Home • boekenrubriek • kerstverhaal • bijbelvertalingen • Une bible

 

Philippe Lechermeier & Rébecca Dautremer, EEN BIJBEL

Davidsfonds Leuven 2014. 400 blz. € 49,95. ISBN 9789077363270

[kritiek op de Nederlandse vertaling in een apart document - om uw plezier niet meteen te vergallen]

Ik had ‘m al in het Frans gelezen en rond de boekenbeurs 2014 kwam dan de Nederlandse versie uit: ‘De Bijbel’ van Philippe Lechermeier (Straatsburg, 1968), een zeer literaire virtuoze hervertelling van grote stukken van de Bijbel. Meteen besteld en geen seconde spijt (behalve dat nog maar eens blijkt dat het franse origineel niet te evenaren is).

Een bijbel is een réécriture die zich volledig richt op de culturele overdracht van de teksten. Lechermeier gaat daarbij op soevereine – maar op geen enkel moment hautaine - wijze voorbij aan wat gelovigen in die teksten aan dogma’s hebben gelezen, terwijl hij wel degelijk de funderende kracht van deze verhalen tot z’n recht wil laten komen. Ces textes nous racontent, is zijn overtuiging.

En terwijl hij dit al vertellend met alle hem beschikbare literaire middelen probeert te bereiken, heeft Rébecca Dautremer zich met pictorale middelen aan dezelfde taak gezet. Het resultaat is adembenemend en een verademing tegelijk. Op de cover van de NL-editie is niet voor de Maria gekozen (Inca-achtig), maar voor het 'biezen mandje' waari Mozes op de Nijl heeft dobberde. (afbeelding) Lechermeier heeft ervoor gekozen om zich in de verhalen uit het Nieuwe Testament te beperken tot de evangeliën. Literair is het één geheel en toont hij een bijzondere voorliefde voor Johannes, die alles opschrijven wil,  vasthouden, vastleggen voor immer, en Maria Magdalena. Dit resulteert in aangrijpende menselijke vertellingen. Je voelt de sensatie bij Jezus als hij op het water loopt, je hoort hoe Maria in de hof de tuinman aan hoort komen. Verrassend – maar eigenlijk ook niet – is de onderhuidse verbinding met andere bijbelse paratekst. Johannes bergt zijn zorgvuldig beschreven perkamenten rollen in een grot en Maria en Lazarus wachten op het strand om met een boot de zee over te varen. Qumran en de Legenda Aurea staan klaar om ontdekt, resp. geschreven te worden.

Bij het vertellen van de verhalen uit het Oude Testament kiest Lechermeier daarentegen voor een breed scala aan literaire vormen. Zo krijgen we gedichten, een marktverhaal van onder de toren van Babel, een enscenering van het verhaal van Jozef (Les songes de Joseph, Pièce en trois actes avec choeur, de affiche steekt erbij), worden de verhalen van de woestijnreis naverteld door een vlieg in zes vertelsels, krijgen we 20 genummerde verhalen uit de boeken der Koningen, is er een liefdeslied (Hooglied) voor een jongen en een meisje (heel dicht bij bijbelse beeldtaal). Krijgt Salomo de bijnaam ‘Solomon le magnifique’ en ziet hij er verrassend genoeg uit als een Incavorst. In de verhalen uit de ballingschap zijn ook Judith (afbeelding) en Tobit present en krijgen we het verhaal van Susanna, Bel en de draak als onderdeel van de ballade van de vier vrienden (Daniël c.s.) en hun heldendaden.

Geheel vrij, zeker, maar zeer respectvol gaat Lechermeier met zijn bronnen om. Vaker dan in veel moderne vertalingen klinkt de oude taal nog door. Zo mag Maria gerust schuilen in de schaduw van de Allerhoogste, als de ‘vogelman’ haar het goede nieuws heeft gebracht dat ze zwanger zal worden (klik hier voor het verhaal). Philippe Lechermeier heeft zijn sporen verdiend als fantasierijk verteller, eerst voor kinderen en jongeren, maar al spoedig voor iedereen die lezen wil. Met zijn woorden evoceert hij hele werelden en met zijn pen kan hij zich voordoen als eender wie. Samen met Rébecca Dautremer publiceerde hij al Het grote boek van vergeten prinsessen en Het geheime dagboek van Klein Duimpje. Rébecca Dautremer (die ook Alice in Wonderland illustreerde) tekent even onafhankelijk en vrij ten opzichte van de klassieke iconografie als Lechermeier t.o.v. de standaard-navertellingen. Voor deze uitgave maakte zij 120 afbeeldingen. Net als de vertellingen van Lechermeier, stuk voor stuk een kunstwerk. Vaak paginavullend en kleurrijk. Soms ook zwart wit, of grauw. Van een overweldigend kleurspektakel dat de aankomst van de drie koningen in Jeruzalem evoceert tot een reeks oude foto’s, deels vergeeld en vergaan als het over nakomelingen van Noach gaat. Aangrijpend, ontroerend, huiveringwekkend, altijd te denken gevend. De afbeelding hiernaast volgt op de evocatie van de volkswoede en gaat vooraf aan de scène op de Golgotha.

Niet alleen stilistisch, ook druktechnisch worden in dit boek alle middelen ingezet om de verbeelding te prikkelen. Eén minpuntje slechts: De vertaling is niet optimaal. De vertaler (Ed Franck, die nochtans zijn sporen verdiend heeft in het vertalen van klassiekers) en/of de redactie lijken soms te hebben gedacht dat het een ‘boek voor de jeugd’ was en daarmee de ernst en meerlagigheid van het literaire spel dat Lechermeier speelt, onderschat. Ook treft Franck soms niet helemaal de juiste toon (vaak wordt het platter dan het origineel). Dit zal echter alleen de lezer opvallen die toevallig ook het Franse origineel, Une bible, in handen heeft. De tekst van Une bible is zo sterk, dat zelfs in een niet geheel bevredigende vertaling dit boek nog met kop en schouders boven alles uitsteekt dat de laatste jaren op het terrein van bijbelse (her)vertellingen en vertalingen is gepubliceerd.

Dick Wursten

 

Comment le monde s’est fait
 

Il était une fois,
Un monde où il n’y avait rien.

                                                 Rien.

Rien de tout ce que l’on connaît
Et pas même le vent pour souffler sur ce rien,
Pas même le soleil pour le réchauffer,
Pas même l’eau pour s’y baigner
Ou le froid pour trembler.

                                                 Rien.

Rien du tout.

 

 

 

Mais surtout,

Comme au fond d’un tiroir ou au bout d’un couloir,
Il faisait très noir.
Alors Dieu décida d’inventer la lumière.
Et il la sépara de l’obscurité.
Il leur donna un nom pour éviter qu’on ne les confonde :
Nuit pour le noir et jour la clarté.
Et du même coup, il inventa la première journée,
Avec de la lumière du matin au soir et de la nuit du soir au matin.
 

Et aussi,

Comme le ciel se mêlait à l’eau,
Dieu traça une longue ligne à l’horizon
Pour qu’on les distingue l’un de l’autre.
En haut, c’était le ciel
Et en bas, c’était l’eau.
Et la deuxième journée venait de se passer.
 

Et puis,

Comme la terre se confondait avec l’eau,
Il les sépara toutes deux,
D’un côté il assembla les continents,
De l’autre, il répartit les mers et les océans.
Et sur les continents, il fit pousser herbes
Et arbres qui chacun portaient des graines
Pour que ces graines deviennent
à nouveau arbres et herbes.
Et c’est fou comme le temps passait,
la troisième journée venait de s’écouler.
 

Après cela,

Il prit la lumière
Et la partagea entre le jour et la nuit.
Il fit une grosse boule pour le jour,
Pour réchauffer la Terre et pour qu’il y fasse bien clair.
Et pour la nuit,
Il parsema le ciel de milliers d’éclats pour qu’ils scintillent.
Et au milieu de ces éclats, il assembla le peu de lumière qui restait.
Et sans même s’en rendre compte,
La quatrième journée venait de passer.
 

Et comme

Dans le ciel rien bougeait
Que dans l’eau rien ne frémissait,
Il y mit les oiseaux,
Il y mit les poissons,
En veillant bien à ne pas les mélanger.
Ça, c’était la cinquième journée.
 

Et pour

Que la Terre ne soit pas un vrai désert,
Dieu prit de la poussière
Et avec ses doigts, il la façonna jusqu’à obtenir
Un homme à son image.
Puis, pour éviter que l’homme ne s’ennuie,
Il mit ici et là des bêtes sauvages
Grandes et petites,
Petites et grandes.
Et la sixième journée, elle aussi était passée.


Quand le soleil se leva sur la septième journée,
Dieu était fatigué.
Il s’arrêta et contempla ce qu’il venait de créer.
Il était satisfait et pour fêter cela,
Il décida que ce jour-là,
On ne travaillerait jamais.


Et voilà comment le monde s’est fait,
A peu de choses près,
Il y a longtemps déjà,


Il était une fois…