Jaak Rosseels

 Jacobus C. Rosseels (1828-1912)

een carrière in data

Franz Courtens (1854-1943) is heden ten dage de beroemdste van de leerlingen die in de tijd van Rosseels aan de Dendermonds academie de beginselen van de schilderkunst hebben onderwezen gekregen, o.a. van Rosseels. het is hoogstens in verband met hem dat Rosseels naam in artistieke kringen nog genoemd wordt. Dat hij naast directeur en inspecteur ook zelf ‘schilder’ was en in zijn eigen tijd een grote naam had, wordt vaak vergeten. hij behoorde bij de ‘School van Wechelderzande’ die beslist als een vernieuwing in de Vlaamse landschapsschilderkunst kan worden beschouwd. In de jaren ’80 krijgt hij ook algemene erkenning (zij het niet zonder tegenspraak). In 1881 wordt door koning Leopold II de gouden médaille voor schilderkunst in het kader van de Algemene Tentoonsteling voor Schone Kunsten toegekend aan hem toegekend omdat hij a fait preuve du talent le plus distingué... Huldeblijken, lauwerkransen en andere vormen van eerbetoon van confraters, leerlingen en vereerders volgen. Brigitte Rosseels besluit haar uitgebreide bijdrage aan het boek over de Dendermondse School alsvolgt:

Trouw bestuurslid der protestantse Zendingskerk te Antwerpen

Dat hij naast directeur, inspecteur en schilder ook nog jarenlang lid was van de kerkcommissie van de protestantse of evangelische kerk van Antwerpen (Bexstraat 13), is bijna geheel onbekend, hoewel politieke tegenstanders van Rosseels hiervan af en toe wel gebruik probeerden te maken (De Dendermondse School, p. 146) Hierover tot slot nog enige woorden.

Jacques Rosseels is niet de enige van zijn familie die is overgegaan tot het protestantisme. Ook zijn 10 jaar oudere broer Emmanuel (later directeur van het Plantin-Moretus museum) had die stap gezet. Beide broers waren op 10 april 1867 op belijdenis aangenomen als lid. In de tweede helft van de 19de eeuw kwamen vrij geregeld individuele personen of families uit ‘gegoede kringen’ (meestal liberaal, vrijzinnig) tot de vaststelling dat – als men de atheïstische positie verwierp – dat dan een keuze voor de protestantse kerk een redelijk alternatief was voor het rooms-katholicisme. In dit verband kunnen bijv. genoemd worden Paul Frédéricq (historicus in Gent), Emiel de Laveleye (econoom in Luik). Juist de principiële staatsonafhankelijkheid van de Zendingskerk maakte haar zeer aantrekkelijk voor liberaal-denkende anti-clericale geesten.

De Zendingskerk in Antwerpen werd bijv. gesteund door de adellijke fam. Prisse (vader en zoon: Edouard en Philippe). Bijzonder aan Jacques Roseels is dat hij niet niet zozeer een verdediger van het geloofsgoed werd, maar dat hij – in stilte – zijn bestuurlijke gaven in dienst stelde van deze gemeente, en niet slechts voor eventjes, maar voor een zeer lange periode. Sterker nog: Tot op de huidige dat voert hij de lijst van aan van kerkcommissie/kerkeraadsleden gelet op hun ‘dienstjaren’: 38 jaar lang diende Jacques Rosseels ‘zijn’ kerk, waarbij de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij op zeer veel vergaderingen niet aanwezig was, zeker sinds hij niet meer in Antwerpen resideerde. Was hij er echter wel dan is in de notulenboeken soms een notitie over een hartelijk welkom opgenomen en wordt hij vaak uitgenodigd de vergadering te besluiten met gebed.

De datum 23.02.1902 is overigens het moment waarop de ‘zendingspost’ te Antwerpen officieel werd erkend als zelfstandig ‘kerkgemeente’, waarbij de vorming van een door de leden gekozen kerkeraad het constitutieve element was. In de kerkcommissie heeft trouwens nog een kunstschilder gezeteld: J.B. Matthysen (1871-1878). Emmanuel Rosseels was lid van de kerkcommissie van 14.07.1867 – 26.07.1869.

bronnen:

Dick Wursten, april 2002

 

 

 

Home
Up
Prisse, Edouard
Vincent van Gogh
Jaak Rosseels