Gezang 170

   
Home
Up
Hymnen
Psalm 121
Gezang 125
Gezang 157
Gezang 170
Gezang 185 (vexilla)
gezang 186
Gezang 221
Gezang 313
Gezang 429
Paul Gerhardt

Meester, men zoekt U wijd en zijd

Meester men zoekt u wijd en zijdnoodkreet: Verlos ons van zielloze rijmelaars, o Heer! Ze hebben dit krachtige lied verknoeid voor het nieuwe geestelijke liedjesboek dat op 25 mei 2013 met zoveel bombarie is gepresenteerd in Monnickendam. Ik dacht eerst dat het lied geschrapt was, maar het is nog erger. Het is herberijmeld. 'Iedereen zoekt U, jong of oud...', zo begint het nu.

Enfin: oordeel zelf. Hier staan alle beschikbare teksten naast elkaar, incl het origineel in het Zweeds (met een google-translation). Zo hebt u alles bij de hand om op grond van uw eigen oordeelsvermogen een mening te vormen.

Mijn kritische vergelijking van beide bewerkingen staat daaronder.

Zoekt u een originele koraalbewerking om te spelen op het orgel (manualiter, maar u zult wel moeten oefenen), klik dan op de miniatuur hiernaast (een PDF).



Gezang 170 uit het Liedboek is een redelijk populair lied, ik vermoed zowel vanwege z'n tekst als z'n melodie. Melodie = L.M. Lindemann (1812-1887; cantor-organist en stichter van de organistenschool (later conservatorium) te Oslo. Tekst = Emil Liedgren (1879-1963). De Nederlandse vertaling is van C.B. Burger (1897-1983). Dit Zweedse lied is in het Nederlandse taalgebied terecht gekomen via één van de meest invloedrijke (zij het informele) oecumenische beweging die er is: de internationale christelijke studenten­beweging. Het stond in een Duitse vertaling in de bundel Cantate Domino van de Wereldfederatie van studenten. Zo kwam het in de Hervormde Gezangbundel uit 1938 terecht.

 

De dichter, Emil Liedgren  (1879-1963), was een vooraanstaande hymnoloog (=kerkliedkundige) en dichter. In dit gezang komt zijn visie op het geloofsleven duidelijk tot uiting: de levensweg (en dus ook de geloofsweg) van een mens is een levenslang ‘onderweg zijn’. In  ‘trial and error’ ziet hij de mens groeien naar zijn bestemming, waarbij datgene wat een mens ‘overkomt’ minstens even belangrijk is als datgene wat een mens bewust ‘doet’: ‘zelf zoeken’ en ‘gevonden worden’ tegelijk, actie(f) en passie(f). De aanzet tot dit lied (inventie) is waarschijnlijk een bijbeltekst geweest: “Allen zoeken U”, melden de discipelen aan hun ‘meester’, Jezus van Nazareth (Markus 1:37). De differentiatie die vervolgens optreedt als allen naar Jezus op zoek gaan, is het thema dat strofe per strofe wordt uitgewerkt. Zoeken brengt immers ook ‘twijfel’ mee, of men wel op de juiste weg zit, of de speurtocht wel tot iets leidt en of men het wel zal volhouden. Bijzonder elegant – maar door de verwisseling van subject en object, van zoeken en gevonden worden in de voorlaatste regel beslist niet oppervlakkig – wordt de zoektocht beëindigd in het laatste couplet. Lees eens rustig het hele lied, zou ik zeggen. 

Deze gegevens haal ik uit het Compendium bij het Liedboek, waar nog één ding mij opviel en dat wil ik toch even kwijt.  

De toenmalige vertaler (C.B. Burger) heeft op z'n oude dag de moeite genomen om ter gelegenheid van de opname van dit lied in het liedboek (1973) zijn vertaling nog eens te reviseren met de originele Zweedse tekst ernaast. Dit leidde tot veel kleine wijzigingen en een volledige herdichting van vers 5 (omdat de toenmalige Duitse vertaler op dit punt zijn eigen gedachten stiekem in het lied van Liedgren had binnengesmokkeld (zie bundel 1938, gezang 227:5). Subtieler en te denken gevend is een ander verschil, dat hij ontdekte.

 

 Strofe 1 in onze vertaling suggereert een verschil tussen de generaties in hun zoektocht naar Jezus:

Ouderen gaan rustig, welbereid,

jongeren aarzelend u tegen.

Liedgren in zijn origineel was kritischer naar de ouderen toe en positiever naar de jongeren. De gevoelswaarde van de originele Zweedse tekst schijnt tot volgende parafrase van deze regels te moeten leiden:

Ouderen gaan u tegemoet zonder zich veel vragen te stellen, want zij gaan over reeds lang bereide wegen (platgetreden paden - trampad stig), terwijl jongeren huiveren daarlangs te gaan en op zoek gaan naar eigen wegen om u te bereiken.

De vertaler zag echter geen kans om deze nuance in de tekst aan te brengen en liet hem dus maar zoals hij was. Begrijpelijk, maar ook wel jammer, want de dubbelheid die in deze twee zinnen zit, is veel rijker, levensechter en dus hoopvoller dan het wat eendimensionale beeld van rustige verzekerde ouderen en lastige, tegenstrubbelende jongeren. De ouderen krijgen de vraag op hun bord of hun ‘rustige zekerheid’ niet riekt naar arrivisme en de aarzeling van de jongeren is een ‘aarzeling’ omtrent de te gane weg, niet omtrent de na te streven bestemming. Of de aarzeling van de één wat met het arrivisme van de ander te maken zou kunnen hebben, laat ik te uwer eigen beoordeling.

 

Dick Wursten

[geraadpleegde bron: Compendium bij het Lieboek voor de Kerken]

 

 

vertaling C.B. Burger

Text: Emil Liedgren 1919

Musik: Ludvig Mathias Lindeman 1840

vertaling Gert Landman (= geen vertaling)

[enkel ter oriëntatie]

Google translate nam het origineel en haalde het door haar vertaalmachine en braakte toen deze tekst uit... Je kunt de inhoudelijke gedachtegang van het origineel er ongeveer uithalen....
 

1

Meester, men zoekt U wijd en zijd,

komend langs velerlei wegen.

Oudren gaan rustig welbereid

jongeren aarzlend U tegen.

Maar vroeg of laat, 't zij dag of nacht,

eens vindt G’ons moe en zonder kracht,

hunkerend naar uwe zegen.


2

Arts aller zielen, 't is genoeg,

als Gij ons neemt in uw hoede.

Heel toch de wond, die 't leven sloeg,

laat ons niet hooploos verbloeden.

Spreek slechts één woord, één woord met macht,

dan krijgt ons leven nieuwe kracht.

Spreek, dan keert alles ten goede.


3

Heiland, Gij weet, hoe dikwijls zorg,

twijfel en angst ons benauwen.

Van uw belofte zelf de borg,

schraagt Gij ons wanklend vertrouwen.

Licht wordt ons levens doel en grond,

als Ge ons vergunt de zaalge stond,

dat wij uw aanschijn aanschouwen.


4

Heer, onze mond heeft U gesmaad,

toch heeft ons hart U gebeden.

Wijzen der wereld zag men laat

heimlijk uw drempel betreden.

Hoogmoed, die voor geen wet zich buigt,

heeft door uw ootmoed overtuigd,

U als zijn meester beleden.


5

Opperste Leidsman, geef ons raad,

wij zijn door tweedracht gescheiden.

Opstand der zinnen, twijfel, haat,

maken ons zwak in het strijden.

Stralende held, breng ons weer saâm,

ga voor ons uit, uw grote naam

zal tot de zege ons leiden.


6

Koning, verheugd geloven wij

wat uw getuigen verkonden:

slechts onder uwe heerschappij

heeft ons hart vrede gevonden.

Daarom zoekt U elk mensenkind;

zoek, Herder, mij, opdat ik vind;

anders zo ga ik te gronde.

1

Mästare, alla söka dig,

uppenbart eller förteget:

gamla som tryggt gå trampad stig,

unga som dröja på steget.

Känd eller okänd väg vi gå,

tidigt och sent till dig ändå,

trötta på allt vårt eget.

 

2.

Läkare, du som bäst förstår

vad för vår läkedom kräves,

hela vårt släktes öppna sår,

låt oss ej blöda förgäves.

Herre, är allt dig underlagt,

säg blott ett ord, ett ord med makt,

bjud, och vår krankhet häves.

 

3.

Mästare, du som vet hur tungt

tvivlet kan trycka och tära,

möt det som fordom, fast och lugnt,

borgesman själv för din lära.

Klarna skall livets mål och grund

om endast du en salig stund

kommer oss mänskligt nära.

 

4.

Herre, du hör vad hjärtat ber

även när läpparna häda.

Högvisa män du sett och ser

hemligt din tröskel beträda.

Kraft, som vart band i vanvett bräckt,

måste i ödmjuk tjänardräkt

tämd av din röst, sig kläda.

 

5.

Flockvis vi ryckas hit och dit

om ej du ensam får råda.

Sinnenas uppror, viljans split

nesa och nederlag båda.

Härlige, höge hövitsman,

samla oss du och för oss an,

låt oss din seger skåda.

 

6.

Konung, vi ville gärna tro

vad om ditt rike förtäljes.

Aldrig vårt hjärta finner ro

förrän där inne det dväljes.

Därför vi alla söka dig.

Själarnas herde, sök du mig.

Aldrig jag når dig eljes

1.
Iedereen zoekt U, jong of oud,
speurend langs allerlei wegen:
kronkelig, vreemd, of recht, vertrouwd –
Meester, waar kom ik U tegen?
Eens vindt U ons, bij dag of nacht,
moe van onszelf en zonder kracht,
dorstend naar liefde en zegen.

2.
Volgen wij, Heiland, niet uw spoor:
laten wij anderen bloeden,
geven wij pijn en angsten door -
neem ons dan onder uw hoede.
Spreek uw genezend woord vol macht,
dan krijgt ons leven nieuwe kracht.
Spreek, dan keert alles ten goede.


3.
Heer, als ons denken U ontkent,
kan ons de leegte benauwen.
Als onze hand uw schepping schendt,
wilt U ons dan nog vertrouwen?
Twijfel of hoogmoed, onverstand –
neem ons, uw mensen, bij de hand.
Laat ons uw schoonheid aanschouwen.

4.
Koning, uw rijk is zo nabij –
open mijn ogen en oren!
Onrustig is mijn hart in mij,
totdat het nieuw wordt geboren.
Daarom zoekt U elk mensenkind.
Zoek, Herder, mij, opdat ik vind
en steeds meer bij U zal horen
 

1

Master, all seek you ,
obvious or secretive :
old who confidently go trodden path,
young people who linger on the stage.
Known or unknown road we go ,
early and late for you anyway,
tired of it all our own.

2.
Doctors, you best understand
what for our healing is required ,
whole of our race open wounds ,
let's not bleed in vain.
Lord , everything you put in ,
say only a word, a word with power,
invite , and our sickness is revoked .

3.
Master, you know how heavy
doubt can press and wasting ,
Meet the anciently , solid and quiet ,
guarantor yourself for your learning .
Klarna be the goal of life and basic
if only you a blessed moment
comes close to us human .

4.
Lord, you hear what the heart asks
even when the lips blaspheme .
Högvisa men you saw and sees
secret your doorstep tread.
Kraft , each band in the madness brackish ,
must serve in humble attire
tamed by your voice , to clothe .

5.
Herds we get carried away here and there
Unless you alone must prevail.
Senses rebellion , the will split
ignominy and defeat both.
Glory , High captain:
gather us you and for us an,
let thy victory behold.

6.
King , we would like to believe
what if your kingdom is told .
Never our hearts find rest
until there it dwells .
Therefore we all seek you.
Shepherd of Souls, search me.
Otherwise I will never reach you.


Wat klinkt het gerijmel van Gert Landman zwak vergeleken met de klank- en beeldrijke zinnen die we kennen uit gezang 170. De enige zinnen die nog overeind staan, zijn citaten uit de oude versie. Alle overige zijn aan elkaar gerijmd met behulp van een taal die eerder aan redenerend proza dan aan evocerende poëzie doet denken. Platitudes en schijndiepzinnigheid – niet afkomstig van het originele lied, maar uit de geest van dhr. Landman – vervangen de suggestieve kracht van de concrete beelden waarmee Liedgren de condition humaine evoceerde in zijn lied. Waarom moest die oude vertaling sneuvelen? Ik vermoed dat men de tekst van het oorspronkelijke lied (en van de vertaling van Burger, gemaakt voor de bundel 1938 en door hem herzien voor het Liedboek 1973) wat zwaar op de hand vond. Dat is juist, maar zou dat misschien niet de kracht van dit lied zijn?

Juist die wat zwaarmoedige ondertoon maakte gezang 170 anders dan vele andere gezangen. Emil Liedgren dichtte dit lied net na de eerste Wereldoorlog. Veel vertrouwen in het mens-zijn had hij op dat moment niet. Gezang 170 werd zo een van de weinig existentialistische liederen uit het liedboek. Ingmar Bergman kijkt als het ware om de hoek als je dit lied zingt.

In Landman’s versie is dit lied ondraaglijk licht geworden. Landman flirt met de gedachte dat de mens op zoek is naar zichzelf, zo’n fijn eigentijds thema. En wat moet ik met ‘Als ons denken u ontkent, kan ons de leegte benauwen’. Dit is toch gewoon een domme uitspraak en literair het tegenovergestelde van wat een dichter gewoonlijk met woorden doet. Hij staat ook niet bij Liedgren. En wat hiervan gedacht: ‘Volgen wij, Heiland, niet uw spoor: laten wij anderen bloeden, geven wij pijn en angsten door - neem ons dan onder uw hoede.’Naast de lelijkheid van de clichématige taal (die nog niet eens goed loopt) heeft het gebed precies de verkeerde spits. Van Gheluwe zal het graag beamen.

En het slot, het aangrijpende slot: Burger had geschreven mooi Tillich-iaans ‘Daarom zoekt U elk mensenkind. Zoek, Herder, mij, opdat ik vind, anders zo ga ik te gronde’. Prachtige zin, iets zwaarder op de hand dan het origineel maar wel conform (sök du mig. Aldrig jag når dig eljes). Dat gebeurt soms bij de vertaling van een goed gedicht. Het gevoel moet verwoord worden, niet de letter/leer. Wat doet Landman? Hij neemt de subjectwissel en de sterke zin over: Zoek herder mij, opdat ik vind om af te sluiten met de grootste anticlimax ooit: en steeds meer bij U zal horen. Geestelijk niet ongevaarlijk geneuzel is dit.

Als dit lied bij de tweede druk niet wordt vervangen door de vertaling van Burger, dan moet op z’n minst onderaan het lied vermeld worden dat dit geen vertaling is van een lied van E. Liedgren, maar een nieuw geestelijk liedje van dhr. Gert Landman, naar een oorspronkelijk idee van E. Liedgren met gebruikmaking van enkele sterke dichtregels van C. B. Burger.