WIE IS GOD?
A. Wie is God?
Een eerlijke vraag; niet nieuw natuurlijk, en echt menselijk. Ook eentje
die meteen heel veel bijvragen en gedachten oproept:
-
Wié is
God?
-
Wie is
Gód?
-
Bestaat
Hij wel? Hoe dan? En waar? Hoe moet je je Hem voorstellen? Is het
allemaal niet vreselijk vaag? En hoe kan ik dat allemaal weten?
-
Waar komt
God vandaan?
-
Wat merk
je van Hem als de mensen elkaar proberen uit te moorden? Hoe zit dat
met Gods leiding? (Of zoals de geloofsbelijdenis zegt: Gods
voorzienigheid?)
-
Is God
verantwoordelijk voor wat er in de wereld gebeurt?
-
Heeft God
de mens gemaakt, of hebben de mensen Hem bedacht?
-
Vroeger
waren er misschien tekenen en wonderen, maar nu merken we niets meer
van God.
-
Vroeger
moest je bidden als je ziek werd, nu ga je naar de dokter.
-
Er zijn
zoveel godsdiensten. Hoe kunnen we dan weten wie de echte is?
-
Kun je in een
tijd vol natuurwetenschappelijke ontdekkingen nog wel spreken van
een ‘God in de hemel’?
-
Kan een ander
je ervan overtuigen dat er een God is?
-
Als God
er is, wat is dan Zijn functie?
-
Is geloof
niet gewoon een kwestie van opvoeding?
-
Wie
logisch en nuchter denkt, heeft God niet nodig. Of wel?
-
… [vul
maar aan]
OPDRACHT
Lezen: Gen. 1:26,27 en Ps. 8:6 (God en mens ‘lijken’ op elkaar?).
Kijk nu eens naar onderstaande afbeeldingen van ‘god’.

[Wat zie
je, wat zou de maker bedoeld kunnen hebben?]
Welke
voorstellingen heeft de mens zich van God gemaakt ?
Wat vind je
wat dit betreft in de bijbelse verhalen? En in de mythologie?
B. Na alle
vragen moet er nu toch iets van een antwoord komen.
Maar eerst nog
dit: Alle vragen mógen worden gesteld, evengoed als mensen aan elkaar de
serieuze vraag mogen stellen: Wie bén jij eigenlijk?
Als je met
een ander omgaat, als je vriendschap sluit of een relatie met iemand
aangaat, dan mag je toch zeker wel weten wie de ander is, wie je voor je
hebt en wat die ander met jou voor heeft?
Hoe leer je
nu iemand anders kennen? Hoe leer je van hem houden?
Doordat er
een ontmoeting is geweest.
Iemand kan je
wel wat vertellen van Koen of Marie, maar als er nooit een ontmoeting is
geweest, blijft het “kennen van horen zeggen”.
Zo is het
niet alleen met de ander, maar ook met de Ander, met God.
De vraag “Wie
is God?” kan ook alléén maar worden beantwoord als er een ontmoeting is
geweest. Alle andere kennis is “van horen zeggen” en behandelt ‘God’ als
een gespreksonderwerp zoals vele anderen.
En nog iets:
de vragen die wij ons stellen (zie boven) worden in de Bijbel niet of
maar zeer ten dele gesteld. In de tijd van de Bijbel – en voor de mensen
die de Bijbel hebben geschreven en lazen – was God er gewoon, een
realiteit. Als je uit de Bijbel dus een antwoord wilt halen op dit soort
vragen, zul je dat dus met een omweg moeten doen.
Misschien zo:
de héle Bijbel is bezig om te vertellen wat men met God en elkaar heeft
beleefd: het verhaal van God en mensen dus. En in het Nieuwe Testament
doet men dat door niet rechtstreeks over God te vertellen maar over
Jezus Christus. Als Hij verschijnt, dan is meteen ook duidelijk wie God
is.
Opdracht
LEZEN: Kol.
1:15, Matth. 1:21, Joh. 14:4-11.
Déze
boodschap heeft de kerk als Blijde Tijding = Evangelie, willen
doorgeven. Nu is wel duidelijk dat dit geloof – want dat woord moet nu
wel vallen – niet een zaak is van redeneren en regeltjes. Wil je
weten wie God is, kijk naar Jezus! is de boodschap. Dus:
Wat zie jij
als je naar Jezus kijkt?
Welk beeld
van God levert dat dan op?
En geeft dat
ook antwoord op de bijvragen en gedachten die wij hierboven
formuleerden?
gebaseerd op:
W. ter Horst, Het Woord en de Kerk 4 |