|




|
Herziene
Statenvertaling (II): Proef op de som (Genesis 1)
Houdt men zich aan zijn eigen regels?
-
Enkel bij een echte fout wordt een woord
met een andere betekenis gebruikt.
Men geeft ruiterlijk
toe dat er foute vertalingen in staan. De taalkunde is voortgeschreden
sinds de 16e eeuw. Als we dus een andere betekenis (woord of zin)
aantreffen moet dat betekenen dat er geen wetenschappelijke vertaler van
enige faam is die de vertaalkeuze van de Statenvertalers nog verdedigt.
-
Enkel indien een woord nu onbegrijpelijk is of
ongebruikelijk (archaïsmen, hierover is discussie mogelijk en die wordt ook
stevig gevoerd), wordt het vervangen door een eigentijds equivalent.
Dit is een vertaalcriterium waarbij de
doelgroep doorslaggevend is. Men heeft hier niet de eigen achterban voor
ogen (toch ook weer wel), maar de hedendaagse mens. Of men die mens echt
taalkundig bereikt is twijfelachtig.
-
Enkel indien een zinsconstructie het begrip
(begrijpen) te zwaar belast, wordt er een nieuwe zinsconstructie
gesmeed.
Idem als hierboven, maar dan
syntactisch.
-
Geen idiomatische overbodigheden
(zegswijzen en syntaxis).
Het gaat om dingen als "hij sprak
tot hen, zeggende"; verder vooral in het Hebreeuws.
-
Enkele taalknopen heeft men tout court doorgehakt (kwestie van
beslissen, afweging tussen regel: behoud van koloriet en de
regel: geen archaïsmen).
naamvallen (4e: 'den, 2e: ‘des’, ‘der’ =
minder onschuldig dan het lijkt, want hierdoor worden vertaalkeuzes
gevergd: gen.obj. of gen.subj.); ‘Gij’, ‘lankmoedigheid’ en de
'aanvoegende wijs' (“Daar zij licht” > “laat er licht zijn”) en
nog wel enkele.
Genesis 1,2
|
SV |
HSV |
|
2 De aarde nu was
woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest
Gods zweefde op de wateren. |
2 De aarde nu was
woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de
Geest van God zweefde boven het water. |
Afgrond > watervloed
[Hebreeuws: ‘tehom’ = primitief woord dat verwijst
naar zoiets als de oerzee, afgrondelijk diep natuurlijk, misschien wel
het best te lezen als een combinatie van beide. ‘afgrondelijke
waterdiepte’] Aangezien hier dus sprake is van een vervanging van een
woord door een woord met een andere betekenis, moet er dus geen
wetenschappelijke vertaling meer bestaan die de vertaling afgrond
nog verdedigt. Die zijn er echter wel (TOB (1988): l’abîme, NIV (1984):
the deep, Willibrordvertaling uit 1995: diepte). Dus noch foutlast,
noch onbegripsrisico verplichtte de HSV hier om de vertaling te
vervangen. De informatie over de gelaagde betekenis was de
Statenvertalers ook niet onbekend. In de kanttekening vermelden ze
immer: Hebr. Op het aengesicht des afgronts: D. op
het diepe ende ondoorgrondelicke water; het welcke de aerde bedeckte als
een kleet, ende stont boven de bergen, Psal. 104.6.
Siet 2.Pet. 3.5.
Genesis 1,6
|
SV |
HSV |
|
6 En God zeide:
Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en
dat make scheiding tussen wateren en wateren! |
6 En God zei:
Laat er een gewelf zijn in het midden van het water,
en laat dat scheiding maken tussen water en water! |
Uitspansel > gewelf
[Hebreeuws: ‘raqiya’ (van werkwoordstam rq` :
uitspreiden, strekken). Het verwijst naar de hemelboog, dat is
duidelijk. Omdat elders er ook een ‘troon op kan staan’ (Ez. 1,22) ziet
men het nogal graag solide. Vulgata heeft “firmamentum”, wat ook
de standaardvertaling is.]
De Statenvertaling heeft hier taalscheppend
gewerkt, want het woord uitspansel [dat in de Deux-aes-bijbel in een
kanttekening bij Psalm 19 opduikt] geijkt. Zij waren zich hiervan
bewust, gezien de kanttekening bij Uytspansel:
Ofte uytbreydsel. Het woort dat inden Hebreeuschen text staet,
komt van een woort, ’t welck beteeckent uytspannen, uyt-recken, etc.
ende wort hier door beduydt de geheele ruymte tusschen de onderste ende
bovenste wateren. Aangezien uitspansel vervangen is door ‘gewelf’
dat naar dezelfde hemelboog verwijst (dus verandering van referent) is
gewelf dus een eigentijds equivalent van uitspansel en moet de herziener
uitspansel archaïsch hebben gevonden, hetzij onbegrijpelijk
of ongebruikelijk voor de hedendaagse lezer. Hiermee hebben
ze wel de inspanning van de Statenvertalers om een typisch Hebreeuwse
voorstelling recht te doen met een toen gewaagde vertaling (‘firmament’
had ook iedereen goed gevonden) teniet gedaan.
|