GELOOF EN WETENSCHAP
Het probleem
is duidelijk genoeg. De beoefenaar van de natuurwetenschappen werkt met
een ander denkmodel dan de gelovige. De natuurwetenschappen verklaren,
zoeken naar oorzaken en gevolgen, stellen hypothesen op, toetsen deze
aan de werkelijkheid en komen zo tot een theorie (die vervolgens weer
verfijnd of getest wordt etc..). Het verstand (rede) is hier het aan het
werk om de gegevens om te zetten tot kennis: het hoofd regeert.
De gelovige
stelt zich anders op. Zijn belangrijkste kenorgaan is zijn hart
(nee, niet het biologische, maar… ah ja, juist). Hij verklaart niet
zozeer, maar verwondert zich; hij zoekt niet naar oorzaak en gevolg,
maar naar zin en betekenis. Hij streeft niet naar een theorie, maar hij
zoekt naar … ja naar wat eigenlijk? Ach laten we maar voor het gemak
zeggen ‘God’. En als hij die vindt is hij dan klaar? Neen, dan
verwondert hij zich nog meer en zegt dat hij God alleen maar heeft
kunnen vinden, omdat hij al door God gevonden was.
Is met deze
korte schets nu gezegd dat geloof en wetenschap nu gedoemd zijn om
langs elkaar heen te praten, omdat ze elkaar niets te zeggen hebben,
of erger nog: dat ze altijd op gespannen voet met elkaar zullen leven?
Ik denk het niet.
In een ander
verband komen we namelijk soortgelijke tegenstellingen tegen. Men kan
een bloembollenveld gewoon móói vinden. En men kan diezelfde bloemen ook
gaan meten en grafiekjes maken van de lengte van de meeldraden. Men kan
zelfs de waarde berekenen van die bloemen in geld. Het één sluit het
ander niet uit. Het is gewoon een andere benadering van dezelfde
werkelijkheid.
We kunnen
daarom maar beter duidelijk zijn. Bij geloof en wetenschap gaat het om
twee heel verschillende benaderingen van dezelfde werkelijkheid,
namelijk die van de mens. Daarbuiten is er geen en als die er al zou
zijn dan is die voor mij niet toegankelijk. Ik weet het dat zullen niet
alle gelovigen met me mee zeggen, maar ik zeg het wel.
Wat men in
elk geval wel zal moeten beamen is dat de bijbel niet geschreven is
vanuit het model van de natuurwetenschappen. Dat model bestond in die
dagen niet. Wie het toch gaat lezen alsof dat wel het geval is, vergist
zich. En als je antwoorden op wetenschappelijke vragen gaat zoeken in
een spritiueel boek, krijg je verkeerde antwoorden, net zo goed als
wanneer je spirituele vragen gaat stellen aan een wetenschappelijk boek.
Wie dus uit
de bijbel theorieën afleidt over het ontstaan van de aarde en over de
loop van de geschiedenis en die voorlegt aan de respectieve
wetenschappers, moet dus niet raar staan te kijken dat hij geen gehoor
krijgt.
Tegelijk is
dat geen onschuldige actie. Zulk gedrag veroorzaakt schade en wel naar
twee kanten tegelijk. Aan de kant van de natuurwetenschap veroorzaakt
hij irritatie, die gemakkelijk kan omslaan in een aanval op het geloof
tout court. Wat moet een wetenschapper binnen zijn werkmodel
aanvangen met claims die gebaseerd zijn op oncontroleerbare openbaring?
Aan de andere kant veroorzaakt hij ook schade aan de kant van het
geloof. Wat die bijbelteksten nu echt zelf willen zeggen, komt namelijk
vaak niet eens meer aan bod, zozeer is men verblindt door de
vraagstelling.
Het heeft
eeuwen geduurd voor men dit ging begrijpen en sommigen verstaan dit nog
niet. In plaats van over het evangelie (de waarheid van het ‘hart’) te
spreken verdedigt men het wereldbeeld van ongeveer 2000-3000 jaar
geleden, dat men heilig heeft verklaard.
Afin, laten
we het gewoon eens uitproberen.
LEZEN:
a. Psalm 29
(Gods majesteit in het onweer)
b.
Uit de Encyclopedie : ‘onweer’
Onweer is
een atmosferisch verschijnsel dat wordt gekenmerkt door het
overspringen van elektrische vonken, de bliksem, en dat gepaard gaat
met een rommelend geluid, de donder. De bliksem is het gevolg van de
scheiding van negatieve en positieve ladingen, die in een wolk tot
stand is gekomen. Daarbij kunnen ontladingen plaatsvinden tussen een
wolk en de aarde, tussen twee tegengestelde ladingen in één wolk en
tussen verschillende wolken. De donder ontstaat door de bewegingen
van de lucht die een bliksemstraal veroorzaakt. Indien er een
telkens oplichten van wolken zichtbaar is, zonder dat men de bliksem
kan onderscheiden en de donder horen, spreekt men van weerlichten.
Uit deze
beide leesstukken blijkt de verschillen in benadering. Is de psalm
waardeloos geworden nu we het onweer anders bekijken? Heft de
encyclopedische kennis (de natuurwetenschappelijke aanschouwingswijze)
de existentiële kennis op? Of hebben beiden hun eigen gelijk en kunnen
ze elkaar niet tegenspreken ?
VOOR VERDER
GESPREK
-
Maar het
gaat in de bijbel toch óók om feiten?
-
God is
toch ook de Heer van de geschiedenis, al is de bijbel geen
geschiedenisboek?
-
De aarde
en de hemel zijn toch door God geschapen?
-
Het volk
Israël is toch uitgeleid uit Egypte?
-
De Heer
is toch opgestaan?
Jawel, maar
dat is nooit te bewijzen (en niet alleen omdat het historisch zo lang
geleden is). Ook zul je bij elk van deze uitspraken moeten toelichten
waarnaar de gebruikte begrippen (‘geschapen’, ‘opgestaan’) nu eigenlijk
verwijzen.
Suggesties
bij de bespreking: Noteer verschillen voordat je erover gaat praten.
Geef alleen je eigen mening als je die van een ander eerst hebt
samengevat tot diens volle tevredenheid.
Dat lijkt een
omslachtige manier van werken, maar de resultaten zijn veel beter dan
bij het ‘elkaar onder de tafel praten’.
VERDIEPEND
Een goede
oefening is om Genesis 2:4vv (het tweede scheppingsverhaal: de mens
(ha-Adam) op de lege aarde, in de tuin met de dieren
zonder mede-mens maar in gesprek met God, en de boom en de
slang) te lezen zonder zelfs maar aan de vraag ‘schepping en/of
evolutie’ (of aan waar of niet waar gebeurd) te denken en de
leerlingen opdracht te geven om zich af te vragen wat dit toch vreemde
verhaal nu eigenlijk zeggen wil.
gebaseerd op W. ter Horst,
Het Woord en de Kerk, dl. 4 -
EXTRA
Wat vind je van deze cartoon?
Stellen ze de tegenstelling
tussen beide correct voor?


|