het comma Johanneum (1 Johannes 5:7-8) is een stukje tekst in de bijbel, dat eigenlijk een latere toevoeging aan de bijbeltekst is. Ze stamt uit de Latijnse traditie (de kerk van het Westen) en is in de 16de eeuw ook verzeild geraakt in de Griekse tekst van het NT, die Erasmus heeft gepubliceerd en die gediend heeft als grondtekst voor de vertaling van het Nieuwe Testament in de 16de eeuw. De tekst waar het over gaat is een expliciete verwijzing naar de Drie-eenheid, die daarmee dus in de Bijbel lijkt te staan (in de eerste brief van Johannes), maar die er oorspronkelijk niet in stond. Het verhaal hierachter staat hieronder.
1.
Wat staat er in dat Comma Johanneum
2. het
comma in de Latijnse bijbel (Vulgaat)
3. Erasmus: Het comma
komt in de Griekse tekst terecht
4. Gevolgen voor de Textus Receptus
5. De uitzondering: Luther
6. Huidige stand van zaken (NBV en
HSV)
De term "Comma" betekent "zinsnede, stukje tekst". Het gaat om de vetgedrukte woorden tussen haakjes in de eerste brief van Johannes (hoofdstuk 5:7-8).
"Want drie zijn er die getuigen [in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één. En drie zijn er die getuigen op aarde]: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één."
In een moderne vertaling vindt u die meestal niet in de lopende tekst (vaak wel in een voetnoot). Wilt u toch zelf controleren: pak een (Herziene) Statenvertaling en u zult het zien staan... En natuurlijk in rooms-katholieke bijbeledities tot 1979 (Latijn en vertalingen, want toen heeft Rome verklaart dat het geen echte bijbeltekst is).

Het Novum
Instrumentum (1516) - eerste moderne
editie van de (een) Griekse tekst van het Nieuwe Testament. Instrumentum
betekent werktuig, oorkonde, akte (juridische term. Ja, hiermee
probeerde Erasmus ook een alternatief te bieden voor die andere
notariële term: 'testamentum'). Erasmus stelt de Griekse tekst samen op
grond van een beperkt aantal handschriften dat hij ter beschikking heeft
(op één na uit de Byzantijnse tekst-traditie:
Lees hier meer over de overlevering van bijbelse manuscripten).
Het was een race tegen de klok, want in Spanje was men ook bezig.
Drukker Froben (Basel) wilde de eerste zijn. De tekst is gedrukt in twee
kolommen: Griekse tekst links, daarnaast een Latijnse vertaling van die
tekst. Omdat hij van het slot van Openbaringen geen Grieks manuscript
had, vertaalde hij die verzen dan maar zelf vanuit de Vulgata Latijn in
het Grieks en liet het geheel doorgaan voor de 'originele Griekse tekst'
van het Nieuwe Testament. Als zijn concurrenten (Complutensische
Polyglot) hun tekst op de markt brengen, verbetert hij de meeste fouten,
maar sommige laat hij staan. (Eigenlijk interesseerde het hem niet
echt...). Daarom staat in Openbaring 22, vers 19 (over dat
niemand iets in dit boek mag wijzigen een... wijziging een
fout:
"En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit
het boek (in 't grieks: de
boom) des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is. Dat komt door een slordigheid van
Erasmus. Hij las in zijn Vulgaat de libro vitae, en vertaalde dat in het Grieks.
En dat vertaalden de Statenvertalers dan braaf in het Nederlands (en de King James scholars in het Engels...)
Maar dit allemaal terzijde:
Het 'comma Johanneum' had hij in geen enkele van de Griekse manuscripten van de
eerste Johannesbrief zien staan, en dus ook niet vertaald.
Editie 1 (1516) & Editie 2 (1519): Geen comma want in geen enkel Grieks manuscript te vinden. Dit veroorzaakte een storm van kritiek vanuit de kerk. (Men dacht echt dat het er stond, dus begrijpelijk). Erasmus hield echter voet bij stuk. Tot de Engelse theoloog Edward Lee hem begon te beschuldigen van 'ketterij' (inmiddels is ook Luther veroordeeld. En Erasmus en Luther werden in het begin nogal vaak 'samen genoemd'. Dus zo'n dreigement kan tellen).

Terwijl Erasmus in 1522 aan een revisie werkt, wordt hem een nieuw manuscript uit Engeland gepresenteerd, waarin in het Grieks het Comma Johanneum wel staat (dat manuscript heet nu: codex Montfortianus). Waar komt dat manuscript opeens vandaan? Het is - naar alle waarschijnlijkheid - speciaal gefabriceerd in Engeland om het 'comma' te legitimeren. Schrijver en papier suggereren ca. 1520. Men heeft het originele - oude - Griekse manuscript ook geïdentificeerd (Oxford), op grond waarvan deze kopie is gemaakt. Daarin staat het comma ook niet. Dus die zinsnede is voor de gelegenheid vanuit het Latijn in het Grieks vertaald (beetje houterig, geen lidwoorden bijv...)
Editie 3 (1522). Erasmus neemt het comma op in de derde druk van zijn Instrumentum (dat sinds de tweede editie overigens terug gewoon Novum Testamentum heet) in 1522. Hij voegde er wel een lange voetnoot aan toe, waarin hij zegt dat hij van mening is dat de Griekse tekst hem een vertaling van de Latijnse Vulgata lijkt. Zo redt hij zijn wetenschappelijke eer en zijn leven. De Vulgata was in de roomse traditie immers de 'echte Bijbel'. Dus discrediteerde deze suggestie de Griekse tekst niet. Integendeel.
Zo belandde dus een Latijnse glosse uit de 7-8e eeuw in de eerste Griekse editie van het Nieuwe testament van de Moderne Tijd. De titel van Erasmus werk voor de volledigheid: Novum Instrumentum [Testamentum] omne, diligenter ab Erasmo Roterodamo recognitum et emendatum / "De geheel nieuwe Akte [het geheel nieuwe Testament], door Erasmus van Rotterdam nauwkeurig herzien en verbeterd."
Dat had zo zijn gevolgen, want deze editie van Erasmus werd de standaardtekst voor bijna alle protestantse bijbelvertalingen (die 'getrouwelijk zijn overgezet uit de grondtalen' en gebaseerd op 'Hebreeuwse en Griekse grondteksten'). Van danaf twijfelt lange tijd bijna niemand meer aan de validiteit van die Griekse tekst, behalve doorgewinterde taalgeleerden die het onderzoek naar manuscripten voortzetten aan hun universiteiten, maar gezien de gevaarlijke tijd waarin ze leven de discussie binnenskamers houden (uitzondering is natuurlijk: Hugo de Groot, die het in zijn aantekeningen unverfroren durft zeggen). Daarnaast wordt de schijn hoog gehouden, d.w.z. men doet alsof men 'wetenschappelijk' te werk gaat (grondtekst boven alle), maar in werkelijkheid regeert de leer. Zo geeft Theodorus Beza (graecist, lector in Lausanne, later 'opvolger van Calvijn in Genéve) vanaf 1565 een hele reeks edities uit van het Griekse Nieuwe Testament (al dan niet samen met een Latijnse vertaling), gebaseerd op de uitgave van Robert Estienne (Stephanus), die zich baseerde op Erasmus. De suggestie is dat Beza successievelijk verbeteringen aanbracht (zoals ik overal lees) zal wel waar zijn, maar zelfs de laatste editie van 1604 (zie foto hieronder) bevat nog steeds het comma Johanneum, en zelfs in het notenapparaat: niets. Deze editie is van belang, want de vertalers die in opdracht van King James de bijbel moesten vertalen in het Engels kozen voor de editie van Beza als grondtekst. Die moest toch wel betrouwbaar zijn!
Hier de pagina met 1 Johannes 5. Het comma Johanneum rood omlijnd. In de randnoten wordt geen enkele opmerking over dit dubieuze vers gemaakt. So far for the scholarly Reformation...

Ook wel een beetje pijnlijk, of Ironisch, is dat men dan deze haastig door Erasmus gecompileerde Griekse tekst incl. toevoeging heeft uitgeroepen tot de oertekst van het NT, die ons heel dicht bij het echte woord van God brengt. De uitgeverij Gebrs. Elzevier (editie van 1633) noemt in zijn voorwoord deze Griekse editie "de tekst die inmiddels door iedereen is geaccepteerd" (textus receptus) en prijst zijn eigen werk aan met de zin "dat hij die tekst onveranderd en onvervalst heeft afgedrukt." Ja, dat zal wel, maar verandert niets aan de zaak.

Hierop is trouwens een notabele uitzondering: Luther begon zijn vertaling van het Nieuwe Testament voordat de 3de druk van Erasmus' tekst was verschenen. Hij heeft het comma Johanneum niet vertaald, en heeft ook nadien nooit de behoefte gevoeld die zin alsnog toe te voegen (definitieve versie van zijn bijbelvertaling: 1545). Hij nam Ad fontes serieus, en het tekstonderzoek moest serieus gebeuren, filologisch. In zijn commentaar op de brief van Johannes schrijft hij: "De Griekse manuscripten hebben deze woorden niet. Het lijkt erop dat deze woorden door vrome mensen tegen de Arianen zijn ingevoegd, maar dat is niet erg handig gebeurd." [origineel: "Graeca exemplaria non habent. Videtur autem a piis additum esse propter Arianos, sed non satis apposite." - ik hoor in het laatste 'non satis apposite' ook z'n taalgevoel: Met invoeging loopt de zin wel heel slecht].
De ironie
hier is dat de open wetenschappelijke benadering van de Bijbel die de
Hervorming vleugels heeft gegeven, na zijn dood (1546) al snel wordt
verstikt door een leerstellige machtstrijd, gepaard gaande met een felle
bestrijding van allerlei ketterijen, o.a. het socinianisme (een
tamelijk vrij-denkende groep van Pools-duitse origine, die enkel
rechtstreeks uit de bijbel afleidbare geloofsartikelen als basis wilde,
en dus vraagtekens zette bij...). Gevolg:
- 1574: In Frankfurt wordt het comma ingevoegd in een
Duitse Bijbel (ed. Feyerabend) die als "Lutherbijbel" werd
gepresenteerd. Groot protest. De Lutherbijbel, daar bleef je af...
- 1581: Opnieuw voegt een andere Frankfurtse drukker (Zephelius)
de tekst toe. Het protest is al minder sterk.
- Na 1590: Bijna alle nieuwe drukken van de Lutherbijbel bevatten
het comma (soms in kleinere letter ...). De Wittenbergse
drukkers hebben het langst weerstand geboden.
De lutherse orthodoxie had een "harde" tekst
nodig om de leer van de drie-eenheid te verdedigen tegen bewegingen die
de godheid van Christus 'ter discussie stelden' (zoals de Socinianen).
Men vond de theologische bruikbaarheid van een nep-bijbeltekst als
argument in een dogmatische discussie belangrijker dan de echtheid
van de bijbeltekst, — Luther zou zich omdraaien in zijn graf
mocht hij het weten. Trouwens: In de Zürcher Bibel (Zwingli-Froschauer)
volgde men ook de eerste versie van Erasmus, maar vanaf 1531 wordt het comma
ingevoegd... Ook daar streed men ijverig tegen vrij-denkende
ketters die...
Niet terzijde: Dit is niet onschuldig: het heeft Michel Servet de kop gekost. Zijn stelling was: 'De drie-eenheid is geen bijbels leerstuk maar een kerkelijk dogma. Dus mag ik het in twijfel trekken'. Rome brandmerkte hem als ketter, Calvijn stak de brandstapel aan.
Bijbelgenootschappen (die vertalingen produceren) zijn instituten, die voor hun funding afhankelijk zijn van de kerk (d.w.z. gelovigen die geld willen geven voor bijbelvertaal- en verspreidwerk). Tegelijk willen ze wetenschappelijk gefundeerde arbeid leveren. Dat laatste moet het echter afleggen tegen het eerste als het spannend wordt, stel ik vast:
in de Nieuwe Bijbelvertaling (2004/21, uitgave Nederlands Bijbelgenootschap) staat de tekst van het comma johanneum niet in de lopende tekst. Dat is logisch. Het staat wel in een voetnoot. Ook dat is prima (al was het alleen maar om een traditie te kunnen 'lezen' + kun je de vragen daaromtrent kort en krachtig beantwoorden. Maar nee hoor. De voetnoot die er staat suggereert dat het om een 'handschriftenkwestie' gaat. Quod non. Wat laf van het Bijbelgenootschap.
voetnoot NBV:
5:7-8 Er zijn dus drie getuigen:
de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is
eensluidend – Andere
handschriften lezen: ‘Er
zijn dus drie getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de heilige
Geest; en deze drie zijn één. En er zijn drie getuigen op aarde: de
Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één.’
Maar het kan nog erger:
De Herziene Statenvertaling heeft gemeend het comma
Johanneum gewoon te moeten laten staan in de hoofdtekst. In de gedrukte
editie staat er zelfs geen voetnoot bij. Wonderlijke vorm van
schriftgetrouwheid vind ik dat. De hoofdtekst is volgens hun
achterban "Gods eigen Woord", dan kun je toch een evidente glosse niet
laten staan! Oh ja, in de online versie staat er een voetnoot
bij: "Deze woorden komen niet in alle Griekse manuscripten voor". Wat
een monsterlijke zin is dat: niet in alle
Griekse handschriften... Dat impliceert: in de meeste
Griekse handschriften wel. Dat is gewoon lariekoek. Ga maar
tellen! Je zult enkel codex Montfort vinden (en eventuele kopieën
daarvan, d.w.z. enkel vanaf ca. 1520). In alle overige tekstgetuigen,
Alexandrijns, Westers, en Byzantijns, zul je er vergeefs naar zoeken.
Tot zover dus de wetenschappelijk status van de HSV.
Dick Wursten, 2026
P.S.:1 Johannes 5: 1-8
Wie gelooft dat Jezus de Messias is, is een kind van God.
God heeft zijn kinderen lief, en zij elkaar. Dat is niet zwaar, als je
wereld overwonnen hebt... En door in Jezus te geloven heb je de wereld
overwonnen. Dat wordt bevestigd door de 'Geest der waarheid', middels
'water en bloed' (verwijzingen naar de doop en de kruisdood??).
Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en
ieder, die Hèm liefheeft, die deed geboren worden, heeft (ook) degene
lief, die uit Hem geboren is. Hieraan onderkennen wij, dat wij de
kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden
doen. Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn
geboden zijn niet zwaar, 4want al wat uit God geboren is, overwint de
wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons
geloof. 5Wie is het, die de wereld
overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?
6Dit is Hij, die gekomen is door water en bloed, Jezus
Christus, niet slechts met water, maar met het water en met het bloed.
En de Geest is het, die getuigt, omdat de Geest de waarheid is. 7Want
drie zijn er, die getuigen [in de hemel: de
Vader, het Woord, en de heilige Geest; en deze drie zijn één. En drie
zijn er, die getuigen op de aarde]: de Geest en het water en
het bloed, en de drie zijn tot één.