U kent hem niet, maar toch wel: 'Looft God, gij christnen, maakt hem groot....' heeft hij gecomponeerd (tekst en melodie). En zo zijn er nog een paar. Tegen het einde van zijn leven heeft hij al z'n bijbelliederen bijeengebracht in twee grote verzamelbundels... voor de kinderen van Joachimstal (om op school en thuis te zingen). Hij was 30 jaar lang hun 'schoolmeester en cantor' geweest. De boeken beleefden herdruk op herdruk, tot in de 17de eeuw. Ad den Besten schrijft aan het eind van zijn biografische notitie in het Compendium bij het Liedboek1, over hem
Na Luther is Nikolaus Herman veruit de meest gezongen dichter van geestelijke liederen uit de 16de eeuw geweest. De heldere eenvoud van zijn teksten, hun kinderlijke, maar nergens kinderachtige toon, hun menselijke warmte, hebben gemaakt, dat zij een veel algemener betekenis kregen dan Nikolaus Herman zelf ooit heeft verwacht. Hij was met andere woorden een veel beter dichter en componist dan hij zelf heeft geweten.
Ik heb de heel veel-zeggende voorwoorden uit zijn beide hoofdwerken getranscribeerd en vertaald.
Door deze teksten te lezen krijg je een beeld van de pedagogie en didactiek van de 16de eeuw, en wel met name van hoe de humanistisch-bijbelse schoolhervorming in z'n werk is gegaan. Luther heeft het principe geformuleerd (iedereen moet leren lezen, rekenen en zingen). Melanchton het curriculum geconcipieerd (samen met enkele andere humanistische geleerden), Herman heeft de bijbehorende handboeken gecomponeerd : liederen om de eredienst te verstaan, en de bijbelse verhalen te leren, teneinde God te leren kennen uit zijn Woord, je leven richting te geven... terwijl je onderwijl leert lezen, schrijven (in het Latijn vooral) en musiceren en mathematica natuurlijk (beide verwant met de grondstructuur van het zijn).
Nicolaus (of Niclas) Herman (1500-1561): We weten weinig private dingen over deze man, behalve dat hij in de buurt van Nürnberg is geboren, en dat hij op 18 jarige leeftijd in St-Joachimstal is, en wel als leraar aan de Latijnse school. Op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat hij dat z’n hele leven zou blijven èn Joachimstal toen nog maar 2 jaar bestond. In 1516 was een rijke zilverader ontdekt (of beter: een bijna verlaten mijn opnieuw in gebruik genomen, met plots succes - mijnbouw was toen nog gokwerk) en de ontginning was aangevat door graaf Stephan Schlick. Het daarrond ontstane mijnwerkersdorp (als snel industriestadje, met keizerlijke vrijheidsrechten) werd toegewijd aan St. Joachim. Het lag in een dal... dus: St. Joachimsthal.

De adellijke familie von Schlick (voluit: zu Bassano und Weißkirchen) was de eigenaar van de grond en 10 jaar later een van de rijkste families in Bohemen, tot Ferdinand (koning van Bohemen, later keizer…) zich ermee begon te moeien. Graaf Stephan Schlick was in dezen het meest actief. Zijn wapenschild staat ook vaak op de zilveren munten die uit het erts geslagen werd: de munt uit Joachimsthal, de Joachimsthaler. Hieronder een afbeelding van de tweede reeks Joachimthalers. Het is een Guldengroschen “Joachimsthaler” uit 1525.

Hij vertrouwde de ontginning van de mijn toe aan een ‘mijn-directeur’ (Berg-Hauptmann; in het Duits: Bergwerk = Mijnbouw). Heinrich von Könneritz. Hij was tevens muntmeester en naast manager, opzichter bevorderde hij ook het metallurgisch onderzoek (o.a. door samenwerking met Georg Bauer – de lokale arts – beter bekend als Agricola, de ‘vader van de moderne mineralogie’). Zijn vrouw Barbara von Breitenbach was dan weer zeer actief bij de constructie van het sociale weefsel van deze nieuwe ‘samenleving’. Könneritz leidde de exploitatie in goede banen en binnen 20 jaar groeide Joachimstal uit tot de tweede stad van Bohemen en telde meer dan 20.000 inwoners. Alle genoemden waren bekend met Luther en zijn gedachten en het genoemde echtpaar was zelfs goed met hem bevriend (hun zonen studeerden in Wittenberg), en hield — gezien een bemoedigende brief van Luther uit 1524 aan Nicolaus Herman — in moeilijke tijden ook de cantor-schoolmeester Nicolaus Herman de hand boven het hoofd. Luthers vader was zelf trouwens… mijnbouwer.
Jongens konden dus naar de Latijnse school gaan, naar meester Herman. Toelatingsvoorwaarde: kunnen lezen, schrijven. Dat kon je zelf leren (thuis) of op de Duitse school. Beide stedelijke en kerkelijke instellingen ineen. Instroom in de Latijnse school was zo ongeveer vanaf 7 jaar. Logisch: de hersenen ontwikkelden zich toen netzo als nu. Op die school werden de jongens opgeleid voor hogere studies of een baan in de publieke sector (de slimmen waren tegen hun 12de al klaar, maar het kon ook 16-17 worden. Dan konden ze naar de universiteit). Cantor Nicolaus Herman is z’n leven lang schoolmeester geweest van de ‘onderbouw’ op de Latijnse school (net als Bach!). Hij heeft die school waarschijnlijk zelf mee uit de grond gestampt, en mogen werken met twee briljante en ondernemende rectors (die de bovenbouw voor hun rekening namen) : Eerst Stephan Roth, een goede vriend van Luther, afkomstig uit Zwickau, waar hij ook weer heen terugkeert. Hij wordt daar stadssecretaris, en de stuwende kracht om de Hervorming daar ‘deftig’ in te voeren. Een strijd tussen radicale protestanten en behoudsgezinde katholieken kan worden vermeden. De tweede is Johann Mathesius, student van en bevriend met Luther. Hij heeft bij hem ingewoond en gestudeerd, bekend ook als uitgever van diens preken en vooral de ‘Tischreden’. Eerst is hij rector, later wordt hij Pfarr-herr (Pfarrer) van Joachimstal. Het stadje kent een pijlsnelle economische en demografische groei.

Niclas Herman is een fan van Luther, en helemaal als hij diens publicatie “AAN DE RAADSLEDEN VAN ALLE STEDEN VAN DUITSLAND DAT ZIJ CHRISTELIJKE SCHOLEN MOETEN OPRICHTEN EN IN STAND HOUDEN” uit 1524 leest.2 Iedereen moet onderwijs worden aangeboden, zegt Luther, jongens èn meisjes, en de ouders moeten worden aangespoord (bijna verplicht) om van dat aanbod gebruik te maken: onderwijs als mensenrecht. Goede ouders (en dus: de overheid) volstaan toch ook niet met enkel lichamelijk voedsel aan hun kinderen te geven. Die voorzien ook geestelijke (op)voeding. Daarbij moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen en scholen oprichten. En zij moet er ook op toe zien dat alle kinderen daar naar toegaan (naartoe kùnnen gaan), jongens èn meisjes. In 1518 is er dus al een Lateinschule (jongens) in Joachimstal, en even later ook een meisjesschool, met een vrouwelijke directrice: Magaretha Heldin. Niclas Herman prijst haar in het voorwoord van zijn verzamelbundel. Daar onthult hij ook dat hij met name voor haar en haar leerlingen zijn liederen heeft geschreven. Hun bijbelkennis en zang had grote indruk op hem gemaakt (De tekst van die passage uit dat voorwoord kunt u hier lezen. Kortom: Leren lezen, leren rekenen (mathematica) èn muziek. Iedereen moet dat kunnen/kennen. Een leraar moet dus ook kunnen zingen (muziek maken), vindt Luther. En de jongens onder hen moeten met de polyfonie vertrouwd gemaakt worden, want zij vormen de ‘Cantorey’ (dat is dus in Bach’s tijd nog steeds zo: de Thomasschool). Zij moeten Latijnse motetten en (later) Duitse composities kunnen zingen, tijdens de vieringen op school, maar ook in de kerk (doordeweeks en zeker op zondag). Herman blijkt trouwens een vooruitstrevende leraar te zijn. Hij is ervan overtuigd dat de mensen willen leren. Hij hekelt lijfstraffen, pleit voor een motiveringspedagogiek, en stelt – zeker wat het godsdienstonderwijs betreft – een zingend curriculum voor. Hij biedt het zelfs aan. Alle bijbelverhalen op tekst en muziek gezet: Die SontagsEvangelia über das gantze Jahr in Gesänge gefasst für die Kinder und christlichen Hausväter…

En zeker rond de grote feesten, moet er wat te zingen zijn:


Herman’s teksten en melodieën zijn eenvoudig, maar niet simplistisch. Een goed voorbeeld is het onderwerp van deze pagina, maar dat geldt ook voor de andere genoemde liederen. Over de berijming van de bijbelverhalen kun je twisten, maar dat was dan ook puur onderwijsmateriaal, 4 of 7 regels, met een lijst met melodieën die geschikt zijn. Deze bijbelse-verhalende-liederen heeft hij tegen het eind van zijn leven gemaakt en gebundeld, toen hij ziek thuis zat (geplaagd door hevige en zeer pijnlijke jicht). Het voorwoord tekent hij met Niclas Herman, der alte cantor…. Ze zijn na zijn dood uitgegeven en talloze malen herdrukt. Even terzijde: dus niet bestemd voor de kerkdienst (liturgie), maar voor alle vormen van ‘godsdienstoefening’ daarbuiten.
Hier een portret, gemaakt in zijn laatste levensjaar (1560: corpus vexabat podagra… staat er in het gedicht: zijn lichaam gekweld door de jicht. Je kunt het ‘m aanzien). Hij houdt een lied van zijn hand in de hand:


De muziekrol bevat de eerste regel van zijn berijming van de brief aan de Corinthiërs, waarin hij (met Paulus) de neiging tot afscheuring, sectarisme bestrijdt. Het eerste couplet:
Sant Paulus die Corinthier
hat unterweist in rechter lehr,
sobaldt
er aber von in kam,
da fingen sich vil seckten an.
Boven zijn hoofd staat: Vox amici vox Dei: de stem van een vriend is de stem van God…
Dick Wursten (Kerst 2025)
Publicaties (voorzover bekend)
| Jaar | Originele Titel | Plaats | Drukker / Bron |
| 1524 | Ein Mandat Jesu Christi an alle seine getreuen Christen | Zwickau | Jörg Gastel |
| 1526 | Ein gestreng Urteil Gottes über die Kinder und ihre Eltern | Erfurt / Zwickau | Johannes Loersfeld / Jörg Gastel |
| ca. 1554 | Drey Weyhnachtslieder | Wittenberg | Georg Rhau |
| 1560 | Die Sontags Evangelia über das gantze Jahr, in Gesengeverfasset, Für die Kinder und christlichen Hausväter | Wittenberg | Georg Rhau (Erben) |
| 1562 | Die Historien von der Sündflut, Joseph, Mose, Helia, Elisaund der Susanna...(Postuum) | Wittenberg | Georg Rhau (Erben) |
Voetnoten
1. in:
Een compendium van achtergrondinformatie bij de de 491 gezangen uit het
Liedboek voor de Kerken, (Van der Leeuwstichting, 1977), col. 1183
2. Nicolaus
Herman publiceert zelfs een eigen reformatorisch pamflet,
dat een groot succes wordt: Ook in 1524 vraagt
hij Luther om raad betreffende zijn toekomst,
blijkbaar zijn er spanningen geweest. Niet duidelijk is waarover.
Het lijkt los te staan van de theologische discussie.
Die adviseert hem op z’n post te blijven, want God zou nog wel
eens grote plannen met hem kunnen hebben. Dat doet Niclas dan ook.