O kom, o kom Immanuel (gezang 125)

 

Home ] [ Up ] [ Hymnen ] [ Psalm 121 ] [ Gezang 125 ] [ Gezang 157 ] [ Gezang 170 ] [ Gezang 185 ] [ gezang 186 ] [ Gezang 221 ] [ Gezang 313 ] [ Gezang 429 ] [ Paul Gerhardt ]

Veni Emmanuel, zingend op weg naar Kerst

Een lied ontvreemd

 

In het klooster zingt men al vele eeuwen elke avond ten besluite van het avondgebed (de vespers) de lofzang van Maria, of het ‘Magnificat’. Zoals gebruikelijk in de katholieke liturgie wordt deze lofzang ingeleid met een passend gebed, variërend volgens de tijd van het kerkelijk jaar: de zogeheten ‘antifoon’. Hierdoor krijgt eenzelfde gezang elke keer toch net weer een andere kleur. De antifonen van het Magnificat uit de week voor Kerst zijn bijzonder fraai en dat is eigenlijk ook wel logisch, want zo vlak voor Kerstmis is valt de lofzang van Maria op z’n plaats en kan de verwachting van de gemeente aan die van Maria worden gespiegeld (of omgekeerd, als u dat liever leest). Deze 7 antifonen staan bekend als de ‘grote antifonen’, of de ‘O-antifonen’. Deze laatste titel hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid.

In het Liedboek is een strofische bewerking van deze O-antifonen opgenomen van de hand van Willem Barnard: gezang 125, een lied dat zich – niet in het minst door de mooie melodie – in een redelijke populariteit mag verheugen. Deze vertaling is van de hand van J.M. Neale (1851, opgenomen in The Hymnal Noted van Thomas Helmford (uitgave in twee delen: 1851/1856). [klik hier het Engelse origineel]

De tekst kwam licht gewijzigd (Draw nigh > O come) in Hymns Ancient and Modern (1861) terecht en begon zo zijn triomftocht wereldwijd. Ik dacht altijd dat de suggestie van Helmford dat de melodie zou teruggaan op een echte middeleeuwse melodie een staaltje typisch 19e-eeuwse nostalgie (Oxford Movement) was, maar.... men heeft de melodie inmiddels toch gevonden in een 15de-eeuws manuscript van franciscaanse origine, zij het met een geheel andere tekst: Rituel à l'usage d’une abbaye de femmes, 1490-1510. BNF, Fonds latin 10581. [Dank aan Wim Kloppenburg voor deze correctie aanvulling]. [klik hier voor een transcriptie]

 

Heel aardig is dat Barnard zelf achteraf niet zo gelukkig was met deze strofische versie van de O-antifonen èn zijn bewerking ervan. Ter gelegenheid van de uitgave van zijn ‘Verzamelde Liederen’ heeft hij een nieuwe versie aangeboden. Tegelijk legt hij in een uitgebreide voetnoot hiervan verantwoording af, tevens zijn eigen toelichting in het Compendium bij gezang 125 aanvullend en corrigerend. In deze voetnoot meldt hij hoe hij pas nadat het liedboek was verschenen er achter is gekomen hoe het nou precies zat met die O-antifonen. Ook beklaagde hij zich dat hij zo slaafs zijn Engelse  ‘Vorlage’ was gevolgd, waardoor eigenlijk het typische karakter van de O-antifonen onnodig veel geweld was aangedaan. Niet alleen waren de zeven titels gecomprimeerd in vijf strofen, maar ook was daardoor de volgorde van de titels omgedraaid. Hij schrijft daarover (Verzamelde liederen, p. 413).

“Bij nader inzien leek het mij gewenst de tekst van de latijnse woorden nauwkeuriger te volgen, in de klassieke rangschikking, dus beginnend bij Sapientia en besluitend met Emmanuel. Wel heb ik de inmiddels bekend geworden liedvorm en de melodie gerespecteerd. Deze tekst komt dus, wat mij betreft, in de plaats van lied 125 uit het liedboek voor de kerken. In de hier aangeboden versie is het persistente veni veni (o kom), waarmee elke strofe begon, losgelaten. Ook het wees blij van het keervers heb ik vervangen. Het gaude(te) van de adventszondag moet voor mijn oor met verblijd u worden vertaald, niet met wees blij ! En het bleek mij niet mogelijk aan de latijnse tekst enig recht te laten wedervaren, wanneer elke strofe zou moeten beginnen met dat o kom ! Ik heb dat dan ook naar het refrein verplaatst en het werkwoord ‘verblijden’ (…) in de laatste regel gezet. Het al te ‘blatende’ van het refrein zoals het nu in het liedboek voor de kerken staat is daarmee vermeden.”

Hieonder beide teksten naast elkaar. Ik heb voor het gemak de bron(bijbel)tekst erbij aangegeven. Kunt u ook daarvan de context reconstrueren en u verbazen over de bijbelkennis en het bijbelgebruik van degenen die ons zijn voorgegaan in gebed en geloof. Het woordspel (omgekeerd acrostychon) met de beginletters van de zeven messiastitels resulteert in de Latijnse zin Ero cras (morgen zal Ik er zijn), maar dat wist u ongetwijfeld al wel. En indien niet, weet u het nu. Of het dichterlijk-liederlijk een verbetering is, mag u zelf beoordelen, maar ik ben er niet zo blij mee. In de nieuwe versie zitten trouwens ook gewoon enkele verkeerde accenten en het melisme in 1.4 wordt belemmerd door een extra lettergreep. En of 'O kom, ja kom' nu echt een verbetering is in het refrein...?).

Tot mijn grote verbijstering zag ik dat men in het Liedboek 2013 de vrijheid heeft genomen de regelvolgorde binnen de coupletten van deze nieuwe versie dan ook nog eens te wijzigen... Dat is toch niet te geloven! Regels omdraaien in een gedicht! Men heeft het gedaan om het sleutelwoord altijd in de eerste zin te zetten (couplet 1,2,7). Onvergeeflijk! En lélijk dat het lied daardoor is geworden: De inhoudelijke gedachtengang is doorbroken, regels sluiten niet meer op elkaar aan etc. Ik weet zeker dat Willem Barnard zich omdraait in zijn graf. [vb: In couplet 1 wordt de betekenis bijna tegenovergesteld aan wat de intentie is. Probeer maar: De 4e regel van dit couplet vooraan zetten gevolgd door de 3e, dan de 1e en dan de 2e... 

Naar “Veni veni Emmanuel”, Antifonen van het ‘Magnificat in de vespers van de week voor Kerstmis.

Guillaume van der Graft (ps. Willem Barnard): Verzamelde liederen, nr. 191 (uitg. 1986)

melodie: ‘O kom, o kom Immanuel’ (Thomas Helmore, 1851) Liedboek voor de kerken, gezang 125, Zingt Jubilate 121

 

 

Liedboek 1973, gezang. 125
Zingt Jubilate, lied 121 = vertaling van de
Engelse vertaling van J. M. Neale (1851/1861)
Herziene versie
Verzamelde Liederen,
nr 191
 
1.
O kom, o kom, Immanuel,
verlos uw volk, uw Israel,
herstel het van ellende weer
zodat het looft uw naam, o Heer.
Weest blij, weest blij, o Israel!
Hij is nabij, Immanuel.

2.
O kom, Gij wortel Isai,
verlos ons van de tyrannie,
van alle goden dezer eeuw,
o Herder, sla de boze leeuw!

3.
O kom, o kom, Gij Orient,
en maak uw licht alom bekend;
verjaag de nacht van nood en dood,
wij groeten reeds uw morgenrood.

4.
O kom, Gij sleutel Davids, kom,
en open ons het heiligdom;
dat wij betreden uwe poort,
Jeruzalem, o vredesoord!

5.
O kom, die onze Koning zijt,
in wolk en vuur en majesteit,
Adonai, die spreekt met macht,
verbreek het duister van de nacht!

 

17/12   Sapientia [Spreuken 8:1-16]

Op aarde plant het kwaad zich voort,

de waanzin voert het hoogste woord,

het zaad verdort, de oogst wordt schraal,

o wijsheid, daal als vruchtbare taal!

O kom, ja, kom, Emmanuel!

Verblijd uw volk, uw Israël!

 

18/12   Adonai [Deuteronomium 10: 17-21]

Verlichte wolk en lopend vuur,

zo waart gij eens op aarde hier,

die onze Heer en Meester zijt,

zie neer en kom in majesteit!

 

19/12   Radix Jesse [Jesaja 11:1-10]

Ja kom, gij wortel Isaï,

verlos ons van de tirannie,

van alle goden dezer eeuw,

o, Herder, sla de boze leeuw!

 

20/12   Clavis David [Jesaja 22:20-22]

Ontsluit, gij die de sleutel zijt,

die opendoet en niemand sluit,

het huis van dood en duisternis

waarin uw volk gekluisterd is!

 

21/12   Oriens [Maleachi 4:1-3]

Daag op, o grote dageraad,

licht aan, wij zijn ten einde raad,

verjaag de nacht van onze nood

en maak uw toekomst rozerood!

 

22/12   Rex Gentium [Jeremia 10:6-7]

Koning der volken, heers alom

en, eerste van de aarde, kom!

Gij hoeksteen, maak ons samen één,

verzamel allen om u heen!

 

23/12   Emmanuel [Jesaja 7:14] 

Zegen het volk dat vrede wil,

maak Israël gerust en stil,

wees uw belofte, neem ons aan,

Emmanuel, bewijs uw naam!