Lagrime

   

Home
Up
François Couperin
Musicalisches Opfer
Sweelinck
Weckman(n)
Lagrime
Pasqua Italiana
Sero te amavi
Ave Maria...
Abraham
30 jaar A.R.K.
Componisten
de kathedrale mis
Geestelijk Concert IV
Te Deum

 

  • klik hier voor de lijst met uitvoerenden

  • klik hier voor de beschrijving met lijst met uitgevoerde werken (volgorde van het concert)

  • klik hier voor de teksten uitgesproken tijdens de concerten

 

Le Lagrime della Madonna


 

 

 DEURNE:  zondag 2 maart 2008,

15u00
Sint-Rochuskerk, Deurne
 

DUFFEL: donderdag 6 maart 2008

19u30

kapel van het klooster van het Convent van Bethlehem

 

 
 

Le Lagrime della Madonna

 

De zeven smarten van Maria, de lamentaties van de profeet Jeremia, de droeve weeklacht van het Joodse volk in ballingschap, zittend zittend aan Babels stromen.... evenzovele verwoordingen van diep-menselijke klachten. En nooit werden deze klachten aangrijpender op muziek gezet dan in de 15de en 16de eeuw. In de vastentijd hangt “de lier dan wel aan de wilgen” en moet het orgel zwijgen in de liturgie, maar niets kan de mens verhinderen om zijn stem tot God te verheffen en z’n gemis uit te zingen: “De profundis clamavi”. Tijdens dit meditatieve concert – met toelichting – zullen enkele zangers en zangeressen van het Antwerps Collegium Musicum in wisselende combinaties te horen zijn. Zij gaan proberen het dynamische polyfone weefsel dat componisten als Desprez, Gombert, Pipelare, Festa (e.a.) in muzieknoten hebben proberen te vangen, in levenden lijve te herscheppen.

 

 

Gertie Lindemans: mezzosopraan

Hans Van den Broeck: alt en tenor

Steven Hofman: tenor

Walter Bosmans, Luk Verlackt: bariton

Andoni Michelena, Willem Ceuleers: bas

 

Algehele leiding: Willem Ceuleers

Bindteksten: Dick Wursten

 

 

 

programma

 

A. LAGRIME VAN ISRAEL (Ballingschap)

Lamentatio Hieremie Prophete, lectio prima: MsTT

Anonymus:, MS Montecassino, ca. 1460

Jacobus Clemens non papa (ca.1510-ca.1557): Vox in Rama audita est, MsTTB

Liber Secundus Ecclesiasticum cantionum quatuor vocum, Antwerpen, Susato, 1553

 

Costanzo Festa (ca.1480-1545): Super flumina Babylonis, MsTTTB

Liber Motetorum Laurentii de Medici ducis Urbinatis, MS, 1518

 

B. LAGRIME DELLA MADONNA (zeven smarten)

Lamentatio Hieremie Prophete, lectio secunda

Mattheus Pipelare (ca.1450-ca.1515): Memorare Mater Christi, MsTTTTBB

Brussel, Koninklijke Bibliotheek: MS 215-216, Alamire

 

Josquin Desprez (1440-1521): Stabat mater dolorosa, ATTBB

Brussel, Koninklijke Bibliotheek: MS 215-216, Alamire

 

C. ONS ALLER SMARTEN

Lamentatio Hieremie Prophete, lectio tertia

Nicolas Gombert (ca.1490-ca.1556): Media vita, MsTTTBB

Primus liber cum sex vocibus, Venetia, Gardane, 1539

 

Anonymus: Stabat sancta Maria, TTTBB

MS, Linceul, s.d.

 

 

 

 

 

TEKSTEN

 

A. Israels tranen

 

muzikale meditatie....

waarbij wij ons laten meenemen door Maria, de moeder des Heren, de mater dolorosa, door wiens hart menig zwaard is gegaan:omdat zij moest aanschouwen het lot van haar Zoon.

Zeven zwaarden, zeven smarten, zegt de traditie. Maar de grootste smart is toch wel dat ze haar geliefde zoon moest laten gaan in de dood: stabat mater dolorosa iuxta crucem... De bedroefde moeder aan de voet van het kruis: een tafereel, oneindig vaak geschilderd, verbeeld, bezongen, en vaak zwijgend aanschouwd... omdat het zoveel zegt.

 

De teksten die getoonzet zijn verwijzen allemaal naar haar, maar – juist omdat zij meer is dan zomaar een vrouw –  “gezegend zijt gij boven alle vrouwen” zong Elisabeth al – gaat het in die teksten ook over meer dan Maria en haar verdriet alleen. Het gaat over ons, én ons verdriet. De mater dolorosa is ook de moeder der bedroefden.

 

Maar omdat Maria niet uit de lucht komt vallen, maar een telg is van het Joodse volk, wordt elk deel ingeleid met een recitatie van enkele verzen uit de Klaagliederen van Jeremia, gedicht toen de Babylonische troepen in het jaar 586 voor Christus Jeruzalem met de grond gelijk hebben gemaakt en de tempel verwoest...

Men had altijd geloofd, dat God Jeruza­lem nooìt zou laten vallen, zeker niet zolang zijn tempel daar gevestigd was. Zion forever. Maar nu is het onvoorstelbare toch gebeurd...

 

Deze ingrijpende gebeurtenis wordt gereflecteerd in de Klaagliederen... De ontreddering klinkt er nog in door. Lamentationes, rouwklachten zijn (in het Hebreews: Eejcha..).

 

Ach. Wee mij.. roept de de Jeruzalem: eens een stralende trotse vrouw, de dochter Sions, nu geschonden, geslagen..., verweeuwd, beroofd van haar kinderen, want velen zijn gedood en wie het overleefde, is “op transport gesteld” in ballingschap, gedeporteerd.

 

“Een stem is te Rama gehoord, geween en geweeklaag. Rachel wenend om haar kinderen... omdat zij niet meer zijn.”...

 

Over verlies gaat het... onherstelbaar verlies... zij weigert zich te laten troosten.. waarom ? omdat zij niet meer zijn...

 

En die er nog wel zijn, die het overleefd hebben, ze zitten aan Babels stromen... en ze komen om, niet van honger of dorst, maar van heimwee naar Jeruzalem...

 

Dit zijn de tranen van Israel.

In de Christelijke liturgie van het Westen zijn de teksten uit het de Klaagliederen op wonderlijke wijze vervlochten met het lijden van de Messias van Israel, Jezus Christus. Gelijk kent gelijk en voelt zich verbonden.

Zo werden ze zelfs onderdeel van de lezingen voor de heiligste dagen van het jaar, de drie dagen voor Pasen (triduum). Dan worden ze gebeden, deze teksten, in de allervroegste... nog nachtelijke.. getijden: de donkere metten (tenebrae).

 

De woorden die onze Joodse broeders en zusters hebben gevonden om hun lijden in uit te drukken ... zijn in de loop van de eeuwen steeds weer door nieuwe lezers gelezen èn toegepast op hun eigen lijden. Zo kregen ze er nieuwe betekenislagen bij.

En elke keer als ze worden gelezen, gebeden, gezongen ... ook vandaag, wordt de betekenisdichtheid groter.

 

En dankzij de muziek kan het zo zijn, dat ook als je de woorden niet verstaat, ze toch stem geven aan verdriet, m.n. dat verdriet waar geen woorden voor zijn, dat onuitsprekelijk is...

 

In die zin wens ik u een heilzaam concert.

 


B. Maria’s tranen.

 

In dit tweede luik volgen dan de twee grote werken die expliciet aan Maria en haar verdriet zijn gewijd.

Het eerste is een motet van Mattheus Pipelare (iemand van bij ons, maar wel 5 eeuwen geleden), waarin alle zeven smarten aan de orde komen.

In de partituur worden de stemmen ook genummerd als primus dolor / secundus dolor etc... Boven het stuk staat in het prachtige handschrift dat in Brussel bewaard wordt: “pie memorie”, wat doet vermoeden dat het geschreven is ter nagedachtenis van een dierbare overledene... van keuzemogelijkheden?

 

Zo vermengt zich daar reeds de aardse en hemelse liefde, d.w.z. in het verlies ervan. Heel opvallend is dat in dit motet aanwezig doordat de derde stem niet de tekst zingt van het motet, maar van een spaans chanson, waarin de pijn om het moeten missen van de aardse geliefde, wordt verwoord.

Dat is dus de tertius dolor, de derde smart, die mee opgenomen wordt in Maria’s smart.

Trouwens: Ook het stabat mater dat u daarna hoort, ontleent haar melodie aan een frans chanson, waarin ook de troosteloosheid van een verloren liefde wordt bezongen...

 

Deze vermenging, die op ons vaak wat bevreemdend werkt, was voor de middeleeuwer en de renaissance-mens heel vanzelfsprekend

En eigenlijk was hij verstandiger dan wij, die het leven hebben opgedeeld in profaan en religieus, menselijk en goddelijk. Alsof je die terreinen ooit kunt scheiden. De mens heeft och maar één lichaam, één ziel en voelt en leeft alles in zichzelf

 

Ook het religieuze leven, zowel in vervulling als verlating is een menselijk gebeuren.

Ze mogen dus ook met elkaars taal en muziek ter sprake worden gebracht, verwoord. Trouwens er is ook maar één taal.

De mysticus heeft dat altijd geweten. De de laatste dingen zijn niet in woorden te vatten en als het dan toch gezegd moet worden, waar het om gaat, dan bij voorkeur zo dat het gevoel van de mens geraakt en verheven wordt tot bij God.

 

Jacopone da Todi is de geschiedenis ingegaan als de dichter van het Stabat Mater. Hij was een trouwe volgeling van Fransiscus van Assissi en trok als een “heilige dwaas” zingend het land door om van Gods liefde te getuigen.

 

Stabat mater dolorosa... iuxta crucem lacrimosa

De moeder, wenend aan de voet van het kruis van haar zoon... Inderdaad: wie zou niet ontroerd worden bij het zien van zulk een smart. [En toch is het lied niet sentimenteel, juist door de strakke vorm. Hierdoor blijft het “ik” dat in het tweede deel van het lied reageert op haar smart, toch iets objectief houden en kan een “wij” worden.Daarmee is het een van de weinige liederen, waarin het sentiment zo wordt geordend dat het een kracht krijgt die de ziel versterkt, in plaats van verzwakt, zoals het geval is bij veel sentimentele nabootsingen van dit lied.]

Een beklijvend beeld, dat automatisch versmelt met andere beelden, andere moeders, andere vaders, andere kinderen... die een verlies moeten verwerken. Gelijk wordt door gelijk gekend

 

DE GESTORVENE

 

Zeven maal om de aarde gaan,

als het zou moeten op handen en voeten;

zevenmaal om die ene te groeten

die daar lachend te wachten zou staan.

Zeven maal om de aarde gaan

 

Zeven maal over de zeeën te gaan,

schraal in de kleren, wat zou het mij deren,

kon uit de dood ik die ene doen keren.

Zeven maal over de zeeën gaan -

zeven maal om met z’n tweeën te staan.

 

            Ida Gerhardt, Verzamelde Gedichten, p. 377
 

 

 

C. Weemoed van allen

 

Na de tranen van Maria, zijn we nu waar we wezen moeten,

bij onszelf, bij onze eigen droefheid. Weemoed.

Moet ik het nog uitleggen: weemoed.. niet omdat ik sterfelijk ben, maar omdat de ander dat is....en omdat je los moet laten, moet laten gaan, moet leren leven ... met verlies.

 

Mater dolorosa...

 

Maar dat is niet alles:

De mater dolorosa staat aan de voet van het kruis. En dat roept nog net iets meer op dan alleen maar verlies. Het kruis is precies daarom zo’n krachtig symbool, omdat naast het teken van de dood (het verlies) ook het symbool is van.. ja... winst. Overwinning.

Hoe paradoxaal...

 

Om dat te verstaan, hebben wij vele levensjaren nodig.

Daarover moeten we ook niet teveel met logische woorden spreken, vertogen, betogen, dogma’s theorieën... Zulke woorden sluiten vaak teveel af en openen te weinig. En ze zeggen te vaak wat niet wordt bedoeld.

 

Veroorloof mij een vergelijking:

Als u straks de muziek hoort van Gombert, dan zult u een sonoor donker geluid horen, veel imitaties van de stemmen, die elkaar niet aflossen, maar overlappen. En het resultaat is dat er een heel dicht stemmenweefsel ontstaat, waarin de tekst soms wel geheel lijkt te verdwijnen. Ze wordt ‘klank’.

 

Het gaat hem duidelijk niet om de verstaanbaarheid van de tekst (die kun je lezen, die ken je al).. Media in vita

Het gaat hem om de creatie van een onafgebroken stroom van klanken en wisselende kleuren en spanningen ... die samen een gevoel oproepen...

van wat de tekst ten diepste zeggen wil dat is niet iets begripsmatigs, maar een realiteit...

die eerder correspondeert met een gewaarwording dan een inzicht, die dus beter uit te drukken is met muziek dan met woorden...

 

Laat mij daarom eindigen met een Griekse legende, over het ontstaan van de muziek. Ik kwam een verwijzing ernaar tegen bij Rainer Maria Rilke in zijn eerste elegie van Duino , waarin hij de mens aanspoort om ook van deze “oudste der smarten”, die van het verlies, vruchten te plukken, hoe pijnlijk dat ook is.


Zouden wij niet eindelijk moeten leren van deze oudste der smarten ook vruchten te plukken?
Wordt het niet tijd dat wij, liefdevol, afstand doen van het liefste, en het sidderend doorstaan :
zoals een pijl de schok van de pees doorstaat,
om samen in de afzet meer te worden dan hij is ?
Want blijven is nergens.

 

Het verhaal van Orpheus gaat alsvolgt:

Orpheus, de oermuzikant, ’s werelds grootste zanger ooit, die met zijn zang bomen deed wenen, stenen in beweging bracht en zelfs het ijskoude hart van de dood deed smelten....

Deze Orpheus, zo weet griekse sage, had ooit een leermeester gehad, zijn vader in musicis. Alles had hij van hem geleerd. Dierbaarder was hij hem dan zijn eigen vader. Linos was zijn naam. En – zo gaat het verhaal verder – toen Linos stierf en het bericht Orpheus bereikte... toen stootte hij een diepe rouwklacht uit: Ae-linos riep hij. Eeicha in het Hebreeuws. En die kreet vulde de leegte en Orpheus zong zijn eerste echte lied:

 

Zo zijn we terug waar we begonnen: bij de rouwklacht: de lamentatio: Misschien is ze zelf wel waar ze zo wanhopig naar zoekt: troostend.

 

Dick Wursten

 

 

This site was last updated
 May, 2022