Lux jucunda

   

Home
Up
Vexilla regis
Ausonius and his Rose
Alain de Lille
Dulcis Jesu memoria
Mundi renovatio
Lux jucunda
Ambrosius
Veni Redemptor
Prudentius
Adam St. Victor

Lux jucunda, lux insignis
Adam van/of  Sint Victor (V ca. 1146)

 

Een Pinksterlied / sequens for Whitsuntide

Latin and English text from: The liturgical sequences of Adam of St. Victor // from the text of M. Gautier // with translations into English in the original metres by Digby S. Wrangham (London, 1881) p. 94-99.
Nederlandse vertaling: J.W. Schulte Nordholt, Een duif daalt neer (Ten Have, 1964), p. 22-24.

 

Magnifieke poezie: theologisch, mystiek, exegetisch en symbolisch bijzonder rijk en qua klank: suavis... En dan komt onderwijl ook nog alles samen in een nieuw 'ethos'. Tolle, lege, lees en zing...
 

 

Biographical notes (new page):
   Adam van St. Victor (Nederlands)
   Adam of St. Victor (English)
   Adam de St. Victor (Français)

 

 

In Pentecoste

Intra Octavam

Pinksteren

J.W. Schulte Nordholt

 

Whitsuntide

Digby S. Wrangham

 

 

Lux jucunda, lux insignis,

Qua de throno missus ignis

In Christi discipulos

   Corda replet, linguas ditat,

Ad concordes nos invitat

Linguae cordis modulos.

 

Christus misit quod promisit

Pignus sponsae, quam revisit

Die quinquagesima;

   Post dulcorem melleum

Petra fudit oleum,

Petra jam firmissima.

 

In tabellis saxeis,

Non in linguis igneis

Lex de monte populo;

   Paucis cordis novitas

Et linguarum unitas

Datur in coenaculo.

 

O quam felix, quam festiva

Dies, in qua primitiva

Fundatur ecclesia!

   Vivae sunt primitiae

Nascentis ecclesiae,

Tria primum millia.

 

Panes legis primitivi

Sub una sunt adoptivi

Fide duo populi:

   Se duobus interiecit

Sicque duos unum fecit

Lapis, caput anguli.

 

Utres novi, non vetusti,

Sunt capaces novi musti;

Vasa parat vidua;

   Liquorem dat Eliseus;

Nobis sacrum rorem Deus,

Si corda sunt congrua.

 

Non hoc musto vel liquore,

Non hoc sumus digni rore,

Si discordes moribus.

   In obscuris vel divisis

Non potest haec Paraclisis

Habitare cordibus.

 

 

Consolator alme, veni;

Linguas rege, corda leni;

Nihil fellis aut veneni

Sub tua praesentia.

   Nil jocundum, nil amoenum,

Nil salubre, nil serenum,

Nihil dulce, nihil plenum,

Nisi tua gratia.

 

Tu lumen es et unguentum,

Tu coeleste condimentum

Aquae ditans elementum

Virtute mysterii.

    Nova facti creatura,

Te laudamus mente pura,

Gratiae nunc, sed natura

Prius irae filii.

 

Tu qui dator es et donum,

Tu qui condis omne bonum,

Cor ad laudem redde pronum,

Nostrae linguae formans sonum

In tua praeconia.

    Tu nos purga a peccatis,

Auctor ipse puritatis,

Et in Christo renovatis

Da perfectae novitatis

Plena nobis gaudia.

 

Licht dat zoet en stralend schoon is

neergedaald uit hemels troon is

op de jongeren bijeen,

laat de harten en de tongen

zingen, zo is nooit gezongen,

zo eendrachtig nooit voorheen.

 

Christus zendt zijn Geest van vrede

tot zijn bruid die wacht beneden,

vijftig dagen zijn vervuld

als tot troost voor het gemis

van zijn stem die honing is

olie uit de rotssteen welt.

 

Stond in tafelen van steen

voor het volk de wet voorheen.

niet in tongen als van vuur,

nu wordt alles een van zin.

liefde stroomt de harten in,

waar zij samen zijn dit uur.

 

O hoe wordt de dag van heden

overstraald door licht en vrede,

nu de kerk geboren wordt,

nu de lente van het leven

aan Gods kindren wordt gegeven,

op drieduizend uitgestort.

 

Teken waren eens twee broden,

hoe door heidenen en Joden,

twee in één, God werd geloofd,

één zijn zij in Geest en wezen,

uit één hoeksteen opgerezen,

en die is der engelen hoofd.

 

Slechts in nieuwe, niet in oude

zakken kan men edel houden

na de oogst de nieuwe wijn.

Olie zal Elia laven,

hemelsdauw is onze gave,

als wij één van harte zijn.

 

Wat zou olie, wijn vermogen,

wat de dauw vanuit den hoge,

als ons nijd en twist verwart?

Als wij ons niet één betonen

kan de Geest niet in ons wonen,

niet de Trooster in ons hart.

 

 

Kom, o Trooster, met genade,

kom thans hart en tong te stade,

geen venijn, geen gif kan schaden

in uw tegenwoordigheid.

Niets is zoet en niets begeerlijk,

niets is zuiver, niets is eerlijk,

niets is heilzaam, niets is heerlijk,

als Gij niet nabij ons zijt.

 

Gij zijt zalf en Gij de stralen

die vanuit den hoge dalen,

water uit de hemelzalen

maakt Gij tot geheimenis.

Wij naar de natuur verloren,

wij zijn nieuw uit U geboren,

Iaten U de lofzang horen,

wiens genade met ons is.

 

Gij die geeft en wordt gegeven,

Gij die heiligt al het leven,

zij uw lof in 't hart geschreven,

door de tong steeds aangeheven,

jubelende wijd en zijd.

Reinig ons van onze zonden,

Geest zo schoon en ongeschonden,

maak met Christus ons verbonden.

tot er in ons wordt gevonden

volle vreugd en zaligheid.

 

Day delightful! day most noted!

When o'er Christ's disciples floated

Fire sent from the throne on high,

Filling hearts and tongues endowing,

And on hearts and tongues bestowing

Words and thoughts in harmony!

 

Christ, as once His word had spoken,

Sent his spouse a pledge and token,

Coming back the fiftieth day.

After streams of honey sweet

Oil that rock poured forth from it,

Which is now man's firmest stay.

 

From the mount to Jewry came

God's law, not in tongues of flame,

But on tables wrought from stone:

In a furnished upper room,

Given but to few, there come

Hearts renewed, and tongues as one.

 

O the joy and jubilation

Of that day, when first foundation

Of the early Church was laid:

When the Church, then first begun,

Should three hundred to it won,

Lively first-fruits of it made.

 

Thus one faith binds earth's two nations,

Like the early dispensation's

Twofold offering of bread:

The Head Corner-stone two races

By his presence interlaces,

And thus one the two are made.

 

In new bottles, not in olden,

Must the new-made wine be holden:

Brings the widow but the cruse;

Oil is by Elijah given:

So doth God for dew from heaven

Hearts, if fitting vessels, use.

 

Of this wine or oil before Thee,

Of this dew, are we unworthy,

If we have not peace within:

Not in hearts 'gainst God rebelling,

Can this Comforter be dwelling,

Nor in those made dark through sin.

 

 

Come, Thou Comforter benignest!

Rule our hearts and tongues, Divinest!

Gall or poison, where Thou shinest,

May not any more be found:

There is not a joy or pleasure,

Health and rest are not a treasure,

Nought is sweet, all scant in measure,

Where Thy grace doth not abound.

 

Thou, for light and unction given,

A sweet savour sent from heaven,

Fillest simple water even

With a new mysterious power:

We, re-made by Thy creation,

Give Thee, with pure hearts, laudation;

Sons of grace, by generation

Sons of wrath who were before.

 

Thou, Who art both gift and giver,

Helping every good endeavour,

Cause our hearts to praise Thee ever,

And our lips, O let us never

But in blessing Thee employ:

Wash out every evil passion,

Who alone canst purge transgression!

And in Christ our souls refashion,

That we may, in full possession,

Our new nature's bliss enjoy!

 

Dick Wursten