Uit dit
voorwoord (en andere getuigenissen) is duidelijk, dat de
vriendschap tussen hem
en cantor Nicolaus Herman
aan de basis moet hebben gelegen van
de publicatie van de beide boeken met schriftliederen van
Nic. Herman in 1560-62 (Sontagsevangelie
in Gesänge gefasst.. en dit boek Die Historien der
Sintflut etc..) Ze deelden de visie
op onderwijs en kerk, en daarbij speelde muziek een cruciale
rol: communicatiemiddel van het heil par
excellence. Ook in dit voorwoord wordt dit
helder en sterk geformuleerd.
Voor de muzikale appreciatie moet
u naar het tweede deel
springen. Wederom opvallend dat de
teksten/gezangen duidelijk niet voor de liturgie bedoeld
zijn, maar voor school en thuis. Echter: de school is wel
verbonden met de kerk: Immers de knapen vormen het schoolkoor (of de
schoolkoren, meerdere kerken). En wat ze zingen, tsja, veel klassieker
en latijnser dan wij meestal denken.
Deze uitgave bevat Schriftliederen (met wat aanvullingen) en is een spin-off van (kapitaliseren op het succes van) de Sontagsevangelien.
Eerste druk 1562 Wittenberg (G. Rhau Erben, 144 pp. 12°). [DKL 1562 03]: Volledige titel: Die Historien von der Sindfludt, Joseph, Mose, Helia, Elisa, vnd der Susanna, sampt etlichen historien aus den Euangelisten. Auch etliche Psalmen vnd geistliche Lieder, zu lesen vnd zu singen in Reyme gefasset. Fur Christliche Hausveter vnd jre Kinder, Durch Nicolaum Herman im Jochimsthal. Mit einer Vorrede M. Johannis Mathesij, Pharherrns in S. Jochimsthal.
Het
voorwoord van Nic. Herman vindt u hier.
De Duitse tekst is overgenomen uit Ph. Wackernagel, Bibliographie zur Geschichte des deutschen Kirchenliedes im XVI. Jahrhundert (Verlag Heyder & Zimmer, Frankfurt a.M., 1855, pp. 614-618). Gescand en AI-ondersteunde OCR. De spelling is gemoderniseerd voor leesbaarheid. Ik claim geen wetenschappelijke precisie. De vertaling is van mijn hand (Dick Wursten), met gebruikmaking van het historische woordenboek van de Duitse taal (DWB) om tijdbepaald idioom te kunnen vertalen. Niet simpel.
| Duitse Tekst (1560) | Nederlandse Vertaling | |
|---|---|---|
| Ein
Vorrede An den Christlichen Leser Auf diese Historien und Gesangbüchlein M. Johannis Mathesii, Pfarrherrns im Jochimsthal. Christlicher Leser, der wahre Sohn Gottes spricht, Matth. am 24.: "Und es wird geprediget werden das Evangelion vom Reich Gottes in der ganzen Welt, zu einem Zeugnis über alle Völker." |
Een voorwoord Tot de christelijke lezer Bij deze historien en dit gezangboekje M. Johannes Mathesius, predikant in Joachimsthal. Christelijke lezer, de ware Zoon van God spreekt in Mattheüs 24: "En dit Evangelie van het Koninkrijk zal gepredikt worden in de gehele wereld tot een getuigenis over alle volkeren." |
|
| In diesen Worten weissaget der Herr Christus von den grossen Wunderzeichen, welche vor der Zerstörung des jüdischen Reichs und vor dem Jüngsten Tag geschehen werden. Nämlich, wenn das Evangelium, die fröhliche Botschaft vom Reich und Sieg Jesu Christi, durch die Apostel wird in aller Welt, oder wie wir reden, zu breitem Blick, in allen vier Orten des Erdkreises geprediget werden. Alsdann werden die Juden und alle andere Völker ein gewiss Zeichen und stark Zeugnis haben, dass des jüdischen Reichs Ende vor der Hand ist. Denn das Reich des Evangelii, darin der Sohn Gottes durch den Mund seiner Säuglinge und Unmündigen regiert, wird doch endlich neben dem jüdischen Reich alle vier Monarchien umstossen, wie Daniels Bild und Weissagung klar bezeuget. | Met deze woorden profeteert Christus de Heer over de grote wondertekenen die voor de verwoesting van het Joodse rijk en voor de jongste dag zullen geschieden. Namelijk, wanneer het Evangelie — de blijde boodschap van het rijk en de overwinning van Jezus Christus — door de apostelen in de hele wereld gepredikt zal worden, of zoals wij zeggen: "met een brede blick' (Grimm: mijnwerkers-uitdrukking) vaker door Mathesius gebruikt, zie DWB bij 'breit') tot in de vier windstreken. Dan zullen de Joden en alle andere volkeren een zeker teken en krachtig getuigenis hebben dat het einde van het Joodse rijk nabij is. Want het rijk van het Evangelie, waarin de Zoon van God door de mond van zuigelingen en onmondigen regeert, zal immers uiteindelijk, naast het Joodse rijk, alle vier de wereldmonarchieën omverwerpen, zoals Daniels beeld en profetie duidelijk getuigen. | |
| Diese Prophezei des Herrn Christi ist vor 1500 Jahren erfüllet, denn da der Apostel Predigt und Lehre in alle Lande ausging, und sie zeugeten zu Jerusalem und im ganzen Judäa und Samaria bis an das Ende der Erden (Acto 1). Und St. Paulus predigte in Arabien, Asien, Griechenland, Rom und Hispanien, und kam mit seinem Evangelio bis in die Windische Mark. Und der Apostel Jünger lehrten in deutschen Landen; da ging Jerusalem und das ganze jüdische Reich zu Trümmern, wie es noch bis auf den heutigen Tag in der Asche liegt. Denn solange unser Gott Mauer und Wall, und die Propheten Vormänner und Reiter in diesem Reich waren, konnte es keine Macht schwächen oder ausrotten, ob es wohl bisweilen bedränget war und grosse Not litt. Da aber der Sohn Gottes die Hand abzog, und Propheten und Aposteln, die Säulen und Stempel des Landes, verjagt wurden, da geht es zu Grunde, und war keine Macht in dieser Welt so gross, die dies gefallene Reich erhalten oder wieder erheben konnte. | Deze profetie van Christus de Heer is 1500 jaar geleden vervuld, want toen de prediking en leer van de apostelen naar alle landen uitging, getuigden zij in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria tot aan het einde der aarde (Handelingen 1). En Sint Paulus predikte in Arabië, Azië, Griekenland, Rome en Spanje, en kwam met zijn Evangelie tot in de Windische Mark. En de leerlingen van de apostelen onderwezen in de Duitse landen; toen ging Jeruzalem en het hele Joodse rijk in puin, zoals het tot op de dag van vandaag in de as ligt. Want zolang onze God Muur en Wal was, en de profeten de Aanvoerders en Ruiters in dit rijk waren, kon geen enkele macht het verzwakken of uitroeien, hoewel het soms benauwd werd en grote nood leed. Maar toen de Zoon van God zijn hand terugtrok en de profeten en apostelen — de zuilen en stempels van het land — werden verjaagd, ging het ten gronde; en er was geen macht in deze wereld groot genoeg om dit gevallen rijk in stand te houden of weer op te richten. | |
| Wie nun das gepredigte Evangelium ein Zeugnis und Zeichen war der Zerstörung Jerusalem und Untergangs dieses herrlichen Reichs, da Gott wahrhaftig innen wohnet, also will auch Christus hier weiter lehren: Wenn das Evangelium wieder wird an Tag kommen, nachdem der Antichrist — welcher ist der Mensch der Sünden und das Kind der Verderbnis und Gottes Widerwärtiger, der sich auch für einen irdischen Gott ausgibt — wird offenbart und sein Gräuel und Torheit jedermann bekannt, so werde das Ende dieser Welt auch vor der Tür sein. | Zoals nu het gepredikte Evangelie een getuigenis en teken was van de verwoesting van Jeruzalem en de ondergang van dit heerlijke rijk waarin God waarlijk woonde, zo wil Christus hier ook verder leren: wanneer het Evangelie opnieuw aan het licht zal komen — nadat de Antichrist (de mens der zonde, het kind van het verderf en de tegenstander van God, die zich ook voor een aardse god uitgeeft) geopenbaard is en zijn gruwel en dwaasheid aan iedereen bekend is — dan zal het einde van deze wereld ook voor de deur staan. | |
| Nun ist es ja am Tage wie die helle Sonne, dass die werte Christenheit eine lange Zeit in der babylonischen Gefängnis unter dem Antichrist genotpresst und mit gräulichen Abgöttereien verführet ist. Und dass nun (Gott Lob) die Weissagung Christi auch gewaltig im Schwang geht. Denn das liebe Evangelion, die selige Predigt von Jesu Christi Menschwerdung, Tod, Leiden, Sterben, Auferstehung und seinem geistlichen Reich, darin allen Gläubigen gnädige Vergebung aller Pein und Schuld umsonst und lauter aus Gnaden, allein durch das Verdienst und Fürbitte unseres einigen Mittlers und Hohenpriesters verkündiget und in dem Wort der Versöhnung angeboten und geschenkt wird, ist jetzt an vielen Orten rein, lauter, öffentlich gepredigt oder durch gute Bücher an manchem Orte bezeuget. Denn weil das Jüngste Gericht an der Tür ist, hat sich unser Gott hiermit gegen männiglich verwahren und jedermann zur Busse fordern und vor seinem künftigen Zorn verwahren wollen, damit er gerecht bleibe, wenn er gerichtet werde, und kein Gottloser ihm die Schuld seines eigenen und mutwilligen Verderbens geben könne. | Nu is het immers zonneklaar, dat de dierbare christenheid lange tijd in Babylonische gevangenschap onder de Antichrist is onderdrukt en met gruwelijke afgoderij verleid. En dat nu (God zij lof) de profetie van Christus ook geweldig in vervulling gaat. Want het lieve Evangelie — de zalige prediking van Jezus Christus' menswording, dood, lijden, sterven, opstanding en zijn geestelijk rijk, waarin aan alle gelovigen genadige vergeving van alle straf en schuld, om niet en louter uit genade, alleen door de verdienste en voorspraak van onze enige Middelaar en Hogepriester wordt verkondigd en in het woord van de verzoening aangeboden en geschonken — wordt nu op veel plaatsen zuiver, puur en openlijk gepredikt, of in elk geval door goede boeken op menige plaats betuigd. Het Laatste Oordeel staat voor de deur. Daarom heeft onze God Zich aldus tegenover iedereen willen waarmaken, iedereen tot berouw willen roepen en beschermen tegen Zijn toekomstige toorn, opdat hij staande blijft, ook als hij geoordeeld wordt, en geen goddeloze Hem de schuld van zijn eigen en moedwillige verderf kan geven. | |
| Daher hat Gott zu
dieser letzten Zeit den Druck in deutschen Landen aufkommen lassen
und gelehrte Leute gegeben, welche den Schulen und Sprachen wieder
aufgeholfen, wie er auch zu dieser letzten Zeit Eliam und Elisam
und andere ihre dankbare Schüler erwecket, welche die vermengte
Lehre wieder ausgebeutelt und die Kirchen durchs Wort und Gebet
reformiert haben. Und damit ja niemand etwas vorzuwenden und sich
zu entschuldigen hätte, ist die liebe Biblia, darin der Propheten
und Aposteln Schriften auf uns erhalten sind, neben anderen
nützlichen Büchern in allerlei Sprachen gebracht und durch den
Druck in alle Welt ausgespendet. Damit auch die Jugend und Laien, so nicht lesen können, vom Ende dieser Welt überzeugt, lässt Gott sein Wort und Verheissung in schönen Spielen und Gesängen jedermann vorhalten, wie auch Maler, Bildhauer, Goldschmiede und was Schaugroschen macht, Gott und seinem Wort helfen Zeugnis geben, da sie viel schöner Historien und Sprüche aus Gottes Wort malen, schneiden und prägen. Summa: Die Himmel und alle Kreaturen, darin sich Gott vorgebildet und sein Wort daran geheftet, samt dem Firmament und der Feste, erzählen heut zu Tage die Ehre Gottes und verkündigen seiner Hände Werk, und zeugen, dass der Tag des Heils, daran alles soll wieder zurecht gebracht werden, nicht ferne sei. |
Daarom heeft God in deze laatste
tijd de boekdrukkunst in de Duitse landen laten
opkomen en geleerde mensen gegeven die de scholen en
talen weer hebben geholpen, zoals Hij ook in deze
laatste tijd Elia en Elisa en andere dankbare leerlingen heeft
verwekt, die de vermengde leer weer hebben uitgezuiverd en de
kerken door het Woord en gebed hebben hervormd. En opdat niemand
enig excuus zou hebben, is de dierbare Bijbel, waarin de
geschriften van de profeten en apostelen voor ons bewaard zijn
gebleven, naast andere nuttige boeken in allerlei talen vertaald
en door de drukpers over de hele wereld verspreid. Opdat ook de jeugd en de leken die niet kunnen lezen overtuigd zouden worden van het einde van deze wereld, laat God Zijn Woord en belofte in mooie toneelstukken en gezangen/liederen aan iedereen voorhouden. Ook schilders, beeldhouwers, goudsmeden en makers van penningen helpen mee getuigenis te geven van God en Zijn Woord, door vele mooie geschiedenissen en spreuken uit Gods Woord te schilderen, te snijden en te slaan. Kortom: de hemelen en alle schepselen waarin God Zichzelf heeft afgebeeld en Zijn Woord aan heeft verbonden, samen met het firmament, vertellen vandaag de dag de eer van God en verkondigen het werk van Zijn handen, en getuigen dat de dag van het heil, waarop alles weer rechtgezet zal worden, niet ver weg is. |
|
| Weil denn nun mein guter und alter Freund, Herr Niklas Herman, in diesem Büchlein auch viel schöner Historien aus der heiligen Biblia mit grossem Fleiss, fein lustig und geschicklich in seinem Alter hat zusammengebracht, damit er mit seiner Kunst und Gabe auch will dem Evangelio und aller Welt helfen Zeugnis geben, dass der Welt Ende sich herzu nahe, hab ich diesen guten Historien und seinen geistlichen Gesängen auf sein freundlich Ansuchen diese Vorrede stellen wollen. Weil sonderlich viel Predigten, so in dieser löblichen Kirchen viele Jahre lang geschehen, hier fein rund und artig mit guten deutschen Worten nach Form und Mass der alten Meistergesänge gestellt, mit lieblichen Melodien und Weisen gezieret sind. Es ist eine löbliche und sehr alte Weise, auch bei den Erzvätern gewesen, geistliche Lieder zu machen und die grossen Werke Gottes und Wunderthaten, so in der Kirchen Gottes geschehen, in Verse oder Reime zu bringen. Denn was also seine gewisse Zahl oder Reim und gute, derbe und bündige Worte hat, ist besser zu behalten und wird mit grösserem Lust gelesen. | Mijn goede oude vriend, de heer Nicolaus Herman, heeft op z' oude dag, in dit boekje veel mooie historien uit de Heilige Schrift met grote vlijt, fijnzinnig, speels en kundig verzameld — met zijn kunst/kunde en talent wil hij het Evangelie en iedereen helpen om te getuigen dat het einde van de wereld nabij is. (Matthesius is nogal 'eschatologisch', Herman een stuk minder) Om die reden kon ik zijn vriendelijk verzoek niet weigeren om bij deze goede historien en geestelijke gezangen dit voorwoord te schrijven. Veel van de preken die in deze loffelijke kerk gedurende vele jaren gehouden zijn, zijn hier fijnzinnig en mooi afgerond (of harmonieus) in goede Duitse woorden vervat, naar vorm en maat (versvorm en zangwijze) van de oude Meistergesänge, en daarbij versierd met lieflijke melodieën en wijzen. Het is een loffelijke zeer oude gewoonte, reeds van bij de aartsvaders, om geestelijke liederen te maken en de grote werken Gods en de wonderdaden die in Gods kerk geschieden, in verzen te vatten, of op rijm te zetten. Want wat een vast getal (tel, maar ook de 'wiskundige harmonische verhoudingen') of rijmt, en uit goede, krachtige en bondige woorden bestaat, is beter te onthouden en wordt met meer plezier gelezen. | |
| Darum hat Moses, der älteste Poet oder Meistersinger, am Roten Meer die trefflichen Taten des Sohnes Gottes in ein herrlich Lied gefasst und am Ufer des Roten Meers dem ewigen Erlöser zu Ehren singen lassen. Wie hernach alle grossen Lehrer und Propheten, und sonderlich der liebliche Dichter und Harfenist in Israel, König David, die Wunderthaten und Summa ihrer Lehre auch in Kirchenlieder gefasst haben. | Daarom heeft Mozes, de oudste dichter of Meistersinger, aan de Rode Zee de voortreffelijke daden van de Zoon van God in een heerlijk lied gevat en aan de oever van de Rode Zee laten zingen ter ere van de eeuwige Verlosser. Zoals daarna alle grote leraren en profeten, en in het bijzonder de lieflijke dichter en harpist van Israël, koning David, de wonderdaden en de kern van hun leer ook in kerkliederen hebben gevat. | |
| Zacharias, Johannis Vater, und die werte Jungfrau Maria und der alte Simeon haben auch das Neue Testament und den Herrn Jesum Christum angesungen und viel grosse Geheimnisse in ihre kurzen und lieblichen Gesänglein geschlossen, dazu der Heilige Geist als der oberste Sang- oder Kapellmeister selber geholfen, wie Lucas beprophezeiet, dass Zacharias voll des Heiligen Geistes gewesen sei, da er sein Benedictus sang. Denn der Heilige Geist ist ein sonderer Liebhaber der werten Musica, wenn man zumal Gott, seinen Sohn und wohlverdiente Leute damit lobet und preiset. Da Elisa, der Prophet Gottes, sollte weissagen, musste ihn ein Harfenist mit seinen geistlichen Psalmen und lieblichen Getöne zuvor lustig machen und den Geist Gottes in ihm erwecken und aufmuntern. | Zacharias, de vader van Johannes, de waarde maagd Maria en de oude Simeon hebben ook het Nieuwe Testament (het nieuwe Verbond) en Jezus Christus, de Heer, toegezongen, en veel grote geheimenissen in hun korte en lieflijke gezangen besloten. Daarbij heeft de Heilige Geest, als de hoogste zang- of kapelmeester, zelf geholpen, zoals Lucas zegt als hij profeteert dat Zacharias vol van de Heilige Geest was toen hij zijn Benedictus zong. Want de Heilige Geest is een bijzonder liefhebber van de waardevolle muziek, wanneer men daarmee tegelijkertijd God, Zijn Zoon en verdienstelijke mensen looft en prijst. Toen Elisa, de profeet van God, moest profeteren, moest een harpist hem eerst met zijn geestelijke psalmen en lieflijke klanken vrolijk maken en de Geest van God in hem opwekken en opbeuren. | |
| Die Texte in der
Heiligen Schrift sind zwar an ihm selber die allerlieblichste
Musica, die Trost und Leben in Todesnöten gibt und im Herzen
wahrhaftig erfreuen kann. Wenn aber eine süsse und sehnliche Weise
dazu kommt, wie denn eine gute Melodie auch Gottes schön Geschöpf
und Gabe ist, da bekommt der Gesang ein neue Kraft und geht tiefer
zu Herzen. Wir müssen Instrumenten ihre Ehre und Preis auch
lassen, wenn man sie zu ehrlicher Freude und zu Erwecken der
Zuhörer Herzen in Kirchen und ehrlichen Kollationen gebrauchet.
Aber Menschenstimme, die ist über alles, wenn zumal die Gesänge
und Singer künstlich zusammengerichtet sind und ihr Choräligen (?) fein artig mitführen. Der
Text ist die Seele eines Tones, darum die lieben Engelein auch
ihre himmlischen Kontrapunkte und Musiken in ihren Kapellen und
Chören haben, darin die Gottseligen in alle Ewigkeit mit ihnen
unseren Gott auch auf neue Weise ansingen und ihn für alle Wohltat
loben und danken werden. Denn weil im künftigen Leben alle Kreaturen schöner und alle Freude grösser und sehlicher sein werden, steht auch der Dichter dieser Gesänge in der Hoffnung (wie ich denn oftmals von ihm gehört habe), es werde ein Organist oder Lutenist in jenem Leben auch einen heiligen Text in sein Orgel und Lauten schlagen, und ein jeder werde allein und auswendig auf vier oder fünf Stimmen sortisieren und singen können. Es werde auch kein Fehlen oder Konfusion mehr werden, welches jetzt manchen guten Musicum unlustig machet, zumal wenn man oft muss anheben. |
De teksten in de Heilige Schrift zijn weliswaar van zichzelf de allerlieflijkste muziek, die troost en leven geeft in doodsnood en het hart waarlijk kan verblijden. Maar wanneer daar een zoete en verlangende wijs bij komt — aangezien een goede melodie ook een schone schepping en gave Gods is — dan krijgt het gezang een nieuwe kracht en gaat het dieper ter harte. We moeten de instrumenten ook hun eer en prijs laten wanneer men ze gebruikt voor eerlijke vreugde en om de harten van de toehoorders in kerken en bij eerbare samenkomsten op te wekken. Maar de menselijke stem gaat boven alles, vooral wanneer de gezangen en zangers de kunst echt meester zijn, en ze op elkaar afgestemd hun Choräligen (koorstemmen?) fijnzinnig en correct mee-uit-voeren (met de cantus firmus). De tekst is de ziel van een toon. Daarom hebben de lieve engelen ook hun hemelse contrapunten en muziek in hun kapellen en koren, waarin de godzaligen in alle eeuwigheid met hen onze God ook op een nieuwe wijze zullen toezingen en Hem voor alle weldaden zullen loven en danken. En omdat in het toekomstige leven alle schepselen mooier en alle vreugde groter en zaliger zullen zijn, koestert ook de dichter van deze gezangen de hoop (zoals ik hem vaak heb horen zeggen) dat een organist of luitenist in dat leven (in de hemel) ook een heilige tekst op orgel en luit zal spelen, en dat iedereen dan uit zichzelf in staat zou zijn om er vier- of vijf stemmen al improviserend bij te voegen en te zingen. (= sortisieren ). Er zullen ook geen fouten meer gemaakt worden, of verwarring ontstaan, wat nu menig goed musicus de lust beneemt, vooral als men vaak opnieuw moet beginnen. | sortisatio = contrapuntische meerstemmige improvisatie, zowel 'kunstig' (polyfonie), maar ook 'volks', zeker in die regio (Sachsen, Bohemen): Bergreihen. Zie artikel Gurlitt 'sortisatio', 1942. |
| |
||
| Ich tadle der alten Meister Gesänge und Bergreihen auch nicht, denn ich habe viel schöner alter Gedichte, darin man gute und christliche Leute spüret, gesehen, als das vom Pelikan, von der Mühle und andere. Aber was lehret oder wen tröstet der alte Hildebrand und Riese Sigenot? Der Heilige Geist hat Noahs Historie aufschreiben lassen; die ist wahr und beschreibt Gottes grimmigen Zorn drinnen wider die Verächter seines Worts und treuer Diener. So gibt sie auch Leben und Trost, weil sie von Jesu Christo klar zeuget, dass Gott um dieses einigen Menschen und seligen Regenbogens willen die Welt nimmer verfluchen, sondern um des einigen Weibes Samens willen alle Geschlechter auf Erden segnen und annehmen will, wie denn die Gelehrten die gnädige Verheissung Genesis 8 auf diese Weise verstehen und auslegen. So tröstet uns die Historie, dass wir armen Japhetiten und Heiden auch zu Sems Hütten kommen sollen und Gliedmass werden der Kirchen Jesu Christi, welches ist der hochgelobte Gott Sems, der uns den geistlichen Segen erwirbt und vom ewigen Fluch und Vermaledeiung allein durch sein Blut und Verdienst errettet. Solche Wahrheit, Leben und Trost findet man in der Schrift und diesen Gesängen, die aus Gottes Wort gesponnen sind. | Ik kritiseer ook de gezangen en Bergreihen
(algemeen: lange liederen, maar hier ook zeker
mijnwerkersliederen) van de oude
meesters niet, want ik heb veel mooie oude gedichten onder ogen
gehad, waarbij het duidelijk is dat goede
en christelijke mensen die gemaakt hebben, zoals het lied van de Pelikaan,
of van de Molen en andere (niet zo snel te
identificeren). Maar wat leert ons, of wie wordt er getroost door, de oude Hildebrand of de reus
Sigenot? (de oude Hildebrand verwijst naar 15de eeuwse heldenepos, Sigenot, ook karakter. Epos werd
ook op muziek gezet, gezongen... melodie der alte hildebrandt,
zie wiki). De Heilige Geist heeft de geschiedenis van Noach laten opschrijven; die is waar en beschrijft Gods grimmige toorn tegen de verachters van zijn Woord en zijn trouwe dienaren. Zo geeft zij ook leven en troost, omdat zij duidelijk van Jezus Christus getuigt: dat God omwille van deze ene Mens en de zalige Regenboog de wereld nooit meer zal vervloeken, maar omwille van het zaad van de ene Vrouw alle geslachten op aarde wil zegenen en aannemen, zoals de geleerden de genadige belofte uit Genesis 8 op deze wijze verstaan en uitleggen. Zo troost ons de historie dat wij arme Jafetieten (kinder van 1 vd 3 zonen van Noach, Japhet, stamvader vd Europeanen) en heidenen ook tot de tenten van Sem (andere zoon, stamvader van...) zullen komen en lidmaten zullen worden van de Kerk van Jezus Christus, die de hooggeprezen God van Sem is, die voor ons de geestelijke zegen verwerft en ons van de eeuwige vloek en verdoemenis verlost, alleen door zijn bloed en verdienste. Zulk een waarheid, leven en troost vindt men in de Schrift en in deze gezangen die uit Gods Woord zijn gesponnen. |
|
| Und nachdem nun Gottes Wort in allen Winkeln geklungen und gesungen wird, dass des Herrn Christi Weissagung abermals erfüllet und das Ende der Welt gewisslich näher ist, denn jemand meinet, so danken wir dir, lieber Herr Jesu Christe, dass du dein Wort uns lässest hören und erhältst uns die alten Psalmen und lässest sie durch die grossen Künstler mit schönen Melodien schmücken und in deutsche Zungen bringen, und verwarnest uns durch die Schrift und viel guter Gesänge, dass wir nicht sollen sicher sein, sondern mit Freuden auf denselbigen Tag der Erlösung neben allen Heiligen warten. | En nu het Woord van God in alle hoeken (van de aarde) geklonken en gezongen wordt, zodat de profetie van Christus de Heer opnieuw vervuld wordt en het einde van de wereld zeker naderbij is dan iemand meent, danken wij u, lieve Heer Jezus Christus, dat u ons uw Woord laat horen en voor ons de oude psalmen bewaart, en ze door grote kunstenaars met mooie melodieën laat sieren en in de Duitse taal laat brengen. En dat U ons waarschuwt door de Schrift en veel goede gezangen dat wij niet zorgeloos moeten zijn, maar met vreugde op die dag van verlossing wachten, samen met alle heiligen. | |
| Komm balde,
lieber Herr, und mach mit dieser argen Welt ein Ende, und höre
unser Klageliederlein und lass deine Stimm und Posaune auch hören.
Und führe uns aus diesem Jammertal wieder in unser ewig Vaterland,
damit wir in vollkommener Heiligkeit und Gerechtigkeit dich in
Ewigkeit neben allen Heiligen und Engeln mit einem ewigen Te
Deum laudamus ansingen und preisen. Und behüte diese Kirch
und Schule vor bösen Liedern und leichtfertiger Musiken.
Hochgelobet in Ewigkeit, Amen. Datum in S. Joachimsthal 1560. M. Johannes Mathesius, Pfarrherr der Kirchen in S. Joachimsthal. |
Kom spoedig, lieve Heer, en maak
een einde aan deze kwaaie wereld. Hoor ons innige klaaglied, en
laat uw stem en bazuin ook horen. En leid ons uit dit tranendal
weer naar ons eeuwig vaderland, opdat wij in volkomen heiligheid
en rechtvaardigheid u in eeuwigheid, samen met alle heiligen en
engelen, met een eeuwig Te Deum laudamus bezingen en
prijzen. En behoed deze kerk en school voor slechte liederen en
lichtvaardige muziek. Hooggeprezen in eeuwigheid, Amen. Gegeven in St. Joachimsthal, 1560. M. Johannes Mathesius, predikant van de kerk in St. Joachimsthal. |