Hemelvaart

   

Home
Up
Footprints
Hemelvaart
Actief pluralisme
Holy ignorance
kerk, seks en huwelijk
euthanasie
(homo-)huwelijk
Vergeven
'sleutel-slot' relaties
Kierkegaard
het transcendente
notities over religie
Openbaring?
Leve de Mythe
Fundamentalisme
Michelle Martin
Zomaar wat

Welke afbeelding van de hemelvaart is werkelijkheidsgetrouwer ?

De moderne realistische (maar welk realisme is dat ?) of de middeleeuws symbolische (maar symbolisch is niet per definitie onwerkelijk) van Giotto Bondoni ? (klik hier voor het antwoord en lees het artikel om het te verstaan)

 

 

In een tijd waar je een ruimtereis kunt boeken, en ruimtewandelingen de normaalste zaak ter wereld zijn geworden, is het zeer problematisch geworden om nog over de hemelvaart van Christus te spreken. Het is niet zozeer de strekking van het gebeuren, die ons moeite geeft, nl. dat Christus weer verenigd is met God, de Vader, neen het is denk ik -als ik zo bij mijzelf na ga- vooral de voorstelling, het beeld dat het woord hemelvaart oproept, dat in de weg staat. hemel-vaart is problematisch geworden door de associatie met ruimte-vaart.

 

 

I. "Onze" voorstelling

Het beeld dat wij - voorkritisch - hebben is denk ik gelijk aan de voortelling, die we zowel in de schilderijen van de grote meesters als in de kinderbijbels terugvinden, een Christusfiguur die langzaam omhoogstijgt, terwijl hij zijn handen zegenend uitbreidt over de discipelen. Hemelvaart is dus een vertikale beweging: van de aarde af ten hemel toe. Alle oude belijdenissen presenteren ons de weg van Christus als een weg die Hoog begint (Uit hogen hemel daalde hij neer)... en die nederdaling gaat tot hat absolute diepste punt (nedergedaald ter helle / in het rijk van de dood (dat onder de aarde werd gedacht)... Maar die vandaaruit weer opstijgt: De Heer verrijst uit het graf, vaart op ten hemel en zit daar dan ter rechterhand Gods: de trappen van vernedering en verhoging.).

 

Binnen het oude wereldbeeld klopt deze weg doorheen de materiële wereld precies met de weg doorheen de geestelijke wereld. Want: Het kwaad zit diep beneden, down under, in de duisternis en de dood. Het goede is hoog verheven, voorbij de sterren, stralend als de zon en het leven. Het probleem van ons moderne mensen is, dat wij eigenlijk dezelfde woorden nog gebruiken en ook meestal probleemloos aanvoelen wat de betekenis is, maar dat de concrete voorstelling van deze wereld ons door de moderne wetenschap is ontnomen, waardoor ook de symbolische betekenis onder druk komt te staan.Ik bedoel: Iedereen wijst nog steeds naar boven, als hij het over ‘God’ heeft, alleen tegelijk weet iedereen dat dat naar boven wijzen niet meer letterlijk te nemen is... Het meest duidelijk voelbaar wordt dit bij rond hemelvaart, want daar is de materiële voorstelling (Jezus die omhoog gaat) tot in de woorden van de geloofsbelijdenis doorgedrongen.

 

Wereldbeeld en symbolisch universum vallen niet meer samen. Wat te doen ? Ontmythologiseren ? Neen, want dan blijft er niets over. Je kunt beter peilen naar de betekenis van de mythe en die dan  al vertellend laten oplichten... Een analyse als aanzet.

 

II. Het bijbelverhaal

De voorstelling van de hemelvaart is gebaseerd op een combinatie van twee teksten van Lukas. In het evangelie staat dat hij bij zijn laatste verschijning van hen scheidde, terwijl hij hen zegende. Hoe dat plaats vond, wordt niet gezegd. Enkel in Handelingen 1:9 (hebben we gelezen) wordt de hemelvaart zelf beschreven.

             “En nadat Hij dit gesproken had,

            werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen

            en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.”

Dat is alles. Méér is er in heel de bijbel over het gebeuren van de hemelvaart niet te vinden. Even voor de goede orde: Overal in de bijbel wordt verondersteld dat Jezus ‘in de hemel’ is, verhoogd, verheerlijkt etc.. Beschreven wordt het nergens, behalve hier. 

Lukas houdt van orde en van perioden. Hij rondt die bij voorkeur ook mooi af. Na 40 dagen... einde verschijningen; Jezus is weg. Vanaf de Pinksterdag (50) begint het tijdperk van de Geest. Opvallend hierbij is dat de andere evangeliën dat eigenlijk geen van allen zo nadrukkelijk doen.

    

Een paar opmerkingen:

–  Opvallend in deze zin is vooreerst het gebruik van de ‘passieve vorm’. Er staat dus niet, dat Christus opsteeg, neen er staat dat Hij werd opgenomen. De discipelen zijn daar getuige van. Het Griekse woord veronderstelt natuurlijk een opwaartse beweging. Het concrete wereldbeeld valt immers samen met het symbolische.

– Anderzijds is datzelfde woord ook een soort technische term voor het ‘wegnemen tot bij God’. In het Oude Testament wordt bijv. van Henoch en Elia hetzelfde gezegd. Waarbij er bij Elia wel allerlei richting de hemel gebeurt, maar bij Henoch het duidelijk enkel betekent, dat hij eerst nog hier was, tussen de mensen en dan opeens bij God... opwaarts, hemel en God horen in elk geval bij elkaar. Zij duiden allemaal op zijn domein.

– Ook opvallend is dat ze Christus zien opgenomen worden, maar eigenlijk ook weer niet... want er schuift een wolk voor, die Hem aan hun ogen onttrekt.

 

De feitelijke ten hemelopneming van Christus is dus aan hun oog onttrokken. De betekenis overheerst: Hij gaat naar Gods domein... In dit opzicht is de zogeheten "voor-moderne" of primitieve weergave meer geschikt voor post-moderne mensen, omdat zij die twee 'domeinen' veel nadrukkelijker afbeeldt en geen 'realisme' nastreeft, d.w.z. realisme in onze betekenis van dat woord. Voor de Middeleeuwer was het universum symbolisch en het enige wat er was. In die zin is die afbeelding ook 'reëel' in dezelfde zin als de ideeën bij Plato reëel zijn, reëler dan de zichtbare of tastbare afbeeldingen ervan.

Ergo: De Middeleeuwse afbeelding is werkelijkheidsgetrouwer, want minder anachronistisch.

 

III. Gevolgtrekkingen

Wat wij nu dus zeker niet moeten doen is de voorstelling invullen vanuit ons enkelvoudig realisme, omdat dan de betekenis nog verder verloren gaat.  Argument ex absurdo:. "Christus steeg langzaam omhoog de lucht in en steeds verder en verder, tot hij vanwege de bewolking niet meer waarneembaar was, maar daarachter ging hij door, echt waar, door de stratosfeer heen, de ruimte in en steeds maar verder..." U hoort hoe vreemd dat klinkt (Gagarin had gelijk). Dat is dus naast de kwestie. Erger nog: dan ontwikkelen we de mythische vertelling de verkeerde kant op. Hier moet een 'minder' zijn in onze vertelling. Hemel en ruimte mogen we niet meer vermengen op straffe van de emotionele toegang tot de "hemel" te verspelen, want "de hemel" hoort nog steeds bij ons symbolisch universum, ookal zijn we het bijbehorende wereldbeeld kwijtgeraakt.

 

Het gaat er dus om dat wij vertellen dat Christus zich voegt in de levenssfeer van zijn Vader, dat hij is waar hij wezen moet: bij God. En traditioneel noemen we dat in één woord: de Hemel. Dat onderstreept zijn hemelvaart. Hij is waar hij wezen moet en thuishoort. Daarom is het fresco van Giotto Bondoni (14de eeuw) eigenlijk werkelijkheidsgetrouwere afbeelding van de Hemelvaart dan de afbeelding ernaast, want daar zie je hem thuiskomen. Hemel en aarde aanbidden Hem, gelijkelijk. De grens ertussen is nauwelijks waarneembaar, voor deze keer. De hemel was niet zover, ìs niet zover.

 

Als hij weg is, afwezig en je ziet hem niet meer, dan is – dit is dan het allerlaatste –zelfs de wolk die hem wegneemt nog een troostrijk gegeven: Was het niet de wolk die in de woestijn met Israel meeging om het volk te beschermen... teken niet van Gods afwezigheid, maar van zijn verborgen aanwezigheid ?

 

Dick Wursten, hemelvaart 2007

 

This site was last updated
 februari, 2017