Thomas More / Pascal

   

Home
Up
Protestants
verklaring
getuigenis
Thomas More / Pascal
preciseringen
Jurjen Wiersma

Euthanasie, ja en/of nee: Twee verre vreemde stemmen


De tijden zijn enorm veranderd. Toch zijn de problemen rond het levenseinde niet nieuw. Eén van mijn jongere parochianen vermoedt zelfs dat het probleem van het sterven al zo oud is als de dood van de eerste mens. Daar zou wel eens wat in kunnen zitten. Toch is het probleem in zoverre nieuw, dat ons technisch kunnen ons heeft opgezadeld met een nieuwe verantwoordelijkheid, juist omdat we zoveel kùnnen... (en dus ook moeten kunnen ophouden).

Als contrast twee verre vreemde stemmen. Zij laten iets zien van hoe men daar mee omging in lang vervlogen tijden. Twee christelijke stemmen, twee rooms-katholieke stemmen, die echter ook in protestantse middens over het algemeen erg gewaardeerd worden. Hun houding ten opzichte van het levenseinde verschilt nog al. (ook wat dat betreft is er dus niets nieuws onder de zon. De eerste stem is die van Thomas More (1478-1535) de tweede die van Blaise Pascal (1623-1662), beide spirituele en morele zwaargewichten in hun dagen. De eerste was een groot Engels staatsman, filosoof en schrijver ("Utopia") . Hij was rooms-katholiek en humanist, bevriend met Erasmus, gestorven op het schavot doordat hij principes belangrijk genoeg vond om voor te blijven staan (heilig verklaard in 1935 !) . De tweede was een groot Frans wis- en natuurkundige, filosoof en schrijver ("Pensées"), criticus van het machtsdenken van de Jezuïeten("Lettres Provinciales"), die tijdens zijn leven geteisterd werd door fysiek lijden en chronische pijn. Twee getuigenissen, zeer verschillend van toon en strekking, beide zeer authentiek en katholiek.


Thomas More, een fragment uit "Utopia"

[Het gaat over hoe de zieken en stervenden in 'Utopia' verzorgd worden (Utopia is het land van Thomas' dromen, dat niet bestaat omdat er geen plaats voor is in deze wereld: u-topie)] "... De zieken die lijden aan ongeneeslijke ziekten troosten ze door hun aanwezigheid, door ermee te praten, kortom door ze alle hulp te bieden die ze kunnen. Soms echter is de ziekte niet alleen ongeneeslijk, maar veroorzaakt ze ook onophoudelijk lijden en angst. Als de priesters en de magistraten dan vaststellen dat de zieke niet in staat is nog enige plicht te vervullen en door zijn eigen dood te overleven tot last en hindernis is voor anderen, en voor zichzelf een bron van lijden, dan zullen ze hem ertoe aansporen zich niet langer vast te klampen aan dit aftakelend en pijnlijk bestaan. Als hij beseft dat zijn leven niets meer is dan kwelling, zeggen ze hem dat hij er niet tegenop moet zien te sterven, maar eerder hoopvol naar de dood kan uitzien en dat hij zichzelf mag bevrijden uit dit leven als uit een gevangenis of een oord van kwelling of zich door anderen eruit kan laten bevrijden. Op deze wijze, zo zeggen ze, zal hij verstandig handelen: door zijn dood zal hij niets goeds verliezen maar wel een einde stellen aan zijn lijden. En omdat hij hierin de raad van de priesters zal volgen, dat wil zeggen, van degenen die Gods wil uitleggen, zal hij handelen als een godvruchtig en deugdzaam mens. Degenen die op deze wijze overreed worden, stappen vrijwillig uit het leven door niet meer te eten, of worden tijdens hun slaap geholpen, zonder enige doodsstrijd. Degenen echter die niet wensen te sterven, worden niet onder druk gezet en worden verder met dezelfde zorg en aandacht begeleid." [overgenomen uit "De Brug, maandblad van het Karl Barth centrum - Genk", april 2000]

geinteresseerd? lees hier het hele fragment

 

Blaise Pascal, een fragment uit "prière pour demander à Dieu le bon usage des maladies"

"...Heer, neem van mij weg de treurigheid die eigenliefde zo makkelijk kan veroorzaken, wanneer ik gefixeerd raak op mijn eigen pijn en lijden, of wanneer ik zwaar onder de indruk ben van het feit dat allerlei dingen niet gaan zoals ik het zo graag zou willen, dingen die eigenlijk niets met uw eer te maken hebben; In plaats daarvan, Heer, vorm mijn treurigheid naar de Uwe. Maak van mijn lijden een heilzame zaak, een gelegenheid om tot in keer en omkeer te komen. Geef dat ik enkel nog gezondheid en leven wens om die in dienst te stellen van U; om die te beëindigen voor U, met U en in U. Ja, Heer, eigenlijk vraag ik U noch gezondheid, noch ziekte, noch leven, noch dood, maar dat U mijn gezondheid en ziekte, mijn leven en mijn dood wilt doen strekken tot uw eer, tot mijn heil, en tot opbouw van de Kerk en uw gelovigen, waartoe ik door uw genade hoop te behoren. U alleen weet wat goed voor mij is; U bent een souverein heer. Doe wat U wilt. Geef of neem, maar vorm mijn wil naar de uwe; en gun mij, dat ik in een nederige en volkomen overgave en in een heilig vertrouwen bereid ben de bevelen van uw eeuwige voorzienigheid te ontvangen en dat ik gelijkelijk mag aanbidden al wat van U komt, kome wat komt. Amen" [Pascal, oeuvres complètes (éditions du Seuil, 1963, présentation et notes de Louis Lafuma) , p 365, kolom 1, eigen vertaling]

 

 

 

 

 

  UTOPIA

In september 1516 stuurde Thomas More, die om verscheidene redenen een uitgave buiten Engeland verkoos, de definitieve tekst van Utopia op naar Pieter Gilles (Antwerps stadssecretaris), in wiens huis Erasmus verbleef. Gilles kreeg het voor elkaar dat Hieronymus Busleyden (belangrijk man achter het collegium Trilingue in Leuven) het voorwoord schreef. Het boek werd gedrukt door Dirk Martens, drukker van de Leuvense universiteit, die het boek nog vóór het einde van datzelfde jaar publiceerde. De volledige, van de gebruikelijke superlatieven voorziene titel luidde Libellus vere aureus, nec minus salutaris quam festivus, de optimo rei publicae statu deque nova insula Utopia - in vertaling:

‘Een waarlijk gulden boekske, zowel heilzaam als geestig,
over de beste staatsinrichting en het nieuwe eiland Utopia,
 

door de zeer aanzienlijke heer Thomas More, burger en onderschout van de beroemde stad Londen;
verzorgd door meester Pieter Gilles van Antwerpen
en gedrukt door Dirk Martens van Aalst,
drukker der Leuvense Alma Mater,
thans voor het eerst ten zorgvuldigste uitgegeven.
Met vergunning en privilege’.

 

De passage staat in LIBER II, onder de titel: 'De legibus Utopiensium'
 

  Egrotantes; ut dixi, magno cum adfectu curant, nihilque prorsus omittunt quo sanitati eos, vuel medicinae vuel victus observatione, restituant.

Quin insanabili morbo laborantes assidendo, colloquendo, adhibendo demum quae possunt levamenta solantur.


Caeterum si non immedicabilis modo morbus sit verumetiam perpetuo vexet atque discrutiet; tum sacerdotes ac migistratus hortantur hominem, quandoquidem omnibus vitae munijs impar alijs molestus ac sibi gravis morti iam suae supervivat, ne secum statuat pestem diutius ac luem alere, neve quum tormentum ei vita sit mori dubitet, quin bona spe fretus acerba illa vita velut carcere atque aculeo vel ipse semet eximat; vel ab alijs eripi se sua voluntate patiatur; hoc illum quum non commoda, sed supplicium abrupturus morte sit prudenter facturum, quoniam vero sacerdotum in ea re consilijs, id est interpretum dei sit obsecuturus, etiam pie sancteque facturum.

Haec quibus persuaserint; aut inedia sponte vitam finiunt, aut sopiti sine mortis sensu solvuntur.

Invitum vero neminem tollunt nec officij erga eum quicquam imminuunt persuasos hoc pacto defungi honorificum.

 


Alioqui qui mortem sibi consciuerit causa non probata sacerdotibus & senatui; hunc neque terra neque igne dignantur; sed in paludem aliquam turpiter insepultus abijcitur.
 

Ik heb al verteld, dat zieken in Utopia liefderijk worden verzorgd en dat men alles in het werk stelt om hun de gezondheid terug te geven. 

Lijdt iemand aan een ongeneeslijke ziekte, dan zullen ze hem geregeld bezoeken, hem gezelschap houden, hem bemoedigen, kortom ze doen al het mogelijke om zijn lijden te verlichten.

 Soms echter is een ziekte niet alleen ongeneeslijk, maar veroorzaakt ook martelende pijn en angst. Dan komen de priesters en de magistraten op bezoek. Ze zeggen: ‘Nu je het leven niet meer aankunt, en je jezelf en anderen tot last geworden bent, je kortom eigenlijk alleen nog maar leeft om te sterven, is de tijd gekomen om een besluit te nemen. Verlos jezelf uit de folterkamer die dit leven voor je geworden is, of laat je op z’n minst door anderen helpen. Als je zo sterft is dat niet enkel een daad van gezond verstand, maar zelfs een vrome en heilige daad, omdat het de priesters zijn die het je aanraden. En priesters zijn de vertolkers van Gods wil.’

 Degenen die zich laten overtuigen door deze redenering, maken ofwel door vasten een eind aan hun leven, of wel krijgen een narcoticum toegediend, zodat zij sterven in hun slaap zonder enige doodsstrijd. Degenen echter die niet wensen te sterven, worden niet onder druk gezet en worden verder met dezelfde liefderijke zorg omringd.Laat iemand zich op deze manier bewegen om te sterven, dan geldt dat als eervol.

Maar wie zichzelf de dood aandoet zander goedkeuring van de priesters en de senaat, die wordt zelfs geen begrafenis of verbranding waard gekeurd, – men smijt het kadaver ergens in een moeras.”

 

   

Ortelius heeft ook deze plek later in kaart gebracht:

 

This site was last updated
 February, 2017