Charlotte de Bourbon

   

Home
Up
Charlotte de Bourbon
Books
Movies
de vierde Wijze
Franciscus' vogelpreek
Holy ignorance
Aanbidding der koningen
de mythe van Europa
Pelgrimage naar Vézelay
de verboden lezing
A gothic incarnation
Dichters
de nar bij het altaar
Conques
Maria Magdalena
Charivarius

In memoriam Charlotte de Bourbon

Antwerpen, OLV-kerk, 24 januari 2015

 

Op 24 januari 2015 werd een marmeren grafsteen met epitaaf voor Charlotte de Bourbon (overleden 5 mei 1582, begraven 9 mei 1582 in de Magistraatskapel (nu Sint-Antionius) van de OLV kerk) onthuld ingeleid met toespraken door de bisschop van Antwerpen, Johan Bonny en ondergetekende. Hieronder mijn bijdrage (historische evocatie van Charlotte de Bourbon, aan het einde vindt u 'de moraal van het verhaal' en het grafschrift) en enkele foto's.

 

Beste Charlotte,

Ja, ik verstout mij om u, bij wat uw graf niet is, zo familiair aan te spreken. Ik weet wel: u bent eigenlijk een ‘hoogedele en zeer doorluchtige princesse’, volbloed française, van vaderszijde afstammend van Lodewijk IX, Saint Louis, langs moederskant verwant aan het heersende vorstenhuis van Valois.

 

In uw vroegste jeugd speelde u misschien wel met uw neef, Henry de Navarre, die later zo’n groot pleitbezorger is geworden van de zaak der Hugenoten. Een vreselijke burgeroorlog werd dat, waarbij de godsdienst aan beide kampen brandstof en buskruit à volonté voorzag. Toen er al veel te veel bloed gevloeid was, werd uw neef koning van Frankrijk, Hendrik IV. Hij moest er wel z’n protestants geloof voor afzweren: Paris vaut bien une Messe… Misschien dacht hij wel: La Paix vaut bien une Messe.

 

Afin terug naar u: Uw vader had u, een kind nog, in het klooster gestoken. Nog maar een tiener was u al gepromoveerd tot abdis, dat was contractueel bepaald. Zo ging dat toen. U deed uw best, u poogde vroom en goed te leven. U vroeg raad aan uw tante, Jeanne d’Albret, aan uw oudste zus. Beiden waren voorstanders van een kerkhervorming, ’t liefst van binnenuit, maar als ’t niet anders kon: dan maar zelf het heft in handen nemen…  U was er niet ongevoelig voor.

 

U nam uw taak ernstig, U hervormde het klooster van Jouarre, zo goed en kwaad het ging. Tot de bisschop vond dat het welletjes was geweest. Hij stuurde u een biechtvader die wekelijks aan hem rapporteerde. Het werd moeilijk. Het ging u tegenstaan: huichelen tijdens het Lof, lippendienst tijdens de Mariale gebeden, en bovenal de heilige Mis zelf… het werd ondraaglijk.

 

Op 3 februari 1572 vertrok u – zogezegd voor een bezoek aan een zuster-klooster, maar in werkelijkheid boog u af naar het Noorden,via Reims kwam u aan in Sedan (waar uw zus u onderdak verschafte). Toen bekend werd wat er gebeurd was, leek Sedan niet veilig genoeg en trok u verder naar Heidelberg, het hof van Frederik III, van de Paltz, een calvinistische enclave in Duitsland. Een warm onthaal was het. U legde uw kloostergewaad af en leefde er als een vrije vrouw.  U had geen rooie cent, maar u was gelukkig. U was uzelf en kon eindelijk uw geloof belijden en beleven, zonder spoor van dwang.

 

Uw vader was in alle staten. Hij wilde u met geweld terugbrengen en opsluiten. Maar gelukkig, godzijdank, zou u zeggen, reikte zijn arm niet ver genoeg.

 

In datzelfde jaar trouwde uw neef, Henry de Navarre, het was eind augustus 1572. Hij een hugenoot, zijn bruid, la reine Margot, katholiek: een interconfessioneel huwelijk, een politiek waagstuk van de eerste orde. Men men hoopte dat het de godsdienstvrede in het door oorlogen en aanslagen verscheurde koninkrijk zou herstellen… Afin, ik hoef u niet te vertellen wat er in de nacht van Sint Bartolomeus is gebeurd in Parijs die zomer: het huwelijk der verzoening werd een bloedbruiloft, die zijns gelijke in de geschiedenis niet gekend heeft. Uw vader deed er ijverig aan mee.

 

En dan is daar de prins van Oranje. Hij is in Heidelberg - zoals altijd op zoek naar bondgenoten in zijn strijd tegen de ‘koning van Hispanien’, die hij altijd heeft geeerd, maar niet langer wil obediëren. Misschien hebben jullie elkaar daar gezien, gesproken. Het moet haast, want enkele jaren later komt een zekere Philips van Marnix, heer van St. Aldegonde op bezoek. Officieel om enkele professoren van de universiteit van Heidelberg te overhalen om een leerstoel te aanvaarden aan de pas opgerichte universiteit te Leiden. Maar hij heeft ook een brief bij zich, voor u, van de prins, een brief met een aanzoek. De prins geeft toe dat hij op dit moment niets te bieden heeft, enkel een zwervend en onzeker bestaan, maar toch. U accepteert, eerst aarzelend, later voluit.

 

Marnix brengt u via Duitsland naar Embden en dan, over de Zuiderzee, naar Holland, naar Den Briel, daar wacht de Prins op u en wordt het huwelijk ingezegend. Het is 1575. De bronnen zijn eenduidig, het is een goed huwelijk. U krijgt 6 dochters in 7 jaar... De huidige paus zou er wat van zeggen.  En onderwijl steunt u voluit de prins in zijn strijd voor de vrije Nederlanden. U twist zelfs met hem als hij de Pacificatie van Gent afsluit. U vindt dat zwak. Twee godsdiensten in één rijk, onmogelijk.  Un Prince, un Dieu.

 

En bijna iedereen is het met u eens, calvinisten zo goed als roomskatholieken, gevangen in een godsdienstige double bind. In 1580 escaleert de zaak. Afin, ik hoef het u niet te vertellen. U hebt het van dichtbij meegemaakt. Hoe er pamfletten worden gedrukt, waarin uw man wordt uitgemaakt voor de grootste vijand der mensheid, een gevaarlijke ketter, die samenhokt met een weggelopen abdis, u... Hoe hij in de ban gedaan wordt: wanted dead or alive… Getekend, Philips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden. De uitvoerder van deze fatwa wacht een geldelijke beloning (25.000 kronen), benevens een adellijke titel en vergiffenis voor alle misdaden ooit begaan, d.w.z. straight to paradise…

 

Om een lang verhaal kort te maken: Op 18 maart 1582, vindt in Antwerpen een aanslag plaats op het leven van de prins, tijdens de maaltijd op het zuidkasteel. U was er bij. De dader wordt ter plekke door de hellebaardiers afgemaakt en enkele dagen later worden 2 medeplichtigen geëxecuteerd: op de grote markt. De prins is gewond, maar herstelt. De hele stad haalt opgelucht weer adem. Op 3 mei vindt er zelfs een officiële dankviering plaats, hier in deze kerk. Alle klokken luiden. U kunt niet gaan, want u bent ziek geworden. U verzwakt erg snel: wrsch. een longontsteking (une pleurésie*) en een infectie. Een dag later bent u al buiten kennis. En twee dagen na de dankmis voor het wonderlijk herstel van uw geliefde man, sluit u voorgoed de ogen. Het is 5 mei 1582. De geschiedschrijving wil niets liever dan dat u stierf van uitputting omdat u hoogstpersoonlijk dagen- en nachtenlang met uw duim de ader hebt dichtgehouden bij uw man, zodat de bloeding uiteindelijk stopte. Ach het leven is zo mooi niet en sterven is nooit romantisch.

[De nu volgende informatie is ontleend aan een 'Einzeldruck' bestemd voor de Prins (maar wrsch. breder verkocht, verspreid), die zich bevindt in de bibliotheek van het Museum Plantijn-Moretus, daar ook het origineel van de 'epitaph'. NB: een epitaph is in die dagen niet zozeer een letterlijk grafschrift, maar een literaire vorm, een postuum huldeblijk...]

 

Vier dagen later, op 9 mei, wordt u begraven, hier ‘aan die noortsijde van die groote kercke’, in de Besnijdeniskapel, ook in gebruik als ‘Magistraatskapel’. Het stadsbestuur droeg de kosten. Deze ganse ruimte was behangen met zwart lakendoek, afgezoomd met fluwelen, waarin uw familiewapen was aangebracht. 

Voor de baar gingen uit, alle de kapiteinen der ambachten en gilden, officieren, en schepenen, “in den getale van 912 personen”, gevolgd door de dienaren van de prins, “zijnde omtrent 22 personen”. Daarop volgde mijn heer van Sinte Aldegonde, “gaande recht voor de baere, dragende op een roodfluwelen kussen een rijkelijke gouden krone, overdekt met zwarte lampers” (=doorschijnende stof). Zes edellieden droegen de baar. Daarachter liepen de edellieden, heren en vrije burgers, 330 personen, niet meegerekend de natien (buitenlandse handelaars), Engelsen, Italianen, Portugezen en Oosterlingen. “ Ende aldus die seer duerluchtighe princesse te grave gedaen zijnde ende alle saken naer behooren volcomen wesende, is elck nae ‘t sijne ghekeerdt niet sonder  suchten ende Rouwe. Finis.”

 

Epitaphen in het Nederlands, Frans en Latijn verschijnen in druk, hier in Antwerpen bij Plantijn, maar ook elders in Europa. Ter ere van de ‘hoogedele en zeer doorluchtige princesse’ Charlotte de Bourbon.

 

Wat is nu de moraal van dit verhaal en de zin van onze bijeenkomst hier vandaag rond dit graf dat haar graf niet is?  

“Hoe goed en lieflijk is het als groepen van mensen, die elkaar vroeger verketterd hebben, te vuur en te zwaard bestreden, het licht in de ogen niet gunden… wij dus, protestanten en katholieken, samenkomen, het verleden onder ogen zien, de dingen niet toedekken, maar bij name noemen, verbijsterd zijn over waartoe een mens in staat is in de naam van God, verdrietig, beschaamd…, en dan: elkaar de hand reiken en zeggen: zie je wel mensen kunnen leren van de geschiedenis, mensen kunnen in alle verscheidenheid eendrachtig samen leven, en misschien leren we het zelfs dan ook nog wel eens, om daarvan te genieten: vrolijk verschillend te zijn.

 

Ik dank u voor uw aandacht.

 

  • BRONNEN

    • Jules Delaborde, Charlotte de Bourbon (Paris, 1888) - in de appendixen ook veel transcripties van originele bronnen (brieven etc.)

    • Caroline Atwater Mason, A Lily of France (Philadelphia, 1901); vlot leesbaar, maar zwaar geromantiseerd en dus historisch onbetrouwbaar, ondanks de vele historische détails: Henriette Kuyper (dochter van Abraham) assisteerde haar bij haar research (rondreis in de Nederlanden etc.) en vertaalde later haar boek in het Nederlands: De lelie van ons vorstenhuis (Daamen, 1902). Herdruk op herdruk...

 

GRAFSCHRIFT (let op het acrostichon !!)

 

J. van Vloten,

Nederlandsche geschiedzangen, II, 274.  19e Eeuw

Orig. enkeldruk 1582

 

Grafsteen 24-1-2015

Epitaphie der Edeler ende seer doorluchtigher Princessen Charlotte de Borbon, Dochtere van mijn Heere de Hertoghe van Montpensier, ende Lieve Huysvrouwe van den seer duerluchtigen Prince - mijn Heere Wilhelmus van Nassouwe, Prince van Orenge & c.

  

O fataal termijn, duchtige memorie,

Sober glorie!
Wie is 't, die gy roept tuwer consistorie,

Willet hier verclaren;

Een, d'alderedelste, godvruchtigste ciborie,

Int bloeisel van haer jaren;

 

 

 

 

 

Charlotte van Bourbon, wettige huisvrouwe

Van Nassouwe,

Vruchtbarighe ranke, totter doot getrouwe,

Manierich van seden;

Haer presentie was soet boven 's hemels douwe,

Den vijfden dach Mey sy haer einde dede,

Met geduldichede,

En was begraven tot deser stede.

 

 

Haer lichaem sal hier rusten, dat is waerachtich,

Al hoort men elck klachtich,

Maer den geest rust voorts in Gods hant eendrachtich,

Binnen 's hemels erven.

Eilaes! maekt rouwe met sinnen aendachtich,

Gelijck men Joseph sach rouwe verwerven,

Om zijns vaders derven,

En, eer comt de dach, leert geduldich sterven.

 

O Fatael Termijn, druckige memorie,

Sober glorie!

Wie is die ghy nu roept t’uwer consistorie ?

Willet hier verclaren:

Een, d'alder Edelste, godvruchticste ciborie:

Een, d’alder goedertierenste, Spiegel der Eerbaren;

Int bloeysel haerder Jaren;

Wiens droevich scheyden menich hert doet beswaren.

 

CHarlotte van Bourbon, wettighe Huysvrouwe

Van Nassouwe,

Vruchtbarighe Rancke, tot der doodt ghetrouwe,

Manierich van zede:

Haer presentie was soet boven S’hemels douwe,

Den vijfden dach Mey sy haer einde dede

Met geduldichede,

Ende wordt nu Begraven tot deser stede.

 

Haer lichaem sal hier rusten,dat is waerachtich,

Al hoort men elck clachtich:

Maer den Geest rust vorts in Gods handt eendrachtich

Binnen s’Hemels Erven.

Eylaes! maeckt rouwe met sinnen aendachtich,

Gelijcmen Joseph sach rouwe verwerven,

Om zijns vaders derven,

En eer comt den dach leert gheduldich sterven.

 

Overleden den 5 Mey 1582

 

 

 

pamflet, copyright Plantijn-Moretus bibliotheek/museum

 

 

 

 

noot (terug):
Een van haar hofdames, Madame De Mornay (echtgenote van Philippe Du Plessis-Mornay) was erbij. De laatste schrijft hierover vrij duidelijk: La maladie de la princesse fut une pleurésie procédée des sang-melleures qu'elle avoit eues pendant son mal, passant, à tout moment d'espérance en crainte, et au rebours. Elle mourut fort chrétiennement, et l'assista ma femme, jusques à la mort.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

This site was last updated
 June, 2018