voelt men, is meesterlijk werk, dat te allen tijde de geletterden zal aanspreken (als zij er tenminste met nadruk op worden attent gemaakt, zoals door deze prachtige uitgave, want uit eigen beweging lezen lettré's liever andere lectuur dan psalmen); - en de H. François de Sales, die een uitstekend stilist was, en tot ontwikkelden bij voorkeur het woord richtte, heeft terecht deze taalgevoelige bewerkingen van een ‘après tout’ toch gehoorzaam kind van Rome hogelijk op prijs gesteld en gaarne geciteerd. Geen wonder, waar we strofen lezen als in de 59ste Psalm:
Maint spectacle piteux aux tiens tu as fait voir,
Et sur eux durement les angoisses pleuvoir:
D'un vin d'affliction qui troubloit la memoire
Ta main nous a fait boire.
De Psalm-vertalingen van Marot (1496-1544) echter, die Lavaud tegenover het werk van Desportes in zo ongunstige verhouding stelt, zijn van geheel andere oorsprong. Zij komen van dieper, ten eerste direct uit het Hebreeuws, ten tweede direct uit een hart dat, mutatis mutandis, onder dezelfde verdrukkingen leed als Koning David toen hij ze in tijden van tegenspoed aan de zuilen van de Tempel, aan de muren der Stad, liet optekenen. - Marot was een der grote lyrische dichters van Frankrijk; dat gaat men langzamerhand weer inzien, al is hij eeuwen lang alleen gelezen, en met mate gewaardeerd, om de ultraelegance van een geaffecteerd-mondain deel van zijn werk. [volgt karakterisering van Marot volgens de toen 'standard view': van lage komaf, beetje koboldachtig, secret lover van Diane de Poitiers etc... Werd protestant, moest vluchten uit Frankrijk, onthaal bij Calvijn, maar ook daar weer zedelijke uitspattingen etc... allemaal lariekoek en apekool. zie voor een update mijn Marotwebsite. Wat jammer toch. Nijhoff moet onnodig veel energie verspillen om de lezer te overtuigen Marot desondanks serieus te nemen..., en lijdt zelf ook nog aan 'bijziendheid', maar de kwaliteit van de poëzie voelt hij wel... Lees maar door. kan het ook zelf nog niet echt goed]. Zijn psalmen, geef ik toe, hebben niets van de rijkdom van Desportes' overzettingen; maar zij hebben, dat weet ik zeker, iets van de opzettelijke armoede waarmee Rembrandt, die toch ook weergaloos rijk kon zijn, Christusprenten tekende. Ze zijn hard en helder, eenvoudig en strijdbaar, als op de knie geschreven tijdens een veldslag. Zijn psalmen zijn geuzen-liederen. Als Koning David in de 16de eeuw geleefd had, hij zou ze zo geschreven hebben.
De heer Lavaud echter beweert dat men Desportes' werk slechts naast dat van Marot behoeft te leggen, om te zien hoezeer Desportes de meerdere is. Hij rekent er op dat niemand die moeite zal nemen. Maar ik besluit deze korte aankondiging van het prachtige boek te Maastricht gedrukt, met de eerste twee strofen van Desportes' weergave van de 50ste Psalm, ‘Miserere mei Deus’, en laat daar dan Marot op volgen met zijn vertaling van dezelfde tekst.
Desportes:
O Dieu, par ta clémence ayes de moy pitié,
Et me sois favorable:
Suivant tes grands bontez purge la mauvaitié
Et les transgressions d'un pecheur miserable.
Lave moy d'aventage, et te plaise effacer
Ceste tache epanduë:
Car ie connoy ma faute, et la voy sans cesser
Qui s' offre epouvantable à mon ame eperduë.
Marot:
Misericorde au pauvre vicieux,
Dieu tout puissant, selon ta grand'clemence:
Use à ce coup de ta bonté immense,
Pour effacer mon fait pernicieux.
Lave moi, Sire, et relave bien fort,
De ma commise iniquité mauvaise,
Et du peché qui m'a rendu si ord
Me nettoyer d'eau de grace te plaise.
Martinus Nijhoff, NRC, 29 januari 1927