|
|
||
|
|
||
|
woensdag, 25 april 2012 |
|
|
Herziene Statenvertaling (III): Psalm 102 en de traditie
klik hier voor een transcriptie van de originele editie uit 1637 met kanttekeningen
Psalm 102 is een zeer interessante Psalm omdat hier de kerkelijke traditie een grote rol heeft gespeeld. Het is namelijk één van de 7 boetepsalmen (Psalmi poenitentiales; waaronder vooral ps. 50/51 (Miserere) en 129/130 (De Profundis) veelvuldig werden gebruikt. Dat is geen hebreeuwse genre-aanduiding, maar een christelijke liturgische en devotionele traditie. In de Middeleeuwen was het bidden van (=lezen & bemediteren) die 7 Psalmen zeer gebruikelijk in de Vastentijd èn ook verdienstelijk, dat wil zeggen: ze telden dubbel in het punten-systeem van zonden en goede werken, alsubegrijptwatikbedoel. De Statenvertalers, zoals u weet, hebben geen 'tussenkopjes' of 'titels' in de tekst gezet om de simpele reden dat dat de suggestie zou wekken dat die er ook in het origineel zouden staan. Zij hebben enkel de hoofdstuk- en versindeling overgenomen, èn als leeswijzer aan de bijbelboeken een inleiding doen voorafgaan en per hoofdstuk (dus ook per psalm) een samenvatting. Wat zien wij nu in de Herziene Statenvertaling? Het "roomse zuurdesem" (om ook eens tale kanaäns te schrijven) is tot in de titel doorgedrongen:
Nu, ik vind dat niet erg maar wel vreemd voor een Statenvertaling-editie. De Jongbloed-editie was trouwens ook al besmet zij het dat nog zonder telwoord: gewoon 'boetpsalm'. Afin terzake:
Psalm 102,2:
Psalm 102,6
stem mijns zuchtens > luide zuchten
verkeerde volgorde van versdelen Wat ik echter wil opmerken bij dit vers is dat men de Statenvertaling had moeten corrigeren op een ander punt: In het origineel staan namelijk de beide versdelen omgekeerd en vormen zo een krachtige chiastische constructie met het vorige vers.
zoals NBG1951 het hier laat zien en bijna alle andere vertalingen die ik ken. De Statenvertaling was hier altijd al de uitzondering.
Psalm 102,7:
De HSV heeft de handreiking van United Bible Societies gevolgd wat de vertaling van de namen van de vogels betreft, wat echter in dit vers toch wel een aantal bedenkingen oproept. Die lijst is immers soms ook maar een gok. Als ik Joodse vertalingen lees dan laat men soms de Hebreeuwse woorden gewoon staan. Tevens is er debat over welke vogels het zouden kunnen zijn. De tweede (Hebr: 'kos') is iets couranter (bijv. Lev. 11,17 - onreine vogels) en wordt over het algemeen bij de uilachtigen geklassificeerd: De "steenuil" van de StV zat al goed. De eerste is echter eigenlijk totaal onbekend. Een roerdomp zal het zeker niet geweest zijn, want dat is een moerasvogel (niet erg mediterraan, en al helemaal niet woestijnachtig). De vervanging door kauw valt toch wel wat rauw op de maag. De roerdomp was overigens een originele vondst van de Statenvertalers (en is ook uniek gebleven), immers de ganse traditie van de kerk had hier altijd een pelikaan in gezien (de Septuaginta (Grieks), de Vulgata (Latijn) en alle volgenden, ook de Nederlandse voorlopers van de Statenvertaling), een traditie waarnaar de NBG1951 weer was teruggekeerd (zie onder).
Waarom was de StV afgeweken? Eigenwijs?. Ze hadden een reden. Hoort u maar wat ze in de verklarende kanttekening opmerken bij dit vers: D. ick ben gedrongen alleen ende eensaem te blijven, van alle menschen verlaten zijnde, ende ick slae schrickelick geluyt, gelijck de Roerdomp endede Uylen doen. Iob 30.29. De Statenvertalers hadden een punt van vergelijking gezocht en meenden dat gevonden te hebben in de kreten van deze twee vogels: de roerdomp en de uil. Zij zagen niet alleen een verband met Job 30,29 (waar zij ook een uil lazen, tegenwoordig niet meer, en waarin v. 30 het "vlees ook aan het gebeente kleeft"), maar met dat "luide zuchten", dat "geroep", die "kreten"... Naast de kwestie misschien maar ik vind het wel mooi gevonden, aangrijpend ook. De roep van een uil gaat door merg en been, en de roep van een roerdomp resoneert ook met een smartelijke afgrond. Maar nu: een kauw. Erg teleurstellend, dat wel. Was het nog een kraai geweest, was het nog iets, maar een kauw! Of daar echt ‘onze kauw’ bedoeld wordt is mij onduidelijk, dat lijkt me nauwelijks een mediterrane vogel. En tegelijk vraag ik me af, waarom heeft de NBV, die ook de handreiking van de United Bible Societies heeft gevolgd, hier gewoon uil ? Laten we beide verzen uit NBG1951 en NBV ook maar eens afdrukken:
Over die pelikaan nog dit: in tegenstelling tot wat je vaak leest, bijv. in de kanttekeningen bij NBG1951 is de pelikaan wel degelijk een vogel die je kunt aantreffen in Israël/Palestina. Tijdens de jaarlijkse trektocht vliegen ze over het Midden-Oosten (zie de film Travelling birds). Nog een ander verhaal: in de christelijke symboliek is de pelikaan een 'type van Christus' vanwege de legende (uit de Physiologus) dat een moederpelikaan zich in haar eigen borst pikt om haar jongen te voeden (met haar eigen bloed dus) en zo haar leven geeft voor de "haren" (een kort excurs hierover met voorbeelden in het Engels). In vele kerkramen, versieringen, gedichten, meditaties (o.a. over Psalm 102), cantates, kom je dit tegen. Daarom ben ik het NBG1951 dankbaar dat zij deze link weer zichtbaar heeft gemaakt. Als je dan toch niet weet welke vogel het precies is, dan laat je of de hebreeuwse naam staan (met voetnoot: "ik weet het niet") of doe je hetgeen het meeste leeswinst oplevert.
ik ben gelijk geworden > ik lijk ik ben geworden > ik ben geworden
"vogel x" der woestijn > "vogel x" in de wildernis "vogel y" der wildernissen > "vogel y" temidden van de puinhopen
|
This site was last updated woensdag, 25 april 2012