meditatie over psalm 12 vanuit het Hebreeuws (titel ontleend aan Luthers berijming)
Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Scheminîs (de 8ste?)
De Hebreeuwse taal is door haar eigenaardige syntaxis en grammatica van nature een netwerk van betekenissen (web of meaning). Dat netwerk ontstaat doordat bepaalde woorden vaak voorkomen — ik duid ze straks aan in mijn werkvertaling — en dat in allerhande verbuigingen van de woordstam (voor- en achtervoegsels).
Vervolgens worden deze kernwoorden de hele bijbel door op allerlei manieren verbonden en vormen zo een zinsverband. Een derde aspect dat het Hebreeuws bijzonder maakt is dat de taal heel plastisch is: concreet, niet abstract. Ze kent weinig begrippen, maar wel woorden voor houdingen, bewegingen, fysieke geraaktheden (affecten) en uitingen.
| Breng redding, Eeuwige met vroomheid is het gedaan, ja, getrouwen worden schaars onder de mensenkinderen. |
(stam: yasha) (chasîd) > Vroom. Devoot. “Not withdrawn from the world, but rather active, completely and selflessly devoted to the welfare of those about him…” (Hirsch). De St.V. had hier het woord de 'goedertierene' staan. (èmoenîm) > Chesed we emet: liefde en trouw, betrouwbaarheid |
| Ze spreken bedrieglijk, een ieder tegen z'n naaste, dubbel is hun hart, glad hun tong. |
het tegendeel is de realiteit |
| Eeuwige, snij af die gladde tong, Snoer die monden vol grootspraak die zeggen: 'Met onze tong staan wij sterk, onze mond helpt ons, wie is heer over ons?' |
(adoon) - ni dieu ni maître… Het keppeltje moet de mannen eraan herinneren dat zij niet god zijn… Heilzaam. |
| “Om het geweld tegen nederigen, om het gekreun van
de armen Sta ik nú op,” spreekt de Eeuwige, wie bedreigd[1] wordt, breng in veiligheid. (stam: yasha) |
(ani-îm)… gebogenen. Yasha 2de keer = Hosjia.. jesjah… Jozua, Jezus. Mooi dat God dat doen wil… De dichter wordt het helemaal lyrisch van: Want geen loze woorden (glad), maar beproefd: |
| De woorden van de Eeuwige zijn zuiver als zilver, puur uit de smeltkroes gelouterd tot zevenmaal toe. |
|
| Eeuwige, gij zult hen bewaren en hem beschermen tegen dit geslacht, voor eeuwig. |
Prachtig slot, maar dan volgt er nog een zin, een lastige: |
| Slechteriken gaan alom hun gang naarmate[2] het laagste verheven wordt voor de mensenkinderen. |
(rᴇshaîm)… goddelozen / ungodly / wicked,
boosdoeners… Wie zijn dat? Geen betekenis op zich, maar het
tegenovergestelde van waar God voor staat: God-schepper: 'Tov' zeer 'tov'… goed leven, chesed. Emet, tsedek… Die kant moet het op, dan wordt het leven 'weer goed'. De reshaim willen de andere kant op… afbraak, vernietiging. En ze slagen 'waar het lage hoog wordt geacht'. Vul maar in. |
De slotzin getuigt van realisme: Gods woord is wel zuiver, zijn belofte geldt — zeker, maar de tegenbeweging van de reshaîm wordt door Gods woord niet echt gestuit. De psalm blijft actueel. Jammer genoeg. Ze kan vandaag zo in Oekraïne gelezen worden.
In de Joodse traditie is dit besef, dit realisme, sterk aanwezig. Zij hebben ook zoveel, zo vaak, bittere ervaringen opgedaan met die reshaîm.
Heeft het dan nog wel zin om God erbij te betrekken, in dat verhaal? Hij levert toch geen zinvolle bijdrage meer. Wat helpt het? Wat helpt hij? Het boek Job stelt de vraag expliciet. En ook menige psalm scheert er langs. Toch blijft men God erbij roepen, soms tot de orde roepen, bij de les bepalen.
Ik zelf zie hier een verband met het verhaal rond rabbi Jezus van Nazareth. Hij heeft de lijn doorgetrokken. De ani'im zijn er nog steeds. En Jezus trekt ze aan. Vernederd, gebogen, geknakt — ze voelen zich door hem gekend, gewaardeerd. Hij hoort hun stem, ziet en voelt het geweld dat hun wordt aangedaan.
In Mattheüs 11:28-30 roept hij ze tot zich: “Komt tot mij allen die gebukt gaat onder de last, gebogen…” — kom en leer van mij. Rabbi Jeshoea (van yasha) zelf is God die zich buigt onder het menselijk lot. Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. In het Grieks klinkt hier opnieuw de woordstam anah, buigen.
In het Hebreeuws heeft die stam twee betekenissen, beide gelieerd aan de condition humaine:
En wie zo in de storm van het leven staat, die knakt niet maar buigt mee — want hij heeft een innerlijke rust, een onaanraakbaarheid. Zie Jezus aan het einde van zijn levensweg.
[1] Werkwoord lastig te vertalen: j-p-ch. Ademen, zuchten. Vertaald met 'spreken met', 'snuiven tegen' of 'smachten naar'. Ook wel afgeleid van pach: een val, een valkuil. Dan bedreigend.
[2] kerum. Rum = wordt verhoogd. Het voorvoegsel ke is 'zoals'. Hier kwantitatief vertaald. Vaak wordt dit als schrijffout wegvertaald: berum, dan gewoon een verbindingswoord als een ander (terwijl).